ALS HET REGENT IN MEI

De secondewijzer van de eenvoudige wijzerplaat van mijn Bering polshorloge tikte 18 seconden weg tijdens het opschrijven van deze zin.
‘Time is an ocean but it ends at the shore’,
zong Bob Dylan. Alweer 18 seconden dichter bij het einde.
‘Nader tot U’
zou G. Reve gezegd kunnen hebben.

In menig mensenleven gebeurt wel iets dat berust op onwaarschijnlijk toeval, of het is iets ongelooflijks, niet uit leggen, misschien is het zelfs een kijkje in een vreemde dimensie of een andere werkelijkheid. Ieder mens maakt beslissingen en keuzes, waarvan het vaak gissen is of dat besluit van toen wel zo verstandig was, het blijft immers onduidelijk welke invloed dat had op de verdere levensloop, wellicht was men aan menig onheil ontsnapt, of was men van vreugde of rampspoed gespaard gebleven wanneer men ja of nee gezegd had, simpel rechts in plaats van links was gegaan.

Bovenstaande wijsheden ontsproten niet aan mijn eenvoudig brein, het zijn flarden die ik mij herinner, van wat mij werd toegefluisterd, dat wat ik opving in het oorverdovend lawaai in de buik van de Walvis. De man, die plots naast mij opdook, gezegend met een Grieks profiel, qua neus en snor, meer werd ik niet van hem gewaar in de duistere heksenketel, sprak gejaagd, het was hem kennelijk zwaar te moede en, zo was mijn inschatting, hij droeg een groot geheim met zich mee. Dat wat hij mij toevertrouwde in die korte tijdspanne was mij wel duidelijk, de grote vergissingen in zijn leven moesten geheim blijven en ik zal ze dus hier niet publiek maken.

Wie deze man was, hoe hij onverhoeds plaatsnam in mijn zwarte gezinswagen is me tot op heden een raadsel. Dat dit alles passeerde in de vijf minuten dat ik door de hallucinerende borstels en waterstralen en kleuren van de regenboog verlichting van de wasstraat werd gesleurd, een betere plek om een geheim te delen is haast ondenkbaar. Het leven is kort – cliché – en de enige zekerheid die men heeft is dat men op zeker moment zal sterven. Met dit soort gezegdes – ‘Als het regent in mei, is april voorbij’ –  en ‘Alles is altijd maar tijdelijk ‘ lardeerde de man zijn haastige relaas. Ook vroeg hij mij, of was het slechts een hardop denken, is er een kansberekening, hoeveel procent kans heeft de mens op een bepaalde hoeveelheid geluk, in de vorm van liefde, gezondheid en of geld, of miserie als pijn, tsunami’s, aardbevingen of andere ellende.

“Vanaf hier wegrijden”, doemde op achter de laatste woest over de voorruit vegende tentakels en ik startte de motor van mijn wagen en als verdoofd reed ik langzaam door de donkere ruimte in de richting van de verlichte rechthoek waar ik het volle leven vermoedde, waar de zon scheen, de kinderen en de vrouwen lachten en de aarde in die vijf minuten onverstoorbaar alweer duizenden kilometers verder was geroteerd in de onverschillige oneindigheid. Echter, voor ik bij die helverlichte uitgang was viel mijn oog op het dashboard, daar draaide als in een lichtkrant een dichterlijke tekst voorbij, voor zover ik die heb kunnen onthouden, want zodra ik buiten was, in het volle daglicht vervaagde de tekst en verscheen gewoon zoals altijd de kilometerstand en het toerental en de gebruikelijke symbooltjes. In mijn herinnering was het zoiets als dit;
Het was een lach vol stilte zeker niet van oor tot oor was het spot of medelijden troost of liefdevol verlangen de vogels zagen het gebeuren hoe ze naar hem lachte….
Van de man met de Griekse neus geen spoor. De secondewijzer van mijn smaakvol Bering polshorloge blonk op aan mijn linkerarm, heel even.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s