Alle berichten door dentoonder

Old guys rule

En het was op een doordeweekse donderdag dat een selecte equipe vertrok, naar het zuiden gingen zij, waar, zo wisten zij, een zwijgend zandsteenmassief hen wachtte. Het waren klimmers, afgevaardigden van sectie 60+ en 70+ van NKBV Regio Rivierenland. En zij gingen op pad met een missie, een heilig doel. Immers, met het stijgen der jaren verandert de kijk op het leven, het optimisme twijfelt en onbekende angsten steken sluipenderwijs de kop op. En daarom, met dit laatste, angst, de angst voor het vallen, voorklimangst, daarmee wilden zij afrekenen.
Zeker, alle drie hadden zij hun sporen verdiend, over de wereld gereisd, uit vliegtuigen gesprongen, bergen beklommen, gevlucht, het leven gevierd, domme dingen gedaan kortom. Plichtsgetrouw voltooiden zij hun trainingen in soms overvolle of snikhete klimhallen. Nu, heerlijk buiten! Iets met ombouwen, simpelweg het setjes inklikken, vaak genoeg gedaan, maar te weinig en te lang geleden.

Ze waren gewaarschuwd, ze wisten ervan, het zou warm worden, heet. Ze waren voorbereid, water voldoende, sunblockers, koeltassen en zwembroeken, om indien nodig sissend af te koelen in de Le Bocq. Een zijriviertje van de Maas dat wonderlijk genoeg in de huidige periode van uitzonderlijke droogte fris en niets aandehand voorbij stroomde, op weg naar de monding in de Maas.
Was het toch nog uitstel, dat de drie eerst aan de koffie gingen, nadat zij, met enige moeite hun doel hadden bereikt, later dan beoogd, door werkzaamheden, rondwegdruktes en steeds kleinere weggetjes. Of was het een opladen, bestuderen van routes, het herkennen van namen en het langzaam opdiepen van herinneringen van lang, lang geleden eerdere beklimmingen hier.

Onderweg wisten de ruitenwissers nog, nu hing er een frisheid zoals die aan het eind van de zomer aan het begin van de herfst doet denken. De drie begonnen simpelweg rechts met een route die hen aansprak, qua naam en/of waardering en werkten zich gedurende de dag langzaam naar links. En even geduldig werd het warmer, de ochtenddamp trok weg, de wolkensluiers eveneens en plots was hij daar, de zon en meteen was het warm, heet. Gestaag wisselden de drie, voorklimmen, kijken, zekeren en opnieuw voorklimmen.

Het massief Durnal staat bekend om de ‘Twaalf uur van Durnal‘. Een challenge welk team als eerste alle 66 routes, of het meeste ervan kan beklimmen ( 1000 meter) wint. Tevens is het een ideaal gebied om te oefenen, touwtechnieken, voorklimmen, veel gemakkelijke routes en ondanks dat hier veel wordt geklommen is het zandsteen niet ‘afgeklommen’.

Het voorklimmen viel niet tegen, het beviel, heel erg en niemand viel. The leadclimber never falls.  Het vinden van een leuk eettentje, met een terrasje aan een riviertje, met een lekker bruisend glas en iets op je bord dat je heel graag wil opeten was minder eenvoudig, even nu eens geen zin in een vette hap aan de snelweg. De goedkope Belgische benzine werd opgestookt over slechts voor jeeps geschikte weggetjes totdat zij het tenslotte opgaven en belandden in de suburbs van Antwerpen met een happy meal.

Old guys rule:
There comes a time in your life when comfort meets substance. When all your hard work seems to have paid dividends and the world is at your command. All the things you hoped you could do someday you are doing. The toils of youth are now your experiences…. no longer the student but the teacher.

Eenentwintig routes klommen zij voor, ieder zeven. Met waarderingen die zij in de hal niet eens bekijken. Rage 2 met de machine 3c, Rupsknoop 4a, Gecko 4a, Kindervreugd 4a, Jipke 4a, Kriek 4b en Doublepalm 4c.

Een gevaarlijke middag

Toen ik nog een papieren agenda met mij meedroeg om belangrijke vrije dagen in aan te kruisen alsmede theekransjes en enge recepties die vermeden dienden te worden, schreef ik daar ieder jaar opnieuw onderstaande tekst in. Gaandeweg kende ik het zelfs bijna uit het hoofd. Waarom ik dat deed? Notabene uit een boek uit 1932, nog steeds geen idee. Onlangs kwam de tekst opeens omhoog in mijn geheugen en met enig googelen waren de ontbrekende woorden zo gevonden. Ik denk dat ik weer een agenda ga kopen, ik vind het nog steeds mooi.
Uit: Death in the afternoon van Ernest Hemingway

The rest of us headed for Alicante,
then through date palms an the rich,
crowded flat fauning and fruit county
of Murcia, past Lorca, to break out
and up into the lovely valleys with the
white washed houses and the villages
and the heads of sheep and goats raising
the dust along the road until we came
down out of the hills in the dark at the
entry of the ravine where they had shot Federico
Garcia Lorca and saw the lights of Granada.

Na Remco Camperts dood werd opeens zijn gedicht Lamento opnieuw vaak beluisterd. Met passende muziek van Benjamin Herman. En Paulien Cornelisse blijkt dit gedicht jarenlang bij zich gehad te hebben, op een papiertje in haar portemonee. Bijna niemand kan zo mooi een gedicht voordragen als Joost Prinsen. Of kon het als mijn goede vriend Jules Deelder op zijn eigen onnavolgbare wijze. Na zijn dood werden twee gedichten onmiddellijk aangehaald:
‘Voor Ari’ en dat wat hij als elf jarige schreef: ‘Hoort, men werpt een atoombom’.

Mijn stemgeluid is haast onverstaanbaar, toch, als ik het maar durfde, zou ik graag enkele gedichten, met zorg gekozen uit mijn twee bundels, 84 Goedkope Gedichten en 3 gratis en Nu nog beter, 84 Nieuwe Gedichten, op een gepaste gelegenheid eens willen voordragen. Bij elk gedicht zocht ik lang naar muziek die de tekst als het ware optilt, welhaast naar literaire hoogten stuwt. Bent u in bezit van voornoemde bundels, zoek onderstaande gedichten eens op en lees hardop aan uzelven voor terwijl u op Spotify zacht de bijbehorende nummers afspeelt. Hopelijk bevalt het u.

1 Red me – Chet Baker – Lament for the living

2 Als de zon belooft te schijnen -Willem Breuker – Hapsap
Samenvatting van een leven                 ,,
Sinds                                                                    ,,

3 Zeemuziek – Wehre Direh  – Judah Earl, David Forlu

4 Laat mij eerbiedig zwijgen – Frank Zappa – Little umbrellas

5 Het is nacht – Lightning Hopkins – What ‘d I say

 

Boer

Als kind wilde ik boer worden – ik schreef het al eerder – naar het voorbeeld van mijn opa, die boer was. ‘Gemengd bedrijf’ zoals ik op school leerde. Boer zoals toen dus, geen John Deere tractor van pakweg een ton met airco en een halve computer aan boord. Geen melkquotum, luchtwasser, ammoniakvanger en zevenendertig vergunningen. Dus ook zonder eufemistisch: gewasbescherming – bijen en insecten uitroeimiddelen.
Boer zoals toen dus. Met een rijtje trekpaarden (Zeeuwschvlaamsche in dit geval), een groepje koeien in de kruidige wei, een stier in de stal, een paar gezellige varkens, echt scharrelende kippen op het erf, een klein geel hondje, een paar katten, zwaluwen onder de dakgoot en een kerkuil op de hooizolder. Met meidoorn omzoomde paardenweitjes, grote donkere schuren vol met geheimzinnige landbouwwerktuigen, de ploeg, de eg, de hooiomkeerder, de voederbietenmangel enzovoort. In het wagenhuis een aantal karren met rode wielen en een rijtuigje voor zondag.

Protest
Als er iets te protesteren valt sta ik niet vooraan. Wel ben ik het met zoveel dingen, de meeste in de politiek oneens, in principe vrijwel overal tegen zelfs. Toen ik het Rapport van de club van Rome las was ik op toppunt van mijn jeugdige oneindige wijsheid. En wat blijkt nu, een halve eeuw later, het is allemaal waar, het klopt precies wat daarin voorspeld was. Jammer wel dat ik het toen al wist en onze regering niet.
En nu, nu het te laat is doet onze regering nog steeds alsof ze het niet weet. Nu maakt het op wereldschaal natuurlijk vrij weinig uit, stel dat wij hier in dit kleine landje echt maatregelen zouden nemen om de wereld te redden. In Pakistan en Oeganda wil ook iedereen een auto en een koelkast, van milieu, stikstof nooit gehoord. Statiegeld op flesjes, hier na tientallen jaren uitstellen een groot succes – nu de blikjes nog, een van wereldreddende acties waarin onze regering heeft toegestemd, statiegeld, dat woord is in die landen onbekend.

Vlag
Heel erg vaderlandslievend ben ik niet, patriotisme is mij vreemd, van onze driekleur krijg ik geen warme gevoelens, hooguit moet ik iets wegslikken wanneer een sympathieke wielrenster op het ereschavot huilend het Wilhelmus zingend naar de ophijsende vlag kijkt.
Toch moet ik mij bedwingen om niet in lantaarnpalen te klimmen om de prostestvlaggen van de boeren eraf te scheuren. Logisch dat ze hun land niet kwijt willen, dikwijls al generaties in hun bezit.
Echter, je kunt je afvragen of je nog boer bent wanneer je in enorme schuren duizenden varkens of kippen opstapelt. Of dat je met de wetenschap van nu nog steeds je slootbermen of erger nog hele akkers oranje spuit. Het was vijftig jaar geleden al bekend dat ‘gewasbescherming’ onze bijenstand vermoord. Wat wordt hen eigenlijk bijgebracht op die landbouwschool? Is het dommigheid of gemakzucht, kan mij dat milieu nou schelen. Als mijn productie maar groot genoeg is, geld.

Boer
Het romantische beeld zoals dat in mijn herinnering voortleeft klopt uiteraard voor geen meter, het was ook toen gewoon hard werken, lichamelijk zeker zwaarder. Toch weet ik nog de heerlijke geur van de donkere stal met de warme paardenlijven waar we verstoppertje speelden. Hoe de yoghurt smaakte die oma zelf maakte en het water uit de pomp op het erf. En hoe zacht de neus van de bruine ruin Nelly was als ik haar daar een kusje gaf.

Ik ben Jens (3)

Alles flex? Hier ff een update:
‘Ow  kijk, de mooiste steen van de hééle wereld!’
dat roept mijn zus en ik moet daar een beetje om lachen, aanstelster.
Een klein pokkesteentje in het zand gevonden onder de schommel van de speeltuin en dan meteen weer dit! Wel even wennen trouwens, vies spul, dat zand aan mijn handen, niet prettig om door te kruipen, want dat kan ik inmiddels, kruipen, als de beste. Maar, nog altijd prettiger dan dat natte gras waar opa mij in parkeerde, het is nog vroeg, in de schaduw is dat nog nat, snap dat dan.

Die zus van mij en ik, sorry hoor maar ik moet het even kwijt, van me afschrijven als het ware, ze is me mattie echwel, maar volgens mij hebben wij soort haat-liefde verhouding. Een paar keer per dag, komt ze opeens, op een moment dat ik er totaal niet op bedacht ben, knuffelen en kusjes geven, nogal hardhandig dat wel maar ik ben geen softy.
En even later grijpt ze, de bitch!  – even hardhandig- alles uit m’n handen wat ik ook pak.  Aan de andere kant, ik leer veel van haar, zo weet ik al wat een pissebed is en een mier. Ze schijnt ook brandnetels te herkennen en daar is iets mee, wat, daar ben ik nog niet helemaal uit.

Kijk, ik begrijp goed, als jongste kijk je altijd wat afgunstig naar het oudere kind, in mijn geval mijn zus, maar leuk is anders, dat zij wel op die freakin’ trampoline mag en ik niet en laatst ook weer zoiets, bij opa en oma, ik moest naar bed en die meid mocht met opa de pony’s gaan voeren ‘bij het vroegere huis van opa en oma’, wat dat ook mag betekenen, maar ik moest naar bed en dat niet alleen maar ook die slaapzak aan en in dat dulle campingbedje – hoezo camping – ik snap niet hoe ze het allemaal verzinnen, zijn ze bang dat ik er uit klim ofzo, ik kan het heus wel.  

Voor diegenen die het ontgaan zijn, ik ben jarig geweest, yo!, alweer een heel jaar op deze aardbol en, mensen het was me het jaartje wel, al zeg ik het zelf. En dat het gevierd moest worden, ja, je kent me moeder toch? Bézig man, weken lang knippen en snijden en lijmen en plakken, ik dee maar net of ik niks in de gaten had, ik voelde naadloos aan dat het voor mijn traktatie was bij de ‘kindjes’, neehoor, gekke Henkie, ik zie niks haha. Volgens Juul: ‘stiekem’, wat dat woord betekent? Volgens haar: als je het niet gezien hebt.
En eindelijk, eindelijk, was het zover, je weet het, het hele huis vol mensen die ik niet ken maar die je allemaal willen feliciteren, of nou ja, mij niet maar meer papa en mama. Wel kreeg ik allemaal cadeautjes, en dan denk ik, mens hou toch je geld in je portemonaie, ik kom om in al dat spul, denk toch eens aan het milieu enzo. Vetcool wel dat je ongestoord tekeer kan gaan met die taart die helemaal voor jou is, minder fijn dat dat kennelijk grappig is en iedereen zit te kijken en te lachen. Niks van aantrekken, éten!

Eten, ik doe het graag, ik lust alles. Aardbeien, ook zoiets, schiet me nog even te binnen, Juul mag dan weer met opa meehelpen, aardbeien plukken, terwijl, ik lust ze ook graag. Hoor ik Juul zeggen: ‘We moeten nog wel aardbeien over laten voor papa en mama’. Slijmbal, ik was net begonnen! Nog een nieuw geintje, Juul propt zich in dat kleine duwkarretje en met dat hele gewicht van haar als ballast kan ik ze dan de hele kamer door douwen, de zwarte strepen op de vloer, daar doet oma niet moeilijk over.
Ik moet nu afbreken (hangen – zegt mama in de telefoon) want ik word zo ingeladen. In zo’n lullig stoeltje in de auto. Juul wordt weer helemaal hyper, we gaan naar Het Huisje aan de Zee, wat dat is: ’zee’, geen idee, kan iemand mij daarover bijpraten? Nou ja, misschien dat ik jullie daarover de volgende keer kan inlichten. Later!