
Voor hen die deze drie letters niets zeggen: Concert at sea. Binnen gehoorafstand van mijn datsja, caravan zoals Eega het pleegt te noemen, ‘het huisje aan de zee’, heet het voor de kleinkinderen. Datsja, een woord aan mijn vocabulaire toegevoegd dankzij het ‘dikkeduimen’ verhaal van Halbe Zijlstra (Halbe Datsja) over zijn logeerpartrij bij Poetin. Hoe de man hierna nog vrijwel dagelijks durft op te draven bij diverse talkshows. Met zijn middenscheiding. Die datsja van mij (ons), van Eega mag ik het niet ‘De Wagen’ noemen, is een oase van rust, aan de kust dus. Vlakbij het strand en toeristisch vertier is toch op een kwartier fietsens verkrijgbaar. Voor hen die ook bij Concert at sea geen lampje gaat branden; het is zoiets als Pinkpop of Lowlands. Een driedaags muziekfestival maar dan in tegenstelling tot deze twee zonder overnachtingen.
Van de 45000 bezoekers per dag is op mijn tuinbankje niets te merken, bij zuidenwind. Anders wordt het wanneer de wind uit een andere hoek waait, het is slechts luttele kilometers verderop. Toen UB40 optrad kon ik gewoon meezingen, ik was toch onhoorbaar, zo luid en duidelijk kwam het binnen. Meestal echter zijn het alleen de dreunende bastonen, moeilijk op te maken welke muziek
erbij hoort. Nu terwijl ik dit schrijf komt één couplet steeds wel helder door en ik ken het:
‘And I don’t want the world to see me
‘cause I don’t think that they ‘d understand
When everthing’s made to be broken
I just want you to know who I am’
Google zegt me dat het oorspronkelijk van The Goo Goo Dolls is, nooit van gehoord. Google zegt ook dat het gezongen wordt door James Arthur, ook nooit van gehoord, klinkt wel lekker.
Concert at sea is niet zoals de meeste festivals klein begonnen. De Zeeuwse band BLØF gaf in 2003 een concert aan de Schelde en dat werd meteen bezocht door 40.000 mensen. In de jaren daarna groeide het uit tot dat wat het nu is. De locatie is uniek te noemen, letterlijk aan zee, op de Brouwersdam, waar het publiek de zon achter de diverse podia in zee ziet zakken. Dit jaar waarschijnlijk tot opluchting, want er is een meerdaagse hittegolf en die stookt de grote asfaltvlaktes op de dam zinderendheet. In volstrekte eenzaamheid dwaalde ik gisteren over mijn geliefde strand, aan de horizon de contouren van het festivalterrein met de kenmerkende rood-witte vuurtoren. De tienduizenden in de hitte daar, werkelijk niemand hier en het zoute water was koel.
De derde dag is het minstens zo heet maar met overtrekkende onweersbuien, stortregen en een enkele keer grote hagelstenen. Een beetje festival heeft recht op minstens één bui en op Cas slaat de bliksem in een geluidstoren. Als de regen oorverdovend klettert op mijn dastja’s dak en de rollende donder klinkt denk ik onwillekeurig terug aan Woodstock 1969. Toen daar een enorme bui losbarstte en het terrein met de honderdduizenden bezoekers veranderde in een modderpoel. Die apocalyptische beelden staan nog op mijn netvlies: ‘Keep away from the towers!’
Die nacht blaast de wind met volle kracht de hardrockbeat afgewisseld met a-ritmische donderslagen mijn kant op. Buiten koelt het lekker af, binnen hangt de warmte nog, ik zet de airco een standje hoger.
(schilderijtje ‘Concert at Sea’ is gemaakt op een ander eiland, in ongeveer 5 minuten, jaren geleden al, ten tijde van het concert aan de overkant)








