Rotterdam de gekste

Direct nadat mijn Eega me uit de auto heeft ‘gegooid’, zij gaat aanstonds inschepen op haar SS Rotterdam, sta ik er middenin. Een brandweerspuit tovert een regenboog over de Castor (boot), de Hoerenloper (brug) en de Montevideo ( wolkenkrabber). Wereldhavendagen, alles wat kan varen of enigszins maritieme trekjes vertoont laat zich hier zien. Daar ligt een lichtgrijs stalen zeiljacht, strak en zakelijk, opleidingsschip van de Marine. Ik zie net de Furie wegvaren, een stoomsleepboot uit 1916. (geboortejaar van mijn vader) In een onmogelijke houding pleegde ik er ooit een klein plasje in het piepkleine wc-tje. Maar wat komt daaraan, ik herken het onmiddellijk en het staat er ook op, het is de Piet Hein. Toen vond ik het een mooi jacht en destijds was het eigendom van Prins Bernard, nu is het gedateerd en niet erg fraai. Te laat, het had een leuke foto kunnen zijn, de boegen lagen even parallel, de Tyde vaart juist weg. Dit is een hypermodern elektrische hydrofoil, gekke combi. Ik kan wel honderdduizend foto’s maken hier, al die schepen afgetekend tegen de strakke skyline van de stad, heerlijk.  

Iets verder doen vijf stoere havensleepboten met namen als Schelde en Hudson, hun kunstjes, keihard aanvaren, dan opeens zich omgooien zodat ze bijna kapseizen en het hele achterdek onder water zetten. Er ligt een Fishermans Friend-blauw ponton met een skatebaan erop. Ik ga aan boord bij een schip dat letterlijk helemaal bedekt is met zonnepanelen, hoe gek wil je het hebben. De zon schijnt, de lucht is blauw, een oranje helikopter in de lucht, gele watertaxi’s en snelle waterbussen en daar komt de enorme Stena-line aangevaren. De A834 (Zr. Ms. Den Helder) laat ik liggen, de rij om aan boord te gaan van dit Marine schip is van Efteling-achtige proporties. Vanaf het ponton met een gigantische hijskraan die zich spiegelt in de blauwe gevel van het grootste gebouw van de stad, De Rotterdam, bezie ik dit gekkenhuis. Op de Erasmusbrug is het nog do-able, maar op de Willemskade wordt het mij te druk. Maar ik wil naar de museumhaven, daar ligt de driemaster De Oosterschelde, helaas, ik mag er niet op. Jammer, ik app een foto van de boegspriet en het vinkennet eronder naar een vriendin, ooit werkte zij erop en voer de wereld over.

De fuik van de Marine sla ik over, vaststaande files van mensen. Met mijn toen nog kleine dochter M bevond ik  mij opeens op een Marineschip. Bij het kanon aangekomen wilden wij snel weg en zij sprak de onvergetelijke woorden: ‘Nee, dat is niks voor ons hé pa?’ Langzaam begin ik nu door mijn hoeven te zakken, het geslenter, de hitte en de drukte. Deze krankzinnige kermis, de lust voor het oog en alle verder aanwezige zintuigen, ik hou ervan. Tijdens de allereerste Sail Amsterdam woonde ik daar en bezocht dat gebeuren, destijds nog te doen qua drukte. Een bemoeizuchtig chefje op mijn werk dacht toen punten te scoren en liet een enorm spandoek drukken voor aan de gevel op het Rokin. Het was in die tijd dat het woord Uitverkoop vervangen werd door SALE, je raadt het al, toen wij het doek uitrolden stond daar met grote rode letters het woord SAIL. Ik moest er nogal om lachen. Ik app een foto van het SS in de verte naar mijn Eega, ze zal nu bijna klaar zijn denk ik. Heel gek, het reuzenrad erachter lijkt van hieraf wel op het dek van dat oude stoomschip te staan.

Nu klim ik de steile trap op naar ‘Het Park’, het is genoeg. Wat een weldadige rust, zondagmiddag, schaduw onder de oude bomen, vogeltjes, vijvers en bruggetjes en, stilte. Zo vlak na de commotie van de demonstratie ‘Wij eisen de nacht terug’, ben ik extra alert en straal nog meer onschuldigheid uit dan gewoonlijk naar de spaarzame dame die het waagt hier te wandelen. Daar, Dijkzigt torent boven de bomen uit en dat daar is het Westin hotel. Zo stippel ik mijn koers uit en laveer richting gele trein naar mijn eigen thuishaven.

Van de Kreeke naar de Kraage

Een groot reünie-ganger was je toch nooit. Zeker niet na die keer dat je er speciaal een flinke afstand voor aflegde en de portier van de plaatselijke schouwburg waar de reünie zich zou afspelen je, enigszins glazig aankijkend antwoordde dat ‘dat gisteren was’. Op de diverse scholen en opleidingen behoorde je niet tot de harde kern, was je een outsider of te vaak afwezig om met wie dan ook een dusdanige band opgebouwd te hebben dat je diegene nog heel graag eens zou ontmoeten. Niet dat je niet nieuwsgierig was hoor, hoe zou het met die of die gegaan zijn, of hoe zouden zij, de vele meisjes op wie je heimelijk min of meer ietwat verliefd was geweest er nu uit zien.

Wat je nooit doet, kon nu wel, appen in de auto. De file was volledig tot stilstand gekomen, een bemodderde vrachtwagen werd uit de sloot gesleurd en je meldde alvast dat je later zou zijn. Het was nog slechts twee jaar geleden, de vorige reünie, zelfde mensen, zelfde plek. Zou het weer nét zo gezellig zijn als toen? Ja dus, warme ontvangst, handenschudden en krampachtig hield je vast aan de nieuwe begroeting, de post-corona hug, niks drie keer zoenen die alle nichtjes je nog probeerden op te plakken. Neef A kwam op je af met een stevig ingepakte koker met de mededeling dat hij een oorkonde voor je had. De schrik sloeg je om het hart, o no, wat krijgen we nou, toch niet weer? Waarom, wat had je gedaan? Eerder dat jaar was je op een samenkomst naar voren geroepen, gehuldigd en tot erelid benoemd. Nu koffie met voetbad, bolus met plakhanden, links en rechts gesprekjes, bekende en onbekende oude foto’s in oude albums bekijken. Nichtje G gaat volautomatisch door over jullie laatste onderwerp van lang geleden, dat je even moet schakelen en denken van oja…  en ha daar is neef B die er de vorige keer niet bij was en heel lang niet gezien.

De oorkonde blijkt een zeer oude prent van de Groothoofdspoort uit jouw stad, aangeschaft door A in een verre stad in Frankrijk. En je kunt niet anders dan de gravure in dank aanvaarden en allen hartelijk welkom heten in die oudste stad van Holland, met de belofte hen rond te leiden. Soep en heerlijke broodjes met neef F en dan in kleine colonne met auto’s naar het startpunt van de wandeling. ‘Geheim!’ volgens de reünie-leiding. De voorspelde regen blijft uit, het wordt alleen maar warmer. Gezellig keuvelend kuiert de groep in wisselende samenstelling door ‘nieuwe natuur’ en plotseling openbaart zich een prachtig uitzicht, over de ‘Kreeke’ en in de verte ‘het dorp’. Met nichtje S haal je herinneringen op, samen logeerden jullie op de boerderij, heel jong nog. De vorige keer poseerden jullie zelfs samen hand in hand tussen de verschoten stenen leeuwen naast de trap van het stadhuis. De stoet houdt halt bij een boom, oja, hier was het, dit is De Plek, de boerderij. Je probeert het, voel je wat? Zindert er iets, heimwee, warme jeugdherinneringen van zólang geleden. Daar moet het wagenhuis gestaan hebben, de hoogstam fruitbomen, het varkenskot en in de wei achter de meidoornheg, jouw lievelingspaard Nelly. En ook deze keer is de plek voor de groepsfoto op het bruggetje over de ‘Kreeke’, wat moeite kost, mensen zijn diep in gesprek nog verderop, anderen gaan er alweer vandoor. Jij schreeuwt de vraag: ‘Wie heeft hier eigenlijk de leiding?’

In het dorp blijkt ‘De Rozemarijn’ er niet op vooruit gegaan, huisjes waar grote gezinnen woonden zijn verworden tot garages. Het schelpenmuseum staat leeg, op één grote doopvondschelp na. Café De Rode Leeuw, op het pleintje waar jij vroeger met je broers stunts uithaalde met de fiets, wordt omgetoverd tot appartementen. Ook werd je hier dikwijls gevraagd ‘van wie judder er één waren’ of noemden ze je ‘jongens van Jan de Wit.’ Daar was de muziektent, de hoefsmid en daar de vijver met de fontein. Sentimentele herinneringen en neef B zegt; ‘Ik mijmer wat áf!’

Grappig in dit verband te melden is dat je dochter bevriend is met een Amsterdamse huisarts, afkomstig uit Philipinne, die nu hij weet dan de oma van je dochter uit Zaamslag kwam, te pas en te onpas je dochter aanspreekt in voor haar onverstaanbaar Zeeuws Vlaams.

Heerlijke chaos om carpoolend terug bij de achtergalaten auto’s te geraken. Eenmaal daar is broer R zijn autosleutel kwijt. Lichte paniek ontstaat en je begint er, berustend, al vanuit te gaan dat het een latertje wordt vandaag, reservesleutel halen, maar wonderen bestaan nog, in een carpoolende auto is een onbekende sleutel gevonden.

Tijd voor de nazit bij de ‘Kraage’. Automatisch verdeelt zich de groep aan tafel, je kunt nu eenmaal niet iedereen spreken, en laten we wel wezen, sommige neven en nichten ken je eigenlijk amper of zelfs niet. En wie schuift daar aan tafel: Tánte! De laatst nog overgeblevene van haar generatie en ze ziet er goed uit en is nog springlevend. Met een stapel nog weer nieuwe oude foto’s, veel van oom F en haar. Oom F was een James Bond-achtige verschijning, had goed een fotomodel kunnen zijn. Zoals neef A zegt: ‘Zij waren vroeger het mooiste stel van Z.’

We nemen een biertje en we nemen er nog één en vooruit, een bitterballetje gaat er ook wel in bij deze gezelligheid. Je zit even bij Tante, bij wie je eens logeerde en op wiens pick-upje je steeds dat plaatje van de bossanova draaide. Ze is op de hoogte want ze vraagt of je nog steeds klimt en of je de Mönch hebt beklommen en de Matterhorn! Jouw voorstel om een tijdelijke groepsapp te maken zodat men de gemaakte foto’s daarheen kan appen, zodat iedereen meteen alle foto’s heeft vindt geen ingang. Niet iedereen doet er aan, appen en er is ook bij anderen de overgang naar Signal. Ingewikkeld allemaal. Her en der word je uitgenodigd om eens op de koffie te komen en anderzijds geldt dat natuurlijk ook; welkom! De reünie-leiding roept stipt om vijf uur: ‘Het is Afgelópen!’, maar we zijn nog lang niet uitgepraat, nog lange niet, nog lange niet…..

Ik ben Juul en ik ben Jens (2)

‘Komtie binnen en ik zeg; ‘Opa, wat heb je dáár nu weer?’ Hij wil altijd opvallen; een witte pleister en wit dotje op z’n arm. Oma zegt dat hij bij de dokter is geweest en dan vragen wij natuurlijk, waaróm?’ Wij mochten dokter zijn, ik de dokter en Jens de zuster. Maar ik had het al snel gezien, laat Jens het maar doen, die pleister eraf trekken. Jens vindt namelijk bloed nogal tamelijk interessant. Het moest snel, volgens opa, in één keer die pleister eraf. Het eerste stukje deetie zelf, héél langzaam en toen rekte z’n vel heel gek uit, nou, en toen was er niks te zien, of nou ja, een héél klein gaatje’.

Nu jij Jens. ‘O, laatst zaten we bij ze in de auto, ‘Oto’, zegt oma altijd  en dat mag niet van ons, het is auto en toen reed er een hele grote zwarte Amerikaanse pick-up voorbij, zo’n Chevrolet RAM. ‘Kijk oma’, zei Juul; ‘Zo’n auto wil ik later ook!’ En toen moesten ze allebei hard lachen, waaróm? En wij zijn op vakantie geweest in Frankrijk en daar hadden ze een hele grote speeltuin en allemaal zwembaden met glijbanen enzo’.

Juul; ‘En ik mocht geen salto duiken maar ik heb wel A en B diploma. Ik vind dansen leuk, op vakantie leer ik allemaal dansjes bij de animatie en toen ging ik het doen bij opa en oma en zag een filmpje van The Spice Girls dat mama vroeger heel leuk vond. Ik weet nog niet precies wat ik ervan moet vinden, ze deden wel heel raar met andere mensen die niet mee dansten. En ik wil ook voor C diploma en ook zeemeermin maar dat mag niet.’

Jens: ‘En d’r was een bosbrand maar die was niet gevaarlijk zei mama en papa deed allemaal tassen in de auto en bij het grote meer zagen we rook daar achter en vliegtuigen kwamen water scheppen en dat gooiden ze op het vuur.

Juul; ‘We gingen even kijken naar Lily, dat is ons kleine nichtje en ik had een grote tekening gemaakt en wij durfden niks te zeggen want ze is zo klein en ze sliep en die handjes zijn zo klein met die nageltjes. De tuin is wel lekker groot, daar kan Jens voetballen’.

Jens; ‘Soms moeten we mee naar Het Huisje Aan De Zee. Oké, daar doen wij niet moeilijk over, wij gaan wel mee, als we maar niet er in moeten, in die zee. Wij gaan krabbenpoten zoeken en zeesterren en kwallen en dan graven we een gat en daar moet die kwal in. Of we maken een hotelkamer boven in de duinen, met allemaal stokjes en handdoeken’.

Juul; ‘Op opppasdag vroegen wij aan opa of het ook zou kunnen dat hij eens één keer een dag geen grapjes zou maken en hij zei goed. Drie keer raden hoelang hield hij dat vol. Gewoon normaal doen, opa, begrijp je het niet? Hij denkt zeker dat hij wel gek kan doen maar als wij eens even lekker willen gillen mag dat absoluut niet. Als we lang op de bel drukken kan hij er niet tegen. Als we bij ze logeren kruipen we ‘s morgens bij ze in bed en toen zei oma dat opa slaapt zonder onderbroek, toen hebben we zo gelachen dat het dekbed bijna kapot ging en de kussens ook. Waaróm?’

Jens; ‘Wat dan wel weer leuk is, is dat speelhuisje achter in hun tuin. Dat kan in en uitgeklapt worden en daar woon ik en Juul is de pakketbezorger en die komt dan allemaal dozen brengen en dan belt ze aan met de bel aan de buitenkant en dan ben ik soms niet thuis en schrijft Juul het op een briefje.’

Juul; ‘We zijn in een hotel geweest en daar was een berg en daar zijn we bovenop geweest en dat was spannend en mama zei dat opa dat best leuk zou vinden. En toen moesten we heel lang naar huis rijden en ik wou het net vragen maar Jens was eerst: ‘Mama? Is het morgen maandag? Mogen we dan naar oma?’

Gemengd douchen

Was het om Jezus-Eik te vermijden of wilde Nina ons persé Sint-Job-in-’t-Goor laten zien, we zullen het nooit weten, wij van de Sultana’s. Op weg om twee dagen te klimmen in Rochers de Renissart (klinkt mooier dan Hotton). En wel onder een hemel van het mooiste aprilblauw met een lage zon die het stilstromende Ourthe water doet glinsteren. Die eerste dag dringen we niet al te erg aan. Het achterste massief, ‘oefenrots’ is ons genoeg. Er hoeft niks, alles kan, alles mag. Na de lunch nemen we zelfs een break, wandelen hoog over de rotsen het klimgebied voorbij. Mijmeren op een bankje bij Moulin de Hotton met het stilstaande waterrad en fantaseren over onze gezamenlijke droom, een paar dagen rondhangen en klimmen bij dat ene onbemande hutje hoog in de Zwitserse bergen. Er worden ezeltjes geaaid en wortels gevoerd. De woorden nul-punt-nul worden niet uitgesproken, er is bier, er is wijn en curry en pasta, er wordt gelachen en geplaagd. Je hebt meer pijn in je nek van het omhoogzekeren dan in je vingers.
‘Kijk, dat is pas echte liefde, met z’n vingers in mijn klimschoentjes,’
horen zeggen als je haar d’r klimschoentjes aanreikt en dan je gevatte antwoord toch maar voor je houden.

Keuzestress, we weten het niet, terugrijdend van het klimgebied naar de Tukhut (gewoon nooit HerBerg zeggen) wat we eerst willen doen, douchen (het was warm geweest) of eerst bier (het is nóg warm). Razendsnel duiken Nina en ik de douchecellen in, zij links, ik rechts. Het water is amper op temperatuur of daar schuift zij al mijn doucheshampoo onder het muurtje door terug. Dan snel, snel, snel aan de Durbois blonde op het bankje tegen de warme muur van de hut.

De NKBV streeft naar opheffing van de traditionele indeling in Regio’s en wil in plaats daarvan spreken van communities. Immers met de ontstane appgroepen vallen grenzen weg. Naast de Rivierenlandapp, kennen wij de tijdelijke klimweekendapp, die van de Sultans (- of Swing) van Robby, Mehshad en mij en nu deze; de Sultana’s, met Lynn, Nina, Mehshad en mij. Een viertal op zoek naar evenniksaanjehoofd. Noem het wat mij betreft Zen – ik ben in gespannen afwachting van Hoogtelijn 2, met wel of niet op de ‘gespot’ pagina’s mijn boekbespreking over het boek ‘The Zen of climbing’.

Wetende dat met een familieweekend van 26 mens, met leeftijden van 7 tot 70 (plus) de hut niet bepaald een stiltegebied zal zijn, kwam daar nog een nachtmerriebericht bij; er is een rally, die start op het pleintje pal voor de hut. De Course de côte de Sy. In 90 seconden scheuren racewagens vanuit Sy de heuvel op. Ik voorzag ellende, gekte, herrie, drukte en uitlaatgas. Echter, in onze kamer 1, aan de achterzijde heerst rust en stilte, de 2-persoonsnis bovendien gegund aan onze grootste rustzoekers, Lynn en Nina.

Ook de volgende dag wordt dé klassieker van het gebied, Annie met haar fissure, met rust gelaten. Ik klim een paar routes met wat weinig overtuiging, kom een keer zelfs niet boven. Aan voorklimmen begin ik hier sowieso niet, ik weiger op mijn schoentjes te vertrouwen, het is kurkdroog en toch lijkt het glad. Wederom schettert de zon over het riviertje dat net zo rustig dezelfde kant op stroomt als gisteren. Die geur van koffie uit je thermos, verderop rinkelen karabiners, je zit even op een graspol met je ogen dicht en je hoort je klimmaatje zachtjes neuriën achter je. Als je er gevoelig voor bent zou je dit bijna Zen kunnen noemen. Niks moet, het is ont-moeten, het samen zijn met anderen en die anderen ontmoeten. Maar dan, de laatste drie routes, hoog, de rots iets anders qua structuur, het geloof komt terug, het geeft me een boost. En dan die laatste route nog, onverstaanbare niet veel goeds belovende klanken klinken van boven, Mehshad doet hem eerst. Marten zwaait uitnodigend met het touw naar mij. Is dat de motivatie, zijn het de andere wachtenden, of is het toch Marten die me zekert, die ik zolang niet heb gezien en al zolang ken; ik vlieg!

(note to self) De volgende keer gewoon meteen bier bestellen en mee onder de douche.

Ik ben Juul en ik ben Jens

‘Wat me nu weer gebeurde, oma haalde me op en we gingen naar haar huis. Sinds ik bij de bel kan, bel ik aan. Gewoon keihard en net zolang totdat tie opendoet, opa, en dat is meestal héél snel. Maar deze keer zat er een briefje onder de bel geplakt. Een tekening van een deurbel en daar overheen een groot rood kruis en mijn naam Juul. En nog iets wat ik (nog) niet kan lezen. Oma zei; daar staat: niet aanbellen. Nou dan moetje mij hebben. Ik belde (kort) aan, opa doet open, ik ren door naar de zijkamer waar opa altijd zit typen en trek een papier uit de la van dat ding, is dat een ouderwetse compoeter – anyway – en teken een grote groene ‘akkoord’ V, ondertekend met Juul en met plakbandje over opa z’n tekening heen…. Ze hebben het er nóg over.’
‘En nou ik, ik heet Jens en ik zat in de auto van opa en oma en we reden achter een heule grote vrachtauto, blauw met geel. Heel erg langzaam reed die. Ik zei: ‘Mijn papa gaat er altijd voorbij’. Dat is een lesauto, kijk maar, er staat een L op. Schijnt grappig te zijn. Net als die foto die opa maakte. Ik moest mee maar de bieb om boeken te halen. Die moet ik dan zelf uitzoeken. En het waaide heel erg hard en toen was er een grote grijze container met vier wielen omgevallen en al die papieren vielen er uit. En toen moest ik er naast gaan staan van opa. En toen maakte hij een foto en toen stuurde hij die naar papa en mama. En opa zei tegen ze; ‘Jens is weer lekker bezig geweest.’ Ik zei ’Nee opa, is nie leuk grapje.’
‘Nou ik weer Jens, nu ben ik weer aan de beurt.’
‘Nee , ikke nog, goed opletten.’
‘Nee, ik ben en ik wil vertellen over het huisje.’
‘Watdan watdan?’
‘Nou gewoon dat opa een huisje heeft gemaakt om in te spelen onder het afdak achterin de tuin en dat het nu niet kan omdat het te koud is en dat ik op zwemles nu al een roze bandje heb en onder water kan.’
‘Nu ben ik aan de beurt Juul, goed opletten. Ik zag precies dezelfde auto als die van opa en oma en nee even wachten Juul, ik mag eerst, echt serieus, opa die heeft pijn in z’n bil  en z’n bips en dan vraag ik steeds aan mama want ik wil vragen aan opa; ‘Opa heb je nog pijn aan je bil? Doet je bips nog zeer, haha?’
‘Nou Jens ben je nu klaar, jij hebt altijd van die lange verhalen, ik weet niet of het jullie interesseert maar wat ik altijd doe bij oma, hondje spelen en dan stuurt zij het hondje het bos in en blaf blaf ik naar de keuken. Nee Jens, ik ben nog niet klaar en ík ben het hondje en ik heb het roze bandje bij zwemles en bij korfbal mag ik meedoen met de Efjes.’
‘Ik begin altijd meteen te vragen of ik een snoepje mag en een koekje en een pakje drinken. En of ik op de tabellet mag, fillumpje kijken.’
‘Oma brengt mij dan naar zwemles ze kan nooit nee zeggen.’
‘Bij opa en oma mag lekker alles, op tafel zitten en op oma d’r telefoon kijken. Alleen mag ik nu niet meer binnen voetballen, ik doe altijd hóóg schoppen en anders gaan de lampen kapot en ik mag ook niet in het speelhuisje buiten want dat is nu ingeklapt.‘
‘Jaaaah, dan gaan we soep maken.’
‘Oja Juul, ik wil ook.’
‘Maar dan moet je wel luister Jens, ik ben je baasje.’
‘Okeee dan…’

Commissaris

‘Wat maak jij toch veel mee’, wordt mij weleens gezegd en dat klinkt bijna als een verwijt. Valt reuze mee vind ik zelf en zeker nu als pensionado vaar ik door ietwat rustiger vaarwater. Er zijn ook heus momenten dat ik eenzaam door uitgestorven troosteloze polders fiets en wanhopig uitroep; ‘Hallo, is hier nog iemand?’

Wat me nu weer gebeurde, tot het laatst aarzelde ik, wel of niet naar de Nieuwjaarsreceptie van mijn club, voor een deel van de harde kern van NKBV Rivierenland, het selecte groepje van ruim gerekend 50 klimmers van de meer dan 1100 Regioleden. Goed en wel binnen, het was opvallend drúk, werd ons gesprek onderbroken; het officiële gedeelte, ik moest naar voren en wel helemaal, er ging iets gebeuren. Tot mijn totale verassing kreeg ik een toespraak, een lofrede. Tijdens de eerste woorden doken opeens mijn trouwe vrienden van de GGE* op, mijn mond viel open en in een schaterlach zwaaide ik naar hen en toen pas zag ik dat mijn trouwste metgezel, Ada – altijd onder het pseudoniem Eega figurerend in mijn verhalen – er ook bij aanschoof. Elwin, onze penningmeester, ging onverstoorbaar verder; wat ik allemaal had gedaan, hoelang was ik al lid, wat ik had betekend voor de club. Was ik eerst nog verbaasd, gaandeweg alle loftuitingen begon ik me steeds ongemakkelijker te voelen, het hield maar niet op. Af en toe ook doorspekte Elwin zijn verhaal met leuke anekdotes, dat ik dacht hoe weten ze dat allemaal en hoe hebben ze dat nou weer onthouden.

De GGE*, de door mij opgerichte bergsport vriendengroep, dit jaar Zwitserland, 31e tocht.

Ik was werkelijk flabbergasted, sprakeloos, had een droge bek, riep er dwars doorheen dat ik dórst had en het ging maar door. Ik wilde de spreker af en toe aanvullen of verbeteren maar kwam er niet tussen totdat de aap uit de mouw kwam, ik werd benoemd tot Erelid der Regio Rivierenland van Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging.. Een illuster gezelschap, van nu slechts twee leden, de ander is Jos Mesman, de lieve vrouw is helaas overleden, jarenlang voorzitter en voorvechtster voor de vereniging, met liefde voor de club. Precies dat wat ik ook altijd beoogde, er een club van maken, een clubgevoel creëren, saamhorigheid waar iedereen zich op zijn gemak kan voelen.

Ik kreeg onder andere een tegoedbon voor een mooi hotel, Castel de Pont-à-Lesse uit 1800. Inderdaad, ik heb het ooit gemompeld, dat ik er wilde overnachten met Eega, toen wij ons in de fraaie lobby moesten aanmelden en daarna door het parkachtige bos met de enorme sequoia’s naar het gelijknamige klimgebied wandelden. Klimmers hebben kennelijk een goed geheugen.

Tja, het was een lange lijst, ik heb heel veel gedaan, maar ach, over dertig jaar uitgesmeerd valt het ook wel weer mee. Hoogtelijn, Nieuwjaarswandelingen, klimcommissaris, lezingen en nog meer. En toch, het was veel te veel eer, ik blijf liever ongezien achter de coulissen. Toen ik die nacht heel laat naar bed ging, de hartslag was gekalmeerd, bedacht ik pas wat ik had moeten zeggen. Ik ben een zeer slechte spreker, beter schriftelijk dan mondeling:

‘Als ik dit geweten had, was ik niet gekomen. En ik deed het allemaal alleen maar voor mezelf omdat ik het zelf zo leuk vond, nee hoor, uit liefde voor de club en al die leuke mensen. Kennelijk zit ik de ‘winstpunten’ momenteel. Oudejaarsnacht ontmoette ik een vage kennis. Hij las mijn boek ‘Cowboy in Nepal’ (2009) en herlas het nu opnieuw, maar zocht op internet alle routes, hutten en toppen op en zag het allemaal voor zich. Voelde voor mij als een heel groot compliment. En haha, om het helemaal echt te maken, ik wil alle mensen bedanken en bovenal mijn lieve Eega daar’

Kun je nagaan, Elwin, de spreker, ken ik al tweeëntwintig jaar. Ik organiseerde, met subsidie van het NOC-NSF, twee keer een ’Masterclass’, voor twaalf talentvolle klimmertjes uit onze jeugdgroep. Gegeven door Mirjam Verbeek en Casper ten Sijthoff, beiden meervoudig Nederlands kampioen leadklimmen. Van die selecte groep klimt een aantal nog steeds en is zelfs een aantal nu kliminstructeur, zo ook Elwin. Na afloop van zijn speech herinnerde ik hem daaraan en hij bleek dat niet meer te weten, dat ik ook daar achter zat. Gelukkig maar en ook dat nog veel meer dingen niet genoemd werden, het was allemaal al gênant genoeg. VVA lid, afgevaardigde van de Regio voor landelijk overleg. Materiaal depotbeheerder, (rare) film voor vijftig jaar Rivierenland, bergsportquiz enz. En dat ik in feite het toenmalige blaadje ‘Relais’ gebruikte als platform voor mijn hobby; schrijven.

Mag ik hier één titel noemen die iets weergeeft van mijn doel, het alles niet té serieus te nemen? ‘Sfeervol ontlasten aan de Ourthe’. Toen wij allen de koffie dronken van een niet nader te noemen klimcommissaris, van het merk ‘Tectyl’ en iedereen lopend onderweg richting klimgebied met hoge aandrang de bosjes in moest langs voornoemde rivier.

De volgende morgen las ik alle reacties op de socials. Er was er een van een klimvriend die mij eens verklapte als veertienjarige al mijn verhalen te lezen in het Relais; hij appte; ‘Dat ik een inspiratie ben voor hen allen’. Gisteravond te perplex, nu ontroerde het mij zeer, gelukkig sliep Eega nog. Elwin sloot zijn rede af met deze woorden; het was bekend dat ik blijf klimmen maar dat wil proberen in een ‘Zen modus’. Daar kon ik mooi op inhaken voor een kort slotwoord. Ik vertelde over het boek ‘The Zen of Climbing’ en dat ik dat mocht beschrijven voor de boekenrubriek in het blad Hoogtelijn.

Ik ben dan wel  gestopt als vrijwilliger, ik klim door zolang het gaat en zal altijd blijven houden van de bergen en alles en iedereen daaromheen.

Reijn

Zelden deed een nieuwe film zoveel stof opwaaien als deze, althans zeker binnen in onze landgrenzen. Dat de Nederlandse Halina van Reijn daar debet aan is, dat zal duidelijk zijn, maar ook wereldwijd is er ruim aandacht aan besteed. En uiteraard mede door de hoofdrolspeelster, een van de beroemdste filmsterren ter wereld, Nicole Kidman, die bijdraagt aan deze kaskraker, want dat wordt het. En ook voor Harry en mij gold, toen wij naar de zoveelste film gingen in onze geliefde bios De Witt en de leader van ‘Babygirl’ voorbij kwam was het duidelijk; díe moeten we zien. Toch duurde het nog lang voordat de première er was, ondertussen stonden de kranten vol met commentaren en was Halina – ik mag Halina – zeggen, niet van de buis te slaan.

Vooraf bij het drankje aan de bar in de bios, keken Harry en ik elkaar aan: ‘Waar gaan we nu weer heen, een erotische thriller, echt?’ Zo werd in de commentaren de film inmiddels genoemd. En na afloop toen we de trap afliepen waren we stil, tot ik vroeg, ‘Harry, wat denk jij, hoeveel sterren?’ Bij het drankje nadien, erotisch konden wij hem niet echt niet noemen, een triller al helemaal niet. Tuurlijk, het is spannend hoe het afloopt en erotisch, ach, tja het gaat over seks. Of eigenlijk is het hoofdthema het orgasme, hoe dat te krijgen. Kost wat kost wil Romy (Nicole) perse nu wel eens een orgasme ervaren. En ze blijkt een dirty mind te hebben. Zij, een machtige CEO van een immens distributiebedrijf, wil juist gedomineerd worden. Maar, who the hell heeft dat niet, bij momenten, a dirty mind. ‘A dirty mind is a joy forever’.

In een van de talkshows op tv waar de film ter sprake kwam, bleken de aanwezige vrouwen allemaal buitengewoon enthousiast. O nee dacht ik, is het weer zo’n uitgesproken vrouwending, dat wij mannen niet begrijpen. Zoals de zalen vroeger bij Rob de Nijs gevuld waren met uitsluitend vrouwen, op een enkele man na, die mee moest van zijn vrouw onder het motto, ‘doe dat nou voor mij.’ En zoals de film ‘The Substance’, die door vrouwen zeer hoog gewaardeerd wordt. Wij mannen vonden dat een belachelijke film, totaal over de top en het zogenaamde horror aspect dat in de film zou zitten, op zijn hoogst komisch. Beide films worden kennelijk ook als feministisch betiteld. Terwijl, Harry en ik onszelf toch echt als geëmancipeerd betitelen, vrouwvriendelijke ‘Stieren’ als we zijn, om de sterrenbeelden in dit verband er eens bij te halen, kennelijk kunnen wij dat eenvoudigweg niet snappen. En inderdaad, ik telde, behalve ons twee, nog ergens twee mannen, in gezelschap van een vrouw. Voor de rest was de zaal gevuld met vrouwen.
Er heerste anders dan anders, een soort opwinding in de zaal, lag het aan mij dat ik dat dacht te voelen, of doordat er zoveel vriendinnen druk met elkaar kletsten. En ook toen de film eindigde en de zaallichten langzaam oplichtten klonk er gelach en geroep. Is het dan toch waar; mannen komen van Mars en vrouwen van Venus.

Toch blij dat ik hem gezien heb, wellicht een ietwat controversieel onderwerp, maar zeer decent alles in beeld gebracht. Eén keer Romy’s blote magere en duidelijke verouderde lijfje van achter in beeld. Verder een zéér goed verhaal, prachtige setting, mooie beelden, alles goed gestyled, soms kijk ik haast meer naar dat soort bijzaken waardoor ik bijna vergeet het verhaal te volgen. Bijvoorbeeld de even voor verwarring zorgende, bijna grafische beelden van de robotwagentjes, de orderpickers in de giga distributiehal.  En dat alles bedacht, geschreven en geregisseerd door onze Halina. Heel veel respect voor haar, zij, altijd al een spraakmakende en aandachttrekkende actrice, toen met haar goede vriendin Carice van Houten, ze was al jaren niet meer vrijwel wekelijks in de Nederlandse media te zien, ze is nu terug en hoe.

And the Oscar goes too….
Die zal wel naar Nicole Kidman gaan, maar van mij mag hij naar… Juist!

SynDroom

Tja, als niks meer helpt, de voorgeschreven oefeningen, de goedbedoelende fysio, de huisarts die het ook niet echt weet en dan nog meer zware pijnstiller voorschrijft. Ik heb wel eens een verhaaltje geschreven met de titel; ’Occasion’, waarin het gaat over het lichaam van een niet nader te benoemen persoon dat van alles mankeert en dat lichaam daar besproken wordt als ware het een auto. Tweede- of derdehands wel te verstaan, nog in goede staat, veel kilometers op de teller, wat gebruiksschade hier en daar, maar ‘kan nog wel even mee’. Niet altijd binnen gestaan overigens. Tja, inmiddels weer wat ouder en wat klachten rijker.

Trouwe lezers kennen misschien ook de schrijfsels over Tai-Chi, Yoga op het strand en onlangs over Zen. Past in dit rijtje mogelijk ook acupunctuur, welnu in opperste wanhoop, mijn hoop in bange dagen, het laatste redmiddel, dát moest het worden. Ik had al de ellende moeten doorstaan van: ‘Krijg niks onder de leden in december’. Extra drukte, huisarts op vakantie, druk bij de fysio – al zijn klanten willen nog gebruik maken van ‘nog te goede behandelingen’ zo aan het eind van jaar. En dan ook de dreigende staking van de apotheken. Nu hangt over acupunctuur eveneens een zekere zweem van zweverigheid, net als bij die andere voornoemde praktijken. Om niet in de klauwen te vallen van een kwakzalver die er lukraak hier en daar wat naalden inkwakt met in de andere hand het ‘Handboek voor doe het zelvers’ of een of andere ouwe Chinees met nog drie tanden in zijn duister vergeelde behandelkamertje, zocht ik net zo lang tot ik iemand vond die vertrouwen inboezemde. Weliswaar diende ik een ingewikkelde route te volgen om haar te vinden, ergens in een groot gebouw met veel kamers en veel verdiepingen.

Intake. Jo – ik mag Jo zeggen – stelde me de gekste vragen, of ik het warm had, of koud, of ik moe was; dacht ze aan mijn tong te zien, en zelfs over de stoelgang. Toen mocht ik me uitkleden en op een warm ligbed plaatsnemen en werd deze occasion toegedekt met een zacht en warm kleed. Ze sjorde de onderbroek wat omlaag en masseerde de rug, na een tijdje ging het kleed er weer overheen en nu trok ze de ene pijp van de boxer omhoog. Want daarvoor was ik hier, het ‘piriformis syndroom’, de pijn diep van binnen in de bil. Het ging gebeuren, de naalden werden gezet, inderdaad nauwelijks voelbaar. De stekende uitstraling in het been werd ook gemasseerd, dat was goed voelbaar en ook hier werden naalden geplaatst. Met een onzichtbaar apparaat werden de naalden, het been en de machtige bilpartij verwarmd waardoor ik het weldadig warm kreeg. Jo liet me verder met rust.

Heel zacht klonk muziek die mij sterk aan Nepal deed denken. Beelden van de lange trektocht door Solo Khumbu in de richting van Mount Everest Basecamp doemden op. Hoe gelukkig ik mij die weken voelde, het was een van de absolute hoogtepunten in mijn leven. Alleen maar genieten, alleen maar lopen, drie weken lang en kijken. Geen zorgen, geen verantwoording, alles werd geregeld door de Sirdar en de Sherpa’s, de bagage droegen de veertien dragers en eenmaal boven de vierduizend meter ook enkele yaks. We konden de inspannende zware tocht met gemak aan, in topconditie en; geen pijn! Heel anders dan nu al een maand lang. Ik zonk weg in een roes van gelukzaligheid, een rust die misschien dus Zen was, het leek of ik droomde. Ook dwaalden mijn gedachten over mijn geliefde stranden, waar ik alleen was, met de enorme zandvlaktes, de zee die kalmpjes ruiste, de zandbanken, de lage duintjes en de poeltjes en de zon en de wind die zachtjes mijn blote lijf streelde.

Tot slot zette Jo nog een hele serie haast onzichtbare naaldjes in mijn oor, die moesten blijven zitten en zouden de pijn onderdrukken. Thuisgekomen riep ik Eega toe:
‘Ik ben herbóren!’

Saab

Toen rond de jaarwisseling de prijswinnaars van de diverse loterijen in diverse onbekende plaatsnamen werden geïnterviewd wisten sommigen niet iets anders te stamelen als: nu een nieuwe auto of een keuken te gaan kopen. Meer dan drie miljoen, stuk voor stuk verbijsterd en één winnaar kwam niet verder dan een nieuwe voordeur. Onvermijdelijk begin je zelf ook koortsachtig na te denken, jouw postcode valt in de prijzen, ze bellen zo aan. Die loterij waaraan je verplicht wel deel móet nemen, stel je doet niet mee en jouw straat wint, iedereen om je heen miljonair en jij niet, dan kun je niet anders dan zelfmoord plegen, op zijn minst verhuizen.

Eega weet het niet, kan ook niks bedenken, sterker nog, ze wil er niets eens over nadenken. Zelf som je een heel lijstje op, betere isolatie, die cv nu eens laten verbeteren, doe dan toch ook maar een mooie voordeur, de kinderen delen ook mee en natuurlijk de helft ofzo naar een echt goed doel. En even verder dromen, dan eindelijk een echt mooie auto, de oerdegelijke doorsnee gezinswagen die je nu bestuurt is niet je grootste wens. Wat moet het dan worden? Zeker niet zo’n lelijke elektrische bak, die vierkante rijdende blokkendozen waar onder die enorme motorkap de batterijen hoog opgestapeld liggen. Wat te denken van de Saab, eentje uit de jaren negentig, die met de rechtopstaande voorruit. Maar dan wel de cabrio, niet dat er maar één haar op mijn hoofd zou denken die te rijden met de kap omlaag – vreselijk machogedoe – maar gewoon voor de mooi. Metallic groen / zwart en met licht crèmekleurige ‘linnen’ kap, de Saab 900 uit 1990, goed gereviseerd uiteraard.

Of toch maar een busje, onopvallend, wit, ook niet nieuw, van een koerier geweest, gebutst en bekrast. En die dan van binnen laten inrichten als camper en dat het dan van buiten niet zichtbaar is, geen extra ramen er in. Wat ook leuk is en ook weer oud, een landrover, een zandkleurige. Moet ook gebruikssporen hebben, ‘it ’s been around’, maar wel zachter geveerd, opgevoerd, betere verwarming, kortom minder spartaans. Het mag wat kosten, maar ja, geld zat. Oh, ja, die andere droom. Toch maar wel, even de vliegschaamte over boord. Nu eindelijk naar dat ene eiland, een atol, (bijna) onbewoond, in de Stille Zuidzee, met dat witte zand en het lichtblauwe water. Buiten het orkaanseizoen uiteraard. En svp zonder zandvlooien, ratten en varanen.

Nog een beter idee, doe toch maar een Citroën DS, het beroemde strijkijzer. Eentje uit pakweg 1975, het jaar dat de productie stopte. Lichtblauw met wit dak. Maar dan helemaal getuned, dat je nooit met pech komt te staan. Een van de mooiste auto’s ooit, met een vering ongeëvenaard, hydropneumatisch. Hoe die met de smallere achterwielbasis door de bochten zeilt. Dat éénspakige stuur, die bolle zachte stoelen. Wat je ook laat inbouwen; afstandsbediening, dat hij wanneer je aan komt lopen, zich vanzelf omhoog hijst om instappen te vergemakkelijken. En natuurlijk andersom, eenmaal geparkeerd, na het uitstappen zakt hij zo mooi dramatisch naar de laagste stand, alsof het strijkijzer even gaat uitrusten. Heb je het al over de in de bocht meedraaiende koplampen gehad? En als we dan toch bezig zijn, jouw DS doet aan gezichtsherkenning, geen sleutel meer nodig.

Ook leuk voor erbij, een Renaultje Vier, dat retro bakkie uit 1984, rood. Om het kratje bier te halen, hoeft het niet meer op de bagagedrager.

Nu nog op zoek naar dat echte goede doel. Zonder directeur met een salaris rond de Balkenende norm.

Yolo

Zo aan het eind van het jaar kun je de neiging hebben terug te kijken, wat was dit nou weer voor jaar. Wás het wat? Hebben we nog wat beleefd of was jouw hoogtepunt dat moment van het piepje van een van je witgoedapparaten ten teken dat je in actie kon komen om hetzij de betreffende machine leeg te halen danwel te vertrekken, naar de stad, de natuur of een zondige bestemming. Het gevaar, wanneer je de leeftijd hebt bereikt die vroeger respectabel werd genoemd bestaat nu eenmaal uit het feit dat niets meer hoeft. Het moment dat je naar bed gaat of juist de benen al of niet kreunend er weer uitzwaait steeds vroeger cq later wordt.

Of je nu wilt of niet, je behoort tot een soort bevolkingsgroep, die nog immer groeit en waaruit een groot deel van de inwoners van dit gave land zal bestaan. Het valt niet te ontkennen, je wordt erop aangekeken, je bent een pensionado temidden van die GGG, grote grijze golf, gedeeltelijk berollatort of anderszins slecht ter been, niks meer losjes in de heupen. Nog slechts interessant voor een enkele eenzame pensionada, herkenbaar net als jij aan je boomerflap. Kijk, Vutter ben je nooit geweest, toch net weer te jong voor, weliswaar vele jaren aan betaald. In deze tijd van vliegende inflatie, gestaag meestijgende loongolven blijft toch jouw uitkerienkie lelijk achter, je bestedingspatroon keldert achteruit, temeer ook daar dat verrekte pensioenfonds weigert gewoon eens uit te betalen, ja 1,03 % bruto op jaarbasis omhoog. Om nog maar te zwijgen over die boeven van Aegon, van jouw duurbetaalde loonspaarregeling, omgezet in een lijfrente, die nevernooit meer uitbetalen, hoe weinig er ook van over was na die slechte beleggingsjaren en eraan verbonden kosten. Terwijl het leven juist zoveel duurder is voor een gemiddeldeleefijdgenoot, al die dagen van niet meer werken moeten toch opgevuld worden, etentje hier, museumpje daar en filmpje elders. Daar wordt dus volledig aan voorbij gegaan.

Het kost ook steeds meer moeite om alles bij te houden in deze digitaliserende wereld. En je zult wel moeten  wil je überhaupt  nog kunnen betalen, parkeren, je ellenlange patiëntendossier inzien en ga zo maar door. Om nog te zwijgen van de veranderende wijze van communiceren, als zelfs je kleine kleinkinderen al gaan chillen en dingen cool vinden. Je hebt ze nog niet kunnen betrappen op LOL, OMW ASAP B2W FWB NBD NTS TBT of XOXO. Het is dat ze nog niet de doekoe heben om zo’n device aan te schaffen, laat dat svp nog even duren ook zeg, WTF en OMG! Je kunt niet omheen, je ergert je kapot aan die zwakzinnige idiote malloten van het kabinet Schoof, jij, oude zeiksnor, jij bent nog één van de ouwerwetse linksen, zij die het beste met de wereld voor hebben, tevens strijder tegen vuurwerk. Het is weer tijd voor de traditionele jaarlijkse traditie, de discussie over vuurwerk. Resultaat van oudejaarsnacht: meerdere doden, duizenden gewonden, vierduizend keer rukte de brandweer uit en tweehonderdzeventig auto’s branden uit, maar ja het is traditie.

Goed voornemen; om een spreuk van Loesje te bezigen: ‘ Ik ben gestopt met mopperen en ik ben een stuk gelukkiger geworden.’ Nog maar één die je ook aan diverse medici meedeelde; Geluk is, wanneer je je realiseert, je hebt geen pijn.’ En dan dit, een bucketlist heb je niet; gewist. * You Only Live Once.
Je hoeft geen onbereikbare doelen na te streven en ook niet achterom te kijken, zo van:
‘Wás het wat, dat afgelopen jaar…’.
Geen last van FOMO – Fear Of Missing Out