Zwarte Steen

A true story never ends

Echt waar, Kees weet het zeker. De vorige keer gingen ze hier al ergens omhoog, door een van deze straatjes. Maar ja, het is lang geleden. Zermatt wordt steeds groter en we zien nergens het bord Schönbielhütte 2694m. Ik ben voorzichtig eigenwijs en wil gewoon door, het dorp uit en rechts van de Zmutbach blijven, kan niet missen. Via Blatten en Zmut gaf de website aan. Toch zijn we blij wanneer het verlossende bordje er tenslotte staat. Vier en half uur naar de hut. Dat zullen we niet halen en dat geeft niets. Alle tijd om van de Matterhorn te genieten, we lopen vlak langs de Noordwand.

Kees was tenslotte degene die met me mee wilde. De Matterhorn zien en dan goed, dat is het plan. Kees, GGE-lid, mijn oude klimmaat. Die ik op een GGE vergadering moest zeggen dat hij niet meer mocht op onze volgende tocht. Niet meer meekon. Een pijnlijke avond voor alle aanwezigen, maar nog het meest voor hemzelf. Na zijn herseninfarct had hij zich met alle macht terug geknokt. Hij kon weer lopen, autorijden. Maar de bergen in, na zijn deelname aan de tocht door de Geisler Gruppe in de Dolomieten was het voor ons duidelijk: het was onverantwoord. Hij kwam, met wat hulp van ons, heelhuids weer thuis. Daarom was ik zo blij dat hij nu meeging. Na veel speurwerk was ik tot de conclusie gekomen dat deze tocht, naar de Schönbielhut voor hem te doen zou zijn. Ver, dat wel, maar geleidelijk stijgend en vrijwel zonder lastige passages.

Zermatt 1620m. is een autovrijdorp, slechts per trein bereikbaar. Tevens buitensporig duur. Om die reden is onze eerste overnachting in het dorpje Stalden. B&B Postman8, een aanrader! Ingewikkeld vindbaar te midden van een verzameling typisch Walliser huizen, van eeuwenoud zwartverweerd Larikshout. Stappen in Stalden. Op zoek naar bier, het is bloedheet en we hebben duizend kilometer gereden. In de B&B papt Kees meteen aan met een USA-girl van zijn leeftijd. Die snel te kennen geeft hier met de whole family te zijn. De merkwaardige pensionhouder steelt de show met zijn even bijzondere museum. Alles, werkelijk alles uit zijn jeugd is bewaard. Gereedschap en werktuigen van het schapenboerderijtje wat het eerst was, tot zijn kinderwiegje en babykleertjes aan toe.

Op het terras van de pizzeria Il Buffeto stoppen voortdurend de treinen van de Matterhorn – Gotthard Bahn, het is het perron. Kees gooit zijn charmes in de strijd bij de rap Italiaanstalige serveerster. Het bier laat zich makkelijk wegklokken en de artisjokkenhartjes smaken goed.

Langzaam verschuift het perspectief. Na de opwinding van de eerste aanblik van onze berg, het heerlijk mondaine dorp, de vele Japanners, het “er zijn!” en de herkenning van het bekende profiel, komt heel langzaam de wat onbekendere Noordwand in beeld. Zoals te verwachten, de Hörnligraat blijkt veel meer liggend, minder steil dan vanuit Zermatt lijkt. Blauwer kan de hemel niet zijn, de weiden vol in bloei, de grauwe puinhellingen van de Zmutgletsjer en daarboven toch nog veel sneeuw en ijs op de Matterhorngletsjer. De Matterhorn rijst daar majesteitelijk, ongenaakbaar uit op. Wat een scherpe lijnen, wat een profiel. Hoeveel klimmers zouden er op dit moment zijn, de eersten alweer op de terugweg? Die zijn om vier uur vertrokken vanuit de Hörnlihütte 3260m. Het is al tegen twaalven, wij moesten eerst nog het laatste stukje met de auto en vanaf Täsch met de trein.

Met de snelheid van de gemiddelde Japanner – seeing Europe in seven days – zijn wij tot hier gekomen. Op een steen, lurkend aan mijn drinkwaterzak, ebt de opwinding langzaam weg. Het was een aaneengesloten kick. Het ritje van Stalden naar Täsch, het parkeren in de koele Terminal. Op weg naar de trein, Zermatt Shuttle, langs de fraaie oude posters met steeds diezelfde berg. De moderne trein, vol toeristen waarin wij ons met onze outfit en spullen stiekem stoer zaten te vinden. Ogenschijnlijk nonchalant door dat dorp wandelen, links en rechts luxe hotels, luxe restaurants, dure shops met horloges en gele schoenen en oranje donsjacks. Opzij stappen voor weer een elektrisch wagentje, bijna botsen op bezonnebrilde Aziatische schone met flaphoed. Hier is het stil, op het ruisen van Zmutbach na. En steeds is er weer die blik naar boven. Naar de berg die me mijn hele leven achtervolgt.

Als kind al keek ik gebiologeerd naar het deksel van mijn doosje kleurpotloden, Caran d’Ache. Wanneer je het Wikipediaat;
(tekenaar) – Caran d`Ache was het pseudoniem van de 19e eeuwse Franse satirische en politieke tekenaar Emmanuel Poiré. Caran d`Ache komt van het Russische woord karandash (карандаш), wat lood-potlood (of in het Turks; kara dash: zwarte steen) betekent.
En nu valt alles samen. Ik ben tekenaar en bergliefhebber. Ik tekende met zwarte Oost-Indische inkt de Matterhorn. Ik schreef het verhaal ‘Zwarte Berg’. Dit alles, dit moment, hier oog in oog, na zoveel jaar, het valt terug te leiden naar die Sinterklaasavond, het uitpakken van dat doosje kleurpotloden.

De route loopt onverwacht anders. We kunnen niet hoog op de flank blijven, het pad is ‘gesperrt’. Dalen en de stuwdam over, langs Chalbermatten. Over een landweg die aan de dalkant grote scheuren vertoont en hier en daar al weggeschoven is. Er wordt aan gewerkt en het blijkt voor Kees een lastig te nemen hindernis. Een grote vriendelijke reus van een wegwerker helpt Kees over de gladde boomstammen en het steile afdalinkje. Weer overgestoken, lopend over de smalle dijk van de gletsjermorene nog een vervelend stukje oude sneeuw. Glad en voor Kees met zijn rechterbeen, dat niet meer precies doet wat hij wil, even een probleem. En dan zoals altijd, die hut, die in zicht is en maar niet dichterbij wil komen.

De Schönbielhütte zit stampvol, logisch, in dit seizoen. Nog een echte ouderwetse hut, één kraantje in het schoenenhok, houten poepdoos buiten, en in de Stube de banken die een houten kont garanderen. En zoals altijd, ook hier; geen haakjes. In mijn verhaal: ‘By fair means’, dat werd gepubliceerd in het blad Hoogtelijn en ongevraagd de titel kreeg; ‘Durven dromen’, leverde ik kritiek. Op het ontbreken van haakjes in de slaapzaal. Tien bedden en zes haakjes. Terwijl je zoveel zou willen ophangen, moet dat alles op de grond of mee in bed? Zijn die haakjes zo duur? De kritiek, overigens, werd in het verhaaltje gecensureerd. Een bergsportvereniging mag kennelijk niet kritisch zijn. Het uitzicht vergoedt veel, Matterhorn, Liongraat en Dent d’Herens 4171m. Een helikopter hangt precies boven de top van de Matterhorn, die in het avondlicht van kleur verandert.

Slapen lukt haast niet. De dekbedden zijn veel te dik en te groot. Links en rechts wordt luidruchtig gesnurkt. Eindelijk even weggezakt gaan er diverse wekkertjes af, zacht, maar toch. Half vijf, er vertrekken vijf man, met veel gestommel en geritsel. Voortdurend heen en weer lopend en de deur openlatend. Ik word er toch wat chagrijnig van en ga zelf een keer de deur dicht doen. Als de laatste nog een keer terugkomt om een vergeten jas op te halen en deur weer open laat, kan ik het niet laten:
“Bitte die Tür schliessen!”

Alweer een stuk afgedaald zitten we in de schaduw van het lariksbos. Het staat er dor en verdroogd bij. Ook hier is het weer in de war. Ons beider blik is gefixeerd op de berg. Er moeten tientallen klimmers actief zijn, ze zijn onzichtbaar. Inzoomen met de camera. Pas thuis, zoekend en het beeld op de pc vergrotend worden ze zichtbaar. Groepjes en duo’s, miezerige stipjes en dan worden de dimensies van de berg duidelijk. Het lijkt me geweldig om hem beklommen te hebben. Ondanks zijn afwijzende vorm en beangstigende hoogte. De Hörnligraat kan ik hebben, met gids. Tientallen filmpjes op Youtube heb ik bekeken. Las het boek ‘Matterhorn, Bergführer erzählen’ met tientallen verhalen van Matterhorngidsen. Het is meer klauteren dan klimmen. De moeilijkheidsgraat zou het probleem niet zijn, de duur, het is wel lang. En die topgraat, dat zal eng zijn, maar ach, dan is daar die euforie en de daarmee gepaard gaande concentratie.

Na onze beklimming van de Dent de la Parrachée in de Franse Alpen, was Kees, op de voorlaatste dag jarig. Op weg naar de laatste hut, maakte hij een akelige val. Overal schaafplekken en onder zijn oog ontstond een grote zwarte plek. Al die tijd vroeg ik me af, was dat de aanleiding voor het herseninfarct later, was er toch iets beschadigd van binnen. Nu durf ik het hem te vragen. Ik voelde me schuldig. Die hele GGE, dat was mijn idee. Grosse Galenstock Express, opgericht in 1993. Een vereniging zonder statuten. Beter de bergen in, hoger, verder en vooral: stiller. Een gebroken vinger, een kapotte knie, blaren, een arm uit de kom. Allemaal mijn schuld, gelukkig nooit iets ergers. Nu durf ik het Kees te vragen, op de man af. En het antwoord is nee. Een hersenbloeding zou kunnen ontstaan door een val. Een infarct is een propje dat in de longen, het hart of de hersenen kan komen. Pure pech. En hij ging mee, op eigen risico,

Zermatt ligt in de diepte te zinderen in de hitte. Nog even uitstellen maar, het eerste bankje in de schaduw is voor ons. Zo dichtbij het dorp trekt hier een constante stroom ‘dagjesmensen’ voorbij. In alle soorten en maten, leeftijden en gewichtsklassen. Gemaskerde en gehandschoende Japanners, besokte sandalendragers en echtparen in identieke afritsbroeken, dat volk. Wij zitten hier lekker en ik denk nog eens terug. Kees, ik zie hem nog binnenkomen. Op vrijdagavond, met zijn zoon, voor aanvang van een klimweekend. Dat ik, als klimcommissaris van Regio Rivierenland mocht organiseren. Die avond, in de gezellige Steenbokkenhut in België, dat was het begin van onze vriendschap.

Het gordijnloze raam van de slaapkamer in het Hostel laat het eerste daglicht binnen. Het gloednieuwe gebouw dat zich nog Jugendherberge noemt, ligt wat boven het centrum van Zermatt. Alweer vroeg wakker en niet door het daglicht of rumoer. Kees slaapt stilletjes in het bed onder me. In het andere bed ligt Philipe, een Braziliaan die kwam skiën in het Matterhorn Glacier Paradise. Het bed onder hem is leeg gebleven, hoewel er een koffer staat met heel kleine roze teenslippertjes ernaast. Misschien heeft het Japanse prinsesje een gezelliger plek gevonden. Ik buig me iets opzij, en jawel, hij staat er nog. Vlak voor me en al vol in de zon. Die avond flaneerden wij door het dorp en zagen voortdurend de top boven de huizen. Flonkerend in het laatste zonlicht. De gevelrijen van de hotels Zermatterhof, Matterhorn Lodge en restaurant Whymper Stube – ik verzin deze namen niet – waren al in schemerlicht. Daarboven uit stak de berg zijn kop op. Was hij van plastic of van metaal? Het werd een diamant. Onwerkelijk, het leek een prehistorisch monster van gigantische afmetingen. Elk moment kon het zijn kop omdraaien en de huizen verpletteren.

Het glazen bakje wordt gelanceerd, schiet omhoog en Zermatt verdwijnt. De Matterhorn Express brengt ons snel zo’n duizend meter hoger naar Schwarzsee 2583m. In enkele minuten rijst de berg voor ons op, vanachter de tussen gelegen hellingen. En nu voor het eerst zoals je hem kent. Licht gedraaid, de Hörnligraat met links de oostwand en rechts de noordwand. Er is nog vrijwel niemand. Zij die hem morgen beklimmen komen later, slapen vannacht in de hut en de dagjesmensen zitten nog aan de koffie. Rondom vierduizenders, negentwintig liefst. De bekende namen, Breithorn, Dufourspitze, Allalinhorn. Maar welke zijn het? Ik herken er geen. Je kunt nog door kabelen naar Trockener Stegg, naar de Theodulpass. We gunnen ons geen tijd om te puzzelen met het overzichtskaartje. Daar, het pad naar de Hörnlihütte.

Met grote snelheid sprint ik naar boven. Ik kan niet langzamer. Alle opgekropte energie van de vorige dagen komt er uit. Paste me aan, aan het tempo van Kees, met alle liefde, geen enkel probleem. Al heel snel werd dit pad te moeilijk voor Kees. Ook hier veel vlakke, langzaam stijgende delen, maar afgewisseld door steile, gruizige of met grote blokken bezaaide paadjes. Kees ging terug en wacht nu op me. Op een bankje met de ingegraveerde tekst: Schön dass Sie hier sind.  Dat vind ik zelf ook en op de een of andere manier moet ik aan Bløf denken. We hebben een tijd afgesproken, tot zo laat ga ik door en keer dan terug. Ik verdeel mijn aandacht over de route, de berg en mijn horloge. De tijd tikt door en nogmaals versnel ik. De Hörnlihütte zal onbereikbaar zijn, dat is toch net te ver. Rechts zie ik de route naar de Schönbielhütte, al heel diep onder me. Mijn berg komt dichterbij, torent al boven me uit, lijkt lager te worden in de perspectivische vertekening. Ik haal de enkele duo’s in, die Kees en mij passeerden bij het begin van de route. Ik weet, dit is het hoogtepunt van het jaar voor mij. Ergens heel opgewonden en blij. En toch ook kalm. Mijn conditie is al lang niet meer wat het was. En toch kan ik zo hard gaan, vreemd. Droge mond maar ik hijg niet, dwing mezelf even te stoppen, drink een slok en tel mijn hartslag. Honderd, eens zo snel als in rust, dat wel, maar toch lijkt me dat laag voor hier en nu. Op 3100 m. hoogte

Een metalen trap, dat stijgt nog sneller. De berg is even uit het zicht verdwenen achter deze bruinzwarte rotsbult. Even verderop komen de roosters. Ik ken ze: Youtube. Een passage om de rots met stalen roosters, diepte eronder. Ze klapperen, sommige zijn doorgebogen. Er liggen steentjes op en hier en daar ontbreekt een stuk rooster. Opletten en door. Snel een foto en verder. Weer schuift de berg tevoorschijn en alweer wat dichterbij. Ik zie de Schulter uitsteken boven de Noordwand. Even bestudeer ik de graat, nu zou je toch klimmers moeten kunnen zien. De tijd tikt door en ik ben er bijna. Bijna echt op de berg. Uit het niets ontstaat een heel dun wolkenlaagje en stijgt op over de hele breedte van de berg. Dit zijn nog uitlopers, daar in de verte, achter deze lange flank, daar is het gesteente anders. Hier nog bruin, daar het grijs. Ik heb nog vijf minuten en nu ren ik bijna, over een lang egaal pad. Dit is het, omhoog, dit is de flank. Ik ben op de Matterhorn. Die zich nu weer verstopt achter steilte. Door, hier kan ik niet stoppen. Kees, nog vijf minuten extra. Hoger, door!

 

Het pad stijgt gemeen en lastiger, ik moet even doseren. Uitkijken nu. Nog even door tot die hoek, die zigzag. En dan zie ik waar ik zal stoppen, nog vijftig meter en daar zal prachtig zicht zijn. Ik denk aan Kees, sorry jongen , je zal nog even moeten wachten. Ik denk aan Eega, die me zoveel gunt, die alles goed vindt (bijna alles) en ik voel m’n ogen prikken. Tears from heaven. Ik denk aan mijn dochters en hun mannen en aan het kleinkind nog in haar buik. Laat even de zonnebril aan het koortje bungelen, hij beslaat. Ik plof neer op een steen en pak de camera. De wolk is hoger gestegen en de Matterhorn is verdwenen in een mist. Ik denk aan mijn moeder, bijna 93, die altijd zo meeleeft met haar zoons. Die al zolang ernstig ziek is. Vlak voor mijn vertrek had ze vocht achter de longen. Op dit moment vecht ze voor haar leven. Ik pak de telefoon en bel:
“Ma, ik zit op de Matterhorn.”
Mijn bril beslaat weer en langzaam stijgt de wolk verder, lost op en de berg toont zich in al haar schoonheid.

 

%d bloggers liken dit: