Alle berichten door dentoonder

Rollercoaster

Het is de schuld van Danny Vera. Met dat lekkere, tot vervelens toe in je hoofd hangend ‘Rollercoaster’. Nooit gedacht dat ik dit woord nog eens zelf zou gebruiken, wanneer je weer een of andere aansteller hoort zeggen: ‘O, mijn leven is zó’n rollercoaster op dit moment’. En toch, bij het afrekenen wist ik het al, hier moest ik over schrijven, haastte me naar huis en dan alles tegelijk, pc aanknallen, boodschappen op verschillende plekken opbergen, ondertussen het koffieapparatski instrueren, te binnen schietende steekwoorden opschrijven om niet te vergeten.

O, man wat heb ik het druk. Ik moet er zo vandoor, naar Duitsland, dagje klimmen. Omdat het kan. Wel nog snel de wc’s doen, is mijn taak (nooit zeggen; voor het vrouwtje) en de groene container van de straat halen en ik ‘doe’ nog even stofzuigen, niet nodig maar dat vindt zij fijn, ik doe het voor haar, niet voor het stof. Ik ben een multitasker. O, wat kan een pensionado het druk hebben – hoe heb je er ooit nog bij kunnen wérken. Oppassen op het knapste kleinkind van het westelijk halfrond, de dagelijkse tienduizend stappen – wie-heeft-dat-verzonnen, luisteren naar je lief en dan weer een rondje, zo hard mogelijk, gedoseerd, op de fiets door de polder. De krachttraining en Tai-chi tijdens Pauw of Jinek. (hoe dat straks moet als Eva bij RTL4 zit, je kijkt principieel geen RTL) Dan heb je die dochter en schoonzoon die verdwenen zijn. Lost, ergens op een onbewoond eiland, in de Zuidelijke Atlantische oceaan, buiten whats-app- en alle bereik, onvindbaar. Plus dat andere stel dat voor de grote Vertrekoperatie staat, dat worden weken van verbouwstof, en de geur van, wat zal het deze keer zijn, Histor of Flexa. My life is a multitasking rollercoaster. Family intriges, en wandelingen en goede gesprekken, kortom het cliché van, het houden van vele ballen in de lucht.

In de Dolomieten, waren wij, na een week met z’n drieën min of meer lichamelijk en geestelijk uitgepraat. Zaten lodderig achter een drankje, kwam daar de vraag, ‘waar ben je bang voor, in de toekomst’. Pas nu weet ik het antwoord; ziekte, lichamelijk of geestelijk. Dat is de drijfveer, to stay in shape. Sorry mensen, binnenkort schrijf ik misschien alles in het Engels, als je afhaakt; can’t blame you. Dan zit er maar een ding op, om dat vreselijke woord te gebruiken, de uitdaging, challenge. Nu weer de nieuwe gekte; intermittend fasting, flexibel vasten. Daar doe ik dus aan mee, in de angstvallige poging gezond te blijven, begrijp me goed, ik wil absoluut niet afvallen, laat dat duidelijk zijn. Geef mij een zak chips en een pak Sprits plus een reep chocolade, werk ik zo weg, no worries! Ik denk dat het werkt, erin geloven, dat werkt. En ook de geest in werking stellen dus, de angst stilletjes weg te zakken, die is er. Nauwgezet bij blijven, alles bijhouden, dus deed ik mee aan de wedstrijd Beelden Verbeeld met: ‘Knuffelkunst’. Binnenkort hier meer daarover, ik ga nu snel mijn rugzak inpakken. Ik was gestopt met klimmen, maar ga nu door tot ik zeven kleinkinderen heb en eindig deze column, voorspelbaar met toch weer een songtekst.
‘Here we go
On this roller coaster life we know
With those crazy highs and real deep lows
I really don’t know why
And I will go
To the farthest place on earth I know
I can travel all the road, you see
‘Cause I know you’re there with me’

Het is nu eenmaal zo, I have those multitasking rollercoaster blues. Sorry folks, that ’s all.

Kees en Geheime Strand

Hij had die museumkaart nu eenmaal niet voor niets, dus. Direct na openingstijd, op een doordeweekse dag hoopte hij de GGG, de grote grijze golf te ontlopen. De golf die de Nederlandse musea overspoelt. In een rechte lijn snelde hij naar de zalen waar Kees hing. Prachtige schilderijen, woest expressionistisch, van boeketten en vele malen steeds het atelier van Kees. Kees Verwey, moest hij bekennen, nooit van gehoord, maar wegens de vele posters in de stad, wie was die man. Sterker nog, nu was hij weer op weg. Het was zo’n zondag dat het nooit licht leek te worden, zou het ooit nog stoppen met regenen? Last minute, digitaal een ticket gekocht, voor de lezing over deze schilder, in de hoop meer te weten.

De eeuwenoude platanen in de museumtuin maakten de donkere natte dag nog donkerder en natter. Eenmaal binnen zocht hij een plekje voor zijn druipende jas en zwarte paraplu en voor zichzelf in De Zaal vol bovengemiddelde leeftijd een stoel op een hoek. De lezing bleek letterlijk een lezing, de presentator las zijn tekst voor. De beamer toonde slechts een stilstaand beeld, het zelfportret van Kees Verweij. Eerlijk waar, hij probeerde het, het was te saai. Hij staarde naar buiten, naar de besloten binnentuin waar een fantastische zee van witte bloemen, Ruden Horinzontalis, de sombere dag oplichtte. Na enige tijd het witblonde haar van de sjieke dame, die de spreker inleidde en die nu pal voor hem zat, bestudeerd te hebben stond hij het zichzelf toe. Onwillekeurig te verdwalen in zijn gedachten, angstvallig ervoor wakend een geïnteresseerde blik op zijn gezicht te bewaren. En vrij snel bevond hij zich elders.

Het was druk geweest op de parkeerplaats, veel drukker dan hij gewend was. Het was niet doordeweeks, het was zaterdag, wandelaars, fietsers, mannen-met-hond, vogelaars met hun verrekijkers. In het haventje echtparen die hun bootjes klaar maakten voor de winter. En het was best mooi weer, ook dat was hij niet gewoon, liever was hij hier met mist of regen, hoe stiller hoe beter op het Geheime Strand. Hij wachtte, wachtte lang, drentelde heen en weer, zou zij nog komen. Steeds meer auto’s reden aan, met mensen die zich verkleden, in groene T-shirts van ‘Natuurlijk Sportief’. Hij wachtte langer, de groenen bekeken hem, hij glimlachte, geheimzinnig.

Onder de oude wonderlijke wilgen, die omgevallen, half in de rivier liggend, een intiem beschermend dak vormden, daar had hij gezeten, met haar, die toch nog was gekomen. Zij, die zo benieuwd was, waar dat dan toch was, dat ‘secret beach’. Met een omweg waren ze gegaan, kon hij vertellen, over Nieuwe Natuur, Ruimte voor de Rivier. De vogelobservatiepost, de plekken met de bevervraat. Hoe vaak was hij hier geweest, zijn plek. In stilte, onontdekt toen, Verboden Toegang, om zichzelf te vinden, te hervinden. En de rivier die verder stroomde en alles, boze gedachten en herinneringen meenam, naar zee. Het Geheime Strand bleek zo geheim niet meer. Het was er hen te druk, de groene T-shirts renden, klommen in bomen, sprongen in en uit het water. Kajakkers kwamen aan gepeddeld en meerden aan op het strand. Verderop aan de oever, daar waar het stil was onder de grijze wilgen, achter de stenen, daar zat hij met, tja, wie was zij – met die raadselachtige glimlach, dat zal altijd een mysterie blijven – op een omgevallen boom en ze dronken koffie, terwijl riviergolfjes zachte spatgeluidjes maakten die hun gesprek overstemden, het geheim hielden.

Er klonk applaus en hij was weer terug in de zaal. Of er nog vragen waren. Na een snelle laatste blik in de zalen van Verwey met de wilde boeketten, portretten en ateliers, half zichtbaar achter de ruggen van de GGG, ontvluchtte hij het museum. Geheel tegen zijn principe was hij met de trein stadwaarts gegaan, het was hem iets te druilerig. Hij worstelde zich met de zwarte paraplu naar het mistroostige station, swipete zich doorheen de poortjes en was nog net op tijd om het rode achterlicht van zijn trein te zien verdwijnen in een gordijn van regen.

 

Dordrecht de Gekste

Na tijden van afwezigheid, uitstapjes naar Damascus, Bogota en verscheidene, u reeds bekende,  bergstreken in gezelschap van vogels van diverse pluimage, nu wederom neergestreken in Dordrecht (de Gekste) en nee, we gaan het niet hebben over zaken die Niet-Dordtenaren niets aangaan, zoals bruggen die gebouwd gaan worden en stadions niet, de gaten van Piet, het Stadswerven beeld (ja!), maar over vreemde dingen.

Evenmin over vermeende woningnood (niks nieuws, was er in 1220 – jawel, op een paar maanden na, 800 jaar geleden, ook al), of die Nieuwe Dordtse Biesbosch nu wel of niet mooi is. Zijn vier windmolens op het eiland van Dordrecht veel? Over de waanzin van sommige orthodoxen die persé dat oude postkantoor willen herbouwen (openluchtmuseum = in Arnhem). Al helemaal niet over het nieuwe stadskantoor op de Spuiboulevard, zeg dan gelijk wat het gaat kosten. Dat postkantoor, nog even, een flauwe afspiegeling van het Amsterdamse Postkantoor achter het paleis op de Dam – now we ‘re talking.

En nee, ik kom er niet op terug, immers al eerder op deze pagina’s besproken; ‘rotondekunst’. Die verkwanseling van openbare ruimte, goedkope reclamezuil voor winkeliers en kruideniers. Geef mij maar Knuffelkunst, binnenkort hier meer info. Het ging me om Willem van Oranje en de onthulling van het beeld door prinses Beatrix. Laat die arme mevrouw toch lekker thuisblijven. Dus niet over de gemiste kans van enig ‘iconisme’ met de bebouwing van Stadswerven.

Ook niet over de geweldige herbestrating van de historische binnenstad, echt een verrijking, het kost wat, maar dan ligt er ook wat, mooie materialen. Ik wil het ook niet nog belachelijker maken, dat er nu weer enkele mislukten een plan hebben voor de prachtige Engelenburgerbrug. Die moet ingrijpend gerestaureerd, wat wordt er bedacht: vervang hem dan maar meteen voor een romantisch ophaalbruggetje. Gekkies! Wat wel super is, de aanleg van wilde bloemenperken in de groenstroken als schuilplaats voor de resterende insecten, in een laatste poging de planeet te redden.

Nu dan, ten eerste is daar de vraag, waarom in hemelsnaam zoveel jaar na dato nog weer zo’n Willem figuur neerpoten. En dan heb ik het nog niet eens over de vraag of we dit mooi moeten vinden. Smaken verschillen, ik had er liever iets anders gezien, waar je over kunt nadenken, wat je verrast, dat iedere keer weer anders is. En wat is de betekenis van deze knaap in de geschiedenis. De gebroeders de Wit, enkele honderden meters verderop, in groen brons hebben daar geheel andere gevoelens over, maar dat is voer voor Dordtologen. Dan de kwestie dat kunst tongen doet losmaken. Dat gebeurde met het plan dit beeld te plaatsen wel, er kwam zelfs de actiegroep; ‘Ikwillemniet’. Kunst moet verwarring zaaien, vraagtekens oproepen, in dat opzicht is Groene Willem, hij is nogal groen, ik voel een bijnaam op komen, De Hulk, in meerdere opzichten geslaagd.

Hoe het ook zij, ik was erbij. Geen actie, geen boegeroep helaas. Braaf stond ik daar als onderdaan tussen de onderdanen. Het zicht op Bea en werd ons ontnomen door de pers en daar kwam nog de stoet prominenten en regenten weer voor. De burgermeester sprak 37 woorden, onze ex- koningin trok aan een koordje en stapte in de verlengde blauwe Volvo, makkelijk verdiend.

Willem van Oranje staat vlakbij het Hof, de Statenzaal, moet ik het nog uitleggen, De Dordtse Synode, die dan dit jaar weer wordt herdacht. En de Statenbijbel, die daar wordt herschreven door een robot, waarom moet dat zolang duren, dat schiet niet op zeg, mijn ‘Brother’ is sneller. Willem staat in de Hofstraat, waarvan iedere Dordtenaar weet dat de geveltjes nep zijn, Willempje past daar dus eigenlijk wel….

is er rookkaas in Bogota

De klok was groot en stoffig, lange slierten spinnenweb die stof verzamelden bewogen schokkerig in de wind. Zo’n typische stationsklok hoog in de nok, de secondewijzer stokte even bij de twaalf en de minutenwijzer sprong een streepje verder. De kleinste wijzer was een uur lang ongemerkt doorgeschoven en stond nu op drie. Op de bruinroestige architraaf eronder hurkte een slecht in zijn veren zittende duif. Die zich onhandig omdraaide, zijn ene poot was slechts een stompje. De grote ruiten waren vuil en verweerd. In spiegelbeeld de letters met de naam van deze stad.

Dat het alles slechts met moeite zichtbaar was op dit tijdstip van de nacht sprak voor zich. Mijn ogen waren echter al aan het schemerdonker van deze hal gewend. Ik rekte me eens langdurig uit en checkte nogmaals de klok. Het schoot niet op en wat duurde de nacht lang. Vanuit dit lage standpunt leeg de hal nog hoger, vanaf de grond, de vuile tegels die dof glansden, de rug verschanst tegen het koele marmer van een brede pilaar. Het was beter dan niets, de beste plekken tegen de zijwanden waren bezet. In beslag genomen door gestrande reizigers, zoals ik. Maar meer nog door allerhande vreemd volk, zwervers, daklozen en junks. Het bood een vreemde aanblik, vele tientallen duistere figuren, al of niet slapend met hun koffers, rugzakken en rommelige plastic zakken. De vloer van versleten hardsteen probeerde nog iets van zijn oude grandeur te tonen. Het werd bemoeilijkt door de rommel, het vuil en plakkerige plekken van gemorste dranken.

Ik werd moe van het afweren van de hardnekkige aanbieders van drugs, seks en waardeloze horloges. Ergens was het leuk, het spel te volgen zoals het zich voor m’n ogen voltrok. En gevaarlijk, ik paste er wel voor op, ergens in betrokken te geraken, zag het vlak voor me gebeuren. De keurige heer met zijn flightcase, die werd aangesproken door een andere, ogenschijnlijk nette heer. Zodat er aarzelend een portemonnee werd getrokken en een briefje overhandigd. Onmerkbaar snel flitste er een hand in een colbert en was de ene heer, de keurige, zijn telefoon kwijt. Of iets anders, dat kon ik niet zien en ik keek dan ook nadrukkelijk even de andere kant op. Eigenlijk moest ik dringend naar het toilet. Maar die wc’s, daar bleef je liever weg, daar gebeurden dingen waarvan je het bestaan niet eens wilde vermoeden.

Langzaam verschoof  het perspectief en een nieuw vers landschap werd zichtbaar in de verte. Groene velden, omzoomd door donkere heggen. Een paard van heel dichtbij, ik zweefde erboven. Geluiden klonken dof, alsof ze kwamen vanuit de kamer hiernaast. De zwarte Amerikaanse politiewagen zwenkte langs, maakte een ruime bocht en kwam naast me tot stilstand. Zenuwachtig dacht ik: paspoort. Bukkend keek ik in het donker van de lange Buick Skylark, die leeg was.

Mijn hoofd maakte vreemde bewegingen en botste tegen koel marmer. Met een ruk schoot ik wakker en slaakte een harde kreet. Heel even was ik in slaap gesukkeld en meteen zat er een zwerver aan mijn tas. Door de schrik was ik klaarwakker en bleek het makkelijker dat nu te blijven. Nog maar een uur nu en dan zou er geruimd worden. Kaartcontrole geflankeerd door politie. Wie geen kaartje had werd weggestuurd, gearresteerd of erger. Voor de zoveelste keer voelde ik in mijn binnenzak, daar zat mijn ticket. Er begon wat mager daglicht de hal in te stromen. De donkere schaduwen schoven op en gesloten rolluiken, in onbruik geraakte loketten en nog meer slapende gedaanten werden zichtbaar.

Kriskras over het rommelige stationsplein met bellende trams en volgas optrekkende bussen, paste ik les nummer een toe. Bij aankomst in een vreemde stad: doe alsof het jouw stad is. Loop doelbewust ergens heen, kies gewoon een straat. Let wel op dat die straat nu net niet de hoerenbuurt is. Aan de overzijde van het plein stond, zoals het hoort, een wat verlopen hotel. In de straat een wisselkantoor, de sigarettenboer en de krantenkiosk. Een headshop met waterpijpen en iets met doodskoppen achter het raam. Een verdwaalde dierenwinkel zonder dieren in de etalage. Een foute lampenzaak. De coffeeshop, een Chinees hotel met Chinese massagesalon.

Dan een brave broodjeszaak waar ik twee broodjes met rookkaas kocht, eindelijk, heerlijk! Een belwinkel waar zuidelijke types belden. Een Chinese meubelzaak. De zon maakte lange schaduwen in de straat, waar doorheen een gele tram reed. Op de stoepen behoofddoekte vrouwen en getatoeëerden met breedpotige honden aan de lijn. Chinezen op de fiets met boodschappentassen. In de buurt van de daklozenopvang daklozen, ik had het idee zelf ook niet heel lekker meer te ruiken. Een nachtje in het station en de lange treinreis in broeierige coupés.

Op de hoek van de straat was een café, de deur stond open en in een opwelling liep ik meteen naar binnen, de schemerige ruimte in, bestelde bier en keek rond. Druk was het niet, in de hoek, zo te zien een paar stamgasten die kennelijk nog konden roken. Bij het raam een jonge vrouw verdiept in de geheimen van haar laptop. De kastelein schoof ongeïnteresseerd mijn bier toe en wendde zich naar de stamgasten. Ik pakte de krant van de bar, Nederlands nieuws, lang geleden, maar kon m´n aandacht er niet bij houden. De laptop werd dichtgeklapt, er werd afgerekend en de vleug Egoïste, die langs zweefde deed me opkijken. Het ranke silhouet wat heel even in de deuropening te zien was geweest bleef als een nabeeld op mijn netvlies hangen.  Dat toepassen van les nummer een, was nergens voor nodig. Dit was de stad waar ik was opgegroeid. Elke straat kende ik, elke steeg, in bepaalde wijken zelfs de huisnummers, had ik hier niet jarenlang een krantenwijk?

Believe

 

Heeft u dat nou ook? Dat, bij het lézen over een liedje, u het onmiddellijk ook hóórt? Zelfs de eventueel bijhorende beelden ziet? Als ik hier nu neerschrijf dat Cher – ja ze leeft nog – onlangs optrad in Ziggo Dome, schallen dan terstond bepaalde melodieën door uw gehoorgangen? Is dat het geval, welnu dan gefeliciteerd, wij zitten wij op eenzelfde golflengte en ik stel voor te tutoyeren.

Cher- hoe zou het met Sonny zijn – is inmiddels 73 en treed nog steeds op. Cher, u weet wel, die vrouw met onwaarschijnlijk veel haar en die wel eens leek te vergeten een rokje aan te trekken, met die wat bijzondere stem, die soms elektronisch nog iets vreemder vervormd werd. Heeft u dat ook, ik las een recensie over die show, las over de song Believe en direct klonk dat in mijn hoofd, heb jij dat ook? Ik zocht het op in Youtube en liet het door mijn woning dreunen. Heb jij dat dan ook, dat je dan door de kamer stuitert, dat je daar blij van wordt. Gewoon een lekker dansbaar nummer. Dat die stem zo vreemd overslaat neem je op de koop toe. Terwijl de tekst helemaal niet zo blij makend is en Sonny, haar ex, is trouwens al jaren dood.

 ‘Do you believe in life after love
I can feel something inside me say
I really don’t think you’re strong enough’

Dat over Sonny vond ik op internet – thanks to Google – en daar zag ik nog veel meer songtitels. Die vrijwel allemaal om voorrang vochten rondom mijn buisjes van Eustachius. Ik hoop bij jou ook, kijk wat er gebeurt: ‘The beat goes on’, ‘ I got you babe’, ‘Little man’ En? Iets gehoord? Indien het antwoord nee is ben je waarschijnlijk te jong…….

‘If I could turn back time
If I could find a way
I’d take back those words that have hurt you
And you’d stay’

Nu wel hoop ik, dit is toch wel bekend. Met die clip op dat vliegdekschip, dat ze dat rare pakje, of nou ja, ’pakje’, draagt, wat ik toen best opwindend vond en eigenlijk nu nog steeds best gek. Waarschijnlijk is zij, en met haar al die andere zangers en bands, kortom de hele verrekte muziekbusiness schuldig aan die dichtgeslibde Eustachiusbuizen van mij. Tuurlijk, ik had van de volumeknop af moeten blijven. Helaas, hoe dover je wordt, hoe harder je ‘Believe’, met die lekker in Autotune vervormde voice afspeelt. De bliebjes uit de koptelefoon in de geluiddichte cabine bij ‘mijn’ Audicien klonken steeds hoger en steeds zachter, net zo lang dat ik alleen maar dacht nog iets te horen. Hoorde ik daar nog iets, ik geloof het wel…….

‘After love, after love
No matter how hard I try
You keep pushing me aside
And I can’t break through
There’s no talking to you

Do you believe in life after love
I can feel something inside me say
I really don’t think you’re strong enough, now’

 Heeft u dat nou ook, dat je nooit fan was van Cher, maar dit wel goeie nummers vindt?

 

Drie ingrediënten voor heimwee.

Wilt u een dampende pot heimwee op tafel zetten, volg dan nauwgezet onderstaande aanwijzingen. Nog even wat informatie vooraf, houd de noodzakelijke bestanddelen bij de hand, beter gezegd in dit verband, haal ze in hoofd. In voorkomende gevallen kan het zijn dat u beschikt over geheel andere attributen, in dit geval herinneringen.

1) Luisteren, in een lege trein, naar een man verderop met zijn telefoon. Niet irritant, integendeel, genieten van zijn onverstaanbare gesprek. Italiaanse klanken, flarden Italiaans.

2) Googelen, laat op de avond, regen tikt tegen het raam, op ‘Tre Cime Lavaredo #’ en dan schitterende fotoseries krijgen.
# mag ook zijn ‘Wildspitze’, ‘Matterhorn’, vooruit doe eens gek: ‘Mont Blanc’.

3) Rondscharrelen op een vroege stille zondagochtend in de tuin. Waar het herfstig is en vochtig met spinrag overal. Ochtendfris, klam en een prikkend zonnetje in de nek.

En dan is het daar, plotseling en het doet pijn, bijna. Heimwee. Dat speciale, dat gevoel, dat niet nader uit te leggen is. Septemberzon die de Dolomieten kleurt, of het Stubaital, of Hautes Savoye. De speciale geur van herfst en rots, de zon die van uit een lage herfstpositie alles warm inkleurt. De hutten die bijna al gaan sluiten, het seizoen dat voorbij is. De prettig ingevulde stilte van een ruisende beek, de waarschuwende fluit van het onzichtbaar Murmeltier en vooral de echo daarvan. Het rinkelende klikken van karabiners aan de staalkabel van een Via Ferrata.

Men voege bovenstaande drie samen in een ruime pan op hoog vuur. Nadat ze eerst zorgvuldig schoongemaakt, in stukjes, blokjes mag ook, zijn gesneden. Nogmaals gezegd, naar believen eigen belevenissen toevoegen en/of vervangen. Men neme reizen, voettochten, cultuurreizen, citytrips, of iets dergelijks. Kan ook zijn, maar dan wordt het wel een geheel ander menu, iets simpels als een middag-aan-de-rivier, of een liefde-achter-de-dijk, verzint u maar, het is aan u.

Misschien bent u niet van de bergen. Was u aan de kust, Noord-, Middellandse-, of wellicht de Zwarte Zee. In dat geval is uw geest vermoedelijk tot de rand gevuld met geheel andere souvenirs. Zoals die zeeën sterk verschillende zoutgehaltes hebben, zullen ook per zee de vergezichten, de klanken en de geuren en niet te vergeten zeker ook de smaken uiteenlopen. Deze beelden, in de juiste verhouding dooreen gehusseld, zullen gepureerd overdonderen.

Bent u van de Franse keuken, by far de lekkerste, kijkt u dan nog even verder. Duits? Zoek verder op Heimweh, een heerlijk recept op pagina Sehnsucht; smachtend verlangen. Bij reizen onderscheidt men de voorpret alsmede de napret. Deze napret kan, als ik voor mezelf spreek, gemakkelijk omslaan in heimwee. En ik kan er soms om verlangen, die heerlijke heimwee, noem het Sehnsucht. Nog tijdens de voorpret borrelt het al in de pan, broeit in de oven: Heimweh. U heeft het al geraden, die voorpret, dat is de amuse en de napret, juist! Om het geheel nog wat op smaak te brengen, blader ik verder in mijn geheugen, een snufje zout, even in de koelkast en dan lang pruttelen op een laag pitje. Bestrooi kwistig met de pijn van voorbij die mooie zomer, de winter komt eran. Verdeel gelijkmatig wat liefde en tot slot garneren met enkele fijne momenten.
Smakelijk!

Schenk er gerust een watertje of wijntje naar keuze bij. Voor Nederlandse lezers en – essen, dat watertje gewoon uit de Nederlandse kraan. Een wijntje, dat is fruit, gezond toch? Om maar niet te spreken van al die vitamines.

Styling

“Dit is de centrale plek in huis, hier in de keuken gebeurt het. Deze tafel hebben we op de kop getikt, hier verderop stond een oude staalfabriek. Op de bovenste verdieping was de directeurskamer en daarnaast, daar stond altijd deze tafel. Dus ja, wat deze tafel allemaal niet heeft meegemaakt in al die jaren met al die vergaderingen enzo. Om hem naar beneden te krijgen was nog wel een dingetje, maar ja die lange avonden met vrienden hier aan tafel, daar doe je het voor hé, goud!

En dat is Jip, die is nu alweer bijna een jaar. Geniaal kind, ook motorisch, jaah, heeft zo’n goeie motoriek, dat komt, hij is zo intelligent. Heeft alles zo door, laatst nog. Nee, dat is een speciale hoor, die komt er wel. Hij speelt alleen met houten speelgoed, hé Jip, je wil alleen hout hé, jaaah.

Met deze flagstones die op het buitenterras gewoon doorlopen halen we als het ware de tuin dus naar binnen, dat die harde grens van binnen – buiten dus vervaagt, zegmaar. En hier sluiten wij ons graag af voor de buitenwereld, even niks, heerlijk, rust. Wij kijken dus ook nooit tv hé, we nemen dingen op zegmaar, kunnen we het later terugkijken. Jullie niet?

Vlees, nee toch, eten jullie nog vlees, nog steeds?

Vorige week, hoe heette die film nou ook weer, Kimberley, Kim? Ja, je weet toch, in dat biosje toen met dat citytripje wat ik van jou kreeg als verrassing omdat, ja waarom ook weer. Nee, die was goed, dat die man, of vrouw, nou ja de hoofdpersoon opeens, hoe heet die nou Kim. Wil je een wijntje, jawél, het is na al na vieren kind, gewoon eentje, omdat het kán haha, even proeven, hier, moet je proeven, hebben we gehaald bij ons boertje in de Provence, heel bijzonder, awhsam. Zei je Kimber? Kimberley? Niet Provence? O kan het schelen, Camarque ook goed, o deze niet. Ach ja natuurlijk, nee, gewoon bij de Marqrt, jááá, hier om de hoek. Wistje dat daar een slagertje zit, tegenover, die schijnt zelf te slachten, met eigen vlees, ja wat dacht jij dan, biologies túúrlijk.

Kim zal blij zijn als die Stints weer rijden, hé Kimberley? Zei je gisteren nog, dat jij het fijn zou vinden dat je niet meer met de bakfiets hoeft met dit weer. Heb ik je al verteld van deze tafel, zo’n fijne plek.

“Jip, wat deden we ook weer met die plant? Mocht jij daar aan raken, wat hadden we afgesproken? Niet in je mond, Jip, niet in de mond, Jip, anders wordt Kimberley boos!”

Nee gaat goed hoor, hij weet niet beter, hij hoeft niet pappa te zeggen, ach dat lost zich vanzelf wel op. Als tie dan weer het weekend bij hem is geweest moet tie even wennen. Tijdje terug vroeg hij of we een biertje zouden doen, vind ik wel tof van hem en ook dat hij dat dan al kan hé.

Anders blijf je eten, kan best, ja joh, niet zo flauw, ja nee geen vlees. Kim? Kimberley, Brammie blijft eten, is goed toch? Sla je yoga maar een keertje over. Even boven kijken? Is goed maar niet naar de rommel kijken, je weet het, ik ben een rommelkontje, hahaha, nog net als vroeger. Kijk dit is onze indoorcloset, alhoewel eigenlijk van Kim, dit is mijn rekje, mag ik niet zeggen hahaha. Ja, schoenen heeft ze wel hahaha. En dit, this is where it all happens, hahaha, mag ik ook niet zeggen maar ik haat dat woord, ik haat het zo, dat gepoch van the master bedroom. Nee Jip, beneden blijven. Gossamme, leuk hoor dat thuisgewerk van Kim, maar ik kan een hele dag achter dat kind an, ze doet net of ze d’r niet is, achter die laptop. Maar goed, alles toch lekker afgestyled zo, die mix van vintage, ons idee van duurzaam, zie je die gordijnen, hebben we meegenomen uit Vietnam.

Niet verkeerd toch, dat uitzicht, beetje smal, maar wij noemen het ons dakterras, ‘wijntje schat, ja breng maar even boven, ik zit op het dakterras, haha’. Een ding is jammer, de wifi is hier bedonderd. En die bamboe, die doet het gewoon niet, awkward, te veel wind denk ik, zou leuk zijn, wat meer privacy. Kijk uit, val niet, Kim laat graag schoenen op de trap liggen, ssst, ben ik nog niet aan gewend. Wat zeg je Kimber? Ja we komen al, nee Jip, daar blijven, pas op”.

Ik ben Juul

Hoi! Even voorstellen, ik ben Juul. Als je me niet kent, dat kan kloppen, ik ben er nog maar net, zo’n maand of tien en op dit moment lig ik boven in een voor mij wildvreemde slaapkamer. Dat schijnt de logeerkamer te zijn, bij die mensen. Dat zijn, als ik het goed begrijp de pappa en mamma van die van mij. Die vrouw zingt steeds liedjes voor me en die andere heeft een beetje een prikbaard en ze geven me altijd kusjes en knuffelen enzo en dan doe ik maar of ik dat allemaal oké vindt en dan moeten ze ook iedere keer erg om me lachen, waarom weet ik niet, ik doe niks biezonders.

Ik moet wel even wennen hoor, dit nieuwe leventje, je wordt van hot naar her gesleept en ik doe echt m’n best maar soms kan ik het allemaal niet bij houden. Zo zit je in zo’n zaaltje met een heleboel, ik zal maar zeggen leeftijdgenootjes, en maar wachten tot ze je weer ophalen. Wel prettig dat dat nog steeds is gelukt, totnogtoe. En dan zijn ze blij joh, als ze mij dan weer ophalen. En zo word je de volgende dag weer bij andere mensen gedumpt, die heten opa en oma, die zijn van mijn papa, als ik het goed heb. En nu dus hier, vandaag, héhé, vermoeiend, ik doe effe een tukje. Die prikbaard keek nog om een hoekje maar ik dee net of ik hem niet zag.

Ik weet het niet zeker, maar het schijnt dat we straks ergens anders gaan wonen, beetje jammer, want zo’n leuke kamer als ik nu heb, die krijg ik nooit meer. Maar ja, naar mij wordt niet geluisterd. Het is wel vlakbij, dat nieuwe huisje, dus misschien kan ik soms nog even gaan kijken. Het is op kruipafstand, ik doe alles kruipend, dus dat geeft niet. Voorlopig maak ik me nergens druk om, verhuizen, het klimaat, kan mij niets schelen. Gisteren nog, bij Jinek, zat die gek van Dijkhof van de Vroemvroem partij ook weer te beweren, 130 of 100 kilometer, dat maakt niks uit voor de stikstofuitstoot. Gek woord, haha, stikstofstikstofstikuitstoot. Van tien maanden totdat ik eens tachtig ben, nou dan hebben ze vast wel wat uitgevonden, of ik bedenk zelf iets.

Ik ontdek van alles, heel gek, alles wat je loslaat valt vanzelf naar beneden. Ikzelf ook, zogauw ik de tafel, of de bank loslaat, val ik gelijk om, maar dat is een kwestie van tijd, hoorde ik net die prikbaard zeggen. En ook dat ik een klimmer word, dat ziet tie nu al, zegt tie. Klimmen, geen idee, we gaan het zien. Ah, gelukkig, dat stomme deuntje van die babiefoon scheidt er mee uit, dat blijft zo lekker in je hoofd hangen. Even kijken, waar waren we gebleven, oja het milieu, nou ja, ik ben er klaar mee. Dat zegt mijn pa ook wel eens, als hij heel erg boos is, dan zegt hij, ik ben er klaar mee. Lief hé en ook die baard van hem, die is tenminste zwart en hééél lekker zacht. Wel balen dat ik nog steeds geen tanden heb, dit even tussendoor.

Ik moet het ook nog even over mama hebben, mijn moeder, dat is de liefste van héél de wereld. Die blauwe ogen, die heb ik van haar. Beetje jammer dat ze zo gauw bezorgd is, maar ja het is goed bedoeld, zullen we maar zeggen. En heel precies hé, dat ik genoeg slaap en gezond eet enzo. Zelf is ze heel sportief, dus ik zie het al gebeuren, ik zal vast wat moeten, later. Aan de andere kant, zelf is ze nu ook zo’n luie E-biker geworden.

Ik blijf nog even liggen, eigenlijk heb ik alweer honger, maarja die fruithapjes daar ben ik dan wel weer klaar mee. En ook, als ze me er straks uithalen, moet ik alweer gewassen, voor mij hoeft het niet. En gaat die vrouw weer zingen: over de maneschijn enzo en zat ik op het trapje en viel ik door het raamkozijn. En prikbaard zal wel weer over de grond rollen met dat speelgoedbeest op wieltjes, roept tie steeds keihard:
“Vroem, vroeoemm!”
Als ik dan lach, blijft hij dat steeds doen, lachen man. Als ze me maar niet gaan kietelen. Nou ja, even volhouden vandaag, het is zo voorbij, ze komen me wel weer ophalen, tenminste, daar ga ik van uit.

La Boheme

Hij kon er ook niks aan doen, hij had nu eenmaal niet zo’n Franse naam, die straat waar hij sinds een paar maanden woonde, Rue du Helder. Maar het was toch echt een zijstraat van Boulevard Hausmann in het negende arrondissement van Parijs, vernoemd naar de stad Den Helder, iets met geschiedenis. En het wende snel, steeds meer voelde hij zich thuis, wanneer hij de donkere corridor doorliep en uitkwam op de cour, de binnenplaats, waar het vreemd stil was en hij de ogen van de conciërge iets minder wantrouwend in zijn rug voelde. Daar opnieuw naar binnen, vier trappen op en de hoek om, godzijdank op de vijfde etage, daar waar ‘s middags de zon binnen scheen. Het ondiepe appartement had slechts aan een kant ramen, de achterkant was een blinde muur, grenzend aan nog zo’n zelfde cour.

Hele dagen zwierf hij door de stad, op zoek naar, ja naar wat? Naar de plekken van vroeger, un voyage sentimental, toen hij jong was en wild. Parijs, daar moest je zijn, artiste, kunstenaar zijn, leven op de grens van armoede, drinken en schilderen, tout pour les arts. Op zoek naar inspiratie en modellen. Wat geweest is, is geweest, hij vond het niet. Waar waren ze gebleven, zijn vrienden, camerades in de kunst, waar was de tijd heengegaan. Levend in gedeelde kamers, luizige pensions, soms een nacht in een park of onder een brug. Nu huurde hij, voor een duizelingwekkend bedrag.

Glimlachend nam hij de trappen, op elke verdieping zweefde een andere geur, die op de eerste van dat Algerijnse gezin was duidelijk anders dan de volgende etage, daar hing iets ongewassens. Nooit zag hij iemand, het leek wel onbewoond. De etage onder hem, daar stond de deur vaak open en dan klonk vanachter een groen fluwelen gordijn zachte muziek, harpmuziek. De vrouw die er woonde had hij slechts eenmaal gezien, vluchtig en op een slecht moment, hij struikelde dronken op de trap. Zij, een kleine vrouw met ongewoon lang haar die voor hem uit liep, had verschrikt omgekeken en haar pas versneld. Toen hij de hoek omkwam en nog net haar deur zag sluiten, had hij beseft, dat was zij, de harpiste en hij geneerde zich, nu nog.

Het was alweer enkele weken later dat hij thuiskwam en er op de mat een kaartje lag. Verwonderd raapte hij het op, kennelijk onder de deur geschoven, hoelang lag het daar al? Het was een visitekaartje van handgeschept papier en met verfijnde letters stond een naam in gepreegd: Madeleine de Vaudémont en eronder ’jouer de harpe’ met vermelding van een website. Verbaasd prevelde hij de naam, die klonk als een melodie, twee keer, drie keer, totdat hij gedachteloos het kaartje omdraaide. Daar stond groot, wat kinderlijk geschreven: ‘Concerto Aperçue Magique, privato, demain soir’.

Na een lange dag van lopen en nu wachten op deze avond, was hij in slaap gevallen in het gras bij het Canal Saint-Martin. Het was niet ver, een drie kwartier lopen, maar toch haastte hij zich nu, het schemerde al. Moe van de vele kilometers van deze dag, vergistte hij zich ook nog, nam niet de kortste weg. Een kleine maan belichtte een helft van de binnenplaats en slechts een raam was verlicht, dat op de vierde etage. Langzaam besteeg hij de krakende trap. Zacht klonk muziek in het trapportaal, aanzwellend bij iedere etage die hij steeg, het was de harp, lokkend en verleidelijk. Hij sloeg de hoek om en zag het groene gordijn, het was wat opzij geschoven en een streep licht viel op de muur van de corridor. Daarin een slanke schaduw, even sierlijk als het instrument, die de snaren beroerde, betoverde.

Schrijfwerk

Omdat het, ergens dit jaar, tien jaar geleden is dat mijn schrijverschap (!) ( bij gebrek aan emoticons om voorgaand enigszins te verzachten) zijn debuut kreeg in de vorm van het boek Cowboy in Nepal. Daarom dus, nodig ik al mijn lieve lezers en lezeressen uit. Daarom is iedereen is welkom, vrouw, man, mens, LHTbGc, welkom, caravanbezitters, zowel kort- als langharig, boerkadragers en – draagsters, snordragers, linksdragenden, kortom, u ook, ja jij ook.

Zaterdag 5 oktober is de plek van samenkomst:  Zuidhaven, eiland van Dordrecht, 14.30 u. Parkeren gratis. Van hieruit word je begeleid, door de nederige, doch evengoed, als-je-er-oog-voor-hebt, fraaie Biesboschnatuur, een ontmoeting met een visarend valt niet uit te sluiten,  naar een nog geheime plek, een al eens eerder hier beschreven secret beach, voor trouwe lezers herkenbaar.

Gastvrij wordt u onthaald op koffie, dan wel Nepalese thee met diverse Frou-frou. (niet welkom zijn Wilders- en Baudet discipelen) Luie lezers die afreizen per E-bike wordt de mogelijkheid geboden een afsteker, een kortere route te nemen.

Ter plekke zal uw schrijver voordragen uit eigen werk, te weten het gedicht ‘Knuffelkunst’,‘s welks hij onlangs instuurde voor de challence ‘Beelden Verbeeld’, uitgeschreven door Culturele Raad Papendrecht, vastbesloten hier als overwinnaar uit de bus te komen en de deelnemende Papen verpletterend te vernederen. Tevens wordt een podium geboden aan hen die sluimerende gevoelens wensen te delen, middels dans, lied en of muziek. Ook het ten berde brengen van proza of poëzie wordt aangemoedigd.

Duistere figuren zoals de Eric Schneiders onder ons zullen aan de poort worden geweigerd. Voorts kunt u uitzien naar de bekendmaking, een onthulling van iets wat op dit moment nog geheim is, sterker nog, in ontwikkeling, maar binnenkort zijn beslag krijgt, wachtend op die ene begeerde handtekening, iets zoals de vertaling in het Engels van Cowboy in Nepal deel II, voorlopig uitsluitend verkrijgbaar via Amazon.

Tot slot zal een discours plaats hebben over onderwerpen als ;
Digital Writing, is there still a future?
Where has all the love gone?
Chickenskin, on what behaviour?
En dan dus over de onderlinge samenhang van deze zaken. Mochten er onder u prangende zaken leven, schroom niet deze aan de orde te stellen, uw schrijver zal trachten alles, zonder aanziens des persoons, te beantwoorden.

En zo stellen wij het ons voor, lieve lezers en lezeressen, aan de oevers van de al vele decennia voortstromende Merwede, onder het zwerk van een onheilspellende lucht, terwijl de zon hoopvol, achter gindse Moerdijkbrug zakt, een inspirerend samenzijn met u.
Tot dan, Gerarddt.