
Een bewolkte dag
een dag met wolken
in die wolken
zie ik je gezicht
ze vormen een gedicht
Een wolk van een dag
en die wolken
vormen ook je lichaam
mogen de goden verhoeden
dat de zon gaat schijnen
en jou zal doen verdwijnen
(2 VAN 7-1)

alleen de maan en ik
zijn wakker
De nacht is zwart
de zwarte nacht
net als mijn kamer
en alles wat ik zo bedacht
De nacht is leeg
zoals de fles, de kamer en mijn hoofd
mijn lege hart
ik dans met jou door de nacht
de nacht is zwart
Zoek je overal
dans met jou
patronen op de vloer
jouw geest vloeibaar in m’n armen
het lege en dat koude, dat zwarte heelal
en de maan en ik
(1 van 7-6)

Welk een verschijningsvorm,
die sculptuur, dat silhouet
als gemarmerd van albast
die elegantie en geen greintje vet
dat design qua vormgeving
de maat zo helemaal goed
een bloemlezing
vloeiend waar het vloeiend moet
en hoekig daar waar hoekig
en dan die teentjes aan je voet
een stuk of vijf
als wolkjes bij de dageraad
keurig op een rij
in volgorde van formaat
(en liefst een beetje vuil en bruin)
Maar nu nog gekker
redelijk uniek
in spiegelbeeld
nóg zo een
en identiek
jouw rechter
(1 van 7 – 5)

Ik ben de grote Quarantaineman
onbeholpen en charmant
de verlegen womanizer
zelfverzekerd in elke stand
Onvolwassen en bedachtzaam
roekeloos en eclatant
de introverte feestneus
van virus geen verstand
In bezit van diverse identiteiten
niet geremd door obsceniteiten
complotten of voldongen feiten
stommiteiten die mij spijten
Ik ben de grote Lockdownman
barmhartig en galant
de schizofrene visionair
gooi alles aan de kant
Het leven is toneel, een rollenspel,
opera, een musical, de hel
incognito of pseudoniem
nu dan heerlijk anoniem
Ik zet mijn personages voor het blok
opgesloten Avondklok
eindelijk mijzelven zijn
Villa Tuinzigt is best fijn
(1 van 7 – 3)
Ze zal er altijd zijn, de zee
langs de randen van het land
waar ik dikwijls naar verlang
en soms maakt ze me bang
Ze kan bulderen en ruisen
deinen en spetteren
kolken en fluisteren
uren kan ik luisteren
Ik heb de zee zo lief
haar ruimte en haar leegte
gevoel van haar oneindigheid
en ook dat nonchalante
Ze kan zo lekker ruiken
lekker zoutig smaken
schuim en zand en nat
heeft soms een slechte adem
Ik heb haar nogal lief
haar vrede en haar vrijheid
ze gaat gewoon haar gang
in haar onafhankelijkheid
Ze kan blauw zijn of groen of grijs
of alles daar tussen in
of oranje en zelfs rood
en wit in ’t nachtlijk duister
De zee, ik mag haar wel
net als de herinnering
aan hen die ik er zoende
de zee, die er altijd zijn zal
met haar onverschilligheid
over mijn aanwezigheid
(uit mijn bundel 84 Goedkope Gedichten)

Duizend jaar geleden
heb ik de kust en haar verlaten
wilde graag de vrijheid terug
was natuurlijk een vergissing
niet meer goed te praten
wat heb ik haar aanbeden
Minstens duizend jaar daarvoor
toen ik aankwam in Gstaad
en daar de bergen zag
en terugdacht aan de kust
aan haar, die lieve schat
toen pas drong het tot me door
Duizend jaren lang
die eeuw’ge bergen in dit lied
dronken, high, verliefd
duizelig gelukkig hoe dan ook
sinds ik haar verliet
opnieuw naar haar verlang
Het lijkt al duizend jaar
nog geeneens een week
zonder haar is niet te leven
de bergen moeten zonder mij
weg van hier voordat ik breek
razendsnel terug naar haar
uit mijn bundel 84 Goedkope Gedichten
+ 3 Gratis