Alle berichten door dentoonder

It’s impossible. But doable.

3

(deel 3 van 5)
Zaterdagmorgen vroeg liepen wij – te voet – het slaperige Harlingen binnen. Bij de haven was het druk, rolkoffers en eilandbewoners, Vlieland, Terschelling. We ontbeten op een bankje, droog en uit de wind. Friezen zouden stug zijn? Niet waar, ze zijn buitengewoon vriendelijk. Vers droogvoer ingeslagen voor die avond maar het water wat ik kocht, was water met een smaakje. Zelf was ik wel nieuwsgierig welke smaaksensaties dat zou geven, Knorr Spaghetteria Carbonara met frambozen smaak. Riem had dat minder en dus was ik genoodzaakt me naar de sportkantine van de Harlingse hockeymeisjes te begeven. Daar baarde ik enig opzien met de vraag of ik een paar liter water kon kopen. Jammer was wel dat op dat tijdstip nog slechts alleen de pupillen trainden. Deze dag was de regen verdwenen, de wind was gebleven. Toenemende pijn in de heupen, de knieën vielen mee, rechtervoet niet, die deed pijn. Op het smalle pad verschool ik even tegen de wind achter Riem. Op zijn rugzak was een badge genaaid. Everest Trek Nepal. Herinnering aan onze gezamenlijke trektocht door de Himalaya. Die ochtend kreeg ik een  appje van dochter Martine: Erik Arnold is overleden na de beklimming van Mount Everest. Zijn vijfde poging, die slaagde, overleefde hij niet. Hoezo, ik heb pijn in mijn voet?

Verder: Wijnaldum – Midlum – Harlingen – Kimswerd – Dijksterburen – Strand – Zurich (Afsluitdijk) – Pingjum – Hilardes – Wons – Engwiel – De Weeren – Makkum.

Haalden we dat? Net boven Makkum was een camping?
‘It’s Impossible”
zei ik en Riem antwoordde natuurlijk:
“But doable”.

In de loop van vele jaren trektochten maken hebben we geheel eigen jargon ontwikkeld. Woorden en uitdrukkingen die teruggrijpen op eerdere voorvallen. De slogan voor dit tochtje was uit de film ‘Entrapment’ met Sean Connery en Catharine Zeta-Jones. In de verte doemde een kerktorentje op. Daaruit putte ik moed, de route liep steeds ver van de bewoonde Friese wereld. Ik moet een terrasje, kinderachtig, maar ik moet.

De laatste kilometers haalde ik m’n Leki’s tevoorschijn. Rechtervoet wilde niet verder en alles zat los en het gras was hoog. Ik hou ervan, afzien. En spierpijn is lekkere pijn. Vlug de tent opgezet, het onderkomen voor de voorspelde wolkbreuken en onweersdonderbliksems. De wind viel weg en de lucht was vreemd. Vlak achter de tent liepen schapen, ik meldde me aan het hek. Onmiddellijk kwamen ze me allemaal begroeten. Heel even, alleen die ene, dat zwarte schaap bleef staan. Hypnotiseerde me met haar gele ogen, liet zich langdurig over haar wang aaien en ze luisterde naar me. Tot het donker was keken Riem en ik naar de lucht, vertelden verhalen, op de harde picknickbank met thee en Southern Comfort en cashew noten. Net voor ik insliep begon het geruststellend gezellig zachtjes te regentikken op het tentdoek.
(wordt vervolgd)

It’s impossible. But doable.

2d

(deel 2 van 5)
“Hoeiemiddei”
Een volledig natgeregende Fries groette ons vriendelijk. Eigenlijk de enige levende ziel die we tegenkwamen deze middag, als je de schapen, kievieten, koeien en de bruine kiekendief niet meerekende. En de twee wijzende vingers van de vrouw achter het keukenraam. Ze wees ons de weg, over haar erf liep de route verder. We bestudeerden het routeboek, is Wijnaldum nog haalbaar? Volgens mijn knieën niet. Volgens Riem:
“It’s impossible. But doable.”
Altijd maar doorgaan, regenbroek uit, jas aan en jas uit. In Friesland kun je ver kijken, vlaktes vol productiegras. In de verte injecteerde een boer de mest. Hier en daar een megastal. Soms een weiland bespikkeld met zwart wit vee onder een rij windmolens. En de tankwagen van Campina. Op het erf van een boer in Wijnaldum mochten we de tent opzetten. Beschutting: geen. Die nacht wakkerde de wind nog aan. Het leek of de windmolen pal boven de tent op hol sloeg. Ik sliep slecht.

Riem startte de brander op, zonder thee kan hij niet lopen, dat geldt voor mij met koffie. De beangstigend grote boerderijkat – familie van de lynx? – vroeg om aandacht. Zo vroeg we gisteren de beschutting van de slaapzak opzochten, zo vroeg vertrokken we deze ochtend.

Wês in sinnestriel, in oar hat der ferlet fan

Verderop hoorden we klaaglijk geblaat in de ochtendstilte. Aan de overkant van een brede vaart stond een lammetje tot zijn buik in het water. De dijk erachter was te steil voor hem om terug op te klimmen. Bij de eenvoudige Friese arbeiderswoning konden wij de verantwoording afschuiven aan een slaperige man in een ruwwollen trui, blauw. Dierenvrienden, altijd geweest.
(wordt vervolgd)