Barbara (La Tour 8)

Op de dag dat de Tour de Champs Élysées op zal draaien lijkt het eindelijk zomer te worden en peddel ik genietend door de polder. En daar is het op de vroege zondagmorgen druk. Veel hardlopers maar vooral met complete pelotons die mij voortdurend passeren, roepend met ‘Tegen’ of ‘Voor’ naar gelang hetgeen zich voor hen op de smalle dijkjes bevindt. Mijn kruissnelheid van tweeëntwintig ligt beduidend lager en ik doe geen moeite om aan te haken. Hoewel je dat met een bijnaam als ‘de Wieltjesplakker van Dubbeldam’ wel zou mogen verwachten.

Welhaast net zo’n groot liefhebber van de koers ben ik van de Avondetappe. Al ten tijde van ‘de Mart’ maar zeker nu met de innemende Dione. Dit jaar was het soms nachtwerk, wanneer er weer een verlenging was, gevolgd door strafschoppen. Luisterden wij, toen, naar het weemoedig stemmende ‘Buenas Noches’ van ene Dalida, nu roept de eindtune weer geheel andere emoties bij mij op. Het is Barbara Pravi, de betoverende zangeres die boordevol overgave de chanson ‘Voilá’ zong op het Songfestival. En zoals een van de tegeltjeswijsheden van Rob Harmeling luidt: ‘Het leven is als een wielerkoers met vele etappes, je kunt niet altijd winnen’. Barbara was zonder de twijfel de beste, zij won niet; 2e

Dikwijls passeert de Tour een col in de Alpen waar ik zelf ook geweest ben. Met de auto er overheen gereden of er op neer gekeken vanaf een top tijdens een bergtour of beklimming. Groot was dan ook mijn verrassing toen ik ontdekte waar ik was tijdens mijn laatste tocht. Op zoek naar de bergwand die we wilden gaan beklimmen sukkelden we in een file auto’s twee uur lang achter een kudde koeien en we mochten er niet langs, kostbare tijd tikte weg. Daar, een bordje, ik bevond me op de Joux Plane. Nu keek ik met meer dan gewone belangstellig om me heen en stelde me voor hoe dat moet voelen om hier naar beneden te zeilen op twee dunne bandjes. Dit jaar was dat kleine extraatje mij niet gegund, maar wakkerde het verlangen naar die fantastische landschappen en het gevoel van hoogte alleen maar meer aan.

Een mens kan niet altijd winnen en maakt veel vergissingen in zijn leven, ik zelf teveel om op te noemen. Om er toch twee te vermelden – voor de goede orde – ik ben blij met mijn mooie Italiaanse café-chargertje, maar waarom toch was ik zo dom om die fraaie Gazelle racefiets te verkopen. Onvermijdelijk denk ik daar aan terug, wanneer zo’n groep renners langsrijdt met de bijbehorende geluidjes, de zoevende bandjes en het klakken van de derailleurs. En waar is toch mijn zwarte wollen tricot met de gekleurde bandjes om de armen, weggegooid?

Waar maakte ik de onvergeeflijke vergissing om de naam van de winnaar van vorig jaar niet op te nemen in mijn lijstje van namen bij die van Tourtoto 2021. Welnu, als ik dan toch niet kan winnen dan ga ik voor de Rode Lantaarn en doe de naam van ‘Le piston des roues’, of ‘Wieltjesplakker’ eer aan. En ook die prijs win ik niet, net niet. Voilá!

Slaap

Du moment dat je denkt ojee
‘Ik kan niet slapen’
lukt het niet,
Slapen

Nooit geziene berglandschappen
verdringen zich om voorrang
en vraag het mij niet
te onthullen dat wat zich afspeelt
in de donkerzweterige
woelnacht
in het berstensvolle
op topsnelheid voortjakkerende
boven klam verkreukeld dekbed
uitstekend en verhitte hoofd

Bergketens opdoemend
onafzienbaar herhalend
universum zwevend
ademhalend tellend
ravijnen vallend
peinzend wentelend

Hoe zal men mij herinneren
krakend gapend
yoga ritme ruisen
agendapunten wemelen
Harley Davidson bedenken
hartslag kalmeren
functioneringsgesprek paniek
dat korfbalmeisje ’s naam
hoe zal ik zijn herinnerd

Ik wil slapen
dáár het noorderlicht
uitdijend firmament
groene fosforletters
03.47

(mooie tijd om een goedkoop gedicht te schrijven)

Nr 84 – het laatste van 84 uit ‘Wispelturig als de wind’

De lach

Hoe ze naar hem lachte
de populieren hebben het gezien
en de vogels in de bomen
ze lachte met haar tanden wit
niet dat oogverblindende wit
maar het natuurlijke, het schone wit
als stenen in een bergmeer
dat rimpelt in de wind

Hoe ze lachte gaf te denken
het was een lach vol stilte
zeker niet van oor tot oor
was het spot of medelijden
troost of liefdevol verlangen
de vogels zagen het gebeuren
hoe ze naar hem lachte
een poging tot verleiden

Ze lachte met haar lippen rood
als rozen in de zomerzon
niet dat bloederige, dat donkere rood
maar met een tip oranje in het rood
die haar mond zo heel mooi plooide
hoe ze naar hem lachte
was het fishing, spy- of malware
hem als een pop-up hinderlijk achtervolgde

Hoe ze naar hem lachte
raadselachtig of toch gewoon
alleen maar lief

Nr 83 van 84 uit ‘Wispelturig als de wind’

Straks

Liefje mag ik je vasthouden vannacht
tegen je aan liggen vannacht
jouw huid tegen de mijne
het is koud buiten
kannie slape
door me rug gegaan

Liefje had ik je maar eerder ontmoet
mag ik straks vannacht
als twee lepeltjes
zal zachte liedjes voor je zingen
zal ook lekker ruiken
wonderen bestáán

Liefje lame luisteren
naar jouw ademhalen
en jouw zachte lichaam
zachtjes voelen deinen
in de geluiden van de nacht
kan ik daarna rustig slapen

Liefje mag ik straks vannacht
tegen je aan liggen vannacht
als twee lepeltjes
en daarna rustig sterven

Nr 82 van 84 uit ‘Wispelturig als de wind’

De helft

De helft van mijn koninkrijk
voor die glimlach om je mond
en een aai over m’n bol
een inkijkje in jouw geest
een minuutje van je tijd
eventjes bij jou geweest

Nog een stukje van dat koninkrijk
ik kon toch ook niet weten
bedoelde het niet zo
ik wil je alles vergeven
als het zwijgen stopt
maar dan wel jij eerst

Echt waar, de helft
voor een lunch met jou
een goed gesprek en een zoen
of een wandeling ook goed
gaan we samen op reis
in dat koninkrijk van toen

Nr 81 van 84 uit ‘ Wispelturig als de wind’

Ga nou maar mee

naar het land dat ik zal maken
in dat land daar zal geen geld
zijn en geen grenzen of geweld

In dat land daar zijn geen wegen
aleen maar kronkelpaadjes
daar kom je niemand tegen
honderdduizend bloemen
en vogels alleen voor jou
de bijen zullen zoemen
altijd zal de zon er schijnen
en altijd is het uitzicht mooi
er is geen stikstof of dioxine
in dat land geen auto’s en benzine

Ga mee naar dat land dat ik zal maken
laat de rest voor later
daar is de zee vlakbij
met lichtgroen water
speciaal voor jou en ook voor mij

Onder dat spiegelende oppervlak
zullen griezelige kwallen zweven
en ander akelig ongemak
stekelige vissen en gemene haaien
om jou een loer te draaien

nr. 80 van 84 uit ‘ Wispelturig als de wind’


Het verlaten lichaam

Het lag daar maar, het lichaam, daar lag het stil, verlaten leek het wel. Voor een goede waarnemer was nog wel beweging te bespeuren, er zat leven in, volop. Binnenin het lichaam barstte het van het leven, het kolkte en het bruiste, de organen die klopten en bromden, de koolhydraten en de eiwitten, de spieren tot in de verste uiteinden en het warmstromende zuurstofrijke bloed dat borrelde en stroomde, nee klotste tot in de laatste haarvaten.

“Sta je goed in het zand, zorg dat je goed staat, de benen iets uit elkaar, voel dat zand met je tenen, sluit je ogen en voel je lichaam, probeer te voelen hoe je staat, maak die verbinding met het zand en adem, adem diep en vergeet nu waar je bent en wie je bent en concentreer je op je adem en je lichaam en laat alles los en open je rechterhand en strek langzaam je arm en doe hetzelfde met je linker hand en arm, voel die strekking in je vingers en ontspan en buig ietsje door je knieen en plaats je rechterbeen naar voren en sta je goed en ga nu langzaam met je rechterarm naar boven langs je hoofd en strek zover je kan en buig langzaam je lichaam naar beneden en steun met je linkerarm op je rechterbovenbeen en beweeg je hoofd omhoog dat je het voelt maar doe het langzaam en voorzichtig en als je wat voelt is dat groene pijn en…..

Als hij zijn ogen open gedaan zou hebben had hij het doorzichtige blauw van de hemel gezien, het uitspansel, het oneindige, daar ergens waar zijn geest had moeten rondzweven, dat wat het resultaat had kunnen zijn van de oefeningen, de bewegingen waaraan hij zijn lichaam, dat magere afgetobde maar toch getrainde omhulsel had blootgesteld. Al sinds zijn jeugd had hij dit eens willen doen, in de beslotenheid van zijn kamertje oefende hij de Surya Namasker, nu een halve eeuw later dan eindelijk Hatha Yoga, met de voeten in het ochtendnatte zand met de ruiszee als muziek, strandyoga. Traag was hij erheen gefietst, zoals hij als kind naar de tandarts fietste, nog niet wetend of hij werkelijk mee zou doen zoals hij vroeger de tandartspraktijk soms voorbijreed en weer naar huis ging, afspraak of niet.
En het was precies zoals hij het verwachtte, geen afgetrainde Yogi’s met knotjes bovenin het haar, maar te gezellig kwebbelende middelbare vrouwen. De helling naar het strand afdalend kon hij nog steeds ontsnappen, net doen of hij voor zijn vaste zondagochtendwandeling kwam of de rituele skinnydip verderop, waar het strand leeg was en geen hondenuitlaatmannetjes te bekennen, maar tot zijn eigen verbazing kwam hij tot stilstand en hoorde zijn stem die vroeg: ” Of hij ook mee mocht doen?” Hetgeen enig gelach uitlokte en een vrolijk ” Ja natuurlijk!” van de vrolijke Yoga meesteres.

In het ogenschijnlijk verlaten lichaam draaiden – in een lagere versnelling weliswaar – zijn gedachten doelloos verder. Zen, was hij nu Zen, was dit het ‘ Grote-tot-rust-komen’, nee daar was zeker geen sprake van, het teveel aan indrukken, de spierpijn, die groene pijn die lekker voelde, het koele zand onder zijn rug, de groep mensen in de cirkel waarin hij lag, het zoute windje dat langslispelde en de stem van de meesteres; “Laat alles los, voel je lichaam, bevrijd jezelf” en de rustgevende tonen van de klankschaal die traag over het strand langszweefden en tevens zijn uitdijende aura dat hoog boven hem zacht contact maakte met dat van zijn buurvrouw, de mooiste vrouw van het hele gezelschap en met wie hij samen, voor de groep vooruitlopend over het strand, had gesproken en die heel gewoon heel Hollands Judith heette.

Over 700 meter neem de afslag

ik wil je omarmen
en omhelzen
ik wil er voor omrijden
en omvallen
ik wil je omsingelen
en omhalen

Keer om en neem de afslag
volgens mij had ik hier
rechtsaf gemoeten

Ik moet omkeren
en omleiden
ik moet omroepen
en ombuigen
ik moet omwaaien
omverwerpen

Keer om en neem de afslag
en strooi wat lekkers
bestemming bereikt
ik ga ontvoeren
en ontdooien
ontploffen

uit ‘Wispelturig als de wind’

In bed with Madonna

Het was een zoektocht
naar aandacht
begrip en troost
een luistrend oor
geborgenheid en
openheid en wijsheid
vergevingsgezindheid
stilte, liefde en plezier
maar ook naar
spanning en sensatie
warmte, hartstocht en bevrediging
uitputting en bevrijding
muziek en zang en dans
maar dat vooral
die zang

uit ‘Wispelturig als de wind’

ja

Je zegt altijd JA
je zegt nooit nee
JA tegen cookies accepteren
tegen koffie altijd JA
en Ja tegen vaccineren

Je vrienden* weten het al lang
zeg nooit intimi*
ook al ben je bang voor ecstasy
je zegt altijd JA
je zegt nooit nee
JA tegen thuiskomen
en of je meegaat
Ja tegen stoute dromen
tegen weggaan in de kou
tegen ochtendgloren
Ja tegen de pompoensoep van je vrouw
en tegen dingen die niet horen
Jawel

Je zegt altijd JA
gestopt met nee zeggen
Ja tegen het leven
Janee, je zegt geen nee
het is misschien maar even

uit ‘Wispelturig als de wind’