Moonlight chimney

En nadat wij ons met pijnlijke vingers
die vermoeid waren van een lange dag klimmen
in de zongestoofde rode rotsen uitbonden
uit de klimtouwen die stoffig waren en zanderig
en elkaar glimlachend en tevreden aankeken
propten wij alle materiaal in de rugzakken
en begonnen met lichte tegenzin
en zonder een woord te spreken
aan de eindeloze afdaling naar het dal
met de trailers op de campsite in het woud
waar onze vrouwen onbezorgd op ons wachtten
en de verkoelende schemering al was ingezet

uit ‘Wispelturig als de wind’

Ik ben Juul (3)

Uit betrouwbare bron – voor zover je Facebook betrouwbaar kunt noemen – vernam ik dat vandaag precies een jaar geleden die opa – die zo graag wil dat ik hem Gerard noem – een voor mij schier onuitsprekelijke naam met die G en die r’s – een columnpje plaatste onder de naam ‘Ik ben Juul (2)’. Welnu, hier is dan voor de ‘Mijn Juul’ volgers deel 3.

Dus. Want, lieve mensen, wat is er veel gebeurd het afgelopen jaar. Ik heb er niet veel van begrepen maar het was bizar. Schijnt. Mij is niet helemaal duidelijk wat normaal is en Nieuwnormaal. Feit is wel dat ik opeens op afstand gehouden werd. Net geleerd dat knuffelen met andere mensen dan m’n pa en ma (nooit ouwe lui zeggen) normaal is, toen mocht dat niet meer. En nu is het allemaal weer oké. Ik weet niet waar ik goed aan doe. Sowieso, als hij (die Gerard) te dichtbij komt zeg ik gewoon: “Niet doen opa, hou op opa.”

Nu even iets anders tussendoor. Er schijnt iets bijzonders te gaan gebeuren, ik word grote zus. Geen idee wat ik me daarbij moet voorstellen maar ik krijg een broertje. Het is belachelijk en niet te geloven maar ze kijken er zo serieus bij dat het nog echt waar is ook denk ik. Als je die buik ziet van mijn mama, dík! En, als je het niet verder vertelt, hij heet Kees. Allemaal prima, maar ik heb wel moeten verhuizen. En nu al voor de tweede keer in mijn leven. Was ik net gesetteld in mijn nieuwe kamer, hadden die luitjes behoorlijk hun best op gedaan hoor, húp, word ik weer een verdieping hoger gebonjourd. Nu klim ik graag – kom ik zo nog op terug – maar dit huis, met al die trappen, niet te doen. Komt nog bij, ik val best vaak.

Nog even over die avondklok, wat een gedoe, alsof het mij wat uitmaakte. Ik bepaal zelf wel wanneer ik slaap, of niet. Heb er soms helemaal geen zin in, ’s nachts. Verder; ik ben iemand die graag schommelt, mijn rechtervoet aan de bal is gevreesd want onvoorspelbaar en hard, ik loopfiets als een malle, maar ik zal wel een klimmer worden. Er kan geen speeltuintje voorbij gefietst worden of ik word weer naar boven gejaagd door die opa. Ik doe maar net of ik het leuk vind, die stomme klimwandjes. En dan; ik hou van een goed gesprek, hoewel ik aan de reacties van mijn toehoorders meen te merken dat ze niet alles begrijpen. Volgens mijn omgeving beschik ik over een behoorlijke woordenschat. Maar sommige woorden weiger ik over te nemen, zoals ‘Goedemorgen’ en al helemaal dat stomme; ‘Hallootje’.

Misschien raar om over jezelf te zeggen maar waar ik echt goed in ben; vogels. Merel, koolmeesje, duif, uil, ‘oehoe, oehoe’ ik ken ze allemaal, specht, ‘klop klop’ in het bos. Maar mijn favoriet: winterkoninkje. Nou, ik ben dit ook alweer beu, ik ga snel verder bouwen aan de boerderij of de trein of dat boekje over die eend voor de driehonderdste keer lezen of mijn tenen tellen of de pop een schone luier en een kopje thee geven en hem keihard weggooien. Doei! Zwaaien doe ik niet.

PS wil nog even zeggen dat broertje van mij is nu net geboren het was dus echt waar je snapt niet hoe het kan hij zat dus toch in die buik en mijn mama is opeens een stuk dunner ik heb hem al een kusje gegeven en hij mag mijn tijgertjeknuffel wel lenen maar hij gaf nog geen sjoege en ook dat hij geen Kees heet. Jens zo heet tie.

De klimmer en zijn tuin

De klimmer zat in zijn tuin
hij keek naar het gras dat groen was
naar de rozenstruiken die bloeiden rozerood
en de witte akelei en kobalt van de monnikskap

De klimmer keek omhoog en naar de lucht
die blauw was en waarin witte wolkjes zweefden
en hij zag daar de grijze wanden
van de bergen waarnaar hij verlangde

uit ‘Wispelturig als de wind’

te koop: poëzie ed…..

84 Goedkope Gedichten. En 3 Gratis!
Waarom betitelt Gerard den Toonder zijn gedichten als goedkoop?
Het is aan de lezer om dat te ontdekken, op zoek naar een onderhuidse boodschap. Gerard den Toonder beziet het leven steeds meer beschouwend en liefdevol. In zijn gedichten laat hij de fantasie de vrije loop: persoonlijke gedachtenkronkels, waarheid en bedrog, de zee en zijn geliefde bergen, mijmeringen, benarde situaties, alledaags gedrag van mensen; kortom het leven in alle facetten.
Hij schrijft met humor en milde spot, liefhebber als hij ook is van de zelfkant van het leven.
Liefde echter voert de boventoon door zijn bundel heen; het belangrijkste in het leven is voor hem immers de liefde.
En die liefde voor al wat leeft is gratis, maar zeker niet goedkoop.

84 Goedkope Gedichten en nog 3 gratis!
Eerder publiceerde Gerard den Toonder de boeken ‘Cowboy in Nepal, bergsportverhalen’ en ‘Maandagmorgen in Dordrecht’, over het leven in die stad.
Hij schreef honderden columns en korte verhalen, gratis te lezen op zijn website: http://www.gerarddentoonder.com

ISBN. 9789403612775

Het was een gouden dag en de herfst zal snel zijn

Evenals het vonnis dat mij wacht en waarvan men mij beticht
ik zal terecht staan voor mijn rechters en die mijn beulen mogen zijn
recht zal ik in de lopen kijken en ze zijn geolied en op mij gericht

Hier sta ik, ik kon niet anders en ze weten dat ik hen veracht
ik heb mijn graf alvast gegraven haarscherp en recht en diep
laat de wind dan komen van de bergen en laat het donderen met kracht

Ik deed wat van mij werd verwacht en niets anders meer dan goed
de lijnen volgend van haar hand en waar mijn hart mij stuurde
verblind door dat Andalusies zwarte haar verdwalend in de nevelen van bloed

Hoe kon ik weten van de kille liefdesdolk verborgen in gesloten ogen
hier sta ik, onbevangen en oprecht, onschuldig en ontkleed
het was een gouden dag en het zal te laat zijn voor berouw of mededogen

(3 van 7-7)

Kundalini

Wanneer de zon en maan
en de bekende donderslag
bij held’re hemel samengaan
in die split second ken ik
van magnetisme het bestaan

Wanneer Zij rechtstreeks neerdaalt
uit die hemel hier ver vandaan
in dat onbekende paradijs verdwaalt
bliksemt over grazige weiden
daar mij voorgoed onderuithaalt

Dan zal Zij mij ten gronde richten
naar de randen van de afgrond
zal Zij niet eerder zwichten
tot ik in de goot beland
verwoestend zal Zij brandstichten

Dan rest mij slechts een capituleren
mijn chakra in haar handen leggen
zal Zij mij hypnotiseren en
terugvoeren naar diezelfde vredige weiden
zal Zij de zon magnetiseren

(3 van 7-6)

Sproetjes

Het was een gouden dag
voor ijsjes met een wafel
en langzaam luieren
en langzaam kuieren
op een uitgestrekte boulevard
een blonde jongen op de tafel
duizend belletjes in het glas
en háppen in die schuimkraag

Eén ding was wel jammer
dat kon nu even niet
met omweg om de drank
je zou van minder flippen
tergendgroot verlangen
de bittere smaak als weerklank
duizend druppels op het glas
en het schuim nat op je lippen

Weemoedig lag hij achterover
in de stralen van de zon
zij naast hem zo vertrouwd
heur haar in gemberkleur
haar lichaam als de lente
madeliefjesgeur
bespikkelend met stipjes
duizend sproetjes goud

(3 van 7-4)

Geen gewone mist

Een mist waarvan ik wist
dat die ooit komen zou
een deken nat en zwaar
die ik niet hebben wou
transparante ochtenddauw
je wimpers zwart en lang
je huid als nattig dons
voortdurend bang
druppel aan je neus

Geen gewone morgen
achter mistgordijnen
zul je gaan verdwijnen
en grijze pijn bezorgen
was wel te verwachten
dat je ‘t sprookje uitblies
na langdurende nachten
nabeeld op mijn netvlies
wat speelt zich in je brein
blijft voorgoed geheim
oplossend in nevels van de tijd
just fading out

(3 van 7-3)

Toevallige Passant

-Zijn wij dat niet allen-
wandlend door het leven
komen w’ elkaar tegen
op de eerste beste afslag
is dat van hogerhand bepaald
per toeval daar verdwaald

Op de crossroads blijven staan
hoe daar verder gaan
je mist haar op de splitsing
waar zij de hoek om ging
nog een kans is je gegund
heus, op het drielandenpunt

(3 van 7-2)