is er rookkaas in Bogota

De klok was groot en stoffig, lange slierten spinnenweb die stof verzamelden bewogen schokkerig in de wind. Zo’n typische stationsklok hoog in de nok, de secondewijzer stokte even bij de twaalf en de minutenwijzer sprong een streepje verder. De kleinste wijzer was een uur lang ongemerkt doorgeschoven en stond nu op drie. Op de bruinroestige architraaf eronder hurkte een slecht in zijn veren zittende duif. Die zich onhandig omdraaide, zijn ene poot was slechts een stompje. De grote ruiten waren vuil en verweerd. In spiegelbeeld de letters met de naam van deze stad.

Dat het alles slechts met moeite zichtbaar was op dit tijdstip van de nacht sprak voor zich. Mijn ogen waren echter al aan het schemerdonker van deze hal gewend. Ik rekte me eens langdurig uit en checkte nogmaals de klok. Het schoot niet op en wat duurde de nacht lang. Vanuit dit lage standpunt leeg de hal nog hoger, vanaf de grond, de vuile tegels die dof glansden, de rug verschanst tegen het koele marmer van een brede pilaar. Het was beter dan niets, de beste plekken tegen de zijwanden waren bezet. In beslag genomen door gestrande reizigers, zoals ik. Maar meer nog door allerhande vreemd volk, zwervers, daklozen en junks. Het bood een vreemde aanblik, vele tientallen duistere figuren, al of niet slapend met hun koffers, rugzakken en rommelige plastic zakken. De vloer van versleten hardsteen probeerde nog iets van zijn oude grandeur te tonen. Het werd bemoeilijkt door de rommel, het vuil en plakkerige plekken van gemorste dranken.

Ik werd moe van het afweren van de hardnekkige aanbieders van drugs, seks en waardeloze horloges. Ergens was het leuk, het spel te volgen zoals het zich voor m’n ogen voltrok. En gevaarlijk, ik paste er wel voor op, ergens in betrokken te geraken, zag het vlak voor me gebeuren. De keurige heer met zijn flightcase, die werd aangesproken door een andere, ogenschijnlijk nette heer. Zodat er aarzelend een portemonnee werd getrokken en een briefje overhandigd. Onmerkbaar snel flitste er een hand in een colbert en was de ene heer, de keurige, zijn telefoon kwijt. Of iets anders, dat kon ik niet zien en ik keek dan ook nadrukkelijk even de andere kant op. Eigenlijk moest ik dringend naar het toilet. Maar die wc’s, daar bleef je liever weg, daar gebeurden dingen waarvan je het bestaan niet eens wilde vermoeden.

Langzaam verschoof  het perspectief en een nieuw vers landschap werd zichtbaar in de verte. Groene velden, omzoomd door donkere heggen. Een paard van heel dichtbij, ik zweefde erboven. Geluiden klonken dof, alsof ze kwamen vanuit de kamer hiernaast. De zwarte Amerikaanse politiewagen zwenkte langs, maakte een ruime bocht en kwam naast me tot stilstand. Zenuwachtig dacht ik: paspoort. Bukkend keek ik in het donker van de lange Buick Skylark, die leeg was.

Mijn hoofd maakte vreemde bewegingen en botste tegen koel marmer. Met een ruk schoot ik wakker en slaakte een harde kreet. Heel even was ik in slaap gesukkeld en meteen zat er een zwerver aan mijn tas. Door de schrik was ik klaarwakker en bleek het makkelijker dat nu te blijven. Nog maar een uur nu en dan zou er geruimd worden. Kaartcontrole geflankeerd door politie. Wie geen kaartje had werd weggestuurd, gearresteerd of erger. Voor de zoveelste keer voelde ik in mijn binnenzak, daar zat mijn ticket. Er begon wat mager daglicht de hal in te stromen. De donkere schaduwen schoven op en gesloten rolluiken, in onbruik geraakte loketten en nog meer slapende gedaanten werden zichtbaar.

Kriskras over het rommelige stationsplein met bellende trams en volgas optrekkende bussen, paste ik les nummer een toe. Bij aankomst in een vreemde stad: doe alsof het jouw stad is. Loop doelbewust ergens heen, kies gewoon een straat. Let wel op dat die straat nu net niet de hoerenbuurt is. Aan de overzijde van het plein stond, zoals het hoort, een wat verlopen hotel. In de straat een wisselkantoor, de sigarettenboer en de krantenkiosk. Een headshop met waterpijpen en iets met doodskoppen achter het raam. Een verdwaalde dierenwinkel zonder dieren in de etalage. Een foute lampenzaak. De coffeeshop, een Chinees hotel met Chinese massagesalon.

Dan een brave broodjeszaak waar ik twee broodjes met rookkaas kocht, eindelijk, heerlijk! Een belwinkel waar zuidelijke types belden. Een Chinese meubelzaak. De zon maakte lange schaduwen in de straat, waar doorheen een gele tram reed. Op de stoepen behoofddoekte vrouwen en getatoeëerden met breedpotige honden aan de lijn. Chinezen op de fiets met boodschappentassen. In de buurt van de daklozenopvang daklozen, ik had het idee zelf ook niet heel lekker meer te ruiken. Een nachtje in het station en de lange treinreis in broeierige coupés.

Op de hoek van de straat was een café, de deur stond open en in een opwelling liep ik meteen naar binnen, de schemerige ruimte in, bestelde bier en keek rond. Druk was het niet, in de hoek, zo te zien een paar stamgasten die kennelijk nog konden roken. Bij het raam een jonge vrouw verdiept in de geheimen van haar laptop. De kastelein schoof ongeïnteresseerd mijn bier toe en wendde zich naar de stamgasten. Ik pakte de krant van de bar, Nederlands nieuws, lang geleden, maar kon m´n aandacht er niet bij houden. De laptop werd dichtgeklapt, er werd afgerekend en de vleug Egoïste, die langs zweefde deed me opkijken. Het ranke silhouet wat heel even in de deuropening te zien was geweest bleef als een nabeeld op mijn netvlies hangen.  Dat toepassen van les nummer een, was nergens voor nodig. Dit was de stad waar ik was opgegroeid. Elke straat kende ik, elke steeg, in bepaalde wijken zelfs de huisnummers, had ik hier niet jarenlang een krantenwijk?

Believe

 

Heeft u dat nou ook? Dat, bij het lézen over een liedje, u het onmiddellijk ook hóórt? Zelfs de eventueel bijhorende beelden ziet? Als ik hier nu neerschrijf dat Cher – ja ze leeft nog – onlangs optrad in Ziggo Dome, schallen dan terstond bepaalde melodieën door uw gehoorgangen? Is dat het geval, welnu dan gefeliciteerd, wij zitten wij op eenzelfde golflengte en ik stel voor te tutoyeren.

Cher- hoe zou het met Sonny zijn – is inmiddels 73 en treed nog steeds op. Cher, u weet wel, die vrouw met onwaarschijnlijk veel haar en die wel eens leek te vergeten een rokje aan te trekken, met die wat bijzondere stem, die soms elektronisch nog iets vreemder vervormd werd. Heeft u dat ook, ik las een recensie over die show, las over de song Believe en direct klonk dat in mijn hoofd, heb jij dat ook? Ik zocht het op in Youtube en liet het door mijn woning dreunen. Heb jij dat dan ook, dat je dan door de kamer stuitert, dat je daar blij van wordt. Gewoon een lekker dansbaar nummer. Dat die stem zo vreemd overslaat neem je op de koop toe. Terwijl de tekst helemaal niet zo blij makend is en Sonny, haar ex, is trouwens al jaren dood.

 ‘Do you believe in life after love
I can feel something inside me say
I really don’t think you’re strong enough’

Dat over Sonny vond ik op internet – thanks to Google – en daar zag ik nog veel meer songtitels. Die vrijwel allemaal om voorrang vochten rondom mijn buisjes van Eustachius. Ik hoop bij jou ook, kijk wat er gebeurt: ‘The beat goes on’, ‘ I got you babe’, ‘Little man’ En? Iets gehoord? Indien het antwoord nee is ben je waarschijnlijk te jong…….

‘If I could turn back time
If I could find a way
I’d take back those words that have hurt you
And you’d stay’

Nu wel hoop ik, dit is toch wel bekend. Met die clip op dat vliegdekschip, dat ze dat rare pakje, of nou ja, ’pakje’, draagt, wat ik toen best opwindend vond en eigenlijk nu nog steeds best gek. Waarschijnlijk is zij, en met haar al die andere zangers en bands, kortom de hele verrekte muziekbusiness schuldig aan die dichtgeslibde Eustachiusbuizen van mij. Tuurlijk, ik had van de volumeknop af moeten blijven. Helaas, hoe dover je wordt, hoe harder je ‘Believe’, met die lekker in Autotune vervormde voice afspeelt. De bliebjes uit de koptelefoon in de geluiddichte cabine bij ‘mijn’ Audicien klonken steeds hoger en steeds zachter, net zo lang dat ik alleen maar dacht nog iets te horen. Hoorde ik daar nog iets, ik geloof het wel…….

‘After love, after love
No matter how hard I try
You keep pushing me aside
And I can’t break through
There’s no talking to you

Do you believe in life after love
I can feel something inside me say
I really don’t think you’re strong enough, now’

 Heeft u dat nou ook, dat je nooit fan was van Cher, maar dit wel goeie nummers vindt?

 

Drie ingrediënten voor heimwee.

Wilt u een dampende pot heimwee op tafel zetten, volg dan nauwgezet onderstaande aanwijzingen. Nog even wat informatie vooraf, houd de noodzakelijke bestanddelen bij de hand, beter gezegd in dit verband, haal ze in hoofd. In voorkomende gevallen kan het zijn dat u beschikt over geheel andere attributen, in dit geval herinneringen.

1) Luisteren, in een lege trein, naar een man verderop met zijn telefoon. Niet irritant, integendeel, genieten van zijn onverstaanbare gesprek. Italiaanse klanken, flarden Italiaans.

2) Googelen, laat op de avond, regen tikt tegen het raam, op ‘Tre Cime Lavaredo #’ en dan schitterende fotoseries krijgen.
# mag ook zijn ‘Wildspitze’, ‘Matterhorn’, vooruit doe eens gek: ‘Mont Blanc’.

3) Rondscharrelen op een vroege stille zondagochtend in de tuin. Waar het herfstig is en vochtig met spinrag overal. Ochtendfris, klam en een prikkend zonnetje in de nek.

En dan is het daar, plotseling en het doet pijn, bijna. Heimwee. Dat speciale, dat gevoel, dat niet nader uit te leggen is. Septemberzon die de Dolomieten kleurt, of het Stubaital, of Hautes Savoye. De speciale geur van herfst en rots, de zon die van uit een lage herfstpositie alles warm inkleurt. De hutten die bijna al gaan sluiten, het seizoen dat voorbij is. De prettig ingevulde stilte van een ruisende beek, de waarschuwende fluit van het onzichtbaar Murmeltier en vooral de echo daarvan. Het rinkelende klikken van karabiners aan de staalkabel van een Via Ferrata.

Men voege bovenstaande drie samen in een ruime pan op hoog vuur. Nadat ze eerst zorgvuldig schoongemaakt, in stukjes, blokjes mag ook, zijn gesneden. Nogmaals gezegd, naar believen eigen belevenissen toevoegen en/of vervangen. Men neme reizen, voettochten, cultuurreizen, citytrips, of iets dergelijks. Kan ook zijn, maar dan wordt het wel een geheel ander menu, iets simpels als een middag-aan-de-rivier, of een liefde-achter-de-dijk, verzint u maar, het is aan u.

Misschien bent u niet van de bergen. Was u aan de kust, Noord-, Middellandse-, of wellicht de Zwarte Zee. In dat geval is uw geest vermoedelijk tot de rand gevuld met geheel andere souvenirs. Zoals die zeeën sterk verschillende zoutgehaltes hebben, zullen ook per zee de vergezichten, de klanken en de geuren en niet te vergeten zeker ook de smaken uiteenlopen. Deze beelden, in de juiste verhouding dooreen gehusseld, zullen gepureerd overdonderen.

Bent u van de Franse keuken, by far de lekkerste, kijkt u dan nog even verder. Duits? Zoek verder op Heimweh, een heerlijk recept op pagina Sehnsucht; smachtend verlangen. Bij reizen onderscheidt men de voorpret alsmede de napret. Deze napret kan, als ik voor mezelf spreek, gemakkelijk omslaan in heimwee. En ik kan er soms om verlangen, die heerlijke heimwee, noem het Sehnsucht. Nog tijdens de voorpret borrelt het al in de pan, broeit in de oven: Heimweh. U heeft het al geraden, die voorpret, dat is de amuse en de napret, juist! Om het geheel nog wat op smaak te brengen, blader ik verder in mijn geheugen, een snufje zout, even in de koelkast en dan lang pruttelen op een laag pitje. Bestrooi kwistig met de pijn van voorbij die mooie zomer, de winter komt eran. Verdeel gelijkmatig wat liefde en tot slot garneren met enkele fijne momenten.
Smakelijk!

Schenk er gerust een watertje of wijntje naar keuze bij. Voor Nederlandse lezers en – essen, dat watertje gewoon uit de Nederlandse kraan. Een wijntje, dat is fruit, gezond toch? Om maar niet te spreken van al die vitamines.

Styling

“Dit is de centrale plek in huis, hier in de keuken gebeurt het. Deze tafel hebben we op de kop getikt, hier verderop stond een oude staalfabriek. Op de bovenste verdieping was de directeurskamer en daarnaast, daar stond altijd deze tafel. Dus ja, wat deze tafel allemaal niet heeft meegemaakt in al die jaren met al die vergaderingen enzo. Om hem naar beneden te krijgen was nog wel een dingetje, maar ja die lange avonden met vrienden hier aan tafel, daar doe je het voor hé, goud!

En dat is Jip, die is nu alweer bijna een jaar. Geniaal kind, ook motorisch, jaah, heeft zo’n goeie motoriek, dat komt, hij is zo intelligent. Heeft alles zo door, laatst nog. Nee, dat is een speciale hoor, die komt er wel. Hij speelt alleen met houten speelgoed, hé Jip, je wil alleen hout hé, jaaah.

Met deze flagstones die op het buitenterras gewoon doorlopen halen we als het ware de tuin dus naar binnen, dat die harde grens van binnen – buiten dus vervaagt, zegmaar. En hier sluiten wij ons graag af voor de buitenwereld, even niks, heerlijk, rust. Wij kijken dus ook nooit tv hé, we nemen dingen op zegmaar, kunnen we het later terugkijken. Jullie niet?

Vlees, nee toch, eten jullie nog vlees, nog steeds?

Vorige week, hoe heette die film nou ook weer, Kimberley, Kim? Ja, je weet toch, in dat biosje toen met dat citytripje wat ik van jou kreeg als verrassing omdat, ja waarom ook weer. Nee, die was goed, dat die man, of vrouw, nou ja de hoofdpersoon opeens, hoe heet die nou Kim. Wil je een wijntje, jawél, het is na al na vieren kind, gewoon eentje, omdat het kán haha, even proeven, hier, moet je proeven, hebben we gehaald bij ons boertje in de Provence, heel bijzonder, awhsam. Zei je Kimber? Kimberley? Niet Provence? O kan het schelen, Camarque ook goed, o deze niet. Ach ja natuurlijk, nee, gewoon bij de Marqrt, jááá, hier om de hoek. Wistje dat daar een slagertje zit, tegenover, die schijnt zelf te slachten, met eigen vlees, ja wat dacht jij dan, biologies túúrlijk.

Kim zal blij zijn als die Stints weer rijden, hé Kimberley? Zei je gisteren nog, dat jij het fijn zou vinden dat je niet meer met de bakfiets hoeft met dit weer. Heb ik je al verteld van deze tafel, zo’n fijne plek.

“Jip, wat deden we ook weer met die plant? Mocht jij daar aan raken, wat hadden we afgesproken? Niet in je mond, Jip, niet in de mond, Jip, anders wordt Kimberley boos!”

Nee gaat goed hoor, hij weet niet beter, hij hoeft niet pappa te zeggen, ach dat lost zich vanzelf wel op. Als tie dan weer het weekend bij hem is geweest moet tie even wennen. Tijdje terug vroeg hij of we een biertje zouden doen, vind ik wel tof van hem en ook dat hij dat dan al kan hé.

Anders blijf je eten, kan best, ja joh, niet zo flauw, ja nee geen vlees. Kim? Kimberley, Brammie blijft eten, is goed toch? Sla je yoga maar een keertje over. Even boven kijken? Is goed maar niet naar de rommel kijken, je weet het, ik ben een rommelkontje, hahaha, nog net als vroeger. Kijk dit is onze indoorcloset, alhoewel eigenlijk van Kim, dit is mijn rekje, mag ik niet zeggen hahaha. Ja, schoenen heeft ze wel hahaha. En dit, this is where it all happens, hahaha, mag ik ook niet zeggen maar ik haat dat woord, ik haat het zo, dat gepoch van the master bedroom. Nee Jip, beneden blijven. Gossamme, leuk hoor dat thuisgewerk van Kim, maar ik kan een hele dag achter dat kind an, ze doet net of ze d’r niet is, achter die laptop. Maar goed, alles toch lekker afgestyled zo, die mix van vintage, ons idee van duurzaam, zie je die gordijnen, hebben we meegenomen uit Vietnam.

Niet verkeerd toch, dat uitzicht, beetje smal, maar wij noemen het ons dakterras, ‘wijntje schat, ja breng maar even boven, ik zit op het dakterras, haha’. Een ding is jammer, de wifi is hier bedonderd. En die bamboe, die doet het gewoon niet, awkward, te veel wind denk ik, zou leuk zijn, wat meer privacy. Kijk uit, val niet, Kim laat graag schoenen op de trap liggen, ssst, ben ik nog niet aan gewend. Wat zeg je Kimber? Ja we komen al, nee Jip, daar blijven, pas op”.

Ik ben Juul

Hoi! Even voorstellen, ik ben Juul. Als je me niet kent, dat kan kloppen, ik ben er nog maar net, zo’n maand of tien en op dit moment lig ik boven in een voor mij wildvreemde slaapkamer. Dat schijnt de logeerkamer te zijn, bij die mensen. Dat zijn, als ik het goed begrijp de pappa en mamma van die van mij. Die vrouw zingt steeds liedjes voor me en die andere heeft een beetje een prikbaard en ze geven me altijd kusjes en knuffelen enzo en dan doe ik maar of ik dat allemaal oké vindt en dan moeten ze ook iedere keer erg om me lachen, waarom weet ik niet, ik doe niks biezonders.

Ik moet wel even wennen hoor, dit nieuwe leventje, je wordt van hot naar her gesleept en ik doe echt m’n best maar soms kan ik het allemaal niet bij houden. Zo zit je in zo’n zaaltje met een heleboel, ik zal maar zeggen leeftijdgenootjes, en maar wachten tot ze je weer ophalen. Wel prettig dat dat nog steeds is gelukt, totnogtoe. En dan zijn ze blij joh, als ze mij dan weer ophalen. En zo word je de volgende dag weer bij andere mensen gedumpt, die heten opa en oma, die zijn van mijn papa, als ik het goed heb. En nu dus hier, vandaag, héhé, vermoeiend, ik doe effe een tukje. Die prikbaard keek nog om een hoekje maar ik dee net of ik hem niet zag.

Ik weet het niet zeker, maar het schijnt dat we straks ergens anders gaan wonen, beetje jammer, want zo’n leuke kamer als ik nu heb, die krijg ik nooit meer. Maar ja, naar mij wordt niet geluisterd. Het is wel vlakbij, dat nieuwe huisje, dus misschien kan ik soms nog even gaan kijken. Het is op kruipafstand, ik doe alles kruipend, dus dat geeft niet. Voorlopig maak ik me nergens druk om, verhuizen, het klimaat, kan mij niets schelen. Gisteren nog, bij Jinek, zat die gek van Dijkhof van de Vroemvroem partij ook weer te beweren, 130 of 100 kilometer, dat maakt niks uit voor de stikstofuitstoot. Gek woord, haha, stikstofstikstofstikuitstoot. Van tien maanden totdat ik eens tachtig ben, nou dan hebben ze vast wel wat uitgevonden, of ik bedenk zelf iets.

Ik ontdek van alles, heel gek, alles wat je loslaat valt vanzelf naar beneden. Ikzelf ook, zogauw ik de tafel, of de bank loslaat, val ik gelijk om, maar dat is een kwestie van tijd, hoorde ik net die prikbaard zeggen. En ook dat ik een klimmer word, dat ziet tie nu al, zegt tie. Klimmen, geen idee, we gaan het zien. Ah, gelukkig, dat stomme deuntje van die babiefoon scheidt er mee uit, dat blijft zo lekker in je hoofd hangen. Even kijken, waar waren we gebleven, oja het milieu, nou ja, ik ben er klaar mee. Dat zegt mijn pa ook wel eens, als hij heel erg boos is, dan zegt hij, ik ben er klaar mee. Lief hé en ook die baard van hem, die is tenminste zwart en hééél lekker zacht. Wel balen dat ik nog steeds geen tanden heb, dit even tussendoor.

Ik moet het ook nog even over mama hebben, mijn moeder, dat is de liefste van héél de wereld. Die blauwe ogen, die heb ik van haar. Beetje jammer dat ze zo gauw bezorgd is, maar ja het is goed bedoeld, zullen we maar zeggen. En heel precies hé, dat ik genoeg slaap en gezond eet enzo. Zelf is ze heel sportief, dus ik zie het al gebeuren, ik zal vast wat moeten, later. Aan de andere kant, zelf is ze nu ook zo’n luie E-biker geworden.

Ik blijf nog even liggen, eigenlijk heb ik alweer honger, maarja die fruithapjes daar ben ik dan wel weer klaar mee. En ook, als ze me er straks uithalen, moet ik alweer gewassen, voor mij hoeft het niet. En gaat die vrouw weer zingen: over de maneschijn enzo en zat ik op het trapje en viel ik door het raamkozijn. En prikbaard zal wel weer over de grond rollen met dat speelgoedbeest op wieltjes, roept tie steeds keihard:
“Vroem, vroeoemm!”
Als ik dan lach, blijft hij dat steeds doen, lachen man. Als ze me maar niet gaan kietelen. Nou ja, even volhouden vandaag, het is zo voorbij, ze komen me wel weer ophalen, tenminste, daar ga ik van uit.

La Boheme

Hij kon er ook niks aan doen, hij had nu eenmaal niet zo’n Franse naam, die straat waar hij sinds een paar maanden woonde, Rue du Helder. Maar het was toch echt een zijstraat van Boulevard Hausmann in het negende arrondissement van Parijs, vernoemd naar de stad Den Helder, iets met geschiedenis. En het wende snel, steeds meer voelde hij zich thuis, wanneer hij de donkere corridor doorliep en uitkwam op de cour, de binnenplaats, waar het vreemd stil was en hij de ogen van de conciërge iets minder wantrouwend in zijn rug voelde. Daar opnieuw naar binnen, vier trappen op en de hoek om, godzijdank op de vijfde etage, daar waar ‘s middags de zon binnen scheen. Het ondiepe appartement had slechts aan een kant ramen, de achterkant was een blinde muur, grenzend aan nog zo’n zelfde cour.

Hele dagen zwierf hij door de stad, op zoek naar, ja naar wat? Naar de plekken van vroeger, un voyage sentimental, toen hij jong was en wild. Parijs, daar moest je zijn, artiste, kunstenaar zijn, leven op de grens van armoede, drinken en schilderen, tout pour les arts. Op zoek naar inspiratie en modellen. Wat geweest is, is geweest, hij vond het niet. Waar waren ze gebleven, zijn vrienden, camerades in de kunst, waar was de tijd heengegaan. Levend in gedeelde kamers, luizige pensions, soms een nacht in een park of onder een brug. Nu huurde hij, voor een duizelingwekkend bedrag.

Glimlachend nam hij de trappen, op elke verdieping zweefde een andere geur, die op de eerste van dat Algerijnse gezin was duidelijk anders dan de volgende etage, daar hing iets ongewassens. Nooit zag hij iemand, het leek wel onbewoond. De etage onder hem, daar stond de deur vaak open en dan klonk vanachter een groen fluwelen gordijn zachte muziek, harpmuziek. De vrouw die er woonde had hij slechts eenmaal gezien, vluchtig en op een slecht moment, hij struikelde dronken op de trap. Zij, een kleine vrouw met ongewoon lang haar die voor hem uit liep, had verschrikt omgekeken en haar pas versneld. Toen hij de hoek omkwam en nog net haar deur zag sluiten, had hij beseft, dat was zij, de harpiste en hij geneerde zich, nu nog.

Het was alweer enkele weken later dat hij thuiskwam en er op de mat een kaartje lag. Verwonderd raapte hij het op, kennelijk onder de deur geschoven, hoelang lag het daar al? Het was een visitekaartje van handgeschept papier en met verfijnde letters stond een naam in gepreegd: Madeleine de Vaudémont en eronder ’jouer de harpe’ met vermelding van een website. Verbaasd prevelde hij de naam, die klonk als een melodie, twee keer, drie keer, totdat hij gedachteloos het kaartje omdraaide. Daar stond groot, wat kinderlijk geschreven: ‘Concerto Aperçue Magique, privato, demain soir’.

Na een lange dag van lopen en nu wachten op deze avond, was hij in slaap gevallen in het gras bij het Canal Saint-Martin. Het was niet ver, een drie kwartier lopen, maar toch haastte hij zich nu, het schemerde al. Moe van de vele kilometers van deze dag, vergistte hij zich ook nog, nam niet de kortste weg. Een kleine maan belichtte een helft van de binnenplaats en slechts een raam was verlicht, dat op de vierde etage. Langzaam besteeg hij de krakende trap. Zacht klonk muziek in het trapportaal, aanzwellend bij iedere etage die hij steeg, het was de harp, lokkend en verleidelijk. Hij sloeg de hoek om en zag het groene gordijn, het was wat opzij geschoven en een streep licht viel op de muur van de corridor. Daarin een slanke schaduw, even sierlijk als het instrument, die de snaren beroerde, betoverde.

Schrijfwerk

Omdat het, ergens dit jaar, tien jaar geleden is dat mijn schrijverschap (!) ( bij gebrek aan emoticons om voorgaand enigszins te verzachten) zijn debuut kreeg in de vorm van het boek Cowboy in Nepal. Daarom dus, nodig ik al mijn lieve lezers en lezeressen uit. Daarom is iedereen is welkom, vrouw, man, mens, LHTbGc, welkom, caravanbezitters, zowel kort- als langharig, boerkadragers en – draagsters, snordragers, linksdragenden, kortom, u ook, ja jij ook.

Zaterdag 5 oktober is de plek van samenkomst:  Zuidhaven, eiland van Dordrecht, 14.30 u. Parkeren gratis. Van hieruit word je begeleid, door de nederige, doch evengoed, als-je-er-oog-voor-hebt, fraaie Biesboschnatuur, een ontmoeting met een visarend valt niet uit te sluiten,  naar een nog geheime plek, een al eens eerder hier beschreven secret beach, voor trouwe lezers herkenbaar.

Gastvrij wordt u onthaald op koffie, dan wel Nepalese thee met diverse Frou-frou. (niet welkom zijn Wilders- en Baudet discipelen) Luie lezers die afreizen per E-bike wordt de mogelijkheid geboden een afsteker, een kortere route te nemen.

Ter plekke zal uw schrijver voordragen uit eigen werk, te weten het gedicht ‘Knuffelkunst’,‘s welks hij onlangs instuurde voor de challence ‘Beelden Verbeeld’, uitgeschreven door Culturele Raad Papendrecht, vastbesloten hier als overwinnaar uit de bus te komen en de deelnemende Papen verpletterend te vernederen. Tevens wordt een podium geboden aan hen die sluimerende gevoelens wensen te delen, middels dans, lied en of muziek. Ook het ten berde brengen van proza of poëzie wordt aangemoedigd.

Duistere figuren zoals de Eric Schneiders onder ons zullen aan de poort worden geweigerd. Voorts kunt u uitzien naar de bekendmaking, een onthulling van iets wat op dit moment nog geheim is, sterker nog, in ontwikkeling, maar binnenkort zijn beslag krijgt, wachtend op die ene begeerde handtekening, iets zoals de vertaling in het Engels van Cowboy in Nepal deel II, voorlopig uitsluitend verkrijgbaar via Amazon.

Tot slot zal een discours plaats hebben over onderwerpen als ;
Digital Writing, is there still a future?
Where has all the love gone?
Chickenskin, on what behaviour?
En dan dus over de onderlinge samenhang van deze zaken. Mochten er onder u prangende zaken leven, schroom niet deze aan de orde te stellen, uw schrijver zal trachten alles, zonder aanziens des persoons, te beantwoorden.

En zo stellen wij het ons voor, lieve lezers en lezeressen, aan de oevers van de al vele decennia voortstromende Merwede, onder het zwerk van een onheilspellende lucht, terwijl de zon hoopvol, achter gindse Moerdijkbrug zakt, een inspirerend samenzijn met u.
Tot dan, Gerarddt.

De geparfumeerde bergbeklimmer

Il cammino é il dialogo con se stessi

Dat de weg het doel is, jezelf ontdekken, tegenkomen en meer van dit soort wijsheden, dat ken ik en  ontdek ik ook nu al vrij spoedig. Na tien minuten denk ik nattigheid te voelen. Bij de bushalte in Pozza di Fassa, waar we in de stromende regen lang wachten op de bus, is het echt waar; mijn jack lekt. Lekker begin van een tocht in de Sella Dolomieten, met niet al te beste weersvoorspelling. Tijdens de wandeling in Campitello naar de gondel duik ik een winkel in en koop in vijf minuten een tamelijk lelijk regenjack dat me ongetwijfeld een hoop ontberingen zal besparen. Nooit in mijn leven deed ik zo’n snelle aankoop – qua kleding dan, ben ietwat kritisch. Mijn oude jack laat ik achter, voor mijn part verkopen ze het daar.

Verbazingwekkend handig schenkt de waard van rifugio Vincenza, met een hand waaraan drie vingers ontbreken, ons, Rienk, Aad en mij, drie Grappa’s in. Blij dat er toch nog gasten zijn die niet afbellen of gewoon niet op komen dagen. Nu was het inderdaad niet makkelijk. Naarmate de grote gondel ons duizend meter hoger tilde, naar Col Rodella 2387 m., nam de regen af en veranderde in sneeuw. We stapten we uit in een andere wereld; wit. De harde klappen die we hoorden onderweg, dat was ijs wat van de kabel op het dak viel. In de nevels op de kale vlakte gingen we op zoek naar de volgende funivia, hoger, naar Rifugio Tony Demetz. De vele wegwijzers naar alle rifugio’s, restaurants en kabelbanen die aan alle kanten opdoemden maakten het er niet makkelijker op.
Bij rifugio Passo do Sella werden we tot spoed aangemaand, de kabelbaan ging sluiten, met dit slechte weer was er inderdaad niemand. Met enig geweld werden Aad en Rienk in het piepkleine gondelbakje geperst, in de haast vielen de Nepalese handschoenen van Rienk op de grond. Ik kon ze nog meegrissen  voordat ik een cabinetje werd geduwd. Dat ik er eentje voor mezelf had vond ik niet erg.
Op de Langkofelscharte 2681 m. lag een echt pak sneeuw en na enige aarzeling begonnen wij aan de worsteling er doorheen, naar de vierhonderd meter lager gelegen hut, rifugio Vincenza 2253m. Hoge staken met rode markering wezen ons de weg. Nu, na de Grappa en de heerlijke maaltijd heeft de waard ook nog een tip. Morgen willen wij de Via Ferrata Oscar Schustersteig nemen, volgens hem zal vanaf negen uur de zon in de kloof schijnen en de sneeuw snel doen verdwijnen. En wij zijn zo naïef dat te geloven, zo’n waard kent immers zijn gebied.

Negentien jaar geleden deden wij deze zelfde route. Toen nog geheel onervaren op het gebied van Via Ferrata en met zeven man, waarvan er twee geen Klettersteigset hadden, we dachten, die brengen we dan wel even heen en weer. Zo werkte dat dus niet. Mede daarom leek het ons nu, doorgewinterde Klettersteigers als we inmiddels zijn, leuk om deze ‘Steigs’ nog eens te doen. Hoeveel sneller zijn we nu? Niet al te vroeg, om de sneeuw wat smeltkans te geven, gaan we op pad. Het kost moeite de route te vinden, de markeringen zijn ondergesneeuwd. Lichte inzinkingen in het sneeuwdek en onze ervaring wijzen ons de weg.
Toch sluipt er bij mij al wat twijfel binnen, het is niet heel slim dit te doen. Een aantal jaren geleden deden we de VF Bolver Luigi, het kleine beetje sneeuw van toen veranderde in een ijspantser bovenin en het werd het moeilijkste wat ik ooit deed. Nu ligt er hier al een pak, hoe wordt dat hoger? Diep onder ons zien we vier stipjes, dat is het andere groepje wat later nog de hut binnen viel. Zij kunnen eenvoudig ons spoor volgen. We beginnen eerst met honderd meter ongezekerd klauteren, de vorige keer, met heerlijk weer, was dat genieten, nu op z’n minst lastig te noemen. Gelukkig, daar begint de kabel, het is hijsen en op goed geluk de voeten plaatsen, zoeken naar steun. Van de beloofde zon is totaal geen sprake, in september staat die te laag, komt niet meer in de kloof. Er ligt steeds meer sneeuw, m’n handen zijn totaal gevoelloos en na enige tijd vraag ik Rienk eens voorop te gaan.
We komen bij een dikbesneeuwd zadel tussen twee rotstorens in en aan de overkant gaat de route kennelijk verder, stalen treden in de gele wand. Behoedzaam steek ik als eerste de maagdelijke ronding over, het voelt alsof ik over een grote Wächte loop, blijft dit liggen? Heel even in de zon prikken en steken mijn vingers.

lees het hele verhaal hier verder: https://wp.me/P4CCMR-Tj

Summertime

Kan zomaar gebeuren, niets vermoedend loop je over de Buiten Walevest, de Veerhaven III perst drie duwbakken onder de brug door, erover dendert juist een gele dubbeldekstrein, wazig in het tegenlicht en opeens is daar die wolk. Onzichtbaar, maar giftig, dat wel, dodelijk. Niemand had dat zien aankomen, kunnen voorspellen. Zevenhonderdduizend doden in Zuid-Holland, zou kunnen, toch?
‘and the living is easy, summertime

Misschien een iets te ver gezocht voorbeeld, iets. Heeft niet iedereen weleens zo’n gedachte? Je overwint je vliegschaamte en vliegt toch even naar je vakantiebestemming. Het doosje van het broodje ei, het koffiebekertje, het servetje en de dingetjes zijn opgehaald, het eiland is in zicht, de daling al ingezet en de turbulentie is heftig en jawel: doorstart. Your captain is speaking en zegt ‘dat jullie het wel gemerkt zullen hebben en dat we het nog eens gaan proberen’. En dat dan drie keer. Je klampt je vast aan de gedachte, iedere seconde landen overal ter wereld honderd vliegtuigen en het gaat altijd goed. Ook hier, op Samos, vandaag?
‘and you ‘ll spread your wings and you ‘ll take to he sky’

Over een paar dagen wandel, klauter en klim je op grote hoogte in de massieven van de Dolomieten, waar de zon de rots verwarmt en geel kleurt en je het stof ruikt en het gruis en die geur van het Dolomiet. Sta je op een roestig stuk betonijzer wat uit de wand steekt, onder je honderd meter lucht en houd je een kabel vast waar je van uit gaat dat die ergens hoog, goed vastzit. Je denkt daar geen seconde bij na, wel kijk je omhoog en vraag je af hoelang die brokkelrotsen daarboven nog blijven zitten en hoe het hier is gesteld met de permafrost.
‘there ain ’t nothing that can harm you’

Doemscenario’s, ik ben er goed in, jawel! Tegen wil en dank, zorgeloos zwerven, onbezorgd leven, dat is wat ik wil. “Pa, je bent een flierefluiter”, zei m’n dochter eens. Ik wist het niet maar ik hoop het wel. Hoe kun je weten dat drieduizend kilometer hier vandaan, heel langzaam, diep in het inwendige van de berg, Cumbre Vieja op Las Palmas het ineenstortingsproces is begonnen, dat dat het begin is van de enorme catastrofe die grote delen van de wereld zal treffen, dat de zee, hier achthonderd meter verderop zich plotseling terugtrekt, de nooit geziene bodem van de kom blootlegt in slechts enkele seconden tijd, wachtend op een tsunami die onhoorbaar nog, zich op gaat bouwen, hoger, steeds hoger tot honderden meters hoog, tot er tenslotte een drukgolf van wind ontstaat die voorafgaand aan het verwoestende water, alles wegblaast, de bomen, huizen, mensen, alles en iedereen.
‘so hush, little baby, don ’t you cry’

Minder exotisch; met harde westenwind, a perfect storm, springtij en hoge waterafvoer in de rivier, vind het juist nu plaats; de risicoanalyse van die overstromingskans van eens in de vijfduizend jaar: in 2021. Op de site van Overstroomik staat het bij mijn postcode tot de dakgoot. Moet ik het hier nog hebben over dat gekke plekje op je arm, de zeespiegelstijging of die zeurende pijn linksonder.
‘summertime, and the living is easy’

(uit: Summertime, uit Porgy and Bess, door DuBose Heyward)

Een Strand

Sommige dingen zijn geheim en dienen geheim te blijven. Zoals daar zijn, gedichten, gedachten, liefdes en sommige stranden. Gedichten kunnen te persoonlijk zijn, gedachten te intiem, liefdes onmogelijk. Heimelijk, zo zijn er ook stranden die je het liefst voor jezelf wilt houden.

Een strand kan zilver zijn, ‘s ochtends in de vroegte, de zon nog laag gefilterd, het zand nat van de vloed die het zo achterliet.

Een strand kan goud zijn –  maar dat weten meer mensen wel – goud, dat is het ’s avonds, goudoranje als de zon nog even hangt en men de adem inhoudt, dat moment van vrede en hoop en ook die zekerheid, morgen komt de zon weer op.

Een strand, het begint op te vallen, ik schrijf er weleens over, ik hou ervan. Een citytrip is leuk, de bergen in ook, maar het is geen strand. Synoniem aan zon en vermaak, terrasjes en mensenvlees, bakkend en smerend. Voor mij geldt, een strand moet leeg zijn – als het druk is blijf ik thuis. Mooi weer hoeft niet persé, het mag koud zijn of met harde wind; wind mee.

Een strand, dat je soms na maanden of na een winter voor het eerst weer ziet, die eerste aanblik, nog ver, achter de duinen. Het gevoel, langs de rand te lopen, daar waar jouw land, het continent Europa ophoudt, duidelijker kan een grens niet worden gemarkeerd.

Een strand, waar je je, net als in de bergen, mens kunt voelen, klein in de uitgestrektheid, Dat in een nacht kan veranderen, van vorm en van oppervlak, twee maal daags schoongewassen, de voetstappen, de geschiedenis uitgeveegd. Van Noordzee tot Golf van Biskaje, van Tweede Maasvlakte tot Côte d’Opale en Les Landes, hier en daar vond ik mijn secret beach.

Een strand bestaat niet zonder de andere componenten, noodzakelijk daar die zee, die elke dag een andere is. Nadrukkelijker nog de aanwezigheid van de al omringende hemel, met botsende, of dan weer vredige luchtlagen in een nooit vervelend spel voor een intense kijker zoals ik.

Iemand stuurde een gedicht, geschreven toen ze nog heel jong was. Nu was ik aan de beurt, ook ik ‘dichtte’ in mijn jeugd; laat eens wat lezen? Toen ik mijn boekje, ‘Nachtgedichten’, na lang zoeken tenslotte vond, was het duidelijk, dit was geheim. Te privé voor publicatie. Schrijven is jezelf blootgeven, schrijven is schrappen, zo wordt gezegd. Wat mij betreft, schrijven = breien, maar er zijn grenzen aan dat wat je prijsgeeft. Ik ken een schilderes, niemand mag haar schilderijen zien, noch haar atelier. Ik zeg; schrijvers willen gelézen worden. Na enig aarzelen kwam alleen dit gedicht door mijn censuur, met het verzoek: ‘Na lezing onmiddellijk deleten’.

Een stuivend stukje strand
bij windkracht 7
een dondrend opkomende zee
een schreeuwende meeuw
een meisje in je hand
over krakend knerpend’ mosselschelpen
aan dat eenzaam stukje strand
haar wuivend lange haar
uit haar gezicht gestreken
met trillend tedre vingers
overlopend
vol verliefdheid
dan plotsling
breekt die zon dan door
watrig miserabel
bij windkracht 7
je neemt haar in je armen
aarzlend
die eerste zoen
stom schreeuwende meeuwen.

En dan die uitschietende uitloper
doet je weer beseffen
dat het hier nog aarde is,
bij een opkomende zee
op een stuivend stukje strand.

Het is geschreven, zo’n vijftig jaar geleden, maar evengoed had het gisteren kunnen zijn, of morgen. Ook toen al had ik liefde voor het strand, voor wie ik het schreef, ik weet het echt niet meer. Of nee: dat moet geheim blijven.