Lijsttrekker

Gek woord eigenlijk. Trekker ken ik en ook de lijster, die zie je weinig meer. Het merkwaardige pleintje voor de Hema is ingenomen door de politiek. Alle merken zijn vertegenwoordigd, herkenbaar aan zijn eigen kleur. CDA groen, SP rood. Dochter Carol en ik worstelen ons er doorheen. Beleefdheidshalve pak ik hier en daar een foldertje aan, zinloos, ik ben geen zwever. In de stad is het druk, in de weinige winkels die nog proberen te overleven ook. Die avond weer, in alle restaurants is het – heeft u gereserveerd? Nee? Geen plaats. Tenslotte belanden we in Carols ‘favotent’ Post. Over het laatste tafeltje wat nog vrij is, buigen we ons om verstaanbaar te zijn in het geroezemoes. Er moet veel verteld. Het bestelde wordt bij de buren bezorgd. Het zal wat langer gaan duren, maar ach, ik ben samen. Met m’n dochter.

Hoe anders was het gister. Zevenenveertig kilometer op de fiets, tegenliggers: zeven. En evenzoveel keer een glimlach en een groet. Blauwe lucht, leegte en rust. In de Noordwaard. Het omgevallen bomenbos. Het gaat gebeuren, ze beginnen te vallen, steeds meer. Omdat ze natte voeten hebben gaan ze of dood, of de wortels hebben geen vaste grond meer en kieperen om met het hele wortelstelsel en al. In grote getale nu. Dat gaan dus bergen rottend hout worden, jammer eigenlijk. Dat lege vlakke landschap kan best wat horizondoorbreking gebruiken.  En dan, om af te vinken, ik héb hem, de zeearend, of, daar wil ik afblijven, de visarend, dat kan ook. Misschien was het een visarend. Een kenner ben ik niet. Heb ook geen verrekijker of telelens, dus ik fotografeerde alleen lege blauwe lucht. Zag zelfs een tweede, honderd meter hoger. En lager, vlak boven het land, ze zijn er weer, de kieviten.

De niet aflatende drang om snel en in hoog tempo verder te gaan is weggevloeid. Dit moet het zijn, het ware onthaasten. In de luwte van het Steurgat. Waar het pontje stil aan de kant ligt, het is nog geen vaarseizoen. Waar het warm is en het lome dreunen van een laag vliegtuig het zomer doet lijken. Ruziënde waterhoentjes. De zwarte contour van een zalmschouw schuift langs. De koffie en de boterhammetkaas is op. No stress, had ik een burn-out, was ik hem nu kwijt. Op het groene bordje een van 72 gedichten in de Biesbosch:

Pontje Steur

 Hier opent zich het weidse polderland
met golvend graan
met grazend vee
en bomen naar de overkant

 Van ‘t Kooike naar de Grote Weerd
en omgekeerd
vaart zomerdaags
dit hulkje op en neer

 Tot aan de oorlog zwom de grote steur
hier loom zijn rondje.
Nu dient de reiziger dit nietig pontje
tot brug, tot rustplaats en tot veer.

 De veerman – of is ’t de bode? – noodt
met stil gebaar;
– bezweert gevaar –
“Begeef gerust uzelf in Charons boot”

 Kees van Gammeren

En weer verbaas ik me, in dit verbijsterende landschap. Waar de mens zo drastisch ingreep. Qua omvang van Deltawerkenachtige proporties. 300.000 vrachtwagens grond zijn er verplaatst. Het ‘ruimte voor de rivier’ project is gelukt. De rivier staat hoog, dus hier ook. Onafzienbare watervlaktes blinken. En nu zie ik er echt voor het eerst een zitten, een ijsvogel. Spetterend kobalt. Dan vliegt hij weg, steekt in golvende vlucht het Steurgat over.

Zoals ik zei, de lucht is blauw, bijna lente, alles loopt uit, de kieviten zijn terug. Hier is alles oké, behalve dan toch wel die hoge waterstand. Die steeds vaker voorkomt. Die mij verontrust. Het milieu, het klimaat, dat scoort laag in de debatten. Van die lijsttrekkers.

(had ik dit verhaal twee dagen later geschreven, cq beleefd, had ik kunnen vertellen dat die zee- of visarend de lammergier was, die twee dagen later is gesignaleerd. Ik heb nu eenmaal geen telelens)

En dan nog dit, nog langer geleden, het was winter, januari ofzo, dat ik daar ook was. Maar dan samen met Eega, ze was meegegaan, voor één keer. En we reden door dat gebied, wat veranderd was in een binnenzee. En de banden van onze verwarmde en zwarte middenklasser ruisten door het rivierwater. En toen op dat moment gebeurde het ongelooflijke. Wij keken naar buiten en de hemel brak open en gouden stralen werden naar beneden gezonden en daalden neer in de Noordwaard. En echt waar, echt waar, pal in ons blikveld, daar dartelde, speciaal voor Eega, een lichtbruine springlevende ree.
# voor de goede orde, ik stem géén Partij voor de Dieren.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s