Mensenmens

image1

“Ik ben een peoplemanager.”

Zij, die deze zin uitsprak, tijdens een overigens weinig vruchtbare sollicitatie mijnerzijds, een uit optimisme, gekunstelde vrolijkheid en ingebouwde autoriteit samengestelde vrouw, was filiaalhouder van een globaal wijdvertakt concern. En niet onaantrekkelijk bovendien. Ware het niet dat voorgaande eigenschappen mij op haar zouden doen afknappen. Doch dit terzijde. Dat peoplemanagen, dat is het. Dat is zo van nu. Om te voorkomen dat je niet wegzinkt, verzuipt in het hele grote masjien van zo’n wereldwijd radarwerk, dat concern. Dat er met je geschoven wordt als met stukken over een schaakbord. Met het grootste gemak wordt je ook weer van het bord geveegd.

Als een pion terzijde gelegd. Of je mag opdraven elders, waar en op welk moment het de Grote Leider goed acht. Eenmaal ingelijfd voor een tijdelijk werkverband met ongrijpbare beloftes als leaseauto’s, bonussen en iets langere contracten ben je dus overgeleverd aan de Manager. Een manager die schuilgaat achter: ik moet ook maar doen wat mij wordt opgedragen, door mijn manager. Die optimistische vrouw dus, dat mensenmens.

Op een kille vrijdagavond voegde ik mij toe aan de groep. Van geïnteresseerden, die gegidst zou worden. Twintig mensen luisterend naar de goedlachse en breedsprakerige Henk, de man die alles weet. Over de stad Dordrecht en over Vincent van Gogh, want daarover zou het gaan deze avond. De plekken die Vincent bezocht, waar hij woonde en waar hij werkte. Nou ja werken deed hij niet zoveel, ronddwalen door de stad en de kerken. En brieven schrijven, dat wel. Schilderen nog niet. Wel was hij ook al toen een ‘aparte’. Veel vrienden had hij niet, een enkele schilder en zijn broer natuurlijk. De rondgeleide groep bestaat uit eenlingen en duo’s en volgt stil de gids door de donkere stad. Gids Henk wil zo graag vertellen, vragen beantwoorden. Kan zijn kennis niet kwijt, er is te weinig tijd. Weet zoveel van de stad en hij, mensenmens, kent de helft van de inwoners. In gedachten verzonken loop ik achteraan. Totdat ook ik opeens te weinig tijd heb, ben in gesprek geraakt; een leuke vrouw met gedeelde interesses.

We houden halt in een donker parkje. Bij deze boom, hier stond het huis waar Vincent woonde, die vier hele maanden in Dordt. Henk heeft het zelf uitgemeten, het was 99 meter vanaf de hoek van de Tolbrugstraat, toen een nauwe steeg. En nu snap ik het. Vanuit zijn kamertje kon hij de toren van de Grote Kerk zien. De verlichte wijzerplaat schijnt net boven de huizen uit. Het is half negen.

In de Trinitatiskapel en de Grote Kerk wordt voorgelezen uit brieven die Vincent schreef aan Theo. Plekken die hij vaak bezocht. Waarom hij naar Dordrecht kwam? Vanwege Ary Scheffer, die hij zeer bewonderde, die hier echter slechts twee jaar woonde.

Graag zou ik eens zelf een nachtelijke rondleiding willen verzorgen. Door schaars verlichte straten en smalle steegjes van die oude stad. Langs de kades met het zwartspiegelende water en over de bruggen van de Voorstraathaven waar de gevels schimmelen van ouderdom en geschiedenis en de maan met het licht speelt over de kasseitjes in de Wijnstraat. Zo in het donker lijkt de stad nog ouder, Middeleeuwser. En dan hier en daar in een oud pand de krakende trap beklimmen, bij een gek atelier binnenkijken en dan afsluiten in een obscuur café. Een schuimende Geuze Boon drinken en napraten met de gegidsten. Maar ja, daarvoor moet men een mensenmens zijn.

 

 

 

Kolibrie

p1000111

Het was zo’n dag in februari waarop het lente lijkt. Negen graden, maar uit de wind in de beschutting van de Biesbosch was het warm. Ik zat een tijd te suffen aan de oever van de Nieuwe Merwede. Vreemd hier, een oude strook van gemetselde steentjes, als het tuinpad van je grootvader, maar dat dan als oeverbescherming. Om er te komen brak ik lukraak door het veelal platliggende riet. In de zomer is het hier volledig dichtgegroeid. Ik was op zoek naar bevers. Overal tref je sporen van bevervraat, ze rukken op, zelfs in het Wantij tot dichtbij de stad. Nooit heb ik er een gezien.

Bij de Kop van ’t land is ‘water’ gemaakt. Bedacht als rustplaats voor noordse woelmuis, modderkruiper en die bever. Via buizen kunnen ze onder de Provinciale weg door naar een volgend gebied. Hoe gek wil je het hebben. Op het golfterrein heinen ze nu hele stroken geboomte af om ze te beschermen tegen bevervraat.

Bij de Oosthaven begint de nieuwe doorsteek dwars door de polder; Noorderdiepzone, nieuwe Natuur. Nieuwsgierig als ik ben fietste ik zover ik kon over rijplaten en crosste door blubber en vers gegraven land. Nieuw, haha, hier was ik nog nooit. Bij de Julianaboom aan de Noorderelsweg moest helaas zo’n typisch Dordtse Polderboerderij sneuvelen. Nota bene de eerste boerderij die in 1933 in Polder De Biesbosch werd gebouwd en hij heette dan ook: ’De Eersteling’. Op mijn Externe Harde Schijf heb ik een mapje: Oude Natuur. Foto’s van De Polder, honderden.

In de grienden dacht ik een kleine buizerd te zien, zal wel een valk geweest zijn. En een specht en koolmezen. En best veel mussen. Achteraf thuis opgezocht; dat waren vast geen mussen, maar Cetti’s zangers,een  kennelijk typische Biesbosch vogel. In de digitale zoektocht hiernaar vond ik ook iets anders. Een hele lijst met waarnemingen zoals:
2017-02-19 – Mongoolse Pieper (Anthus godlewski) – Brabantse Biesbosch – Noordwaard – Boomgat ten oosten van Kroonbrug.

Tja. Een collega, een verlegen jongen die nog steeds thuis woonde, vertelde me ooit dat hij een kolibrie had gezien. In de tuin van zijn ouders: ja echt, het was een kolibrie. Steeds bleef ik hem vragen of hij er nog een had gezien. Wat? Een kolibrie!

Ook zag ik heel mooi tegenlicht dat speelde met het mos op de achterkant van de bomen. Ik was opgewonden en blij, ja het gaat weer gebeuren, de zon gaat schijnen. Het was heel stil, het was vredig en er was niemand op die vroege voorjaarsdag. Van Trump geen nieuws. In een griend die niet meer onderhouden wordt zag ik, met tegenwind, een ree. Ik richtte de camera, hoorde drie keer piep en zag de lens zich terugtrekken. Shit, nieuwe camera, oude accu uit de vorige camera en die is dus snel leeg. De piepjes hoorde het reetje ook. Hoelang stonden wij elkaar aan te kijken? Een minuut of twee minuten? Het leek lang. Tot het reetje tenslotte rustig een andere kant opkeek, wegwandelde en oploste in het bruine groen.

Op de terugweg ruimde ik wat rommel op en stopte dat hier en daar in voorbijkomende prullenbakken. Van een stond de deur open. Toen ik die wilde sluiten schoot er een winterkoninkje uit weg. Een lekkere schuilplaats. Onhoorbaar naderde, hij had tegenwind, de enorme binnenvaarder Bansai. In verte stond, aan de oever, een zilverreiger. Kolibries, niet gezien.

Trumpisme

image1

Trumpisme

En ja hoor, Nederland is weer een verkeersbord rijker. Ik zag het gebeuren, het plaatsen. Niet zoals gebruikelijk met drie man en een busje. Een man graaft, zet neer en bevestigd het bord. De andere man rookt en houdt de paal vast en man drie kijkt of het goed gaat, al bellend. Nee, het was een man alleen die alles kon, roken en bellen ook. Dat bord, overigens, daar gaat het me hier om, zegt dat parkeren op de stoep is toegestaan. Verderop, waar de straat zich versmalt en ook de meeste auto’s wonen, deed men dat toch al. Dat is Verboden. Nu mag het. Er staat een bord. Parkeren op de stoep. Mag. Gewoon. Doen. Dat zijn de regels.

Trumpisme is vrijheid. Je parkeert op de stoep of op straat. Maar je kunt je auto ook midden op straat neer zetten. Dat doe je gewoon. Rekening houden met anderen is ouderwets. Dat is vrijheid. Je kunt ook alles zeggen, je geeft je bek een douw. Is iemand beledigd, dat is ouderwets. Of eigenlijk, dat woord ouderwets, dat ken je niet eens. Aan regels doen we niet, schaffen we af. Als je het er niet mee eens bent, doen we met jou geen zaken. Je moet je bek houden, je komt niet meer aan het woord. Je wordt genegeerd, binnenkort sluiten we jouw tent. Je kunt protesteren, dat mag. Trumpisme is vrijheid. Je kunt de media erbij halen. Die schrijven alleen leugens. Dat is nepnieuws.

Honden losloop terrein. Paddentrek. Einde gladheidsbestrijding. Stiltegebied. Allemaal verkeersborden waar we met droge ogen dagelijks aan voorbij rijden. We vinden dat: normaal. Het absurde ervan zien we niet.

Van krantenjongen tot miljonair. Dat kon vroeger in Amerika, zei men. Van idioot tot president, dat kan dus nu, kennelijk. Botheid viert hoogtij. Men neme wat racisme en egoïsme, roere dat goed dooreen, men voege wat snobisme toe, gevolgd door een flinke scheut narcisme en presentere het op een bedje van absurdisme, ziedaar het Trumpisme.

Toorensight

 toorensight

Kijk, de mooiste toren van Nederland staat natuurlijk in Kloetinge. Dat is duidelijk, daar zijn we gauw klaar mee. Een goede tweede zou dan die scheve, nooit afgebouwde, van Dordt kunnen zijn. Onder die toren van Kloetinge ben ik geboren, dus dat verklaart alles. Zo jammer dat Vincent van Gogh er nooit geweest is, in dat stille Zeeuwse dorp. Vier maanden woonde hij in Dordrecht, met schilderen hield hij zich niet bezig toen. Iets anders had hij voor ogen, het hogere, het goddelijke. Een zoektocht naar het geloof, en daartoe liep hij alle kerken af. Predikant, dat wilde hij worden.

Nu zijn er vier maanden lang films, ’van Gogh gerelateerde’ schilderijen, kerkdiensten, avondwandelingen en een lezing. Die lezing; ‘Het evangelie volgens van Gogh’, woon ik bij. De laatste foto die de beamer toont, ‘Korenveld met kraaien’, blijft na de lezing staan terwijl Ilse Bevelander ‘Vincent’ van Don Mclean zingt. (Kloetinge ligt op Zuid Beveland) En ik – sentimentele slappe hap – word bijna emotioneel. Dat korenveld en dat lied (uit 1971) voeren me terug naar mijn jeugd, hoe gelukkig ik daar was. Temidden van die gele, geurige korenvelden die zacht wiegden in een lauwe zomerwind, terwijl hoog de leeuweriken kwetterden. De zwarte kraaien uit het schilderij waren de spreeuwen die verschrikt opvlogen, wanneer mijn vader hard in zijn handen klapte. Vanzelfsprekend is deze herinnering bij mij opgeslagen in het warme van Gogh kleurenpalet.

Flaming flowers that brightly blaze
Swirling clouds in violet haze
Reflecting Vincent’s eyes of China blue
Colors changing hue
Morning fields of amber grain

 Ik ken het lied haast letterlijk uit mijn hoofd. En dat geldt ook voor het tweede lied dat Ilse zingt; ‘Both sides now’, van Joni Mitchell. Jammer dat ze het in de Nederlandse vertaling zingt.

Hoe kan het, dat zo’n bij leven miskende man uitgroeide tot een wereldwijd geliefd schilder. Is het omdat we iets herkennen? Is het sympathie voor het gewone, de underdog? De hulpbehoevende, de arme aardappeleter, die we immers eigenlijk allemaal zijn? En zijn we niet, net als van Gogh, op zoek naar iets beters, het onbereikbare? Vanuit zijn kamertje in Dordrecht keek hij omhoog, had hij uitzicht op die scheve, niet afgebouwde toren, die ook mij nu dierbaar is geworden.

I’ve looked at life from both sides now
from up and down and still somehow
It’s life’s illusions I recall
I really don’t know life at all

Op De Vlucht

p1050016

Het is wellicht wat moeilijk te begrijpen. Varen doe ik graag, honderden keren stak ik de Ooster- en de Westerschelde over. Met mooi weer en met slecht weer. Tientallen malen de Noordzee, van en naar alle mogelijke vertrek- en aankomsthavens. Toch krijgen ze mij met geen mogelijkheid op een cruise. Ik ga dat niet doen, ook al heb ik de noodzakelijke leeftijd nu bereikt. Natuurlijk, daar is het waarschijnlijk veel gerieflijker de nacht doorbrengen in zo’n fraai met kunsthout betimmerde hut, of liever gezegd varende hotelkamer, dan in je slaapzak op een geritselde deckchair achter een schoorsteen, enigszins uit de wind op de ijziggrijze Noordzee. Of onder de tafel in een grote zaal, waar aan het eind een troep Engelsen dronken plezier maakt totdat er een knokpartij uitbreekt en met stoelen wordt gesmeten. Of stiekem in een donkere onbezette couchette gekropen.

Ergens begrijp ik het zelf ook niet, maar telkens wanneer er zo’n lang en laag riviercruise schip onverstoorbaar langsschuift, op weg naar Basel of over de Donau naar Boedapest, dan kijk ik het verlangend na. Wat lijkt me dat relaxed, liggend op een moddervette Auping boxspring of een blauw geruite Hästens  de eindeloze oever langs te zien schuiven. Steenfabrieken, groene heuvels met kastelen er bovenop, staalfabrieken en bergen schroot, pittoreske dorpjes met flanneerboulevards, werven met halve boten op de wal, een romantische stad met verleidelijke lichtjes. Vanuit de beslotenheid van je eigen hut – een verdieping boven je wordt alweer copieus gedineerd, of dansen gekapte dames met gesoigneerde heren een beschaafde foxtrot – schuift dat variërende landschap gestaag aan je voorbij. Je klikt een versgekoelde Carlstein open en klokt het goud naar binnen.

Open dag op HS Esprit – Friendship rivercruises, daar moet ik bij zijn. Ik wil graag zo’n hut met schuifpui zien. Misschien zijn er nog wel drie mensen dat dat ook willen. De Lintsedijk op, langs de rivier tot de Uilenkade. En die staat vol geparkeerd. Wat een belangstelling, driehonderd mensen of zijn het er drieduizend, verdringen zich op de loopplank. Langzaam schuifel ik het schip binnen. Hier is het weldadig warm, links zie ik Romeinse zuilen, een smeedijzeren trap leidt naar het Panoramadek, wat zich uitstrekt over de totale lengte van het schip. Dat dek, dat iets geheimzinnigs heeft, nooit zie je daar iemand zitten, hoeveel schepen er ook Dordt passeren, de zonnedekken zijn leeg. De gebruinde gastvrouw met overvloedige schoonheid houdt mij staande. Eerst moeten er gasten het schip verlaten, voordat ik word toegelaten. Zodoende vertoef ik iets langer in haar betoverende nabijheid.

Dan, in de Loungebar zak ik weg in een lederen fauteuil. In de verte zou ik koffie kunnen halen en gebak. Gratis. Een niet ophoudende rij mensen loopt voor me langs met een halve taart op een bordje. Straks word ik omgeroepen om aan te sluiten bij de rondleiding. “Nee”, zo antwoordde de parelende glimlach van heel dichtbij op mijn vraag, ik was hun gast, ik mocht niet op eigen hutje even ronddwalen. Het is warm, boven het geroezemoes hoor ik het behang van muziek en voordat ik het begrijp staat mijn lichaam op en worstelt het zich tegen de stroom in, terug naar de ingang. “Pardon”, en “Excuus” mompelend slangemens ik naar buiten. Ik vlucht de loopplank over, maar niet voordat ik een laatste blik werp op eerder genoemde hostess. Ze ziet mijn gekwelde blik. De lage zon schiet over de Uilenkade rechtstreeks het HP Esprit binnen en doet haar donkere ogen blinken. Ze lacht haar professionele lach. Eigenlijk wil ook zij aan wal.

Een Brug te Ver

p1000078

‘De tocht gaat ongeacht de weersomstandigheden – IJzel en Te Hoge Waterstanden uitgezonderd – altijd door’.

Om het gebied van de Nieuwjaarswandeling te bereiken diende een stukje gefietst te worden. Daar, in dat afgelegen stukje Biesbosch wordt niet gestrooid. En jawel, juist op de dag van de tocht: IJzel! Na lang aarzelen lastte ik het af. Een wijs besluit, dat bleek de volgende morgen: het laagje sneeuw was bedekt met ijs, spiegelglad.

Een week later was daar de andere uitzondering, Te Hoge Waterstanden. Noordwesterstorm en springtij. De Dordtse kaden konden onder lopen. De Maasland- en Oosterscheldekering zouden misschien gesloten worden. Veel regen en winterse neerslag voorspeld. Kijk, dát zijn pas gezellige omstandigheden voor een bergsportvereniging. Barre midwintertocht extralight. Des te lekkerder zal de koffie smaken in de Griendkeet. De avond tevoren, bij de Nieuwjaarsborrel keken de deelnemers elkaar enthousiast aan, ja joh, hoe dan ook, we gaan gewoon morgen!

 

Zes man en een vrouw schepen in op de pont naar de Brabantse Biesbosch. Waar is die storm gebleven? De zon schijnt, de lucht is blauw en oké, de rivier staat hoog. We fietsen de Spieringsluis over en de Jantjesplaat op. Verassend hoe snel die nieuwe natuur zich settelt. Ook hier is landbouwgebied afgegraven om de rivier de ruimte te geven bij hoge waterstand. En dat is kennelijk gelukt, het staat vol met water. Bij de Jantjeskeet, een voormalige griendwerkerskeet, nu te huur als vakantieverblijf, weer rechts over een smal dijkje terug naar de Deeneplaatweg. Alles op de tekentafel bedacht, hier een dijkje, daar een lage oeverwal, ‘nieuwe natuur’ en toch is het mooi. De lage zon schijnt krachtig over het riet, de jonge wilgjes, eenden, ganzen en verder van alles wat kan zwemmen en vliegen.

Bij het pompgebouwtje Hooge Hof worden de fietsen geparkeerd. We gaan het dijkje op en zien alleen maar water. De hele voormalige polder Hooge Hof staat onder water. Waar is de brug gebleven? Te Hoge Waterstanden. De brug van 35 meter lengte ligt onder water. En wie is tegenwoordig nog in het bezit van rubberlaarzen. Rienk (broer) en ik, dat behoort tot onze PSU – Persoonlijke Standaard Uitrusting – en steken gewoon over. Jan, Elwin wagen het op hun bergschoenen, op de tenen lopend klotst het water net niet langs de sokken. Kees heeft zijn gamaschen heel strak over de schoenen, er blijkt geen water onder door te kunnen. Rienk loopt terug met mijn laarzen en daarin komt ook Kerstin droog over. Maar hoe pakt Rivierenlandvoorzitter Robert het aan. Blootvoets steekt hij over, het water is net boven het vriespunt, het brugdek zo’n open rooster van metaal. Hij geeft geen krimp, lachend haalt hij het. De voorzitter, een voorbeeld voor den Jeugd.

Een ding is zeker, we zullen hier vandaag weinig mensen ontmoeten. Verderop is weer zo’n brug en deze ligt nog dieper. We passen de route aan en keren om. Een smal dijkje net boven water leidt ons richting Deenepolder. Daar is weer een brug maar deze ligt hoog genoeg. We besluiten tot een korte koffiestop in de Zwarte Keet, wat ook de lunchplek zal zijn. Na lang soebatten bij Staatsbosbeheer kreeg ik hiervan de sleutel. In de bergsport is dat een normale zaak, onbemande hutten in de Alpen zijn gewoon open. Of de sleutel hangt aan de spijker boven de deur. Van andere hutten stuurt NKBV Woerden je de Schlüssel per post toe, na betaling van een kleine borg. Maar wat is dit, dertig meter na de brug kunnen we niet verder. Dit hele gebied staat onder water. Laarzen zijn dringend noodzakelijk. Te Hoge Waterstanden. Hier houdt het op, de Zwarte Keet blijft onbereikbaar. Een zwart geteerde houten schuur, waar de griendwerkers verbleven, in de veertiger jaren van de vorige eeuw. Primitief, wat wij nu als sfeervol benoemen. Een deel is ingericht zoals de grienders er toen woonden, cultureel erfgoed. Het andere deel wordt gebruikt als uitvalsbasis wanneer er in de grienden wordt gewerkt. Een deel van de Deenepolder wordt nog als griend in stand gehouden; de wilgen worden regelmatig geknot.

Koffie bij de hoge brug. Deze tegenslag wordt geaccepteerd, het is jammer maar ach. Zoals dat gaat in de bergen, niet elke top wordt gehaald. Het weer bepaald. Terug, nu langs de andere oever van de Hooge Hof polder. En het is zo mooi. In de verte jaagt een bui langs en we krijgen de wind ervan mee in de rug.  De lucht staat als een zwartblauw decor achter de fel beschenen rietkragen, jonge wilgenbosjes en oplichtende watervlaktes waar compositorisch precies op de goeie plek een stoet zwanen poseert. Nog twee keer steken we over met laarzenwissels en tenenlopers. Het is eb en het waterpeil is wel iets gezakt. Robert houdt nu zijn schoenen aan. Op de fiets worden we ingehaald door windvlagen vol hagel die gezellig klettert op de capuchon. Jan spot een ijsvogel en gaat vol in de remmen.

Bij de pont schuilen we in het wachthokje en we lachen en denken nu al terug aan een tocht die zo goed past bij de naam van onze club: Rivierenland. Aan de overkant van de weg staat een bordje met gedichten, voor elk seizoen één:
‘De polder slaapt
onder een grauwe lucht.
IJzige wind slaat mij
bij vlagen om de oren.

Mijn banden drukken
in de pekelsneeuw
vuilwitte sporen.

 Bij de rivier
staat in de straffe wind
het stenen huis
waar ik beschutting vind
terwijl ik wacht.

Straks als ik overvaar
naar de Kop van ’t Land,
zal ik verlangen naar
de witte ruigte
van de overkant.’

Leo van der Laan

 (in de Biesbosch staan overal van deze bordjes, 72 gedichten in totaal)

Bermbom

image1

‘Ergert U niet, verwondert U slechts.’

Dit credo probeer je wanhopig vast te houden. Lang voordat twaalf uur is ,op de laatste dag van het jaar, is het al een oorverdovend geknal. Horen en zien vergaat. Je verwondering slaat snel om, toch ergernis. Voor de zoveelste keer loop je naar het raam om tevergeefs te kijken wie daar nu weer vuurwerk afsteekt. Je zet de tv nog harder en opnieuw een doffe dreun. Zitten we hier in de frontlinie, rukt IS al op? Bam! Was dat een zelfmoordaanslag? Bermbom? Het schijnt te moeten kunnen. Die ene keer per jaar. Het is traditie, dat hoort zo.

Alles moet altijd veiliger in dit land. Onnozele teksten op elke verpakking; keep away from children. Is de vloer glad, dan dient een bordje neergezet: caution, wet floor. Een beetje sneeuw of harde wind en het is Code Oranje. De bunker waar ik jarenlang speelde en mijn kinderen ook, nu afgezet en verboden toegang: valgevaar. Oranje hesjes overal, afzetlinten, pilonnetjes. Binnenkort fiets je verplicht gehelmd. (help)

Een beetje man is tevens pyromaan. Wat mezelf betreft, dat klopt, ik mag graag fikkie stoken. In mijn vorige tuin had ik zelfs een officiële kampvuurcirkel. Als kind stak ik bermen van Zeeuwse dijken in de fik. Een keer liep dat volledig uit de hand. Coming out; ja ik was het, ik beken, dat was niet netjes.

Eerder op oudejaarsdag dwaalde ik door de mist in de Brabantse Biesbosch. Zou de sleutel passen? De sleutel van de Zwarte Keet, die ik tenslotte na lang soebatten bij de boswachters van Staatsbosbeheer te leen kreeg. Hier gaan we volgende week, tijdens de NKBV Nieuwjaarswandeling, lekker beschut onze lunch opeten. In die oude griendkeet, omringd door gereedschap voor het snoeien van wilg en riet, at ik een koude boterham. Het donker gerommel uit de stad, vijf kilometer hemelsbreed verder, van te vroeg ontstoken vuurwerk, verstoorde de Biesbosch stilte. Werd Dubbeldam gebombardeerd? Zorgvuldig sloot ik de deur af met het zware hangslot. In de dichte mist zocht ik mijn weg terug en zag vlakbij de contouren van een ree. Door de Ping! van een Whatsappje sloeg ze op de vlucht. Kleumend wachtte ik op de veerpont. De overkant en niets en niemand te zien. Het zal toch niet waar zijn, straks is die ‘wegens mist uit de vaart genomen’.

Een week later is het zover: Code Oranje, ijzel alarm. En het is ook de dag van de Nieuwjaarswandeling. We zouden op de fiets naar het wandelgebied, de Deeneplaat is niet per auto bereikbaar. Wat te doen? Afblazen? Wij bergsporters zijn toch niet bang voor wat sneeuw en ijs. Wat echter, als een van de deelnemers daar aan de overkant valt met de fiets en iets breekt? Code Oranje. Het halve land ligt plat, honderden aanrijdingen, uitgevallen treinen. Ik voel me verantwoordelijk en las het af.

In de eerste uren van het nieuwe jaar rij je terug naar huis. De brug over, de donkere rivier er onder flonkert in de nacht. De stad is leeg en er hangt een vreemde stilte. Het staakt-het-vuren is ingegaan. Een wapenstilstand van een jaar. Jammer, het gaat lang duren voordat je weer hulpverleners mag plagen, autobrandje kijken en die heerlijke kick van de Decibull, Shockwave, Devil Celebration en de Geisha 1617 Bad SS Box. Knallen! Ach, die ene keer per jaar, lachen man.

Geen Expositie

image1

een expositie wil ik het niet noemen, het is geen galerie, gewoon een gang in een rusthuis. Oké, iets sjieker:

in de corridor van restaurant ‘De Koningshof’ naar verzorgingshuis Dubbelmonde hangen 20 schilderwerkjes: 14 portretten en 6 stadsgezichten.

Drie maanden lang, ik ben benieuwd of ik een (1) reactie krijg.

De Koningshof
Koningstraat 290
3319 PH Dordrecht

‘All along the watchtower

5-52-st-new-york

Steeds weer klinkt die tune in mijn huiskamer, dat ijzersterke, kippenvel bezorgende gitaarintro. Nu in de sterreclame van Chanel. En dat er ergens een uitweg moet zijn. De moeilijk te begrijpen tekst door Bob Dylan geschreven, maar groot geworden door Jimi Hendrix.

Altijd rond kerst zijn er die heerlijke reclamefilmpjes. NB: geen parfum, geen ‘lekker luchtje’, nee, het is alles ‘fragrance’. Met betoverende actrices in sprookjesachtige decors. Dior, J’adore, met Charline Theron, of Chloé met Clémence Poésy en Chanel met Keira Knightley. Ze nemen ons mee in een wereld waar alles mooi is, vredig en zacht en van goud. En dat is wat we willen toch? Zeker met Kerst. We geloven even in een betere wereld. Of misschien ook juist niet en sluiten ons op in onze centraal verwarmde huizen. Blindstaren op de lichtjes in de boom, wat eten en ons koesteren in welvaart. We willen het even niet weten, dat er nog een Allepo is en hoor daar glijdt een arreslee voorbij. Buiten is het leven tot stilstand gekomen, een dik pak sneeuw dempt alle geluid. Boven de witbepoederde bomen pinkelen sterren in de zwarte nacht.

Iets hartverwarmends, eerst een beetje triest en treurigheid en dat het dan op het eind toch nog goed komt, dat zou ik willen schrijven. Een feelgood verhaal. Even is er geen Allepo, geen aanslag op de kerstmarkt in Berlijn. Kom op zeg, je bent zelf net terug van die kerstmarkt in je eigen stad. Het komt ‘dichterbij’, goh, het had ook zo maar hier kunnen gebeuren. Even geen doodgeschoten burgermeester verderop in Budapest. We waren net Parijs en Nice en Brussel een beetje vergeten. Ik wil het niet horen, dat ook op de Zuidpool het grote smelten is begonnen. Soms wil ik leven zonder nieuws. Geen input van tv, krant en internet. Even geen watchtower. En toch, en toch. We moeten het blijven geloven. We bedoelen het toch goed.

 Op een donkere dag voor Kerst duwt Eega me een cadeautje in handen. Het is een doosje met daarin een nog kleiner doosje. Er zit een flesje in met een gouden dop. Het ruikt heel lekker.

‘There must be some way out of here,
said the joker to the thief
There ’s too much confusion,
I can’t get no relief’

Het zijn verwarrende tijden.

Dag Muur

 

winter-2009-053

De Muur ligt plat! Onder de Rivierenland klimmers bekend als de ‘Da Vinci Muur’. Climbing Structure, volgens de bedenkers, Boudewijn Payens en Wim Korvinus. In 1984 gebouwd volgens de toen geldende 1% procent regeling. Bij het tot stand komen van een gebouw met openbare functie moest 1% van de kosten aan kunst besteed worden. Dat kwam goed uit, klimhallen waren er nog nauwelijks en zo ontstond in Dordrecht een van de eerste wanden waar geklommen en geoefend kon worden.

Mijn eerste klimervaring was op een wat achterover liggende bergwand op het eiland Skye in Schotland. De tweede keer op De Muur. Tijdens de Open Dag op deze Da Vinci Muur. Het leek me leuk voor mijn dochtertje en we werden verwelkomt door een groep klimmers die elke centimeter van het beton kenden. Elke woensdagavond waren zij daar te vinden. Voor ik wist was ik in een integraalgordel gehesen en daar hing ik verkrampt aan mijn vingertoppen. Het virus was geboren.

Op het moment dat klimhal Pentagon werd geopend verlegde Rivierenland zijn klimactiviteiten daarheen. Slechts sporadisch ging men nog naar De Muur, wel bleef hij ideaal voor cursussen, standplaats maken en reddingstechnieken oefenen. Er werd een filmpje gemaakt wat nog op You Tube vindbaar is. In de jubileumfilm 50 Jaar Rivierenland zijn zelfs beelden van een niet ingestudeerde voorklimval op De Muur.

Ook ik heb er vele malen geklommen. Zondagochtend: Klimmen en Koffie. Altijd spannend, wie zou er komen? In wisselende samenstellingen beklom men De Muur, precies zoals dat hoort en wat klimmen zo leuk maakt. Soms ook kwam er niemand en beleefde ik een meditatieve zondagochtend. Bram zocht een slachtoffer, de stofzuiger optakelen aan de trap thuis kon hij nu wel. Volgend weekend had hij instructeursexamen in Freyr. Met mij ‘bewusteloos’ bungelend op zijn rug, seilde hij ab, soepeltjes. Vele vrienden liet ik kennismaken met De Muur, hield er zelfs een ‘familiedag’. Het ging niet altijd goed, tijdens een klein moment van onoplettendheid bij een beginnerscursus viel een klimster. Slechts een enkele meter, maar voor haar was het klimmen meteen klaar.

Nu is hij gesloopt. Er was geen sprake van verhuizen, zo’n enorme kolos, die ook nog op lange heipalen is gefundeerd. Wie ging dat betalen? We wisten het, ooit zou het gaan gebeuren, de sloop was onafwendbaar. Boudewijn Payens klom nog eenmaal naar boven. Dat Rivierenland er jarenlang gebruik van heeft gemaakt en er zoveel goede herinneringen aan heeft, vindt hij een mooie gedachte. Toch, het zal leeg zijn, wanneer je over de N3 rijdt en even de blik opzij werpt, daar stond hij, De Muur.

3 filmpjes:

https://youtu.be/FeNcGMUXxf0

https://youtu.be/U29ztY_dfy8

https://youtu.be/idm_ezA_7uc

image1-1