Heineken

En ik zal afdalen langs gitzwarte pistes met donderend geweld, ik in mijn helderwitte wetsuit met oranje accenten. Avalanches achter me latend en blondines en brunettes wiens lokken vanonder hun modieuze helmkes uitpiepen in verbijsterde betovering. En sneller dan de ijswind zal ik carven en jumpen met mijn matzwarte Rossignols over gapende gletsjerspleten in ijle wolken van het witste poeder. En mijn glimlach zal mijn gebronsde gelaat openbreken en de harten van allen op mijn weg dalwaarts doen smelten.

Ooit zwoer ik op het graf van de te laat overleden Idi Amin dat ik nooit van z’n leven op wintersport zou gaan, never never nooit zou inschepen op de vleesfabriek ook wel genoemd cruiseschip, musicals, Venetië en Benidorm bezoeken, bungeejumpen en nog enkele activiteiten en zie: waarheen ga ik? En dat zelfs twee keer? En dat zelfs binnen één (1) maand? ‘ Op WinterSport’. Jawel. Tja, als je mij vraagt of ik meega, dan loop je een zeker risico, dat ik inderdaad ja zeg en meega.

Offpiste zal ik gaan en urenlang omhoog stampen op mijn vellen in volstrekte eenzaamheid tot ik door de Scharte ga en rechts omhoog langs scherpe graten en langs Seracs en Wächtes die mij vanachter mijn gouden goggles sardonisch vriendelijk lijken toe te grijnzen.
En ik zal, voordat ik me dalwaarts stort, de gestroomlijnde helm nog eenmaal vaster snoeren en diep ademhalend mijn longetjes vullen met zuiverst-grote-hoogte berglucht.
En nog eenmaal zal ik om me heen kijken en her en der een bergprofiel herkennen, Dente de la Parachée dichtbij, Mont Blanc iets verder en ver weg Sextener Rotwand en Gross Venediger waar ik eens bovenop stond of ook juist net niet.

WinterSport, akkoord, deze hellingen bevinden zich meestal in een berggebied, een streek waar ik, zoals mag worden verondersteld bekend, mij graag ophoud. Welteverstaan dan liefst zonder andere levende wezens op twee benen. WinterSport, ik zie er de zin niet zo van in. Zinloos, overigens, net als bergbeklimmen. (waar ik dan wel weer het nut van begrijp)

Als dan de steilste steilte afneemt en de boomgrens nadert en ik met onheuse doodsverachting het sprookjesbos induik zal ik laverend, in split seconds de dikste bomen ontwijken, om dan de vloeiende almen te bereiken waar paarse koeien vredig grazend verbaasd opkijken.
En eenmaal in het dal arriverend, zal ik na honderden meters rutschend tenslotte tot stilstand komen en deuren van bronstige kroegen openstoten en armzwaaiend roepen: “Biertje, 0,0 %!”

En als laatste zal ik dan maar weer het licht uitdoen in de ozo gezellige StammStube of Bistro, waar ik de lange avond de hitte van de tegelkachel danwel openhaard trotseerde en ik plots niet doof was en oorverdovend verstaanbaar en ik zal, toch weer geheel alleen, in de maanverlichte straten op zoek gaan naar een bed in een verduisterd chalet, ergens in het romantisch wit besneeuwde skioord terwijl de melkweg dichtbij lijkt. Dichterbij dan ooit, toch jammer, dat ik, alleen ik dit zal waarnemen.

Februari

Het is me meegevallen. Alleszins. Niet zoals in de periode van 1983 – de geboorte van mijn dochter tot oudejaarsnacht van het jaar 2000 – dat ik gestopt was met roken en daar nog steeds dermate veel moeite mee had, dat er momenten waren van wanhopig zoeken in oude jassen naar kruimels tabak teneinde daar met een half vloeitje een armzalig sjekkie van te paffen. Neen. Het kostte me verbazend weinig. Geen lange avond wachten tot Eega naar boven vertrok om stiekem toch een glaasje wijn in te schenken, in een limonadeglas ter camouflage (NB). Natuurlijk, er waren de diverse nieuwjaarsborrels, waar ik met een zekere trots verkondigde niet mee te doen. Het was niet moeilijk, men vulde al zelf in; “Aha dry January”.

Het leek me wel goed mijn levertje even wat rust te gunnen. De honger naar drank te stoppen, de gewoonte te doorbreken, indachtig de slogan van enkele jaren geleden; ‘drank maakt meer kapot’. Ik wilde het niet zover laten komen zoals mijn goede vriend T. Waits al zong: “I don ’t have a drinking problem, ‘cept when I can’t get a drink”. Midden in die drooggelegde maand was er de reeds lang gemaakte date en de met mezelf gemaakte afspraak, die avond mag het, dan drink ik. En ik wil hem, de heerlijke roes, ik hou ervan.

Dat een avondje op schreeuwniveau praten in diverse volle etablissementen met beginnende keelontsteking, chronisch kapotte stembanden, eerst wijn en later bier niet bevorderlijk is voor de strot zal ook een geheelonthouder kunnen invoelen. Dat ik in mijn geestdrift met vertellen een vol glas rode wijn van het piepkleine tafeltje smashte en daarmee een voltreffer veroorzaakte op de off-white teddyberen jas van de uiterst beschaafde dame aan het belendend tafeltje heeft niets van doen met teveel drank, ik had er pas een op, zo’n rooie.
Later die nacht, toen wij door de stille donkerte huiswaarts zweefden en ik overliep van geniale ideeën, in de ietwat merkwaardige bebouwing van de onderhavige straatjes architectonische schoonheid ontdekte en meer dan goed voor me was van mijn vrienden hield, besefte ik, dit is hem weer, die heerlijke roes. En toch, ook dat hielp, de volgende ochtend, om met hernieuwde kracht de rest van de maand January aan te vatten.

Voor de goede orde, lieve lezers, zoveel drink (dronk) ik niet. Er zijn mensen in  mijn omgeving die meer drinken. En, áls ik drink, ik heb geen kwaaie dronk, ik ben een blije drinker, hooguit wat overmoedig soms. Niet zoals T. Waits: “ and in the bottom of my glass, I see her face in there….” En om nu te zeggen dat ik drink, alleen wijn, rode wijn. En bier. Niet zoals dhr. J. A. Deelder zijn gin-tonic; “Gin, een wolkje tonic en geen groente er in.”
Vriend en vinoloog Harry, een gezworen drinkmakker, samen dronken wij hoeveelheden, ooit op een historische zomeravond uitsluitend raki, knikte mij begripvol toe hoe ik terugkwam van de bar, en naast zijn Chauvignon blanc mijn perensapje plaatste.

In de vorige eeuw, toen ik in perioden van training naar een bepaalde hardloopwedstrijd, niet dronk, meldde ik mij op feestjes tot hilariteit van de aanwezigen soms met medeneming van een six-packje Buckler. Het was niet te drinken en met dank aan een brallende conferencier nu niet meer verkrijgbaar. Ik beloof hier schriftelijk, én digitaal, mij in de toekomst af en toe, met opgeheven hoofd te wenden tot een groen flesje met op het etiket 0,0 %.

 

toch tradities

Schreef ik laatst nog over tradities, die voor mijn part mogen verdwijnen, tot mijn schrik merk ik er zelf een in stand te houden. Na hoeveel jaar kan men spreken over een traditie, wanneer is het zover. Een select groepje deelnemers weet waar ik op doel. Zij, die vroeg opstonden, op de eerste zaterdag van het nieuwe jaar. Berubberlaarst of anders improviserend pogend droge voeten te behouden, indien nodig, in de Biesbosch waar omstandigheden moeilijk voorspelbaar zijn.

In voorzichtig zonlicht, ruggelings tegen het zwartgeteerde hout van de Keet nipte ik van m’n koffie. Merkwaardig sfeertje hier, in de verre omtrek vermoedelijk, behalve die twee reeën, niemand. Een klein stukje terug hing zeer dichte mist, geen verkeersgeruis van de Moerdijkbrug drong tot hier, dat aanhoudend gerommel op de achtergrond, dat kwam van de stad. Het was oudejaarsdag en daar, in Dordrecht was het al gezellig. Daar genoten enkele fanatici van Thunder Crackers, Bazooka’s en Cobra’s, speelden voor Trumpje en keken wie er langst geen oog of vinger verloor. En zo doe ook ik graag mee met de nieuwe geboren traditie, – en nu citeer ik vrijelijk een cabaretier – de traditionele jaarlijkse discussie over het jaarlijkse wel of geen vuurwerkverbod. Volgens wijze politici die ons land besturen wil het volk dit, we willen knallen, het milieu verpesten, lekker zinloos geld verspillen.

Traag wandelde en fietste ik terug, dwars door een droomlandschap van grillige wilgen die opdoemden in dichte mist. Bij de aanlegsteiger zat het zo potdicht dat ik me even afvroeg of de pont nog wel zou varen. Werkelijk niets te zien of te horen. Tot een zacht brommen hoorbaar werd en pas bij het aanmeren een vage contour in beeld kwam. Gelukkig, ik hoefde niet via Werkendam en Gorinchem terug.

Ieder jaar melden er zich enkele mensen aan die zin hebben in een frisse neus, stukje wandelen na al die feestdagen, nieuwsgierig zijn naar een onbekend stukje natuur vlak bij huis, of sterke verhalen hebben gehoord over bizarre waterstanden. Met de Nieuwjaarswandeling gaan Kees en Rienk sowieso elk jaar mee, dit keer zijn er negen aanmelders waarvan drie zich weer afmelden, dat maakt een club van zes. Prima.
Het is droog, niet erg koud, de bruggetjes liggen boven water en precies modderig genoeg. Gezellig keuvelend maken mensen, klimmers en wandelaars, die elkaar wel en niet kennen, het rondje. Het is niet te ver, alleen het weer, dat is een beetje saai, geen sneeuw, of storm met jagende wolkenluchten, grijs, waar de zon zich niet doorheen geschenen krijgt. Tocht tradities, pakweg duizend Rivierenlanders gingen nog niet mee naar de overkant: zaterdag 2 januari 2021, nieuwe kansen.

Op die mistige oudejaarsdag groef ik de sleutel op in een van de vele ‘handige’ zakken van m’n jack, het hangslot zag er hetzelfde uit en jawel hij paste nog, de sleutel van de Zwarte Keet. De griendwerkerskeet uit 1912, gerestaureerd in 2000, waarvan de sleutel tijdens de eerste zaterdag van het nieuwe decennium van 2020, alle goede voornemens ten spijt, nog thuis op het nachtkastje lag, vergeten.

Excuses van E.

Oplettende lezers zal het ongetwijfeld niet zijn ontgaan dat langs deze pagina’s gewag werd gemaakt van enkele – niet bijster interessante – fragmenten van brieven tussen twee – mij niet onbekende – vriendinnen. Vriendinnen die liever anoniem blijven, bij voorkeur niet bij naam en toenaam genoemd worden. Onlangs was besloten verdere publicatie van de correspondentie niet voort te zetten. Correspondentie, dat mag helder zijn, die ook heden ten dage nog immer voortgaat.
Wat schetst mijn verbazing, schrijfster van de brieven aan E., de penfriend dus van E., wiens naam of zelfs initialen onbekend bleven, deed onlangs mijn brievenbus klepperen met een heuse brief, rechtstreeks aan mij gericht. Jawel, een schriftelijke brief, helemaal echt, in een door haar lippen dichtgelikte envelop, compleet met postcode en postzegel, inderdaad, ze bestaan nog, die zegels.

Hieronder wil ik, met toestemming van de schrijfster aan E. een fragment van haar brief met u delen. Mij bereikten namelijk geluiden van grote consternatie en vertwijfeling alom. Wie was / is toch die E. en wie o wie toch die ander. Het zal duidelijk zijn, dit zal onduidelijk blijven. De dames in spé hechten grote waarde aan hunner privacy. Tot voor kort konden zij ongestoord over straat en hoewel E. , zo vertrouwde zij me ooit toe in een moment van intieme ontboezemingen, zich kon voorstellen wel een BN-er te kunnen zijn, een zekere hunkering naar roem was haar niet vreemd.

Fragment uit de brief van de schrijfster aan E. aan mij:
……en je weet, ik ben de moeilijkste niet, maar als ik dit geweten had dan had ik me wel 2 keer bedacht. Jij strijkt al het geld op en ik zit met de ellende. Gelukkig ben ik niet zo van de selfies en zodoende nog best wel anoniem, hihi. Maar laatst toen E. en ik zaten te shoppen in Breda kregen we toch best wel vervelende opmerkingen van die Brabo’s en dat komt dus door jouw. Als jij alles op internet knalt.
Maar goed, ik wil ook en dat wil E. ook, onze excuses aanbieden voor de verwarring die gebeurt is. Harry staat er ook achter dat ik dat doe, dus. En verder kan ik dan meteen aan iedereen dit leest voor het nieuwe jaar de allerbeste wensen doen en dat iedereen veel liefdevolle brieven mag ontvangen en gezondheid want dat is het belangrijkste……

Beste lezer, ik heb niets te verbergen, dat van dat geld, dat valt nogal mee. En met genoemde ellende ook, kan ik u verzekeren, zo beroemd zijn ze niet geworden, nog niet. Klaarblijkelijk hadden de dames het er onderling ook over gehad, schriftelijk of mondeling, maar toen ik E. benaderde, ik ben van hoor en wederhoor, vertrouwde E. me toe dat haar correspondentievriendin nu eenmaal nogal, volgens haar, een ‘aandachtvragend tiep’ is.
En dat het met die aandacht eigenlijk best wel was tegengevallen. Maar goed, ook zij was van mening dat ik voor ‘chaos en warboel’ had gezorgd met het openbaar maken van die fragmenten. Dus hierbij wil ook ik mijn welgemeende excuses maken, mocht ik lezers dezes in verdwazing hebben gestort. Wanneer u mij persoonlijk benadert ben ik desgewenst bereid woon- of verblijfplaats van E. en haar prenfriend prijs te geven.

* Bij de foto, de twee schrijvende vriendinnen aan het shoppen, rechts E.

‘A little help’

Tradities zijn er om overboord te gooien, dingetjes zoals nieuwjaarsbrandstapels, rotjes mogen blijven, gillende meiden ook liefst, overig vuurwerk, legaal of illegaal terstond verbieden. Nieuwjaarswandelingen daarentegen gaan ten allen tijde door, zoals ook de eerste vrijdag na Kerst. Die staat vast, dan gaat de GGE op pad, dat geheimzinnige genootschap van vrienden, Bergliefhebbers. Trokken zij traditioneel de Hoge Venen in, sneeuw vrijwel gegarandeerd, nu echter, net als vorig jaar ontdekken zij steeds andere gebieden, streken waar de stilte heerst.

Wat zou het leven zijn zonder vrienden, vijftig jaar geleden zong Joe Cooker het al tijdens Woodstock. ‘With a little help from my friends’. In deze tijd van Top Tweeduizenden en -Quizzen, zijdelings wat geschiedenis mag wel even. Het nummer, geschreven door Paul McCartney, werd een enorme hit door de eigenzinnige zang en presentatie van Joe Cooker en zijn performance op Woodstock werd een van de hoogtepunten van het festival.

En stil was het, in de Waterleidingduinen. Er was geen race op Zandvoort, athans niet hoorbaar. Wel een vreemd zacht gerommel, om de twee minuten, wanneer een vliegtuig opsteeg van Schiphol, maar ook dat geluid verstomde naarmate de groep van vijf dieper het gebied introk. Naald en loofbos veranderde in struikgewas in duingebied in strand, waar zee en lucht nauwelijks van kleur verschilden, het was een prachtige dag. December zonlicht strooide warm licht en maakte alles nog net iets mooier. De vrienden maakten een rondje van zeventien kilometer en spraken in wisselende samenstellingen over de toestand in de wereld, (klein-)kinderen, geliefden, hogere doelen en welke bergen. Verder noteerden zij; een Vlaamse gaai, brilduiker, smient, boomkruiper en uiteraard tientallen reeën en herten die hooguit verveeld even omkeken.

‘Ah, with a little help from my friends
Don’t you know I’m gonna make it with my friends?
Ah, with a little help from my friends
I promised myself I’d get by
Ah, with a little help from my friends

 Zacht zing ik, zo hard ik durf, mee, de volgende avond, en het is makkelijk want de tekst wordt geprojecteerd, boven de band die het speelt. In de stampvolle ‘Main Stage’ is het jaarlijkse (traditie) Top 2000 Event en wat er hangt is fantastisch; sfeer. Geïnitieerd door vier kerken is een keuze gemaakt uit de muziekgeschiedenis en het thema vanavond is ‘vriendschap’. Het kerstgevoel en de slogan, ‘niemand mag met kerst alleen zijn’ nog even vasthouden of zoek ik het te ver. Niet alleen liefde voor bergen verbindt, ook muziek brengt mensen samen. Omgekeerde wereld, je verwacht het niet, gratis toegang, terwijl voor het natuurgebied van gisteren entree werd gevraagd.

Klimmaatje en ik, we doen ons best, kunnen beiden even goed zingen en dat is helemaal niet erg, de band speelt op volle sterkte. Van dichtbij schreeuw ik in haar oor over Joe Cooker en Woodstock uit 1969 en ze kijkt me vragend aan, de tekst kent ze, dat wel. In deze setting is een goed gesprek wat lastig – “verder kijken, waar gaan we heen, wat gaan we klimmen”, maar wat geeft het.

‘What would you do if I sang out of tune?
Would you stand up and walk out on me?
Lend me your ears and I’ll sing you a song
I will try not to sing out of key’

Ari, de wereld is rond

Aangespoord door de onvergetelijke dichtregel van de onlangs heengegane Deelder J.A.:
“Hoort, men werpt een atoombom”,
welke zin, niettegenstaande gruwelijkheids dezes, krult onhoudbaar een niet wijkende glimlach om mijn lippen en nestel ik mij gerieflijk naast de smaakvolgehangen kerstboom, derhalve ik voel, het kan weleens gaan vloeien. ‘Astanblaft’, om met dhr. Deelder te spreken. Die zin staat, blijft staan en wordt veelvuldig aangehaald, thans na zijn verscheiden en dus vierenzestig jaar nadat hij deze klinkende vijf woorden opschreef, te weten op de respectabele leeftijd van elf (11) jaar.

Vooropgesteld, ik behoor niet tot de lieden die zich onmiddellijk, nadat een publieke figuur is doodgevallen, op de borst trommelend naar voren werpen en luidkeels verkondigen dat zij tot de intiemste vrienden van desbetreffende behoorden. Verre van, echter Jules, ik mag Jules zeggen, mocht op een zekere sympathie mijnerzijds rekenen, temeer ook daar ik een verwantschap met hem voelde. Niet alleen voor de rauwe dichtkunst maar ook voor zijn stijlgevoel en de liefde voor de schoen. * In een, toegegeven, mindere periode in mijn leven, er moest nu eenmaal de kost verdiend, rokende schoorstenen en open mondjes van studerend kroost etcetera, toen ik ietwat werkte en dergelijke, trof ik hem wel aan, goedkeurend mompelend, denk ik, naar het door mij zojuist, vers geëtaleerde schoeisel van 85% handmade hoogstaande en premium kwaliteit.

Tevens was ik levend aanwezig bij diverse optredens van J. in den lande. De eerlijkheid schijnt dan in zulke voorkomende gevallen te gebieden, eerlijk te zijn, eenmaal was het gebodene niet te pruimen, dit waarschijnlijk mede te danken aan het gezelschap waarmee hij destijds optrad. Brood en Chabot. Stoned of dronken of allebei, het was abominabel slecht, akkoord, Chabot trachtte de boel nog enigszins te redden. Graag wil ik op deze plaats nog een lans breken voor Dhr. J.A. Deelder. Hij exposeerde eens in de Kunsthal met onnavolgbaar knappe objecten, expositie getiteld: ’Beelder’. Helaas is dat, ook in het grote terugblikken volledig onbelicht gebleven, mijn enthousiasme echter was groots, voor deze beeldige juweeltjes, stuk voor stuk luisterend naar typisch Deelderiaanse namen, zoals ‘Spuit 11’, ‘Locomotrutfantje’ of ‘Deelderaaf’.

Daarbij gevoegd dat hij een meester was in verwarring scheppen, gevoel voor rare taal, plat Rotterdams en of archaïsch taalgebruik, een geheel eigen jargon, paginalang doorgaande zinnen, liefde voor jazz, de kleur die volgens de kleurenleer van prof dr. Iitten feitelijk geen kleur is: zwart, het nachtleven, het veelvuldig de oorlog en den Duitschen medemens er bij halen, nodig of onnodig, de zelfkant van het leven – zijn voorliefde voor Sparta, alsmede zijn overdadig gebruik van bepaalde roesopwekkende stoffen daargelaten – (hoewel ook schrijver dezes graag in een roes verkeert), dit alles en het onweerlegbare feit dat op de dag van zijn verscheiden, ondergetekende  zijn nieuwste boek ‘Hardgin’ zich toe-eigende in de dichtstbijzijnde bibliotheek. Is dat toeval, dat laatste, neen dat kan geen toeval zijn.

Mijn beeldschone dochters heten geen Ari. Maar mijn kleindochter, nu al beeldschoon te noemen heet wel Juul.

*Zie mijn verhaal ‘verliefd’, in swelks het handelt hoe een mens – een man zelfs in dit geval – verliefd kan zijn op zijn nieuwe schoen(en)

 

 

Fragmenten van brieven aan E. (3)

……maar verder, jij nog iets spannends gedaan? Gebruik jij die tajine nou nog weleens, ik bedoel, ja op zo’n workshop raak je enthousiast maar dat zakt dan toch weer af, of heb jij dat niet. En dan dit, die schilderclub waar ik af en toe aan meedoe, daar is nu een nieuwe, echt zo leuk. Echt een interessante man, zou jij ook leuk vinden, krulletjes en breed. Zit nu in een tussenjaar zegt tie, hij heeft gewoon ontslag genomen. Ja zo maak je nog eens wat mee hihi, wil best model zijn zegt hij, voor mij……

lieve E,
hier volgt een tip. Voor die voegen van jou, doe een beetje bleekmiddel op een oude tandenborstel en poets dat in de voegen. Even laten intrekken en dan spoel je het er zo vanaf, of je gaat gewoon effe douchen daarna, kan ook. Zeg, die krulletjes van de schilderclub, hij heeft meegedaan aan zo’n theesessie met dat Ayahuasca, echt iets voor ons. Ik wil dat meemaken, zo’n theeceremonie, eens helemaal in jezelf afdalen. Weer eens iets anders als de sauna. Je schijnt er wel van te moeten kotsen, maar dat kunnen wij wel, toch hihi. Ik weet nog steeds niet hoe die heet, hij is erg aardig, alleen schilderen kan hij niet, hihi……

……lekker ding ben jij ook, waarom heb je me niet wakker gemaakt. Ik ben helemaal verbrand, dat weet jij als geen ander, slapen in de zon dat gaat niet goed. Ik merkte het pas toennet, toen ik thuis was, nou ja komt die Oil of Olaz die ik van jou kreeg toch goed van pas. Beetje jammer, Jaap houdt niet zo van smeren, ach ja, je kunt niet alles hebben……

Fragmenten van brieven van E. (3)

 ……volgende keer betaal ik hoor, het was weer veel te gek. Ik weet nu nog niet hoe we in die wijnbar terecht kwamen, was dat nou vóór die Brabo’s of zaten die daar al? En al helemaal niet hoe ik thuisgekomen ben. Dát we heel thuisgekomen zijn… Soms denk ik weleens dat ik er te oud voor ben geworden, voor dit soort gedoe. Ach ja meid, je leeft maar één keer hé. Even iets anders, je wilt niet weten hoe schoon de badkamer is geworden, niet dat Harry ook maar iets opvalt……

……toch grappig, ik merk het direct als Har bij jou is geweest, loopt dan met zo’n glimlach te stofzuigen, is mij goed hoor, jullie zitten best op een lijn volgens mij. Ik kan er nu ook beter mee omgaan, jaloezie is een slecht energieveld. En al helemaal voor een steenbok als ik. Wat je laatst zei, hoe lang wij schrijven, ik heb eens teruggebladerd, op zolder heb ik een doos met onze brieven , weet Harry niet hoor, maar we zijn begonnen alweer haast tien jaar geleden. Jubileum schrijfsters zijn wij, klinkt bijna als ouwe vrijsters hihi, lieve groet van je E.

……zijn net terug van de stalling – de hele week die boot voor je deur is ook niet alles hé, de buren zullen wel denken – maarja Harry had niet eerder tijd, vind ik jouw briefje. Ja sorry, ik was te druk met sturen, ik moest persé sturen van hem dus ja, dat jij dan achterop ligt te pitten. Zeg, die thee, best jammer ook dat je toch niet durfde, het was echt te gek. Eerst in zo’n zweethut waar je bijna van je stokje gaat, niet van de hitte maar van de wierrook of wat ze daar stoken. En dan die thee, ja niet vreemd dat je daarvan moet kotsen, dat is zeldzaam smerig. Kind, ik ben wel drie keer over mijn nek gegaan. En die inzichten, nou ja, misschien komen ze nog, maar nee , ik heb niks gezien. Enne, ik hoor niks meer over krulletjes……