‘De Echte Roman’

Beste lezers, lieve lezeressen, ik kan het jullie nu wel vertellen, misschien is het nog terug te kijken, ik was contractueel verplicht het stil te houden: mijn tv debuut was daar. Weliswaar niet op prime time op NPO1, slechts bij een regionale Belgische zender, ROB-TV, maar alla. Zoals meer Nederlandse schrijvers, is ook ondergetekende meer geliefd over de grens, of zoals de Belgen zeggen, over de krop. Dus zodra mij werd gevraagd of ik soms goesting had, welja!

Eerst wat uitleggen, waarschijnlijk onbekend bij u, mijn boek ‘De Echte Roman’ was vorig jaar in België een bestseller. De verkorte versie heeft u wellicht gevonden op de website onder het pseudoniem gerarddentoonder, getiteld ‘De Zandman’. Welnu, of ik eens wilde komen klappen over dat boek, wat heeft dat succes mij gebracht en vooral wat betekent het, op zoek naar de diepere lagen. Subiet meer over dat laatste. Spoorslags geraakte ik dus bij de studio in Wijgmaal, een dorp bij Leuven. Mij was reiskosten en een goede fles beloofd. Ietwat zenuwachtig was ik wel. Eerlijk gezegd, mijn Vlaams is niet zo goed.
Maar toen ik eenmaal in de make-up zat en Goedele Liekens binnen stapte viel alles van mij af. Toeval of niet, ook zij had net als ik, een zwarte coltrui aan. Ik zat goed, want hierover had ik zo mijn twijfels gehad. Hoe positioneer ik mij als Nederlandse schrijver, het plaatje moet kloppen. Neen, geen ambetante hoodie zoals Giphart, geen fel colbertje als Siebelink en zeker geen uitgezakt corduroy jasje met roos op de schouder, ’t Hart.

Toch sloeg de schrik mij nog om het hart, beste lezers, het was niet, zoals ik dacht een intiem één op één gesprek, van Dis-achtige setting, kamertje met boekenkast, wat zal het zijn, rood, wit, of water? Neen, op een ongemakkelijk lage bank naast Goedele en aan de andere kant een mij, nu nog steeds onbekende Belg, die kennelijk onweerstaanbaar grappig was en Eva de Roovere, die voor de uitzending begon het publiek, jaja, rondom ons zaten enkele rijtjes publiek, met haar hitje ‘Fantastig toch’ de stemming al danig oppompte. Vooral het publiek dat achter me zat baarde me zorgen. Ik was er vanuit gegaan dat alleen mijn voorkant in beeld zou zijn en de mottengaten op de rug van mijn coltrui niet zichtbaar.
Was het daarom dat ik slecht uit mijn woorden kwam, nadat ik goed begon met de quote dat ik mij, met mijn Zeeuws-Vlaamse roots, vaneigens altijd al een kwart Belg voelde. Of was het door de bruine ogen van Goedele die ik nu van wel heel dichtbij op mijn rechterwang voelde staren. Of toch gewoon toen de zeer rap van de tongriem gesneden Emile van den Steenbruggen bleef doorvragen naar de ware toedracht van ‘De Echte Roman’.

Awel, hield ik mij op de vlakte, er moet altijd iets te raden over blijven, dat noopt de lezer verder te lezen, om te slaan, hij wil het weten, de ware toedracht, de waarheid. En zo kon ik meteen, jawel, zo commercieel ben ik dan wel weer, reclame maken voor mijn roman ‘De Waarheit’. Wat bleek, Emile had het gelezen en ontdekt dat ook hier de hoofdpersoon op tragische wijze om het leven komt. Ik kon er mee weg komen dat nu eenmaal alles in het leven deels fictie, deels autobiografisch is en dat het misschien iets is voor literaire psychologen onder ons en dat ik hou van open eindes. Goedele redde me met te zeggen dat een rijke fantasie een zegen is, zoals zij dat kan zeggen met die Vlaamse zachte G: ”Een Zégen….” Mijn zwarte coltrui was inmiddels doorweekt en het werd tijd voor het laatste item, Eva de Roovere die haar nieuwste hit kwam pluggen.

In de tv – en filmwereld is het goede gewoonte om te eindigen met een cliffhanger. Zo wil ik besluiten met de scoop, dat de filmrechten van ‘De Echte Roman’ bijna zijn verkocht. En dat het na de uitzending nog lang lawaaierig bleef in het dorp ten noorden van de oude universiteitsstad Leuven. En ook dat Eva nogmaals, nu heel zacht, bijna fluisterend zong:
‘Slaap lekker ding
Want jij is lastig
Nog meer jij is fantastig toch’

Advertenties

Knuffelkunst

 

Soms moeten er keuzes gemaakt in het leven, geldt die met jezelf gemaakte afspraak even niet: wat het eerst in de agenda staat, dat staat. Komen er kansen voorbij, zijn er nog interessantere zaken. Plots viel daar de uitnodiging op de digitale mat, klimmen in Duitsland. Op een bijzondere plek, Landschaftspark Meiderich. Dit was er zo een, dan moet alles wijken, dan ook een prijsuitreiking.

Schreef ik laatst over het nieuwe beeld van Willem van Oranje in Dordrecht, toegegeven, hij staat daar niet slecht, nog wat patina erop neerdalend en over een paar jaar is alsof het er al jaren staat, van mij mag het wel iets moderner. Vervreemdende kunst in de openbare ruimte, ik hou ervan. De vraag mee te doen met de wedstrijd ‘Beelden Verbeeld’ beschouwde ik meteen als een opdracht, een die ik mezelf graag gaf. ‘Maak een eigen versie van het beeld van jouw keuze, een van de vele beelden in Papendrecht, alles kan, foto, schilderij, verhaal of gedicht.
In een split second wist ik welk beeld dat zou worden. Altijd, wanneer ik er langs vaar met de Waterbus, gebeurt het weer. Het beeld verandert van vorm. Zo eenvoudig is het beeld, in feite niets meer dan een grote cirkelvormige dikke staalplaat, doorgezaagd, een helft in een hoek van negentig graden gedraaid, rood gespoten, klaar, maar zo geraffineerd. Beetje jammer dat het niet helemaal vrij staat, gemeentewerken begrijpt het niet, storende bankjes, lantaarnpaal en de onvermijdelijke prullenbak.

In Duisburg was iemand die goed kon nadenken. Wat doen we met het enorme hoogovenscomplex. Die in 1985 al gesloten, in de oorlog zwaar beschadigde, maar weer herstelde oude fabriek uit 1902, gaat we niet slopen. Industrieel erfgoed, bewaren, park er omheen en openstellen. Zie daar Landschaftspark Meiderich. Tevens festivalterrein en Klettergarten.
Wij rijden door het donkere Ruhrgebied, naderen de suburbs, in dit geval die Vororte van Duisburg en vrijwel meteen doemen hoge torens op met cirkels van licht en in neonletters; Europa. Met een sleuteltje krijgen we de slagboom open, rijden het terrein op en parkeren voor de Nordparkhütte, eigendom van de DAV, Deutsche Alpen Verrein.

En dan, later die avond leef ik in een surrealistische droom. Het Bl’ Héros ensemble, wat in de Franse Alpen klom, gaat op avontuur. We dwalen over het fabrieksterrein waar het stil is en in het donker de staalconstructies spookachtig staan te zijn, hier en daar kleurig verlicht. Verweerde betonnen muren, onverwachte open ruimtes, gietijzeren kolommen met klinknagels. Ketels, weer een plein, omsloten door torens van ingewikkelde staalconstructies en een hoge schoorsteen met de volle maan ernaast en wat is dit mooi. Honderden foto’s zou ik willen maken.
In de verte zweeft geluidloos, de stilte nog benadrukkend,  een groep mensen met fakkels, spooky. Is dit echt, ben ik dronken, het lijkt een film, onwerkelijk, ben ik stoned. We gaan een paar trappen op omhoog, tot een hek dat verdergaan belet, het afsluit. Wij, klimmers, klauteren er gemakkelijk buitenlangs. Hoger gaan we, over griezelige open trappen langs roestende ketels en buizen en stangen, ze lijken van fluweel in het maanlicht. Op iedere etage is het uitzicht anders en valt mijn mond letterlijk open. Ik kan mijn gevoel, mijn enthousiasme niet onder woorden brengen en mijn vrienden schieten in de lach, wat is dit waanzinnig mooi. Stiekem klimmen we nog twee keer over een afsluitend hek tot we boven zijn, hoger nog dan de Europaletters die gigantisch zijn. Magisch.

Knuffelkunst
Het ‘rode ding’
dat komt als eerste bij je op
stil staan de beelden langs de oever
aandacht vragend
stil staan ze daar, in weer en wind
maar vooral dat rode, dat rode daar

 Wat het eerst te binnen schiet
dat  is dat ‘rode ding’
dat intrigerend beeld
hoe vaak je langs voer met de Waterbus
– nooit meer Fast Ferry zeggen –
hoe verzwikte je je oog

 Even was je afgeleid
je keek terug, plots stond daar een ander beeld
dat is het mooie van dat ding
je vaart er langs, de vorm verandert
dat is het mooie
van het ‘rode ding’

Lucien den Arend maakte het beeld, het stond er al, vóór alle andere op de boulevard. Al even vreemd als de sculptuur zelf is de titel: 2.2.3d.2 staal

De volgende dag beklimmen we de ruwe betonnen muren en torens tot onze vingers en tenen teveel pijn doen. Mijn inzending zal dan niet gewonnen hebben, maar mijn keus voor Meiderich wel.

 

Rollercoaster

Het is de schuld van Danny Vera. Met dat lekkere, tot vervelens toe in je hoofd hangend ‘Rollercoaster’. Nooit gedacht dat ik dit woord nog eens zelf zou gebruiken, wanneer je weer een of andere aansteller hoort zeggen: ‘O, mijn leven is zó’n rollercoaster op dit moment’. En toch, bij het afrekenen wist ik het al, hier moest ik over schrijven, haastte me naar huis en dan alles tegelijk, pc aanknallen, boodschappen op verschillende plekken opbergen, ondertussen het koffieapparatski instrueren, te binnen schietende steekwoorden opschrijven om niet te vergeten.

O, man wat heb ik het druk. Ik moet er zo vandoor, naar Duitsland, dagje klimmen. Omdat het kan. Wel nog snel de wc’s doen, is mijn taak (nooit zeggen; voor het vrouwtje) en de groene container van de straat halen en ik ‘doe’ nog even stofzuigen, niet nodig maar dat vindt zij fijn, ik doe het voor haar, niet voor het stof. Ik ben een multitasker. O, wat kan een pensionado het druk hebben – hoe heb je er ooit nog bij kunnen wérken. Oppassen op het knapste kleinkind van het westelijk halfrond, de dagelijkse tienduizend stappen – wie-heeft-dat-verzonnen, luisteren naar je lief en dan weer een rondje, zo hard mogelijk, gedoseerd, op de fiets door de polder. De krachttraining en Tai-chi tijdens Pauw of Jinek. (hoe dat straks moet als Eva bij RTL4 zit, je kijkt principieel geen RTL) Dan heb je die dochter en schoonzoon die verdwenen zijn. Lost, ergens op een onbewoond eiland, in de Zuidelijke Atlantische oceaan, buiten whats-app- en alle bereik, onvindbaar. Plus dat andere stel dat voor de grote Vertrekoperatie staat, dat worden weken van verbouwstof, en de geur van, wat zal het deze keer zijn, Histor of Flexa. My life is a multitasking rollercoaster. Family intriges, en wandelingen en goede gesprekken, kortom het cliché van, het houden van vele ballen in de lucht.

In de Dolomieten, waren wij, na een week met z’n drieën min of meer lichamelijk en geestelijk uitgepraat. Zaten lodderig achter een drankje, kwam daar de vraag, ‘waar ben je bang voor, in de toekomst’. Pas nu weet ik het antwoord; ziekte, lichamelijk of geestelijk. Dat is de drijfveer, to stay in shape. Sorry mensen, binnenkort schrijf ik misschien alles in het Engels, als je afhaakt; can’t blame you. Dan zit er maar een ding op, om dat vreselijke woord te gebruiken, de uitdaging, challenge. Nu weer de nieuwe gekte; intermittend fasting, flexibel vasten. Daar doe ik dus aan mee, in de angstvallige poging gezond te blijven, begrijp me goed, ik wil absoluut niet afvallen, laat dat duidelijk zijn. Geef mij een zak chips en een pak Sprits plus een reep chocolade, werk ik zo weg, no worries! Ik denk dat het werkt, erin geloven, dat werkt. En ook de geest in werking stellen dus, de angst stilletjes weg te zakken, die is er. Nauwgezet bij blijven, alles bijhouden, dus deed ik mee aan de wedstrijd Beelden Verbeeld met: ‘Knuffelkunst’. Binnenkort hier meer daarover, ik ga nu snel mijn rugzak inpakken. Ik was gestopt met klimmen, maar ga nu door tot ik zeven kleinkinderen heb en eindig deze column, voorspelbaar met toch weer een songtekst.
‘Here we go
On this roller coaster life we know
With those crazy highs and real deep lows
I really don’t know why
And I will go
To the farthest place on earth I know
I can travel all the road, you see
‘Cause I know you’re there with me’

Het is nu eenmaal zo, I have those multitasking rollercoaster blues. Sorry folks, that ’s all.

Kees en Geheime Strand

Hij had die museumkaart nu eenmaal niet voor niets, dus. Direct na openingstijd, op een doordeweekse dag hoopte hij de GGG, de grote grijze golf te ontlopen. De golf die de Nederlandse musea overspoelt. In een rechte lijn snelde hij naar de zalen waar Kees hing. Prachtige schilderijen, woest expressionistisch, van boeketten en vele malen steeds het atelier van Kees. Kees Verwey, moest hij bekennen, nooit van gehoord, maar wegens de vele posters in de stad, wie was die man. Sterker nog, nu was hij weer op weg. Het was zo’n zondag dat het nooit licht leek te worden, zou het ooit nog stoppen met regenen? Last minute, digitaal een ticket gekocht, voor de lezing over deze schilder, in de hoop meer te weten.

De eeuwenoude platanen in de museumtuin maakten de donkere natte dag nog donkerder en natter. Eenmaal binnen zocht hij een plekje voor zijn druipende jas en zwarte paraplu en voor zichzelf in De Zaal vol bovengemiddelde leeftijd een stoel op een hoek. De lezing bleek letterlijk een lezing, de presentator las zijn tekst voor. De beamer toonde slechts een stilstaand beeld, het zelfportret van Kees Verweij. Eerlijk waar, hij probeerde het, het was te saai. Hij staarde naar buiten, naar de besloten binnentuin waar een fantastische zee van witte bloemen, Ruden Horinzontalis, de sombere dag oplichtte. Na enige tijd het witblonde haar van de sjieke dame, die de spreker inleidde en die nu pal voor hem zat, bestudeerd te hebben stond hij het zichzelf toe. Onwillekeurig te verdwalen in zijn gedachten, angstvallig ervoor wakend een geïnteresseerde blik op zijn gezicht te bewaren. En vrij snel bevond hij zich elders.

Het was druk geweest op de parkeerplaats, veel drukker dan hij gewend was. Het was niet doordeweeks, het was zaterdag, wandelaars, fietsers, mannen-met-hond, vogelaars met hun verrekijkers. In het haventje echtparen die hun bootjes klaar maakten voor de winter. En het was best mooi weer, ook dat was hij niet gewoon, liever was hij hier met mist of regen, hoe stiller hoe beter op het Geheime Strand. Hij wachtte, wachtte lang, drentelde heen en weer, zou zij nog komen. Steeds meer auto’s reden aan, met mensen die zich verkleden, in groene T-shirts van ‘Natuurlijk Sportief’. Hij wachtte langer, de groenen bekeken hem, hij glimlachte, geheimzinnig.

Onder de oude wonderlijke wilgen, die omgevallen, half in de rivier liggend, een intiem beschermend dak vormden, daar had hij gezeten, met haar, die toch nog was gekomen. Zij, die zo benieuwd was, waar dat dan toch was, dat ‘secret beach’. Met een omweg waren ze gegaan, kon hij vertellen, over Nieuwe Natuur, Ruimte voor de Rivier. De vogelobservatiepost, de plekken met de bevervraat. Hoe vaak was hij hier geweest, zijn plek. In stilte, onontdekt toen, Verboden Toegang, om zichzelf te vinden, te hervinden. En de rivier die verder stroomde en alles, boze gedachten en herinneringen meenam, naar zee. Het Geheime Strand bleek zo geheim niet meer. Het was er hen te druk, de groene T-shirts renden, klommen in bomen, sprongen in en uit het water. Kajakkers kwamen aan gepeddeld en meerden aan op het strand. Verderop aan de oever, daar waar het stil was onder de grijze wilgen, achter de stenen, daar zat hij met, tja, wie was zij – met die raadselachtige glimlach, dat zal altijd een mysterie blijven – op een omgevallen boom en ze dronken koffie, terwijl riviergolfjes zachte spatgeluidjes maakten die hun gesprek overstemden, het geheim hielden.

Er klonk applaus en hij was weer terug in de zaal. Of er nog vragen waren. Na een snelle laatste blik in de zalen van Verwey met de wilde boeketten, portretten en ateliers, half zichtbaar achter de ruggen van de GGG, ontvluchtte hij het museum. Geheel tegen zijn principe was hij met de trein stadwaarts gegaan, het was hem iets te druilerig. Hij worstelde zich met de zwarte paraplu naar het mistroostige station, swipete zich doorheen de poortjes en was nog net op tijd om het rode achterlicht van zijn trein te zien verdwijnen in een gordijn van regen.

 

Dordrecht de Gekste

Na tijden van afwezigheid, uitstapjes naar Damascus, Bogota en verscheidene, u reeds bekende,  bergstreken in gezelschap van vogels van diverse pluimage, nu wederom neergestreken in Dordrecht (de Gekste) en nee, we gaan het niet hebben over zaken die Niet-Dordtenaren niets aangaan, zoals bruggen die gebouwd gaan worden en stadions niet, de gaten van Piet, het Stadswerven beeld (ja!), maar over vreemde dingen.

Evenmin over vermeende woningnood (niks nieuws, was er in 1220 – jawel, op een paar maanden na, 800 jaar geleden, ook al), of die Nieuwe Dordtse Biesbosch nu wel of niet mooi is. Zijn vier windmolens op het eiland van Dordrecht veel? Over de waanzin van sommige orthodoxen die persé dat oude postkantoor willen herbouwen (openluchtmuseum = in Arnhem). Al helemaal niet over het nieuwe stadskantoor op de Spuiboulevard, zeg dan gelijk wat het gaat kosten. Dat postkantoor, nog even, een flauwe afspiegeling van het Amsterdamse Postkantoor achter het paleis op de Dam – now we ‘re talking.

En nee, ik kom er niet op terug, immers al eerder op deze pagina’s besproken; ‘rotondekunst’. Die verkwanseling van openbare ruimte, goedkope reclamezuil voor winkeliers en kruideniers. Geef mij maar Knuffelkunst, binnenkort hier meer info. Het ging me om Willem van Oranje en de onthulling van het beeld door prinses Beatrix. Laat die arme mevrouw toch lekker thuisblijven. Dus niet over de gemiste kans van enig ‘iconisme’ met de bebouwing van Stadswerven.

Ook niet over de geweldige herbestrating van de historische binnenstad, echt een verrijking, het kost wat, maar dan ligt er ook wat, mooie materialen. Ik wil het ook niet nog belachelijker maken, dat er nu weer enkele mislukten een plan hebben voor de prachtige Engelenburgerbrug. Die moet ingrijpend gerestaureerd, wat wordt er bedacht: vervang hem dan maar meteen voor een romantisch ophaalbruggetje. Gekkies! Wat wel super is, de aanleg van wilde bloemenperken in de groenstroken als schuilplaats voor de resterende insecten, in een laatste poging de planeet te redden.

Nu dan, ten eerste is daar de vraag, waarom in hemelsnaam zoveel jaar na dato nog weer zo’n Willem figuur neerpoten. En dan heb ik het nog niet eens over de vraag of we dit mooi moeten vinden. Smaken verschillen, ik had er liever iets anders gezien, waar je over kunt nadenken, wat je verrast, dat iedere keer weer anders is. En wat is de betekenis van deze knaap in de geschiedenis. De gebroeders de Wit, enkele honderden meters verderop, in groen brons hebben daar geheel andere gevoelens over, maar dat is voer voor Dordtologen. Dan de kwestie dat kunst tongen doet losmaken. Dat gebeurde met het plan dit beeld te plaatsen wel, er kwam zelfs de actiegroep; ‘Ikwillemniet’. Kunst moet verwarring zaaien, vraagtekens oproepen, in dat opzicht is Groene Willem, hij is nogal groen, ik voel een bijnaam op komen, De Hulk, in meerdere opzichten geslaagd.

Hoe het ook zij, ik was erbij. Geen actie, geen boegeroep helaas. Braaf stond ik daar als onderdaan tussen de onderdanen. Het zicht op Bea en werd ons ontnomen door de pers en daar kwam nog de stoet prominenten en regenten weer voor. De burgermeester sprak 37 woorden, onze ex- koningin trok aan een koordje en stapte in de verlengde blauwe Volvo, makkelijk verdiend.

Willem van Oranje staat vlakbij het Hof, de Statenzaal, moet ik het nog uitleggen, De Dordtse Synode, die dan dit jaar weer wordt herdacht. En de Statenbijbel, die daar wordt herschreven door een robot, waarom moet dat zolang duren, dat schiet niet op zeg, mijn ‘Brother’ is sneller. Willem staat in de Hofstraat, waarvan iedere Dordtenaar weet dat de geveltjes nep zijn, Willempje past daar dus eigenlijk wel….

is er rookkaas in Bogota

De klok was groot en stoffig, lange slierten spinnenweb die stof verzamelden bewogen schokkerig in de wind. Zo’n typische stationsklok hoog in de nok, de secondewijzer stokte even bij de twaalf en de minutenwijzer sprong een streepje verder. De kleinste wijzer was een uur lang ongemerkt doorgeschoven en stond nu op drie. Op de bruinroestige architraaf eronder hurkte een slecht in zijn veren zittende duif. Die zich onhandig omdraaide, zijn ene poot was slechts een stompje. De grote ruiten waren vuil en verweerd. In spiegelbeeld de letters met de naam van deze stad.

Dat het alles slechts met moeite zichtbaar was op dit tijdstip van de nacht sprak voor zich. Mijn ogen waren echter al aan het schemerdonker van deze hal gewend. Ik rekte me eens langdurig uit en checkte nogmaals de klok. Het schoot niet op en wat duurde de nacht lang. Vanuit dit lage standpunt leeg de hal nog hoger, vanaf de grond, de vuile tegels die dof glansden, de rug verschanst tegen het koele marmer van een brede pilaar. Het was beter dan niets, de beste plekken tegen de zijwanden waren bezet. In beslag genomen door gestrande reizigers, zoals ik. Maar meer nog door allerhande vreemd volk, zwervers, daklozen en junks. Het bood een vreemde aanblik, vele tientallen duistere figuren, al of niet slapend met hun koffers, rugzakken en rommelige plastic zakken. De vloer van versleten hardsteen probeerde nog iets van zijn oude grandeur te tonen. Het werd bemoeilijkt door de rommel, het vuil en plakkerige plekken van gemorste dranken.

Ik werd moe van het afweren van de hardnekkige aanbieders van drugs, seks en waardeloze horloges. Ergens was het leuk, het spel te volgen zoals het zich voor m’n ogen voltrok. En gevaarlijk, ik paste er wel voor op, ergens in betrokken te geraken, zag het vlak voor me gebeuren. De keurige heer met zijn flightcase, die werd aangesproken door een andere, ogenschijnlijk nette heer. Zodat er aarzelend een portemonnee werd getrokken en een briefje overhandigd. Onmerkbaar snel flitste er een hand in een colbert en was de ene heer, de keurige, zijn telefoon kwijt. Of iets anders, dat kon ik niet zien en ik keek dan ook nadrukkelijk even de andere kant op. Eigenlijk moest ik dringend naar het toilet. Maar die wc’s, daar bleef je liever weg, daar gebeurden dingen waarvan je het bestaan niet eens wilde vermoeden.

Langzaam verschoof  het perspectief en een nieuw vers landschap werd zichtbaar in de verte. Groene velden, omzoomd door donkere heggen. Een paard van heel dichtbij, ik zweefde erboven. Geluiden klonken dof, alsof ze kwamen vanuit de kamer hiernaast. De zwarte Amerikaanse politiewagen zwenkte langs, maakte een ruime bocht en kwam naast me tot stilstand. Zenuwachtig dacht ik: paspoort. Bukkend keek ik in het donker van de lange Buick Skylark, die leeg was.

Mijn hoofd maakte vreemde bewegingen en botste tegen koel marmer. Met een ruk schoot ik wakker en slaakte een harde kreet. Heel even was ik in slaap gesukkeld en meteen zat er een zwerver aan mijn tas. Door de schrik was ik klaarwakker en bleek het makkelijker dat nu te blijven. Nog maar een uur nu en dan zou er geruimd worden. Kaartcontrole geflankeerd door politie. Wie geen kaartje had werd weggestuurd, gearresteerd of erger. Voor de zoveelste keer voelde ik in mijn binnenzak, daar zat mijn ticket. Er begon wat mager daglicht de hal in te stromen. De donkere schaduwen schoven op en gesloten rolluiken, in onbruik geraakte loketten en nog meer slapende gedaanten werden zichtbaar.

Kriskras over het rommelige stationsplein met bellende trams en volgas optrekkende bussen, paste ik les nummer een toe. Bij aankomst in een vreemde stad: doe alsof het jouw stad is. Loop doelbewust ergens heen, kies gewoon een straat. Let wel op dat die straat nu net niet de hoerenbuurt is. Aan de overzijde van het plein stond, zoals het hoort, een wat verlopen hotel. In de straat een wisselkantoor, de sigarettenboer en de krantenkiosk. Een headshop met waterpijpen en iets met doodskoppen achter het raam. Een verdwaalde dierenwinkel zonder dieren in de etalage. Een foute lampenzaak. De coffeeshop, een Chinees hotel met Chinese massagesalon.

Dan een brave broodjeszaak waar ik twee broodjes met rookkaas kocht, eindelijk, heerlijk! Een belwinkel waar zuidelijke types belden. Een Chinese meubelzaak. De zon maakte lange schaduwen in de straat, waar doorheen een gele tram reed. Op de stoepen behoofddoekte vrouwen en getatoeëerden met breedpotige honden aan de lijn. Chinezen op de fiets met boodschappentassen. In de buurt van de daklozenopvang daklozen, ik had het idee zelf ook niet heel lekker meer te ruiken. Een nachtje in het station en de lange treinreis in broeierige coupés.

Op de hoek van de straat was een café, de deur stond open en in een opwelling liep ik meteen naar binnen, de schemerige ruimte in, bestelde bier en keek rond. Druk was het niet, in de hoek, zo te zien een paar stamgasten die kennelijk nog konden roken. Bij het raam een jonge vrouw verdiept in de geheimen van haar laptop. De kastelein schoof ongeïnteresseerd mijn bier toe en wendde zich naar de stamgasten. Ik pakte de krant van de bar, Nederlands nieuws, lang geleden, maar kon m´n aandacht er niet bij houden. De laptop werd dichtgeklapt, er werd afgerekend en de vleug Egoïste, die langs zweefde deed me opkijken. Het ranke silhouet wat heel even in de deuropening te zien was geweest bleef als een nabeeld op mijn netvlies hangen.  Dat toepassen van les nummer een, was nergens voor nodig. Dit was de stad waar ik was opgegroeid. Elke straat kende ik, elke steeg, in bepaalde wijken zelfs de huisnummers, had ik hier niet jarenlang een krantenwijk?

Believe

 

Heeft u dat nou ook? Dat, bij het lézen over een liedje, u het onmiddellijk ook hóórt? Zelfs de eventueel bijhorende beelden ziet? Als ik hier nu neerschrijf dat Cher – ja ze leeft nog – onlangs optrad in Ziggo Dome, schallen dan terstond bepaalde melodieën door uw gehoorgangen? Is dat het geval, welnu dan gefeliciteerd, wij zitten wij op eenzelfde golflengte en ik stel voor te tutoyeren.

Cher- hoe zou het met Sonny zijn – is inmiddels 73 en treed nog steeds op. Cher, u weet wel, die vrouw met onwaarschijnlijk veel haar en die wel eens leek te vergeten een rokje aan te trekken, met die wat bijzondere stem, die soms elektronisch nog iets vreemder vervormd werd. Heeft u dat ook, ik las een recensie over die show, las over de song Believe en direct klonk dat in mijn hoofd, heb jij dat ook? Ik zocht het op in Youtube en liet het door mijn woning dreunen. Heb jij dat dan ook, dat je dan door de kamer stuitert, dat je daar blij van wordt. Gewoon een lekker dansbaar nummer. Dat die stem zo vreemd overslaat neem je op de koop toe. Terwijl de tekst helemaal niet zo blij makend is en Sonny, haar ex, is trouwens al jaren dood.

 ‘Do you believe in life after love
I can feel something inside me say
I really don’t think you’re strong enough’

Dat over Sonny vond ik op internet – thanks to Google – en daar zag ik nog veel meer songtitels. Die vrijwel allemaal om voorrang vochten rondom mijn buisjes van Eustachius. Ik hoop bij jou ook, kijk wat er gebeurt: ‘The beat goes on’, ‘ I got you babe’, ‘Little man’ En? Iets gehoord? Indien het antwoord nee is ben je waarschijnlijk te jong…….

‘If I could turn back time
If I could find a way
I’d take back those words that have hurt you
And you’d stay’

Nu wel hoop ik, dit is toch wel bekend. Met die clip op dat vliegdekschip, dat ze dat rare pakje, of nou ja, ’pakje’, draagt, wat ik toen best opwindend vond en eigenlijk nu nog steeds best gek. Waarschijnlijk is zij, en met haar al die andere zangers en bands, kortom de hele verrekte muziekbusiness schuldig aan die dichtgeslibde Eustachiusbuizen van mij. Tuurlijk, ik had van de volumeknop af moeten blijven. Helaas, hoe dover je wordt, hoe harder je ‘Believe’, met die lekker in Autotune vervormde voice afspeelt. De bliebjes uit de koptelefoon in de geluiddichte cabine bij ‘mijn’ Audicien klonken steeds hoger en steeds zachter, net zo lang dat ik alleen maar dacht nog iets te horen. Hoorde ik daar nog iets, ik geloof het wel…….

‘After love, after love
No matter how hard I try
You keep pushing me aside
And I can’t break through
There’s no talking to you

Do you believe in life after love
I can feel something inside me say
I really don’t think you’re strong enough, now’

 Heeft u dat nou ook, dat je nooit fan was van Cher, maar dit wel goeie nummers vindt?