Roerdomp

Harry en ik zeiden het tegelijkertijd: ‘Die wil ik zien!’ Na de extra lange bioscoopreclames van fragrances als Dior en Jean Paul Gaultier – het is november dus alweer tijd om mannen over te halen dure luchtjes aan hunner vrouwen te schenken  – volgt nog een serie trailers van films die binnenkort ‘in dit theater’ te zien zullen zijn. De film ‘de Biesbosch’, die wilden wij zien. Enkele weken later was het zover. De kaartjes kocht ik nu eens niet online, ik kon er eentje gratis krijgen, met mijn zogenaamde Dordtpas. Echter wel aan de kassa af te halen dus zodoende was ik eerder die dag ook al in een miezerig regentje stadwaarts gefietst. En dat was maar goed ook, vrijwel altijd zitten Harry en ik in een nagenoeg lege zaal, nu echter was het een buitengewone drukte. Allemaal leeftijdgenoten, kennelijk moet je om liefhebber van de natuur te zijn een bepaalde leeftijd hebben bereikt. De zaal zat vol.

Biosdirecteur Gert leidde de film in, verheugd dat de film zo’n groot succes bleek en verklapte alvast dat de filmmaker en de boswachter na afloop vragen uit het publiek zouden beantwoorden. Meteen de eerste beelden waren bekend, voor ons als Biesboschkenners, een prachtig beeld van de Zuidhaven. Regelmatig stootten wij elkaar aan, wanneer we iets meenden te herkennen. Alles kwam voorbij, de Dordtse– , Sliedrechtse- en de Brabantse Biesbosch, de Noordwaard en de Tongplaat. De geschiedenis met de Sint Elisabethsvloed in 1421  en de verschillende fasen, van natuur naar landbouw, naar overstromingsgebied voor de veiligheid en meer natuur.

De Dordtse – en de Nieuwe Dordtse Biesbosch, daar mogen ze me geblinddoekt ergens neerzetten en ik vertel je exact waar we zijn. Ook de Noordwaard ken ik als de spreekwoordelijke broekzak. De Brabantse en de Sliedrechtse zijn wat moeilijker bereikbaar, onbegaanbaarder tenzij per boot. Wel kanode ik er. Af en toe kwam boswachter Jacques van der Neut – ‘Ik ken hem goed’, vertrouwde Harry mij toe – in beeld om te vertellen over de bever, het verschil in eb en vloed van vroeger en nu. Er was uiteraard volop aandacht voor de kluut, de grutto, de fuut en vele andere en uiteraard de prachtige ijsvogel. Sfeervolle beelden van betoverende landschappen bij zonsondergang, spectaculaire overstromingen bij hoge rivierwaterstanden. Applaus! En dan de filmer, de boswachter en de directeur onder het witte doek.

Na afloop zaten Harry en ik aan een witte en een rode wijn en ik stootte Harry aan: ‘Kijk, daar heb je van der Neut.’ Onmiddellijk stormde Harry er op af en ze vlogen elkaar in de armen alsof ze elkaar in geen twintig jaar hadden gezien. ‘O’, zei ik enigszins beschaamd; ‘Je kent hem echt heel goed!’ Even later schoof hij bij ons aan tafel en het werd een bijzonder geanimeerd gesprek. Harry stelde me aan hem voor, waarop ik vertelde dat hij ooit, jaren geleden de sleutel van de Zwarte Keet hoogstpersoonlijk bij mij thuis was komen brengen. En hij wist het nog! Daar was nogal wat over te doen geweest, zomaar een sleutel van een griendwerkerskeet, een waardevol cultureel erfgoed  aan iemand geven, onmogelijk. Iets dat mij na lang soebatten was gelukt, onder auspiciën van de NKBV, de Nederlandse Klim- Bergsport Vereniging organiseerde ik ieder jaar op de eerste zaterdag van het nieuwe jaar de zogenaamde Nieuwjaarswandeling. Lunch in de Keet! En zo zat ik opeens met een heuse celebrity binnen de boswachterswereld aan tafel.

Jacques vertelt de ins en outs van de film, vijf jaar aan gewerkt, low budget en hoeveel moeite het kost om bepaalde beelden te maken. Off the record bekende hij dat er ook enkele beelden gekocht zijn. Zoals de close-up van het oog van de zeearend. Gewoon bij iemand thuis die er een in een grote kooi heeft. Zelf heb ik helaas nog nooit een bever gezien, wel talloze bevervraat en – sporen gezien, het duurde jaren voordat ik een ijsvogel zag en dan nog slechts in een flits. Ooit hoorde ik onmiskenbaar van heel dichtbij het bijzondere geluid van de roerdomp. In de film was er een, een dansend, baltsend exemplaar, prachtig. En sinds mijn jongste jeugd héb ik iets met de roerdomp. Tijdens een scoutingkamp viel het roer van ons sloepje er af, dat heette in padvinderstermen; roerdomp.

Cindy

Nu lees ik veel, maar slechts een bepaald soort boeken. Alleen die waardoor ik meteen getriggerd word om – snel – verder te lezen. En liefst niet al te vreselijk dik. Soms ook zijn er periodes dat het niet lukt, lezen. Dan wend ik me tot mijn toevlucht; korte verhalen en verzamelde columns. Ik ontdekte Cindy Hoetmer, was me al eens opgevallen in de slimste mens en in het Volkskrant katern.

Net als Cindy ga ik me vandaag onder de mensen begeven, alleen niet naar mijn stamkroeg, want die heb ik niet en neem het boemeltreintje naar het centrum. Tegenover me zit een vrouw die de zuster zou kunnen zijn van Gerda Havertong en die zachtjes in haar telefoon spreekt. In het gangpad bij de deur  staat een oer-Hollandse knaap van een jaar of zeventien, zo dik dat het lijkt of hij elk moment uit zijn donkerblauwe PME jack kan ploffen. Hij eet een vettig saucijzenbroodje alsof hij dagen niet heeft gegeten. Deze keer let ik bij het uitchecken goed op of ik inderdaad twéé piepjes hoor, anders is mijn OV chip weer zo snel leeg. Onder de luifel schuilen twee mensen voor de koude wind met hun boekenstandaard ‘Wilt u Jezus ontmoeten?’ die mij gelukkig negeren.

In de felverlichte ANWB winkel voel ik zonder veel hoop aan enkele vormeloze donsjassen. Wel reken ik een paar paar goede sokken af. Of ik toevallig lid ben van de ANWB. Toevallig wel ja, puur uit angst om het lidmaatschap op te zeggen, want je zult zien, dan sta je met panne. Ver in de vorige eeuw stopte mijn gele lelijke eend er mee. Voor de vorm deed ik de motorkap open en vrijwel meteen doemde er de redder in nood op, een beüniformde wegenwacht. Van een van de twee bougies was het kapje er af gegaan, een reparatie van vier seconden. Het boek ‘Min of meer opmerkelijke gebeurtenissen uit het leven van een treuzelaar’ van Cindy Hoetmer is snel gevonden in de bieb en ik zijg neer in een klassieke oorfauteuil waar dikwijls een dakloze zit, vlakbij de cv.

Ongericht zwerf ik wat door de stad die al versierd is voor de kerst en zoals altijd even een rondje langs de havens waar de aangemeerde zeilboten en motorjachten nu allemaal opgetuigd zijn met kerstverlichting. De kade langs de rivier sla ik vandaag maar even over, er staat een gure wind. Dan schiet me te binnen dat bij het stadhuis iets nieuws is geplaatst, dat moet ik zien. In meer dan manshoge goudverlichte letters staat de tekst DORDRECHT.

En waarom niet, in mijn niet aflatende zoektocht naar die ene bril stap ik een mij onbekende opticien binnen. Klein maar enorm veel keus, mooie en bijzonder, tevéél zelfs, alle dertien goed! Allebei de opticiens of verkoopsters zijn druk bezig en eentje vraagt met iets Oostblokkerigs in haar stem of ze mij kan helpen. Ik geef het voor de hand liggende antwoord dat ik een bril zoek en krijg een glimlach retour.

Weet je wat, ik neem de bus terug en neem plaats achter een modieus geklede Turkse vrouw. Ze praat met haar dikkige zoontjes aan de andere kant van het gangpad. Ze geeft ze een paar koekjes en ik zie van dichtbij haar getatoeëerde wenkbrauwen. Aangekomen bij mijn bushalte is de bus vrijwel leeg en bij het uitstappen zwaai ik een bedankje naar de jonge blonde chauffeuse.

De Russen komen

Screenshot

Het is toch fantastisch, de Turkse bibliothecaresse mét hoofddoek leidt de spreker van de avond in. Met een begroeting, gedeeltelijk in het Turks; Olaf Koens heeft een tijd in Istanbul gewoond en spreekt de taal een beetje. Toen hij binnenkwam zag ik dat ze al een geanimeerd gesprekje hadden.

Twee dagen later staat het land op z’n achterste benen omdat het kabinet dreigt te vallen, de Marokkaanse staatssecretaris trekt het niet meer. De omgangsvormen, de polarisatie, ze kan er niet meer tegen. Het ging niet over hoofddoekjes, met haar indrukwekkende CV, laatste baan officier van justitie, zou ze daar om lachen. Wat er nu precies is gezegd blijft geheim, want wat er in de ministerraad besproken wordt schijnt niet openbaar te mogen worden.

Knettergek, minder minder minder, grenzen sluiten, het beleid dat ben ik, de integratie is mislukt, Jodenjacht, Kristallnacht, asielcrisis, het land uitzetten, paspoort inleveren, Marokkanen pus in de samenleving, om maar wat te noemen. In de nietszeggende toespraak van de marionet die nu de rol van minister-president speelt, ene Dick Schoof, werd de zin: ‘Er is en was geen racisme in dit kabinet’ welgeteld 21 keer herhaald.

Knettergek, het woord dat onze grote blonde leider binnen de politiek introduceerde blijkt een voorspellende waarde gehad te hebben. We hebben te maken met een knettergekke regering. Belangrijke zaken als het milieu, armoede, energie komen amper aan bod. Gedane beloftes blijken onmogelijk gerealiseerd te kunnen worden. Asiel en de instroom is het belangrijkste onderwerp en waar met de werkelijke cijfers enorm gegoogeld. Natuurlijk, er heerst onvrede in het land, maar die wordt juist aangewakkerd door een groepje knettergekken die gekozen zijn op die loze beloften. Werkelijk niets van de plannen blijkt nu te lukken. Ook het onzalige plan om de BTW te verhogen, gaat uiteindelijk, gelukkig, toch niet door.

De wereld lijkt wel knettergek geworden met overal halve garen aan de macht. Die duizenden burgers de dood injagen in oorlogen of door ontkenning van Corona of klimaatverandering. Fake nieuws is de nieuwe norm die hele landen in de greep houdt, net als het grote complot denken. Welke krant lees je, welk nieuws neem je tot je. ‘In de Volkskrant staan allemaal leugens’, zei een vriend mij. Die vriend  raadde mij ook aan naar Johan Derksen te kijken: ‘Die weet veel’.

Het onderwerp van de lezing in de bibliotheek door Olaf Koens was het ‘conflict’ van Rusland en Oekraïne. Hij woonde jarenlang in Moskou en volgt de oorlog op de voet. Hij haalde die periode van vijftig jaar geleden aan. ‘De Russen komen’, dat was de angst die ons werd aangepraat in de tijd dat ik mijn militaire dienstplicht vervulde. Overigens moesten wij toen ook leren hoe om te gaan met een atoombomaanval; snel een putje graven. En er was daar die zeer interessante (!) instructiefilm; ‘Wie zich camoufleert, leeft langer’.

En nog iets anders; zoiets knettergeks, complete veldslagen worden gevoerd door voetbalsupporters, het is volkomen normaal om een enorme politiemacht in te zetten bij een voetbalwedstrijd.

Ik moet straks even een boek ophalen dat ik reserveerde in de bibliotheek. Wie weet, misschien heeft die – geïntegreerde-  bibliothecaresse wel dienst.

Mindset

Zojuist het boek dichtgeslagen; ‘The Zen of Climbing’ van Francis Sanzaro, dat ik zo snel mogelijk probeerde te lezen. Wat overigens niet meeviel, ik moest nogal eens een woord inspreken in de vertaalapp. Het is misschien een ietwat zweverig onderwerp; Zen en dan ook nog eens in het Engels, best lastig om het goed te begrijpen. Hooguit een paar hoofdstukken per keer kon ik lezen.

Wat mij dus al jaren intrigeert, hoe is je mindset, wanneer je aan een wedstrijd, sportieve activiteit, of zelfs gewoon een training gaat beginnen. Met hoeveel concentratie, ontspanning, rust in het hoofd sta je daar. En dan dus, wat is daar het resultaat van, werkt dat echt. Hoe verhoudt de hoeveelheid training die je hebt gedaan zich tot de hoeveelheid motivatie voor je te leveren prestatie, wat is daar het effect van.  

Soms probeer ik het echt, focus, even stil zijn en concentreren. Goed kijken, hoe loopt de route en vooral, me af te sluiten. Nu is de klimhal wel een heel lastige plek, op de vroege maandagavond is het wat mij betreft ‘a hell of a place.’ Topdrukte, overal klimmers om je heen en een lawaai van jewelste. Al dat geroep en geschreeuw in die holklinkende ruimte, waar soms ook nog, geheel onnodig, k*tmuziek dreunt. Ik probeer het wel, me te focussen en puur geconcentreerd een route in te stappen. Maar er gebeurt teveel, een klimmer laat zich juist vlak naast je zakken, jouw zekeraar is zoveel beter dan jij, of al in de eerste passen zie je even niet hoe je verder moet. En in mijn geval, als 70+ en brave 6A- klimmer, die zelfs amper meer voorklimt, voel je ogen in je rug; kijk die ouwe, die moet ook nog zo nodig….

Het is me al vaak gebleken dat, juist wanneer je niet te hoog inzet, het opeens onverwacht goed gaat. Toen ik nog hardliep, was het dikwijls; nee, het wordt niks vandaag, beetje verkouden geweest, geen tijd gehad, weinig getraind en dan liep ik juist een PR. Soms kwam ik opgefokt aan de start, al opgewarmd en ingelopen, want joggend de afstand van huis naar het parcours afgelegd. Hyper geconcentreerd, als een gek mee met de snelsten en blies ik mezelf op. Een tijdlang werd ik gevolgd door een vriend van me, steeds wist hij me te vinden wanneer ik meedeed aan een prestatieloop / wedstrijd. Hij filmde me met zijn camera en bleef heel indringend vragen wat ik ervan verwachtte, welke tijd, hoeveel ik getraind had en hoe ik ervoor stond. Ik voelde me altijd heel ongemakkelijk, antwoordde ontwijkend en ontkennend en vervolgens liep ik een goede tijd of verbeterde zelfs mijn PR. Ik verdenk hem (psycholoog) ervan dat hij dat juist beoogde, experimentje. Een keer overkwam me iets soortgelijks bij het klimmen. We bekeken een nieuwe route in de hal, wat zou het zijn, welke moeilijkheidsgraad. Ik stond al ingebonden, klaar om te gaan. En er ontstond een groepje, allen keken omhoog en probeerden de zwaarte in te schatten. Een topklimmer, die ik al jaren ken van toen hij nog een tiener was, hoorde ik zeggen:

‘Maar dat kan hij wel hoor, dat is echt een route voor Gerard.’

Ik draaide me om, haalde diep adem en vlóóg omhoog, hoorde ze onder me mompelen en flashte de route. (= onbekende route in één keer uitklimmen) Deze route kostte mijn klimmaten best moeite en mij de volgende keren ook. Hoedan?

Het voert het ver om te zeggen dat ik zoekend ben. Al las ik boeken als ‘Waarnemingen’ van Krishnamurti. Deed een bepaalde vorm van yoga, thuis met de gordijnen dicht en temidden van een groep vrouwen op het strand. En volgde weleens lessen bij een Tai-Chi meesteres. Wat is Zen, hoe kom ik daar en heeft Zen zin. (inkoppertje voor een titel: ‘De zin van Zen.’)

Met de lange rustige duurlopen, meestal tijdens koude donkere winteravonden, kwam ik denk ik, onbedoeld al dicht in de buurt van een staat van Zen. Tijdens een wedstrijd / prestatieloop, ik wilde winnen of in ieder geval constant diegene die voor me liep inhalen, was ik dermate geconcentreerd, alleen maar bezig met lopen, dat dat misschien dan ook wel Zen was. Dat gold tevens voor de eenzame intervaltrainingen die ik mezelf oplegde, wilde ik sneller worden moest ik dat doen (project) en ik deed het met liefde en volle overgave.

Buiten klimmen is wat mij betreft een andere tak van sport. Vind ik indoor meer sport, buiten op een rotswand meer avontuur, ook al is de route keurig behaakt, beschreven en van een bepaald moeilijkheidsniveau. Hier is het, anders dan in de hal niet alleen zoeken van hoe doe je deze pas of hoe kom je bij die greep, maar buiten moet je bovendien ook nog op zoek, waar is een volgende greep en hoe bereik je hem. Eenmaal boven, met hoge hartslag is het zaak goed te blijven nadenken, geen fouten maken, voortdurend opletten dat je gezekerd blijft om veilig te kunnen afdalen. En ik heb het ervaren, in een moeilijke periode in mijn leven waarschuwde ik mijn klimmaat mij in de gaten te houden, ik was er niet bij met mijn gedachten. We klommen buiten, de simpele handelingen van het ombouwen op de standplaats – experience, mooier woord dan ervaring,  zat – maar zelfs op de automatische piloot werkte het niet, mijn hoofd was ergens anders.

Natuurlijk, het boek ‘The Zen of Climbing’ is gericht op klimmers die meer klimmen dan één keer per week. Die echt leven voor de klimsport, constant in de rots te vinden zijn en veel hoger niveau hebben. Het slaat helemaal nergens op dat ik dit boek lees. En toch voel ik dat ook, die drang – weliswaar slechts een bescheiden bezetenheid wat mij betreft – bepaalde routes gedaan te willen hebben. Een aansprekende naam, Fissure Annie in Hotton, Lionel Terray in Berdorf, persé willen doen, een droom inlossen, een gesteld doel behalen. En dan kun je je afvragen, wat is het, respect af willen dwingen, ‘living to the max’, meeslepend leven, of toch gewoon ‘just for the fun’. Wees eerlijk, beken, het is goed voor je ego als je kunt antwoorden als de vraag gesteld wordt; ‘Ik klim’, herkenbaar? Het is gewoon mijn identiteit.

We kennen allemaal de filmpjes van Oosterse ‘masters’, die zich hun hele leven bekwaamd hebben in karate, yoga, of bijvoorbeeld sneller dan het oog kan volgen een bepaalde handeling verrichten met een vlijmscherp mes. Zo kun je je ook jarenlang verdiepen in het klimmen, je bent nooit uitgeleerd. Voor de toeschouwer van buitenaf is het moeilijk de diepere lagen van een tak van sport te begrijpen, hoeveel toewijding erin zit en dat geldt misschien nog meer voor de klimsport. Korfbal, ook zoiets, je moet het gedaan hebben om het te begrijpen. Door buitenstaanders wordt het vaak als een vreemde sport gezien. Zoals een Belgische komiek zei; ‘Korfbal is een denksport, korfballers denken dat het een sport is’. Ik krijg weleens de vraag:  ‘Wordt het nou nooit saai, al dat geklim?’ Aan een voetballer zal die vraag nooit gesteld worden.

Als je eenmaal kunt fietsen hoef je er nooit meer over na te denken, hoe blijf ik overeind, hoe gaat dit, zo volkomen natuurlijk is het geworden. Soms kun je jezelf erop betrappen dat het vanzelf gaat, je lichaam doet het, klimt vanzelf, de volgende beweging volgt automatisch uit de vorige. In je hoofd is er iets dat al onthouden heeft waar de volgende grepen en passen zitten.

Een avondje klimhal is voor mij ook een belangrijk stukje sociale contacten, tussen de diverse routes door is het gezellig kletsen. Ik neem me voor, na lezing van ‘The Zen of Climbing’, het anders te proberen. Niet meer klimmen met als doel dezelfde route uit te klimmen die mijn klimmaat deed, maar aandachtiger, vloeiender, mooier, op zoek naar de flow. En puur genieten van soepel ‘dansen’ op de wand, meer letten stijl dan op gradatie. Niet meer persé, hoe dan ook die 6B willen halen, dat ook accepteren en streven naar meer finetuning. Misschien geen hoger niveau, maar op een andere wijze beter klimmen en vooral, met meer plezier.

Klimmen doe ik bijna dertig jaar (pas laat begonnen) en nog steeds is het een verrassing, hoe zal het deze keer gaan. Natuurlijk, je hebt een bepaald basisniveau, maar de ene keer klim je vijf keer een 6A, en dan nog achter elkaar ook en de volgende keer met moeite één. Dat mysterie blijft boeiend.

De voorzitter

Giovanni had snel door de preview van de film geskipt die Harry met hem deelde. Het fragment van drogende was op een dakterras gelardeerd met Italiaanse klanken was hem voldoende en hij antwoordde: ‘Si, we gáán!’

Al zolang hij leefde was hij in de ban van Sophia Loren, de onbetwiste diva, ‘la Loren’, la mama, femme fatale, zij met haar amberen ogen, die mond met die rij tanden en haar verrukkelijke oksels wanneer zij achteloos haar lokkenpracht opstak. Altijd was hij jaloers geweest op dat miezerige mannetje, die Carlo Ponti, 22 jaar ouder dan haar, wat een geluksvogel. En ook op Marcello Mastroianni, die vaak haar tegenspeler was en dus ook in de film ‘Una Giornata Particolare’ en die de tweelingbroer had kunnen zijn van zijn oom Piet, als hij in Zeeuws Vlaanderen had gewoond.

Nu dus op weg naar Cineville De Witt voor ‘C’é Ancore Domani’. Gio was langzamer gaan fietsen, niet té vroeg arriveren. Waarom toch, vroeg hij zich af, moet alles in deze stad nu de laatste tijd De Witt gaan heten, is men zo trots op die raadpensionaris en zijn broer? Telefoon! Haastig stopte hij zijn fiets, Harry: ‘Valentino belde mij, men zit al aan tafel!’  Vol gas nu, op de pedalen! Even later, wanneer zij naar hun tafeltje in de hoek, weg van de Italiaanse drukte zijn gelaveerd, toasten zij, Harry, Tino en Gio in afwachting van de ossebuco di risotto met de vino bianco: ‘Saluti!’ Bij binnenkomst had hij hem ogenblikkelijk gespot, de man die hij verwachtte, Giuseppe Garlone, hij was er.

De film ‘Een Bepaalde Dag’ is uit 1977 en speelt in 1939. De scene met de waaiende lakens en de wanhopige kus op het dak, waar een rode vlag met een hakenkruis aan de muur hangt terwijl van beneden fascistische liederen klinken is onvergetelijk. Dat in ‘Er is nog een Morgen’, die net na de oorlog in hetzelfde Rome speelt, ook lakens op een dak te drogen hangen zal niet geheel toevallig zijn. De film die officieel pas over twee weken in première gaat zal worden ingeleid door de voorzitter van de Associazione Italia, Giuseppe Garone. Onverstaanbaar zal hij niet teveel willen verklappen en al snel eindigen met de mededeling niet teveel kunnen verklappen.

Het drietal bestelde nogmaals, liet de glazen klinken en tijdens dit tweede glas kon Gio niet langer wachten. Hij moest het vertellen, het verhaal dat Harry, op z’n Harry’s, reeds een keer snel had door gescrold. Hoe het leven zo boordevol toevalligheden zich kan ontrollen. Hoe voornoemde voorzitter in de roman ‘Treinspotten’ die Gio schreef, model stond voor de hoofdrol met als naam de Kleine Italiaan (KI) en hoe later bleek dat deze Giuseppe inderdaad Italiaans is. En dat ook nog diens zoon bevriend blijkt te zijn met zijn bloedeigen schoonzoon. Dat het met de Kleine Italiaan in het verhaal niet goed afloopt moge duidelijk zijn maar meer kon Gio niet verklappen. Mocht er nog een derde vino bianco gedronken zijn had Gio naar alle waarschijnlijkheid verteld over zijn meet and greet met Sophia Loren. Enige jaren geleden opende zij het filmfestival ‘Films at Sea’ in het nabije Zeeland.

Is Paola Cortellesi, die geweldig acteert in deze film, waarin zij lijdt onder het juk van haar tirannieke echtgenoot en die zijzelf ook regisseerde, de nieuwe La Loren?

murmelen

Mijn denken een rivier
gevoed door vele beken
zoekend door haar bedding
niet te houden altijd door

Mijn denken wil niet stoppen
stromend steeds maar verder
zoekend nieuwe woorden
drooggevallen waterweg

Mijn denken is een klateren
een spetterende waterval
zoekende gedachtestroom
en een kronkelende beek

Beelden vormen woorden
in een stroomversnelling
schuimend, botsend, bruisend
naar mijn draaikolkende hart
zoekende meanderende vloed
om tenslotte ziedend uit te vloeien
bij de delta in de monding
mijn denken is de zee

Sultans of swing

De eerste Jupiler wordt gretig geabsorbeerd door de drie lichamen van de drie klimmers. Van het tweede biertje wordt meer genoten, langzaam komen ze een beetje bij hun positieven en krijgen ze weer oog voor de omgeving. Vanaf het bankje voor de ruwstenen muur van de hut, warm beschenen door de lateavondzon zien ze de enorme walnotenboom en ook horen deze drie vermoeide bestofte klimmers hoe de stilte wordt benadrukt door zachtkabbelend Ourthe water.
Het was een lange dag, van de negenendertig routes op het massief Cathédrale deden zij er tien, met prachtige namen zoals bijvoorbeeld ‘Extrême Oction’ en ‘Le Baptistère’ en het was dat met zekere regelmaat de zon zich verschool achter een wolk, dat het ‘do-able’ was. De rotswand, pal zuid gericht, was warm en ondanks dat het er lange tijd verboden te klimmen was, bleek hij hier en daar behoorlijk ‘afgeklommen’.

Enige tijd later zien wij de mannen over wie dit verhaal gaat, onherkenbaar opgefrist, een voor een verschijnen in de imposante keuken van het opgepimpte gebouw.
‘Hoeveel fusilli’, vraagt de een; ‘Alles, het hele pak’, antwoordt de ander en kiepert het in de gloednieuwe roestvrijstalen pan. Zij bevinden zich in De HerBerg, voor de greenhorn die deze naam niet kent, ‘vroeger’ stond deze plek bekend onder de naam ‘Tukhut’. Nu voorzien van de modernste gemakken, een strak vormgegeven bar met de beste Bieren van het Belgische Koninkrijk, de ‘Stube’ met een interieur waar een stylist zich heeft uitgeleefd, volledig automatisch aanfloepende verlichting overal en met sanitair waar een buitensporter zich met graagte schoonboent. In de koele tuin stapelt het klimteam zich vol met calorieën voor de volgende dag.

Om de dag leuk af te sluiten, voor iets meer avontuur, wilden ze nog een multipitch doen; een tweede touwlengte tot de top, ‘Les Giboulées’. Er volgde enige discussie, met één of twee touwen? En nazekeren, met grigri of reverso? Drie klimmers, dus twee touwen? Toch bleef het oude, ouderwetsdikke touw in de tas.
Klimmer A klom voor en zekerde B vanaf het relais. Het touw werd naar beneden gegooid en ook C klom naar het relais. Daar was enige verwarring hoe nu de grigri in te hangen met het nazekeren vanaf de wand. Klimmer A klom ook de tweede lengte voor en nu ging C als tweede. B bleef achter op de standplaats, een redelijke brede richel met meerdere keurig ingerichte relais met abseilringen. Hij voelde zich enigszins ongemakkelijk, als het ware gevangen in zijn positie, zonder touw kon hij geen kant op.
Na enige tijd werd het touw naar beneden gegooid, het kwam een paar meter verderop terecht. Met een lange schlinge verlengde hij zijn liveline en kon toen net bij het touw. Maar dan, halverwege was het in een boom die op de wand groeide beland en onmogelijk los te trekken. Hij bond zich in, klikte zich los en begon erheen te klimmen. Wild geroep van boven, of hij al aan het klimmen was, ongezekerd? O, ja dus. Even later lukte het hem, gezekerd, het touw uit de boom te krijgen en klom hij, naast de gekuiste route, dwars door struiken en prikbosjes omhoog. En zo werd het onbedoeld toch iets te avontuurlijk.

De volgende morgen, bij het krieken van de dag, klinken kreunende geluiden door de slaapzaal en ook de nieuwe bedden kraken mee. De spieren, de gewrichten van de drie schreeuwen om koffie, thee met of zonder melk, krentenbollen, pindakaas met honing, eieren, iets! Even later bedwingen zij nog enkele routes op het aanpalende massief Rocher du Banc, alvorens de reis te aanvaarden, terug naar hun respectievelijke geliefden die op hen wachten om op echte vakantie te gaan. Slechts na herhaaldelijk aanroepen van hun lijflied op de afspeellijst:
‘Speel: Sultans of Swing!’
klinkt de uit duizenden te herkennen begintune, die met gejuich wordt ontvangen;
‘You get a shiver in he dark.
It’s a raining in the park but meantime,
south of the river stop and you hold everything.
A band is blowing Dixie, double four time.
You feel alright when you hear the music ring’.