
De voorzitter

Giovanni had snel door de preview van de film geskipt die Harry met hem deelde. Het fragment van drogende was op een dakterras gelardeerd met Italiaanse klanken was hem voldoende en hij antwoordde: ‘Si, we gáán!’
Al zolang hij leefde was hij in de ban van Sophia Loren, de onbetwiste diva, ‘la Loren’, la mama, femme fatale, zij met haar amberen ogen, die mond met die rij tanden en haar verrukkelijke oksels wanneer zij achteloos haar lokkenpracht opstak. Altijd was hij jaloers geweest op dat miezerige mannetje, die Carlo Ponti, 22 jaar ouder dan haar, wat een geluksvogel. En ook op Marcello Mastroianni, die vaak haar tegenspeler was en dus ook in de film ‘Una Giornata Particolare’ en die de tweelingbroer had kunnen zijn van zijn oom Piet, als hij in Zeeuws Vlaanderen had gewoond.
Nu dus op weg naar Cineville De Witt voor ‘C’é Ancore Domani’. Gio was langzamer gaan fietsen, niet té vroeg arriveren. Waarom toch, vroeg hij zich af, moet alles in deze stad nu de laatste tijd De Witt gaan heten, is men zo trots op die raadpensionaris en zijn broer? Telefoon! Haastig stopte hij zijn fiets, Harry: ‘Valentino belde mij, men zit al aan tafel!’ Vol gas nu, op de pedalen! Even later, wanneer zij naar hun tafeltje in de hoek, weg van de Italiaanse drukte zijn gelaveerd, toasten zij, Harry, Tino en Gio in afwachting van de ossebuco di risotto met de vino bianco: ‘Saluti!’ Bij binnenkomst had hij hem ogenblikkelijk gespot, de man die hij verwachtte, Giuseppe Garlone, hij was er.
De film ‘Een Bepaalde Dag’ is uit 1977 en speelt in 1939. De scene met de waaiende lakens en de wanhopige kus op het dak, waar een rode vlag met een hakenkruis aan de muur hangt terwijl van beneden fascistische liederen klinken is onvergetelijk. Dat in ‘Er is nog een Morgen’, die net na de oorlog in hetzelfde Rome speelt, ook lakens op een dak te drogen hangen zal niet geheel toevallig zijn. De film die officieel pas over twee weken in première gaat zal worden ingeleid door de voorzitter van de Associazione Italia, Giuseppe Garone. Onverstaanbaar zal hij niet teveel willen verklappen en al snel eindigen met de mededeling niet teveel kunnen verklappen.
Het drietal bestelde nogmaals, liet de glazen klinken en tijdens dit tweede glas kon Gio niet langer wachten. Hij moest het vertellen, het verhaal dat Harry, op z’n Harry’s, reeds een keer snel had door gescrold. Hoe het leven zo boordevol toevalligheden zich kan ontrollen. Hoe voornoemde voorzitter in de roman ‘Treinspotten’ die Gio schreef, model stond voor de hoofdrol met als naam de Kleine Italiaan (KI) en hoe later bleek dat deze Giuseppe inderdaad Italiaans is. En dat ook nog diens zoon bevriend blijkt te zijn met zijn bloedeigen schoonzoon. Dat het met de Kleine Italiaan in het verhaal niet goed afloopt moge duidelijk zijn maar meer kon Gio niet verklappen. Mocht er nog een derde vino bianco gedronken zijn had Gio naar alle waarschijnlijkheid verteld over zijn meet and greet met Sophia Loren. Enige jaren geleden opende zij het filmfestival ‘Films at Sea’ in het nabije Zeeland.
Is Paola Cortellesi, die geweldig acteert in deze film, waarin zij lijdt onder het juk van haar tirannieke echtgenoot en die zijzelf ook regisseerde, de nieuwe La Loren?
murmelen

Mijn denken een rivier
gevoed door vele beken
zoekend door haar bedding
niet te houden altijd door
Mijn denken wil niet stoppen
stromend steeds maar verder
zoekend nieuwe woorden
drooggevallen waterweg
Mijn denken is een klateren
een spetterende waterval
zoekende gedachtestroom
en een kronkelende beek
Beelden vormen woorden
in een stroomversnelling
schuimend, botsend, bruisend
naar mijn draaikolkende hart
zoekende meanderende vloed
om tenslotte ziedend uit te vloeien
bij de delta in de monding
mijn denken is de zee
Sultans of swing

De eerste Jupiler wordt gretig geabsorbeerd door de drie lichamen van de drie klimmers. Van het tweede biertje wordt meer genoten, langzaam komen ze een beetje bij hun positieven en krijgen ze weer oog voor de omgeving. Vanaf het bankje voor de ruwstenen muur van de hut, warm beschenen door de lateavondzon zien ze de enorme walnotenboom en ook horen deze drie vermoeide bestofte klimmers hoe de stilte wordt benadrukt door zachtkabbelend Ourthe water.
Het was een lange dag, van de negenendertig routes op het massief Cathédrale deden zij er tien, met prachtige namen zoals bijvoorbeeld ‘Extrême Oction’ en ‘Le Baptistère’ en het was dat met zekere regelmaat de zon zich verschool achter een wolk, dat het ‘do-able’ was. De rotswand, pal zuid gericht, was warm en ondanks dat het er lange tijd verboden te klimmen was, bleek hij hier en daar behoorlijk ‘afgeklommen’.
Enige tijd later zien wij de mannen over wie dit verhaal gaat, onherkenbaar opgefrist, een voor een verschijnen in de imposante keuken van het opgepimpte gebouw.
‘Hoeveel fusilli’, vraagt de een; ‘Alles, het hele pak’, antwoordt de ander en kiepert het in de gloednieuwe roestvrijstalen pan. Zij bevinden zich in De HerBerg, voor de greenhorn die deze naam niet kent, ‘vroeger’ stond deze plek bekend onder de naam ‘Tukhut’. Nu voorzien van de modernste gemakken, een strak vormgegeven bar met de beste Bieren van het Belgische Koninkrijk, de ‘Stube’ met een interieur waar een stylist zich heeft uitgeleefd, volledig automatisch aanfloepende verlichting overal en met sanitair waar een buitensporter zich met graagte schoonboent. In de koele tuin stapelt het klimteam zich vol met calorieën voor de volgende dag.
Om de dag leuk af te sluiten, voor iets meer avontuur, wilden ze nog een multipitch doen; een tweede touwlengte tot de top, ‘Les Giboulées’. Er volgde enige discussie, met één of twee touwen? En nazekeren, met grigri of reverso? Drie klimmers, dus twee touwen? Toch bleef het oude, ouderwetsdikke touw in de tas.
Klimmer A klom voor en zekerde B vanaf het relais. Het touw werd naar beneden gegooid en ook C klom naar het relais. Daar was enige verwarring hoe nu de grigri in te hangen met het nazekeren vanaf de wand. Klimmer A klom ook de tweede lengte voor en nu ging C als tweede. B bleef achter op de standplaats, een redelijke brede richel met meerdere keurig ingerichte relais met abseilringen. Hij voelde zich enigszins ongemakkelijk, als het ware gevangen in zijn positie, zonder touw kon hij geen kant op.
Na enige tijd werd het touw naar beneden gegooid, het kwam een paar meter verderop terecht. Met een lange schlinge verlengde hij zijn liveline en kon toen net bij het touw. Maar dan, halverwege was het in een boom die op de wand groeide beland en onmogelijk los te trekken. Hij bond zich in, klikte zich los en begon erheen te klimmen. Wild geroep van boven, of hij al aan het klimmen was, ongezekerd? O, ja dus. Even later lukte het hem, gezekerd, het touw uit de boom te krijgen en klom hij, naast de gekuiste route, dwars door struiken en prikbosjes omhoog. En zo werd het onbedoeld toch iets te avontuurlijk.
De volgende morgen, bij het krieken van de dag, klinken kreunende geluiden door de slaapzaal en ook de nieuwe bedden kraken mee. De spieren, de gewrichten van de drie schreeuwen om koffie, thee met of zonder melk, krentenbollen, pindakaas met honing, eieren, iets! Even later bedwingen zij nog enkele routes op het aanpalende massief Rocher du Banc, alvorens de reis te aanvaarden, terug naar hun respectievelijke geliefden die op hen wachten om op echte vakantie te gaan. Slechts na herhaaldelijk aanroepen van hun lijflied op de afspeellijst:
‘Speel: Sultans of Swing!’
klinkt de uit duizenden te herkennen begintune, die met gejuich wordt ontvangen;
‘You get a shiver in he dark.
It’s a raining in the park but meantime,
south of the river stop and you hold everything.
A band is blowing Dixie, double four time.
You feel alright when you hear the music ring’.
Oer

Natuurlijk, je kunt thuisblijven, de Marathon van Rotterdam lopen of voor buis gaan zitten en dan aansluitend kijken naar de Amstel Gold race. Op zich ook vermoeiend en slecht voor je rug en indien je je laat meeslepen, of je bent te chauvinistisch, tevens slecht voor je hart. Je kunt je ook over laten halen door een aandringende klimmaat om mee te gaan met het klimweekend. Jouw argument dat je zonodig naar een ander gebied wilt, wegens een ‘Project’ is geen argument: dan gaan we eerst daarheen, simpel. Wanneer men thuis is na een geslaagd tripje, loom en frisgedouched, met opstijvende onbekende spieren her en der, rijpen er dikwijls alweer nieuwe plannen, wilde ideeën, ontstaat er een ‘Project’, dreigt het gevaar van overmoed. Het ‘Project’ is: alle twintig routes op het massiefje Rocher de la Jonction in Beez te klimmen, liefst vóór te klimmen, hoeft niet op één dag.
‘Moi, je fais de la montagne 3*’, al eerder voorgeklommen, lukt. Alléén die naam al, jouw zekeraar en jij, beiden behept met enorme heimwee gevoelens naar les Montagnes. De film De Acht Bergen deed daar geen goed aan. Je concentreert je op het klimmen en dat er beneden wordt gesproken over het eten van madeliefjes dringt niet tot je door. Met een droge bek klik je je vast aan de tophaak. De volgende, nauwelijks moeilijker lukt je niet, naklimmen dan maar weer. En zo volgen er nog meer, het laatste stuk, de crux is voorklimmend vaak net te lastig. De klassieker, wegens de naam van de route – bijna hetzelfde als de naam van een van de zekeraars – is voortdurend bezet. De laatste route van de dag: ‘Le Royeu de Cruau 3+ *, lukt vóórklimmend wel. Vertaald: ‘De koning van de wreedheid’. En zo is het, een droom valt in gruzelementen, het ‘Project’ wordt afgeblazen. ‘Hoogmoed komt voor den val’, luidt een Oud-Chinees spreekwoord en dat is precies wat je wilt voorkomen, vallen. Je kunt best een beetje klimmen, maar voorklimmen….. Schrale troost is dat in de nieuwe Topo alle routes met minstens een schaal zijn opgewaardeerd, de jouwe, oeroud, is uit 1998. En nog een troost, ‘Masculino,ma non fanatico 6a*, deed je wel ooit.
Steenbokhut re-revisited. Het grote genieten in de laatste stralen van het eerste lentezonnetje wordt zolang mogelijk gerekt onder de oude muur die warm aanvoelt. Zo voelt ook de vriendschap met de klimmers die duogewijs aanschuiven vanuit het klimgebied Mozet daar vlakbij. De barbecue rookt, het bier schuimt en lachsalvo’s galmen over de weide waar de ganzen en de kippen gezellig doen en het leven is goed. Zó goed. Na een glaasje Port, een Duveltje en een Chimay val je als een blok in slaap, maar slechts kort en temidden van de slaap-, zucht- en snurkgeluiden maalt het maar door in je hoofd. Waarom willen wij dit toch, dat omhoogklimmen, is dat het oerinstinct, die strijd tegen de zwaartekracht, dat zoeken naar iets om je vingers achter te krijgen, is het de overwinning op jezelf.
Op zondag regent het altijd in de Ardennen, vandaag heb je geluk, het is alleen een beetje miezerig. Toch is dat genoeg om de gladgeklommen rots nog iets op te gladden, als dat een werkwoord zou zijn. Niet getreurd, je bent hier, je bent niet thuis, je hoeft niet te werken of te stofzuigen. Het is altijd feest, ontbijt met: poffertjes! Zoveel lekkerder dan de krentebollen die je, gemakzuchtige simplist die je bent, thuis al had belegd. De huttenwaard, het oermens Wouter- hoe goed kan een waard passen in zijn hut – is gisteren al vertrokken, helaas. In goed vertrouwen laat hij het kuisen der hut en het afrekenen der barkaart aan Rivierenland over, het is in orde!
Na een paar halfslachtige pogingen om omhoog te glibberen in de miezerregen trek je je terug in een grot waar een stel holbewoners een rokerig vuurtje brandend houdt. Het is prima hier, je zit droog en warm (nouja, bijna) en in goed gezelschap, koffietje, vooruit doe nog maar paaseitje. En zo besef je, dit is het. Het is niet alleen dat klimmen, net als in de film De Acht Bergen, het is dat oergevoel, het gaat om vriendschap.
Amai

De film Amici di Comici.
Over de beklimming van de legendarische route Comici Dimai op Cima Grande van de Drei Zinnen in de Italiaanse Dolomieten. Door een piepklein berichtje in Hoogtelijn en via een nog kleiner QR code-tje zat ik meteen in deze film. Ik bekeek hem meerdere malen, uit heimwee naar de bergen en met name de Dolomieten. Ik zag de dreigende noordwanden van de Drei Zinnen eens van heel dichtbij, vanaf de smalle top van de Paternkofel. Iets lager gegeten op de mooiste lunchplek ooit. Maar ook, deze film is zo anders, lekker snel geknipt en met veel humor en dan dat lekkere Vlaamse taaltje. Een idee was geboren: díe mannen moeten we hebben! Maar ja, hoe die te vinden. Een mailtje naar de KBF, Belgische bergsport Vereniging, of de klimmers Tom en Wouter daar bekend waren bood uitkomst. Jawél dus en er werd contact gelegd.
In het bergsportcafé van Mountain Network verzamelde zich een met het bergsportvirus besmet publiekje. Zoals het hoort begon de presentatie een kwartier te laat, iedereen was druk met:
‘Héé, hoe is het met jou, nog iets geklommen en wat jij ga jij doen dit jaar’.
Na een korte introductie van V (Tom) en een heerlijk eenvoudig filmpje over de Dolomieten, de route en hoe zij aan de klimsport verslingerd waren geraakt (door hun vaders) van Woody (Wouter) begon de film Amici di Comici. En blij verrast, deze versie was toch nog iets anders dan de Youtube versie die ik inmiddels nu al vijf keer had gezien (en dus ook zonder reclame, Pfffff) en begint meteen goed:
‘Ge wilt nie dood, ge wilt juist léve!’
Wij, van Rivierenland, wij komen dikwijls in België, daar zijn onze meest dichtbije doelen te vinden, de klimrotsen. Persoonlijk, ik hou van dat land – zo dichtbij en toch zo anders, buitenland – en dus ook van die Vlaamse taal. Woody en V, uit Mechelen, zijn nog juist verstaanbaar, maar toch, gelukkig, de film is ondertiteld. We kennen allemaal de films van de grote merken, Mammut, North Face en Petzl Rock trip.
Deze is anders, zo herkenbaar, hoe gewone klimmers (wel goeie) dromen van een grote route en het gewoon gaan doen. Alles zit er in, het puzzelen naar de juiste route, de opbouwende spanning, alles wat mis kan gaan: een verdwijnende autosleutel, dagenlang kamperen onder een zeiltje aan hun Vito busje onder voortdurende regen, maar ook het afscheid van vrouw en kinderen, de stress en het biertje en de lol met elkaar, die speciale vriendschapsband en alles doorspekt met dat heerlijke taaltje.
Emilio Comici, en de twee broers Dimai zijn de naamgevers dan deze route. In 1933 beklom Comici als eerste deze route. Uiteraard in een geheel andere stijl, nog met touwladdertjes hangend aan ingeslagen haken. Boorhaken waren onbekend. Echter wel in een zo recht mogelijke lijn omhoog. De route is 550 meter, 17 touwlengtes, moeilijkheid TD, een aantal passen vergelijkbaar met ‘onze’ 6c in de hal.
Echter, dus nog steeds vrijwel zonder geboorde haken, alles met onbetrouwbare mephaken en vele verkleurde schlinges en touwtjes op de standplaatsen. ‘Das een ander paar mouwen’, zoals ze in België zeggen. Voeg daarbij een vage routebeschrijving als:
‘traverseer een aantal meter naar links tot onder een dakje en volg dan de meest rechtse barst tot de volgende hoek’.
De kans op verdwalen en jezelf dus vastklimmen is nogal aanwezig.
Woody en V lossen dit allemaal met humor op. Naast alle spanning die soms op hun gezicht te lezen is, vinden ze ook nog kans om te filmen met hun GoPro op de selfiestick – en ook om die niet te laten vallen – en zelfs voor fraaie beelden met de drone voor het grotere overzicht, de exposure, de diepte onder hen en de dimensies van de wand.
‘Kom op, klimmen, ik ben aan ’t filmen.’
Dit alles met temperaturen niet boven de nul graden in die noordwand en ook nog op tijd om met daglicht ongezekerd af te dalen aan de andere zijde van de berg. Abseilen, of ‘rapellen’, zoals Tom mij vertelde, na afloop met een gezellig pintje, is simpelweg onmogelijk.
Groot is de ontlading als ze de top bereiken. ‘Amai!’, handen schudden, ‘Amai sig, vollen bak geklommen, goe gedaan maat!’, lachen en ongelovig hoofdschudden, nogmaals ‘Amai!’ en ze vallen elkaar in de armen en weer ongelovig en trots lachen ze, deze Amici di Comici.
Maar ze weten:
’T is pas gedaan, als ’t gedaan is, als ge beneden aan ’n pintje zit’.
Zwarte Steen
Ernstige moeilijkheden*

‘These mist covered mountains
are a home now for me’
‘Eerst het slechte nieuws, dit wordt ons laatste nummer’
De bekende songs bewaarde de band voor het eind van het concert. Op de eerste tonen ervan rees het voltallig publiek op uit het rode pluche. Vanaf de eerste rij vanaf het balkon zag je dat iedereen in de steil oplopende zaal onder je braafjes meeklapte en ook dat fifty shades of grey de hoofden van the audience domineerden. In de middelgrote provinciestad bleek een verassend leuk theater te bestaan, van buiten een goudgele kolos, binnen onverwacht hedendaags spannend en het was volle bak, uitverkocht.
Ondanks dat Dire Straits al achtentwintig jaar niet meer bestaat is de muziek niet vergeten, vorig jaar stond ‘Brothers in arms’ in de Top 2000 zelfs nog op de veertiende plaats. Na de pauze leek het of de band pas goed op gang kwam of was het omdat nu de bekendere nummers werden gespeeld.
‘Maar het goede nieuws, het is wel een lang nummer’
En na het niet ophoudende slotapplaus kwam de Dire Straits coverband ‘Boom like that’ terug voor de toegift, nog zo’n lang nummer, weer drie achter elkaar. ‘Money for nothing’ en ‘Sultans of swing’, maar de eerste tonen van het volgende nummer ontlokten een tussentijds applaus.
‘Hier heb ik de hele avond op gewacht’,
schreeuwde je in de oren van je vrienden links en rechts. ‘Brothers in arms’ en je liet je terugzakken in het pluche want je voelde al snel, dit gaat niet goed.
‘Trough these fields of destruction
baptism of fire’
Te mooi die gitaar en te warm die muziek en teveel herinneringen. In een paar seconden reis je sneller dan ten thousand lightyears weg uit deze zaal en verdwaal je in je hoofd. Een trage autorit met vrienden op een hete dag met voorbijglijdende landschappen, bezweet bestoft en vermoeid na een lange dag klimmen met een extended version van dit nummer op de radio en denk je hier temidden van al deze jongbejaarden terug aan je voorbije jeugd en word het je zwaar te moede en kom je onvermijdelijk aan bij die intens verdrietige periode, zo kort geleden nog en zie je het lieve gezichtje van dat kleine baby’tje met die mooie naam Luana.
‘Now the sun’s gone to hell and
the moon’s riding high’
Dit alles stormt door je hoofd in die luttele seconden, in de veilige geborgenheid van het zachte pluche tussen de staande vrienden links en rechts en de onuitgesproken voelbare troost van je vrienden in de klimhal en van je vrienden in de ‘mist and snow covered mountains’ van België’.
Geconcentreerd speelt deze band het repertoire en zo ook het allerlaatste nummer: ‘Going home’, práchtig. En zeker respect voor de frontman, die Mark Knopfer ‘doet’, een van de beste gitaristen ooit, om dat na te spelen, dat is heel knap. Zijn zang is minder, maar eerlijk, Mark was ook niet echt een zanger.
Ernstige moeilijkheden* – letterlijke vertaling van Dire Straits
Kerst voor iedereen

voor gepensioneerde conducteurs
Hindoevrouwen met gouden piercings in de neus
voortvluchtige moordenaars aan de koffie
de meeste luie E-bikers
Vietnamveteranen met aanverwante troebele herinneringen
voor alle liefhebbers van prei
godsvruchtige dienaars in de trein van 18.30u.
Jemenitische weduwen met weinig tanden
nertsenfokkers
dragers van Birckenstock en Floris van Bommel schoeisel
irritante voetballers die Memphis heten
gewone jongens zoals wij
bejaarde bebaarde Joden met vlechten op de Keyserlei
en voor alle personen met goede bedoelingen
Jonction

‘Ping’. Appje:
‘We hebben ons aangemeld’.
Zij, van het klimteam, hadden het er over gehad, het laatste klimweekend van het jaar, begin november. Robby en Morad gingen. Hij aarzelde, kans op slecht weer zo laat in het jaar; hij had al zo veel kou geleden, zekerend en wachtend onderaan de rots. Hij polste Nina, zouden ze samen gaan, vrijdag heen en zaterdag terug? Misschien. Nou ja, hij meldde zich ook aan en zou het wel zien.
De waard van de hut gaf een rondleiding aan Morad, die hier voor de eerste keer was. En ook voor hem was het even geleden. De ietwat morsige douchecelletjes in de kelder waren niet meer in gebruik, er was een keurige wasgelegenheid gemaakt op de eerste verdieping. Van de twaalf klimmers dit weekend hadden twee zich afgemeld; de een wegens een sterfgeval in de familie en de ander omdat zijn zoontje net geboren was. Van de resterende tien deelnemers was hij met grote voorsprong de oudste. Enkelen gaven aan nog maar kort te klimmen en het antwoord op de vraag hoelang hij dan wel niet klom:
‘Poeh, eeeh… meer dan vijfentwintig jaar ofzo?’
maakte indruk. Terwijl, hij was pas heel laat begonnen met de edele klimsport. Daar haakte Willem op aan. Zijn ouders waren lid van de bergsportverenging en zij kregen het clubblaadje altijd thuis. En daarin dus die verhaaltjes van die ene klimmer, hij was veertien hé, zolang al leest hij, dus, tja, hem. Ja, hij gaf toe Willem ook al heel lang te kennen.
‘En jij bent niet kapot te kríjgen’,
zei Willem. Nou, dat viel best een beetje tegen mee bekende hij. Toen hij zijn leeftijd verklapte riep Willem heel hard Neeeee! en herhaalde wel drie keer dat getal; zijn pa was net zo oud.
Hij schoof het gordijntje naast het bed opzij en zag niets, dichte mist. Het was twee graden, hmm dacht hij, zie je wel, dat wordt weer kleumen. Op het hoofdmassief in een mager zonnetje, even later, dat de rots wel iets opwarmde, hingen Arend, Tim en Willem, de laatste zelfs met zijn verstuikte enkel, vier toproopjes in. Allen met een overhangend begin. In de klimhal was hij er gek op, overhang, volgens zijn klimvrienden was dat zelfs zijn specialiteit. Nu kwam hij niet ver, hij was nog niet op stoom, wat moesten die broekies die voor het eerst buiten klommen wel niet denken, dat was toch die man die al zolang klom? Balend gaf hij het op om niet te snel krachten verspelen voor de rest van de dag. Morad en hij verkasten naar een andere gedeelte; Jonction.
En daar klommen ze soepel een aantal routes voor, naklimmen, haha, wat was dat? De routes hier hebben fantastische namen. Crocodile Dundee bijvoorbeeld, een naam die in z’n herinnering staat gegroefd. Op de rots zijn de routenamen haast onleesbaar verschoten. In de topo van dit gebiedje herkende hij er veel en een heleboel had hij geklommen. La Grande Brune deden ze weer en ook Eve-line, die laatste klom hij nu dus voor de zoveelste keer. Allemaal niet moeilijke routes, eveneens als Manetball, het bovenste stuk nog iets lastiger.
Ballade Nocturne vond hij zo’n mooie naam dat hij al eens een verhaaltje deze titel gaf. Pas nu blijkt het volgens Google te vertalen als ‘avondwandeling’. En het is zoveel meer, er zijn songs en muziekstukken met deze naam, een boek met deze titel, wandel-, fiets- en vaartochten in de nacht.
Leven en dood, in dit weekend kwam het als het ware samen, twee afmeldingen wegens grote gebeurtenissen. De mens wordt geboren en na een bepaalde periode gaat de mens dood. Daartussen hangt men wat rond op deze aardbol en sommigen bungelen weleens aan een touw tussen hemel en aarde. Willem keek verbaasd op over zijn leeftijd, ook al begint het hier en daar te kraken, hij wil zich er liever niks van aantrekken. Voordat zijn ‘ballade’ echt begint wil hij nog eens terug naar Jonction (knooppunt). Leuk plannetje; de 27 routes op dat massiefje gewoon allemaal afvinken, van links naar rechts.
