Alle berichten door dentoonder

Abstract

In de serie Rare verhalen is dit er weer zo een, waar het precies heen zal gaan, ik weet het niet, lastig om op te schrijven en wellicht ook om te volgen voor de willekeurige lezer. Een zoektocht naar de verbinding tussen muziek, schilderkunst en literatuur en daarbij mijn stokpaardje (er is een hele kudde stokpaardjes) het aspect toeval. In de docu over schilderes Joan Mitchell (geb.1925) werd mij plots duidelijk dat ze er zijn, die verbanden, ze zijn, met enige fantasie, te leggen en die toevalligheden zijn er ook. En ik zag de schoonheid van haar abstracte schilderijen, mede door de uitleg hoe zij haar gevoelens er in kwijt kon, haar rouw en haar liefde. Of ook, naar aanleiding van een gedicht.

Begreep ik het eerst verkeerd en dacht dat het om Joni Mitchell (geb.1943) ging. Niet lang geleden vond ik na heel lang zoeken de oude LP die ik zocht, titel: ‘Clouds’, cadeautje voor de zingende vriendin. Haar stem lijkt wel wat op die van Joni. De laatste track hierop is ‘Both sides now’, in de hoop dat zij dit ook mooi zou vinden om te zingen. (ik mompelzing hiervan per ongeluk soms enkele flarden wanneer er niemand in de buurt is) tevens bekijk ik de dingen graag ook van een andere kant)

‘But now they only block the sun
They rain and they snow on everyone
So many things I would have done
But clouds got in my way’

Schilderen, schrijven, musiceren, zo privé, een geheim uit jouw eigen brein, waarvan je toch graag wilt dat het gezien, gelezen of gehoord wordt, de gêne voorbij. Was ik daarom zo ontroerd, toen zij dit digitaal met mij deelde, zo kwetsbaar, hoe ze ietwat timide, soms heel hoog en ook heel laag zong, zichzelf begeleidend op de gitaar. Dat ze dat durfde. Zoektocht naar verbanden en/of toeval , dit wordt een abstract verhaal. Clouds, Joni, Joan en de song die vriendin voor mij zong: ‘Unchained Melody’. Ongeremde melodie. (uit 1965 – zij was nog niet eens geboren toen) Zoek ik te ver, denk ik te abstract.

Niemand mocht het atelier van Joan betreden. Ook ik ken een schilderes met een Verboden Toegang atelier, schrijven is jezelf blootgeven, zij heeft dat met haar schilderwerk. ‘Alles wat je schrijft is autobiografisch’ volgens Woody Allen. Mijn moeder was geschokt toen ze mijn verhaal ‘De Waarheit’ las. Er komt seks in voor en een moord. Dat ik, haar zoon, dát kon bedenken. Ik zei haar dat ik me enorm had ingehouden, dat ik heel veel meer kon verzinnen.
Alles autobiografisch? In feite wel, je hebt het ten slotte zelf bedacht. Terug naar abstract, het begrip. Is poëzie in het schrijven dan abstract – zoals als jazz in muziek. Wanneer je je gevoelens kwijt moet en je grijpt naar de pen, kun je dat misschien kwijt in poëzie. Is abstract in schilderkust doorgeslagen impressionisme. ‘Both sides now’ is, zoals veel songteksten poëtisch vervreemdend. Misschien, zoals gedichten, geschreven in een flow, zoals bij een schilderij het penseel opeens zijn eigen weg vindt, of de tekst maar doorratelt op het toetsenbord en de muzikant niet te stoppen is met zijn scheurende solo.

‘I’ve looked at life from both sides now
From win and lose and still somehow
It’s life’s illusions I recall
I really don’t know life at all’

De zoektocht naar verbanden is misschien niet echt gelukt, te ver gezocht. Maar is dat erg, welnee, je moet blijven zoeken in het leven. Dat denk ik dan, zo zie ik het, maar je kunt het ook anders zien.

Selfie

In een tijd waarin het ‘C-woord’ het leven en al het nieuws bepaalt ben je al snel blij met wat ander nieuws. Niet dat je vrolijk wordt van Poetin en zijn expansiedrift. (klein mannetje – grote…drift?) De oorlogsdreiging die verdween naar de achtergrond door alle berichten over Me-too. En nu dus die explosie van ongevraagde selfies, hierna te noemen DP’s. Nu heb ik in mijn leven veel vergissingen begaan, maar tot het nemen van zulk een selfie heb ik mij (ik kan me vergissen ) bij mijn weten nooit verlaagd.

Er wordt nu in hoog tempo veel blootgelegd, massa’s vrouwen schijnen er mee belaagd te worden. Psychologen en andere zielenknijpers bevolken de talkshows over de Waaromvraag, hoe komt een man ertoe dit te doen. En wat hopen ze er mee te bereiken, macht of seks of aandacht. Persoonlijk heb ik er al moeite mee een enigszins normale foto van mezelf te plaatsen als profielfoto. Sterker nog, een selfie maken is voor mij ondoenlijk, zijn mijn armen te kort, ik krijg mijn vingers niet in de bocht voor het afdrukknopje en als het al een keer lukt heb ik een uitdrukking op mijn aangezicht die getuigt van opperste concentratie, hetzij een gemaakte grijns met de lippen angstvallig dichtgeknepen of door de lensvervorming een nog onsympathieker neusgedeelte.

En dan die geschokte, diep beledigde vrouwen. Hieronder treft u enige handreikingen hoe om te gaan met eventueel te ontvangen DP’s. Wanneer het een collega betreft, screenshot, de naam van de afzender en desbetreffende eigenaar staat er nota bene boven, Hup, onmiddellijk naar het kopieerapparaat en printen maar, naar believen op A4 voor in de kantine, de garderobe of deur van de directeur. Of Hup, de foto in het lijstje op het dressoir van opa en oma er uit, DP erin en pontificaal op je bureau naast die van de kinderen en  de hond.
Of nog eenvoudiger en voor de hand liggend, delen met, in enkele klikken stelt u DP voor aan de diverse gezamenlijke appgroepen. In het geval u een gelukkige bent – kennelijk goed in trek – ( zoniet kan men zich al haast gaan afvragen, ligt het aan mij, ben ik niet aantrekkelijk genoeg of ken ik ‘alleen maar nette mensen?) die er al een hele serie mocht ontvangen, denk eens aan de diverse mogelijkheden. Zoals bijvoorbeeld het kwartetspel: mag ik van jou van Afdeling Personeelszaken de Ali en heb jij ook van Inkoop de Overmars? Jaaa, kwartet!

Er schijnt inmiddels al een scheurkalender te zijn met 365 DP’s. Mijn verstand staat er werkelijk bij stil, overigens net zo goed als bij die ‘artsen’ die nu vader blijken te zijn van hele series kinderen bij hele series vrouwen, wat bezielt deze mannen? Stel, in een vlaag van verstandsverbijstering sta je met de broek op de enkels voor de grote spiegel op de overloop, je hebt het zaakje net scherp op de korrel, klaar om af te drukken, wordt er geroepen:
“Frits! Waar blijf je nou, de soep staat al lang ingeschonken”.

Lang geleden alweer, Balkenende was nog aan de macht, was er die andere leus, ‘Zo gaan we niet met elkaar om’ en de kernwoorden ‘Normen en Waarden’. Tijdens een bespreking op het werk over de omzet, de bedrijfscultuur vond een manager het nodig om rond te vragen over dit onderwerp. Als laatste was ik aan de beurt en ik was het zó beu, dat gedoe, dat gezeur met die normen en die Balkenende en die waarden en zo en ik flapte eruit:
“De eerste de beste die nog één keer de woorden normen en waarden in zijn bek durft te nemen sla ik op zijn smoel”.

Althans, ik bedacht dat ik dat eigenlijk had willen zeggen, toen ik me haastte om de laatste trein te halen van Den Haag naar huis waar mijn wettige echtgenote de echtelijke sponde in een onschuldige slaap al lag voor te verwarmen. In deze tijd waarin het tevens bon ton is om excuses te maken voor zaken als slavernij, discriminatie, Anne Frank, Japan, Indië, Michiel de Ruyter, minder minder minder, Piet Hein, politioneel geweld en Columbus, wil ook ik graag mijn welgemeende excuses maken aan een ieder in mijn omgeving die zich in zijn of haar verleden beledigd heeft gevoeld.

De fok te loevert

Wat gaat het leven snel, alweer een weekend weg, oppassen, boodschappen, APK, tandarts, schildercursus-huiswerk, lekkage. Het leven na het leven van werken wordt niet echt veel rustiger. Lockdowns of avondklokken, alles draait op volle snelheid door. Nu stormt alweer, bijna, het voorjaar aan, de tuin schreeuwt om aandacht evenals die akelige kozijnen die verf willen, meer verf. En ik wil juist zo graag de fok te loevert zetten.

Even niks, even tijd voor jezelf, de zeilen in schaar, drie weken rechtdoor, van Kaap Finisterre naar de Azoren en door naar de Bahama’s. Lijkt mij, als landrot geweldig. Niks te doen, geen volle agenda, helemaal geen agenda zelfs. Af en toe een zonnetje schieten met de sextant hoeft ook niet meer, die automatische piloot doet het prima, de stuurinrichting stuurt het roer, dolfijnen aan bakboord, een vliegende vis komt laag over, oppassen dat je niet al te bruin wordt. Zolang je niet tegen een container of een orka aanbotst en er niet plotseling een tropische orkaan buiten het orkaan seizoen losbarst of een tsunami van een vulkaan ver weg langskomt, het volmaakte niets.

De fok te loevert, het grootzeil en de fok allebei volledig ‘uitgeboomd’, en met de wind achter; ‘voor de wind’. Excuus voor de zeiltermen. De fok te loevert heeft u al begrepen, synoniem voor rust. Wanneer de zeilen zo staan spreekt men ook wel over ‘de muts’ of / het ‘melkmeisje’. In het leven van een pensionado anno nu is het voortdurend oploeven, scherp aan de wind. Ik weet wel, we doen het allemaal zelf. We willen zoveel, genieten, ten volle, het najagen van wind. Tot er iets voorvalt, dat er opeens een gijp is, onverwacht. De giek klapt om en snel reageren is geboden. De fok moet bak, of de steven gewend, je gaat overstag;
“Klaar om te wenden, Ree!”

Een mensenleven geleden zeilden wij op het Veerse meer, meestal met slecht weer, alleen wanneer het waaide, want aan stilliggen hadden we een hekel. Soms voor de wind, maar dan was het ook hard werken op het onstabiele bootje. Voor de wind is de werking van de kiel, in ons geval het zwaard, minimaal en moesten we extra oppassen niet om te slaan. Het is net als het leven alweer, alles lijkt ‘smooth’ te gaan, beetje balancerend wel in wankel evenwicht tot er opeens een windvlaag is of toch die container die je, net onder het wateroppervlak niet zag aankomen.

De Boodschappenanalfabeet

Gelukkig zijn ze vlakbij, de winkels. Alvast voor straks, op rollaterafstand. Al die nieuwigheid van bezorging aan huis, de Jumbo, de Plus, de Appie, die gekke karretjes van Picknick, daar ben ik nog veel te jong voor.
Ik wil blijven bewegen. En voor die flitsservice, Gorilla en zo, alweer te oud vrees ik. Niet dat ik het zo leuk vind, de boodschappen, verre van. Dat gedoe met die karretjes en die muntjes, ik heb geen cash meer op zak, en al die mensen die in de weg lopen, die gezellig lopen te boodschappen, ik heb het al moeilijk genoeg.

Kijk, het gaat redelijk, wanneer ik gewoon eten ga kopen voor de warme maaltijd. Dan neem ik nog wat koekjes mee, oja de thee was op en toch ook nog maar een zak chips voor de zekerheid. Maar dan, ik heb na lang zoeken een recept gevonden. Tenslotte moet ik voor de lieve vrede en voor mijn lieve Eega ook eens iets ánders koken. Dan begint de ellende, zoete aardappels, waar liggen die?

Kikkererwten, waarom niet gewone erwten, kokosmelk, waar kan ik dat vinden, hoe ziet dat er uit? Gember, dat weet ik denk ik wel, maar garam massala, wat is dat? Totale paniek. Was ik eerst pertinent tégen mondkapjes, nu vind ik het juist prettig, heerlijk anoniem slalom ik steeds sneller door de gangpaden, binnensmonds mopperend.

“Dan vráág je het toch gewoon even? “
weet ik nu al dat Eega zal zeggen. Maar ja, man hé, liever totaal hopelessly lost raken dan de weg vragen in the middle of nowhere.
Er zit niks anders op, dan maar het recept aanpassen, mijn gebrekkige fantasie de vrije loop laten. Nog erger zijn de boodschappenlijstjes die ik van Eega meekrijg, althans, ik schrijf ze zelf op. Hoe zij het voor elkaar krijgt om met goed gevulde fietstassen  thuis te komen, zónder lijstje en niks vergeten, is mij een volslagen raadsel. Maar die artikelen, die opgaaf, dat allemaal te vinden, ik ben gelukkig met mijn mondkapje.
Soms, uit pure wanhoop neem ik dan maar wat anders mee. Ook niet goed, zag ik dat dan niet, dat daarnaast, in dat vak aan de overkant de aanbieding stond. En die aardappels, hartstikke duur. Koeienletters, ernaast, twee voor één prijs. Nog erger was de tijd van de Mantelzorgboodschappen. Die vreemde levensmiddelen, griesmeelpudding, havervlokken. ‘Mooie gele andijvie om rauw te eten’. Terugdraaiende roeryoghurt in dat lichtblauwe pak.

Nu ook weer, net terug. Net op tijd kon ik nog naar links zwenken, ze zat er, mijn lievelingskassière. Ze is net iets mooier dan de anderen, nooit geeft ze enig blijk van herkenning, maar bij haar voel ik me op mijn gemak. Jammer wel dat ook zij een mondkapje draagt. En jammer dat er een echtpaar stond, een bejaard. De man, met visgraat winterjas van net na de oorlog, maar hij was nog goed, had als taak de kar vast te houden. De vrouw met Iron Lady permanentje hield de ogen strak gericht op het beeldscherm of de prijzen wel allemaal klopten. Pas daarna werden alle boodschappen een voor een in de winkelwagen, goed bewaakt door de man, overgebracht. Gaf mijn kassière me daar nu een blik van verstandhouding?

Bij het leegmaken van mijn tas waaien de zegels er uit. Oja, die zegels, altijd die vragen, of ik koopzegels wil en ook voor het boodschappenpakket en ook de frummels, smurfels of de dinges?
Liefst zou ik overal nee op zeggen, maar goed gedresseerd als ik ben wil ik de zegels kopen, wat een gedoe, zó 2021. Op mijn briefje zie ik nu ook de dingen die ik vergeten ben. Ik hoor het ze al zeggen, straks als ze thuis komt:
“Ooooh, wat ben jij bent toch een boodschappenanalfabeet”

Het leven als film

De legendarische uitspraak van Forrest Gump
‘life is like a box of chocolate’
is maar al te waar. Wat maak je toch veel mee in het leven en niet alles is even leuk. Wanneer de bioscopen gesloten zijn verlang je er des te meer naar om even in een donkere zaal je voor twee uurtjes te verliezen in een andere werkelijkheid. Even uit de film van je eigen leven stappen. Dat maar voortdendert, soms als spannende actiefilm en dan weer als een langzame roadmovie.

Er zijn gebeurtenissen die je bijblijven, maar er zijn er ook die zo snel mogelijk vergeten dienen te worden. Je wilt meer zien van die ene scene, die zo romantisch leek te gaan worden, met een happy end. Of juist niet, een korte blik van een scenario waar je niet mee geconfronteerd wilt worden, ‘un film noir’, of erger nog de horrorfilm. Van die momenten dat je denkt, huh, gebeurt dit echt, ben ik dat. Het leven is immers één groot toneelstuk, een rollenspel.
Toen ik voor het eerst een fiets jatte, spannend. En later, er waren nog geen camera’s die overal alles zagen, die rode MG cabriolet, stukje joyriding, nog spannender. Of die nacht dat ik meeging, tegen mijn zin, maar mijn nieuwsgierigheid niet kon bedwingen en mijn gêne overwon.
Was ik dat? Achteraf, allemaal scenes, als bevroren beelden uit een film. Hoogtepunten uit het leven om nooit te vergeten, de foto van de stapel boeken op de tafel bij de boekhandel; mijn boek. Of de aanblik van de kust die eindelijk opdoemde aan de horizon, na al die weken van lichte ongerustheid op zee.

Momenten van geluk, het geluid van de leeuwerik hoog in de lucht, ik lag, een kind nog, in de schaduw onder de boerenkar terwijl mijn opa verderop met twee zware trekpaarden de akker aan het ploegen was. Of van schrik, toen ik ze op de Eerste Hulp hoorde zeggen dat hij (ik dus) geen reflexen in de benen  vertoonde.
Sommige voorvallen zijn te onwaarschijnlijk, ontmoetingen te toevallig om waar te zijn. Als je het zou lezen, zou je denken, nee dat kan niet, dit verzin je niet. Toen de dansvloer voor ons alleen was in die dampende club en wij in die never ending groove waren en we ons achteraf afvroegen of het echt gebeurd was. Toen wij de vrijheid proefden en de zon scheen en de zee ruiste zoals hij nooit eerder had geruist en toen we ons op grote hoogte bevonden en de wereld onder ons nog donker was en de eerste lichtjes in de diepte begonnen te bewegen en haar ogen onvoorwaardelijke liefde beloofden.
Minder mooie momenten, die je snel probeert weg te stoppen in het laatje, of is het al een kast vol met ‘deleted scenes’. Van droefenis en schaamte en van rouw en verloren liefde en van spijt. Dat pijnlijke blauwtje, die oerstomme vergissing, iedereen zal ze hebben, maar jij hebt die van jou en die zijn geheim. Er zijn herinneringen die zich hebben vastgezet in het geheugen. Er zijn er bij die je onthoudt omdat ze je ooit verteld zijn en waarvan het nu lijkt dat jij ze nog zelf weet. Of zoals bij een droom die even bij je blijft en langzaam vervaagt als een flauw maneschijnsel bij een bewolkte hemel.

Ik hou van films met een open einde, dat het je bezig houdt, hoe zou dit aflopen, wat gaat er gebeuren. Een ding in het leven weten we zeker, deze film is eindig, ooit stopt het echt. Soms abrupt, of aangekondigd, of ellendig traag. Tot die tijd hou ik vast aan dat open einde, nieuwsgierig, hoe het zou kunnen zijn. Welk scenario staat er voor jou in het storyboard.
‘you never know what you gonna get’.

Schapentellen

Het is weer zover, het gaat wederom niet lukken. En wanneer hij zich realiseert dat hij dat denkt; ik kan niet in slaap komen, dan lukt het helemaal niet meer. Gedachten tuimelen over elkaar heen in het hoofd. Het is er te vol, het bevindt zich in memory lane en wel op het paadje naar Eega. Niet dat dat zo erg is, integendeel, sweet dreams en steeds verder terug in de tijd graaft hij zich. Hij ziet het zo weer voor zich, hoe haar paardenstaartje op en neer danste, toen ze samen hard liepen op het smalle polderweggetje en hoe hij daar in al zijn overlopende verliefdheid zo om moest lachen.
En als ze wandelden en de zon scheen en zij haar sandaaltjes droeg, of waren het teenslippers, en hoe haar teentjes bij elke stap zachtjes omhoogwuifden als zeeanemonen in het heldere water voor de kust bij Bonaire op een diepte van dertig meter.

Een ander deurtje in het geheugen schuift opzij en toont hoe zij zwaaide, net zoals die Belgische televisiepresentatrice na Kapitein Zeppos zwaaiend afscheid nam van de jeugdige kijkertjes toen, zo zwaaide zij met twee handen tegelijk waarachter haar glimlach zich verborg, haar kleine handen die op geheimzinnige wijze ergens vanuit haar lange donkere cape kwamen.
Hoe zij opeens op een donkere herfstavond opdook in het volle licht van de halogeenlamp hoog aan de Amsterdamse gevel van het enorme pand waar hij eenzaam nog laat aan het werk was en een bliksemflits door zijn lichaam sidderde bij deze onverwachte ontmoeting. Lang vergeten herinneringen poppen op in zijn schedel als het kaarslicht ontstoken door een zondige misdienaar in een koude kerk. Hoe ze bij hem achterop de oude damesfiets zonder licht, net als Rutger Hauer en Monique van der Ven, door de stad kriskrasten, lachend en vrolijk en net dat beetje onbezorgd en aangeschoten.

Zoals dat gaat in halfslaap is er geen systeem in te ontdekken, hij krijgt het niet voor elkaar, het tolt maar door en hij weet het. Ook dat de zinnen die nu vanzelf ontstaan met woorden wel in zijn woordenschat aanwezig, doch ongebruikt die nu schitterend op hun plaats vallen, zinnen waarvan hij weet dat die de volgende morgen verdwenen zullen zijn. En weer hoort hij het geluid, de zee die onhoudbaar dichterbij kwam en die het strandje waar ze lagen zou opslokken en hoe ze op het laatst snel omhoogklommen over de gladde rots, nadat ze zich gehaast aankleedden en het bodempje witte wijn waarvan ze ieder nog een slok namen. Het zout van de zee en haar lichaam, het natte zand en wijn.
Hoe op de dansvloer van Bar the Laughin’ Ghost de lange pony van het zwarte haar dat haar ogen haast bedekte, glansde en het grijs erin zilver leek. Hoe haar zelfgemaakte meubels en kunst aan de muur in haar kamertje hem toen haast ontroerden en de vlam nog hoger stookten.

Hij draait zich om in het krakende oude bed dat men zo romantisch vindt en ziet de groene fosfor cijfers van de wekker kwart voor drie aanwijzen en luistert naar de rustgevende slaapgeluidjes van Eega vlak naast zich. Dat gaat een wel heel kort slaapje worden realiseert hij zich en neemt zich voor nu echt in slaap te gaan vallen.
Natuurlijk, hij zou uit bed kunnen sluipen en de goed verstopte slaappil die hij van een vriendin had gekregen; ‘hier, probeer deze maar eens’’, nu eindelijk dan eens innemen. Onhoorbaar schuift een ander laatje open in de diepten van zijn dichtgeslibte geheugen. Opeens, waar komt dat vandaan, ziet hij haar weer zitten achter het spinnewiel en hoe ze met die kleine handen van de vette schapenvacht een ragfijne wollen draad spon. Het is mogelijk dat dat het is, niet het bekende ‘schaapjes tellen’ waardoor hij opeens in slaap valt, maar misschien het ritme van haar voet waarmee ze het spinnewiel aandreef en het eentonig snel draaien van het rad.
Een diepe, weliswaar korte slaap waarin hij mogelijk verder droomt over Eega of misschien ook over andere zaken die hij hier nu liever voor zich houdt en waarvan het meeste alweer vervaagd is voordat hij goed en wel beseft dat hij wakker is, het ochtend is en hij er uit mag.

Ik ben Jens

Heu!

Ik zal t maar meteen zeggen, voor diegenen die het niet weten, ik ben de broer van Juul. En voor hen die het wel weten ook. Meteen maar even een gebbetje tussendoor, want ik schijn een grappenmaker te zijn, nu al, volgens mijn opa. Hij heeft het niet in de gaten maar hij is er dus ingetrapt, gewoon, iedere keer als hij naar mij kijkt, doe ik net of ik lach. Kost me overigens geen moeite, want ik ben goed terecht gekomen. Leuke familie, er wordt goed voor me gezorgd, mijn ouders zijn ook niet verkeerd, het schijnt dat ik nu in de voormalige slaapkamer van Juul woon, krijg op tijd m’n eten, kortom, nee, mij zul je niet horen klagen. Overigens, dat grapje van ‘voor diegene die het niet weten’, dat is van mijn opa, die hoorde dat pakweg 50 jaar geleden en hij heeft het eigenlijk nog nooit op een goed moment kunnen zeggen.

Tussen twee haakjes, ik zeg dit alles bij monde van Juul dus. Zij is een stuk welbespraakter dan ik. (nooit ‘als ik’ zeggen) Moeilijke woorden dat ze soms gebruikt, als ik denk ‘ja’, zegt zij in plaats daarvan: ‘inderdaad’. Respect. Het is een leuke meid, ze is alleen nogal hardhandig, ze grijpt me steeds beet en dan gaat ze me op haar manier knuffelen.
Goed bedoeld maar of ik er nou altijd op zit te wachten, ben ik net even in gedachten duikt zij opeens bovenop me. Laatst zei ze dat ze zó blij was dat ik er was, snap jij het, nou ja laat maar. En altijd dat lieverd of liefje, dat weet ik nu wel. Ze heeft het blonde haar van d’r moeder, ik ben benieuwd wat dat van mij gaat worden, misschien wel dat pikzwarte van pa. Zie je die trui die ik aan heb, best aardig toch?
Net als die ene met die teksten, aan de ene kant, ’Ik ben Jens’ en van achteren ‘De stoere broer van Juul’, maar ja die is alweer te klein, beetje jammer dus.

Nog even over mijn haar, volgens m’n ma groeit het een centimeter per dag, zelf heb ik daar m’n twijfels over en alles goed en wel, als ze d’r maar afblijft, of nog erger, me mee sleurt naar zo’n enge salon. Als ik het goed begrijp zijn die nou dicht. Prima toch, wat mij betreft kan die pony nie lang genoeg zijn. Verder, ik doe m’n best, dat kruipen lukt niet erg, zitten heb ik bijna onder de knie, soms doe ik net of ik opeens omval.
Láchen joh. Laatst werd ik opeens in een gek stoeltje vastgebonden en Juul zat ook al in zoiets geks, maar dan achterop. Ik zat beter, want van voren, ik kon alles zien. Maar wat nog raarder was, mamma zat tussen ons in op dat ding, heet dat iets of fiets of zoiets?
Maar nu nog gekker, pappa heeft er kennelijk geen, want die moest rennen, vlak naast ons. En hard joh en hij kreeg het erg warm, maar wat nóg gekker was, we gingen gewoon nergens heen. Gewoon een stuk langs bomen en water en leeg land en toen waren we opeens weer thuis. Kan iemand mij dat uitleggen?

Ik weet niet wat normaal is voor mensen zoals ik, maar ik schijn een slechte slaper te zijn. Ja nogal wiedes, weet je hoelang ik in dat bed moet liggen en hoelang het donker is? En pas geleden op een nacht was het een beetje rumoerig, of is dat niet het goeie woord, steeds knallen, keihard. Zelfs Juul schrok ervan, het is dat dit verhaaltje over mij gaat anders zou ik je die foto van haar laten zien, ze schrok echt wel grappig. En wat ik nou weer opving, ik ga binnenkort, mét Juul trouwens, bij opa en oma logeren. Het zal mij benieuwen, het schijnt dat ze allemaal karren hebben met blokken en gekke beesten en een voetbal en een schommel en een vroemvroemdingetje en een soort logeerbedje, nou ja, we gaan het zien, voorlopig moet ik het allemaal maar over me heen laten komen. Van Juul hoorde ik dat oma grappige liedjes kan zingen over maneschijn in een groen groen konijnenland, maakt mij niks uit, het is maar een dagje. Tenminste, als ze ons nog ophalen, aan het eind van die dag.

Is this love

Onmiddellijk zingt dat rond in mijn hoofd, du moment dat Ruben Block (Triggerfinger) vertelt welk nummer wat hem betreft nummer een zou moeten zijn in de Top 2000: Bob Marley’s  ‘Is this love’. Het is zo’n simpel liedje, met slechts een paar zinnetjes die steeds worden herhaald, maar zo lekker om te zingen.

‘I wanna love you
And treat you right
I wanna love you
Every day and every night’

Eind van het jaar zit ik aan de buis gekluisterd en word getrakteerd op weemoed en andere gevoelens opwekkende muziek – die Matthijs krijg je er gratis bij – maar allez, voor het goeie doel. De pareltjes geschiedenis van Leo Blokhuis, maar ook mij volledig onbekende muziek waarvan ik denk, huh, waar was ik toen, was dat toen ik de bak zat, of op een andere planeet. Deze avond zit in ‘het café van Monika’ een meisje achter het tafeltje met Perzisch tapijtje. Ze vertelt in een donkere depritijd  zoveel aan de muziek gehad te hebben van – alweer- een artiest die ik niet ken. Maar het klopt, muziek = emotie.

‘We’ll be together
With a roof right over our heads
We’ll share the shelter
Of my single bed
We’ll share the same room, yeah
For Jah provide the bread’

Wat kwam er voorbij deze week A-go-go: Miles Davis, ojaa, die LP had ik ook. En wat brulde ik mee: (Eega was al naar bed) Dr Hook; Sylvia’s mother, “And the operater said, 40 cents more”. En ook Doe Maar: “Een nacht alleen”. Toeval, ik zong het al eerder die dag, in de auto, maar had niet de juiste tekst; ‘Een nacht met jou’.  En het al even eeuwenoude; ‘Heaven must be missing an angel’ en ‘Blue Hotel’.
Overigens, het is nauwelijks voor te stellen, maar Bob Marley overleed al in 1981. Verder natuurlijk Procol Harum met het onverslijtbare ‘A whiter shade of pale’, wie schuifelde niet wang aan wang met hem / haar, van hem / haar dromen, over duistere dansvloeren.
Alanis Morissette met ‘Ironic’, heerlijk, toen ik dit cassettebandje, in die tijd, keihard afspeelde in de auto, scoorde ik hoge ogen bij de meisjes aan wie ik een lift gaf. Uria Heep, ook al uit de oertijd, toen wij, het trio de drie broers, dit op volle oorlogssterkte afspeelden, wanneer pa en ma een avondje weg waren, heftig luchtgitaar spelend.

‘I wanna know, wanna know, wanna know now
I got to know, got to know, got to know now
I-I-I-I-I, I’m willing and able
So I throw my cards on your table’

Elke avond van de Top 2000 A-go-go zijn er wel enkele nummers die bij mij iets teweeg brengen. Hetzij herkenning, weemoed, blijheid, droevenis dan wel de warmte of de pijn van de liefde. Ik noem maar wat; een fantastische uitvoering van ‘Feeling good’ van John Legend.
Of, alleen voor de zeer oude lezers, Liza Minelli, over wie iemand anders vertelt aan dat Perzisch kleedjestafeltje. Ik herinner mij de film ‘Cabaret’ en de bijzonder lange zwarte wimpers van Liza. En nog zoiets, Bette Midler, nooit eerder gezien, maar wiens naam ik ken van het duet samen met mijn goede vriend Tom Waits; ‘Never talk to strangers’.
Nog zo’n andere ouwe, Charles Aznavour, wie kent hem niet. Ik zong alles fonetisch mee, heerlijk. “La bohème’, waarvan ik de titel leende voor een verhaaltje, zich afspelend in Parijs met uiteraard een open – romantisch – einde.

‘Is this love, is this love, is this love
Is this love that I’m feelin’?
Is this love, is this love, is this love
Is this love that I’m feelin’?’

Tim Knol met band speelt momenteel Bluegrass, wellicht een muziekgenre dat niet iedereen kent. Bij mij komen onmiddellijk herinneringen op aan o.a. The Flying Burrito Brothers, een Bluegrass band, heerlijk gekke country and western achtige muziek. Uit een tijd dat er voor mij nog een hele wereld, op alle gebied te ontdekken was. Veel muziek herinnert mij nu aan die tijd en aan:
we share the shelter of my single bed, is this love that I ‘m feelin’?

En dan nog dit, Carlos Santana blijkt toch wel in de top 2000 te staan, niet met ‘Europe’, waaraan ik laatst een column wijdde, maar met ‘Samba Pa Ti’; Samba voor jou. Ook goed.

Cowboy in Nepal deel II

Limited Edition – alleen voor leden.
Alle verschenen verhalen hierin gebundeld.
Op de flaptekst:

Zijn er cowboys in Nepal?

De schrijver neemt ons mee op zijn rondzwervingen in de Zwitserse, Franse en Oostenrijke Alpen en de Italiaanse Dolomieten. Hij maakt de lezer deelgenoot van het grote geluk dat hij daar vindt; het een zijn met de natuur. Een ieder die de liefde voor de bergen met de schrijver deelt, zal de euforie herkennen van het op pad gaan, het hogere en onbekende tegemoet. Van het zich klein voelen in een betoverend landschap, dat in een oogwenk door een weersverandering kan veranderen van een lieflijk in een bijna beangstigend decor.

Na Cowboy in Nepal gingen de trektochten gewoon door. Naarmate de ervaring toenam werden de tochten – soms – uitdagender. In zijn kenmerkende stijl beschrijft Gerard den Toonder welke avonturen hij en zijn trouwe vrienden beleefden. Nieuwe bergtochten met hoogtepunten maar ook met  teleurstellingen. Succesvolle beklimmingen, maar ook dat wat soms maar net goed ging. Cowboy? Een synoniem voor de drang naar vrijheid en geluk die de basis vormen voor dit meeslepende boek.

I put a spell on you

Stom! Ik ben weer dom geweest, te gehaast dat lijstje ingevuld, welke vijf nummers voor mij de beste zijn in de top 2000. Net als ‘All along the Watchtower’ van Jimi Hendrix uiteraard, vergeten. Achteraf, ik weet niet welk nummer ik vaker heb beluisterd, ‘Europe’ van Santana of ‘I put a spell on you’. Is de gitaarsolo van ‘Europe’ lang en ingewikkeld, zo is de tekst van ‘a Spell’, vrij simpel. Wanneer je alle herhalingen weglaat hou je dit over:

I put a spell on you
because you ‘r mine
you better stop the things you do
I tell you, I ain ’t lying

You know I can ’t stand it
You ‘re running around
You know better daddy
I can ’t stand it ‘cause you put me down
Oh no

You know I love you
I love you
I love you anyhow
and I don ’t care
if you don ’t want me
I ‘m yours right now

Het is al uit 1956, geschreven / bedacht door Screaming Jay Hawkins. Op een korrelig Youtube filmpje zingt hij in een vreemde Vooddoo-achtige act, compleet met een bot door zijn neus. Als je goed zoekt zijn er honderden versies van verschillende artiesten te vinden, wie zong het niet.

The Animals, Creedence Clearwater Revival, Joe Cooker natuurlijk, Annie Lennox en ook mooi; Nina Simone. Waarschijnlijk kende ik het het eerst in de uitvoering van ‘The Alan Price set’. Toen ik vijftien was stond het lang in de hitparade. Het is duidelijk waar ik heen wil; welke vind ik het mooist. Dus; Joss Stone, zoals zij het zingt en dan het liefst begeleid door Jeff Beck, misschien wel de beste gitarist ter wereld. Er bestaan vele verschillende live-uitvoeringen van hen samen. Recenter is haar samenwerking met gitarist Steven Down.

Waarom nu speciaal dit nummer en met deze zangeres. Zoals zij het zingt, met zoveel passie, hoe ze soms schreeuwend zingt – hoe houdt ze haar stem heel. En dan de tekst; ‘Ik betover je’. Hoewel ik pas sinds kort weet dat dat de betekenis is van I put a spell. En natuurlijk, Joss, ze is zo naturel en zo mooi. Laatst ontdekte ik toch weer een mij onbekend filmpje. Abominabele beeld- en geluidkwaliteit, uit 2010 in Shepherds Bush, Londen. Alleen voor doorgewinterde ‘Spell’ beluisteraars. Maar dan, werkelijk, hier breekt de pleuris uit, it ’s war on stage, een gevecht tussen gitarist en zangeres. Ik krijg het er warm van, hartkloppingen, kippenvel, brok in de keel, kortom.

Voor wie niet zo kapot is van haar soms ietwat rauwe stem, luister dan eens naar haar akoestische uitvoering van ‘Then you can tell me goodbye’

Kiss me each morning for a millon times
Hold me each evening by your side
Tell me you ‘ll love me for a million years
Then if it don’t work out
Then if it don’t work out
Then you can tell me goodbye

Nog een tip, Voor velen toch redelijk onbekend, Jeff Beck, de onnavolgbare gitaarkunstenaar. Luister eens naar de instrumentale nummers, ‘Nadia’ en ‘Cause we’ve ended as lovers’.