Deugniet

Al is het slechts voor even
mij lijkt het geweldig fijn
in een volgend leven
een lieveheersbeestje te zijn

Ooit sprak tot mij
de aangeschafte appeltaart
eet me, maak me blij
en voel je niet bezwaard

Laatst verwerd ik tot een olifant
mijn huid was ietwat grijs
de slurf wat aan de korte kant
ik leek wel niet goed wijs

Alle mensen deugen wordt beweerd
zo kan ik me nu verheugen
al ben ik meermaals ernstig bezeerd
ooit, zal ook ik, ja, ik zal deugen

uit “Wispelturig als de wind

Alter ego

Ik ben een individu
loop op twee benen en rechtop
heb gedachten en een lege maag
ben geen tovenaar
in bezit van waardigheid
soms heb ik een mening
speel geen contrabas
ben volstrekt normaal
ik val niet op
ik heb mijn fantasieën
acht karaktereigenschappen
en enkele fobieën
en een gaatje in mijn hand
in bezit van rimpels en de dagelijkse dromen
soms moet ik poepen op het land
in bezit van highlights
geen macht en toch verleidelijk
soms val ik
ik ben een reiziger en een acrobaat
ben geen open boek
ik heb teveel gedachten

Ik was een onbekende
voor mezelf en ook voor haar

Het laatste dat resteert
en langzaam vol zal stuiven
met het gele schelpenzand
en zal leiden naar de zee
dat is mijn voetspoor op het strand

uit ‘Wispelturig als de wind’

New Orleans

Was ik maar een Waterhoen
heb nog nooit een waterhoen
met migraine gezien
heb ze ook nooit horen klagen
over buikpijn of saaie zaterdagen

Met die nestdrang valt te leven
dat nestelen dat duurt maar even
territoriumdrift heb ik nu toch ook
kortom, het lijkt mij fijn
om waterhoen te zijn

Geen last van pleinvrees
of blue mondays
verlatingsangst of plankenkoorts
nooit meer kouwe voeten
of vriendinnen die iets van me moeten

Het allitereert zo lekker groen
was ik maar een Waterhoen
zoals mijn vriend Tom Waits al zong
in een van zijn evergreens
I wish I was in New Orleans’

( I can see it in my dreams )

uit ‘Wispelturig als de wind’

Overgave

Zeven zeeën stak ik over
stuurloos op een vlot
weggedreven voortgestuwd
gekapseisd omgeslagen
riep om hulp en God

Zes woestijnen kroop ik verder
dag en nacht maar door
op m’n knieën door het zand
weg van jou en mijn verdriet
volgde het verkeerde spoor

Vijf bergen kwam ik bovenop
stervend van de kou
nu val ik wank’lend in jouw armen
verdedig mij niet meer
totale overgave, ik ben van jou

uit ‘Wispelturig als de wind

Stel

Stel, ik was een dobermann
en ik wil dit eigenlijk niet
(maar het moet)
geneer mij namelijk nogal
m’n baasje heeft mij niet opgevoed

Stel, ik was een Ierse setter
ben eerlijk gezegd een dierenvriend
vooral van teefjes
kort – langharig, maakt niks uit
nogmaals, m’n baasje is een etter

Stel, ik was een Engelse buldog
schijten doe ik overal
met irritante harde blaf
tegen mensen zonder hond
ik krijg toch geen straf

Stel, ik was een Duitse herder
Ik bespring graag mensen op het strand
dat mag ik van mijn baasje
dat is allemaal normaal
waar zit die man’s verstand

uit ‘Wispelturig als de wind’

Jarig

Soms kan het leven naar je lachen
als je s morgens wakker wordt
en de vogels fluiten in de bomen
en achter het gordijn daar schijnt de zon
hoor de telefoon tekeergaan
appjes blijven binnenstromen
kinderen die bellen
kaarten op de mat
kussen van je lief
blijf nog even liggen met je ogen dicht
een vriendin die zingt een lied
waar heb je t aan verdiend
een andere stuurt een gedicht
al die aandacht
het is wat ongemakkelijk
je wilt het liever niet
maar ja, het leven lacht naar je

uit ‘Wispelturig als de wind’

Onbekende

Jij dacht dat je mij kende
betrouwbaar door en door
tot ik jou bekende
dat ik toch een ander was

Ik dacht dat ik jou kende
jij bleek voor mij een cryptogram
eigenlijk een onbekende
een geheel ander iemand te zijn

Jij dacht mij te kennen
je liet je fantasie de vrije loop
de puzzelstukjes pasten niet
en ik, ik gaf je valse hoop

Ik dacht jou wel te kennen
je liet me barsten in de kou
nog slechts je schaduw op de muur
het blijvende mysterie vrouw

uit ‘Wispelturig als de wind’

Leugens

Je denkt dat je me kent
het is allemaal een leugen
herinner me je ogen nog
de verhalen van die vent

Hoor je stem nog en je pijn
ik herken mezelf niet
waarheen ben ik nu op weg
kan mezelf toch niet zijn

Heus je bent niet slecht
ik begrijp je wel
je hoeft je niet te schamen
het is echt waar, echt

Laat mij die diamant
die flonkert diep van binnen
in je hart ontdekken
en de lijnen in je hand

Welkom in mijn kosmos
ga verder in de waarheid
ik zal het in je ogen zien
daarna laat ik je los

Er valt niets uit te leggen
je denkt dat je me kent
en daarna zal ik gaan
moest het één keer zeggen

uit ‘Wispelturig als de wind’

Moonlight chimney

En nadat wij ons met pijnlijke vingers
die vermoeid waren van een lange dag klimmen
in de zongestoofde rode rotsen uitbonden
uit de klimtouwen die stoffig waren en zanderig
en elkaar glimlachend en tevreden aankeken
propten wij alle materiaal in de rugzakken
en begonnen met lichte tegenzin
en zonder een woord te spreken
aan de eindeloze afdaling naar het dal
met de trailers op de campsite in het woud
waar onze vrouwen onbezorgd op ons wachtten
en de verkoelende schemering al was ingezet

uit ‘Wispelturig als de wind’

Kundalini

Wanneer de zon en maan
en de bekende donderslag
bij held’re hemel samengaan
in die split second ken ik
van magnetisme het bestaan

Wanneer Zij rechtstreeks neerdaalt
uit die hemel hier ver vandaan
in dat onbekende paradijs verdwaalt
bliksemt over grazige weiden
daar mij voorgoed onderuithaalt

Dan zal Zij mij ten gronde richten
naar de randen van de afgrond
zal Zij niet eerder zwichten
tot ik in de goot beland
verwoestend zal Zij brandstichten

Dan rest mij slechts een capituleren
mijn chakra in haar handen leggen
zal Zij mij hypnotiseren en
terugvoeren naar diezelfde vredige weiden
zal Zij de zon magnetiseren

uit ‘Wispelturig als de wind’