Wat maakt het uit

P1050859

Nog even en het bankje valt om. Wegspoelen in de rivier zal het niet, met die zware betonnen poten. Eronder is teveel zand weggespoeld, lekker zitten lukt niet meer. Bovendien zit ik toch niet graag zo vlak aan het pad. Verder dus. Niet dat het druk is, op een doordeweekse dag in de herfst, hoogstwaarschijnlijk ben ik alleen hier in de Dordtse Biesbosch. De paadjes zijn goed slikkerig, staan zelfs gedeeltelijk blank. Ik blijf zoveel mogelijk aan de rivier, door de rietstrook, soms over een dikke laag, verend rottend riet. Hoever zak je weg. Nu al meer dan de helft van mijn leven kom ik hier. Ik ken alle paadjes. Toch is het steeds anders, seizoensafhankelijk. En soms is opeens weer een stuk griend kaalgehakt. Wel is het toegankelijker gemaakt, hier en daar dus zo’n bankje en: prullenbakken. Wat me eerst best irriteerde.

Prima nu dat ze er staan, rommel die ik tegenkom gooi ik in zo’n bak. En doe geen moeite meer om te begrijpen waarom mensen afval laten vallen. Je gaat de natuur in, blijkbaar is dat leuk, iets puurs, genieten en vervolgens vervuil je die natuur met je blikjes Redbull. Er spoelt ook veel aan, onherkenbaar half vergaan plastic. En daar ligt een flesje afwasmiddel, zal wel van een binnenvaarder afkomstig zijn. Met twee vingers pluk ik het uit de modder. De zon begint steeds krachtiger te schijnen en toevallig loop ik de goeie kant op, tegenlicht. Het mos op de wilgentakken wordt fluweel, de rietpluimen lichten fel op tegen de geheimzinnige donkerte van het griendbos er achter. Het water van de slootjes bliksemt. Door een gat in de rietkraag kan ik van het pad af en wat verder vind ik een piepklein strandje. Met een paar stenen heb ik een droge zitplaats en zelden smaakt koffie dan lekkerder. De Merwede stroomt en blinkt. Ik moet even mijn rugzakje oplichten, er komen golven aan, nog van dat schip zojuist.

De volgende keer neem ik een plastic zak mee, kan ik makkelijker wat afval ruimen. Uiteindelijk komt al de rotzooi in de rivier, spoelt het mee naar zee, de Noordzee, het Kanaal door, de Golf van Biskaje en verder bij de Azoren rechtsaf, tot het uiteindelijk aanlegt bij dat eiland van plastic, midden in de oceaan. Het is onzin en ik weet het. Dat beetje dat ik opruim, wat maakt het uit. Ik ben met de auto hierheen gereden, niet met de fiets. Maakt het nog wat uit? Mijn hele leven reisde ik per trein naar het werk, Co2 neutraal. Volgend jaar wil ik de Toubkal beklimmen, de hoogste berg van Marokko en Noord-Afrika. Mag ik nog wel vliegen? Ik heb dit hele jaar geen een keer gevlogen. Tien jaar is er door de politiek alleen gesproken over moslims, volgens hen mislukte multicurele samenlevingen, tsunami’s van vluchtelingen. Het milieu? Nooit van gehoord. Nu na de klimaattop in Parijs gaan we haast maken, alsof het nog te stoppen valt. Ik word flextariër. Een roepende in de woestijn voel ik mij, wonend in een van de rijkste landen ter wereld. En zo laag scoren op de milieuladder. Beschamend. Ach, maakt het nog wat uit.

Verder weer, ik hoor water stromen. Ik zoek en vind het. Vreemd, dit zag ik nog niet eerder. Een kleine waterval is ontstaan, van een hoger gelegen landje klatert het in een sloot. Ik worstel me erheen door de blub en het struikgewas voor een foto. Het flesje afwasmiddel heb ik laten vallen, nog steeds geen prullenbak. En ik maak nog een foto, maximaal ingezoomd, is het een lepelaar of een witte reiger. De zon schijnt nu volop en ik kan niet stoppen met fotograferen. En ik heb al zoveel foto’s gemaakt hier. In alle jaargetijden en alle weersomstandigheden. Stilte zoekend en eenzaamheid, hier aan de rand van de volle Randstad. Het kleine beetje wildernis waar we het mee moeten doen. Ik blijf het mooi vinden, deze natte ongeorganiseerde bende van wilgen, riet en brandnetels. Het licht valt er mooi doorheen vandaag.

Bijna aan het eind, bij de andere haven kom je weer vlak langs de rivier. Er vaart een politieboot, dicht langs de oever. Twee man op het dek speuren rond met verrekijkers. Wat zoeken ze,  onwillekeurig kijk ik ook om heen. Een van de agenten heeft mij gespot, zijn kijker is recht op mij gericht. Ik ben onschuldig. Dat flesje afwasmiddel, ik weet waar het ligt. De volgende keer neem ik het mee, beloofd!

Advertenties

Kerstgedachte

IMG_0971

Verdomd als het niet waar is. Ik heb het weer. ik heb weer last van de Kerstgedachte. De terugblikken, de goedebedoelingprogramma’s op tv, de onontkoombare muziek op de radio of in het winkelcentrum, of je nu wilt of niet, je krijgt zo’n heel speciaal gevoel van binnen. Zoals vriend Hank ooit zei last te hebben van ‘Creuzfeld Jacob’, de gekke koeienziekte, het overkomt je, je wordt er mee besmet.

Zojuist weer, bij de laatste uitzending van Jeroen Pauw werd die (…) (drie letters) van GeenStijl vastgeluld (nu wel) door Dolf Jansen:
“Moeten we doen net als Australië? Ho stop, wegwezen, hier komt niemand binnen. Honger, bombardement, onthoofding, niks mee te maken.”
En Sanne Wallis de Vries ging nog even door:
“Wij, in de top tien van rijkste landen ter wereld, beseffen niet hoe goed wij het hier hebben.”

Begrijp me goed, ik heb niks te klagen, hoef niet naar de voedselbank – in Groningen wordt die druk bezocht – hoewel ook ik alle hoeken en gaten van het UWV heb gezien. Wij hebben al zeventig jaar geen oorlog, de laatste echte ramp was in ’53. En die weet ik nog, mijn babywiegje werd geëvacueerd naar de zolder. Oké, het Nederlandse weer kan beter, hoewel laatst, half december, was het nog 15 graden. En ja, we hebben een stomme regering die alles in doofpotten stopt en te lang praat over de niet echt belangrijke zaken. Maar uiteindelijk hebben ‘we’ die zelf gekozen. In 2014 openden we nog een serie kolencentrales, goed bezig.

Mijn kwaadheid en ergernisjes worden weggedrukt en overspoeld door warme gevoelens. Eega zegt me vaak:
“Erger je toch niet zo.”
Waarop ik steevast antwoord:
“Nee, ik erger me niet, ik verbaas me slechts.”

Imagine there’s no heaven
It’s easy if you try
No hell below us
Above us only sky
Imagine all the people
Living for today

Imagine there’s no countries,
It isn’t hard to do
Nothing to kill or die for
And no religion too
Imagine all the people
Living life in peace

 Na ‘Parijs’ werd dit lied weer eens van stal gehaald. Hoeveel waarheid schuilt in deze twee coupletjes. Nog eenvoudiger was die andere kreet van lang geleden: ‘een beetje lief zijn voor elkaar’.

Je kunt zeggen dat ik een dromer ben
Maar ik ben niet de enige
Ik hoop dat je het ooit met ons eens zal zijn
En dat de wereld zal zijn als één