Alle berichten door dentoonder

Terrassenweer

‘Het is mij vreemd te moede’.
Voor diegenen die schrijvers dezes kennen of menen te kennen, het zal hen zeker niet ontgaan zijn dat hem (de schrijvert) wel vaker enig cynisme overvalt en zijn relativering ontbreekt en hij op sommige momenten van onbegrijpelijke maatregelen en onzinnige verboden of overbodige veiligheidsmaatregelen, kortom, bij alles ‘van bovenaf’, naar zware middelen zou willen grijpen, zoals neerslaan, omsingelen, pijnigen en meer zulks, echter de lezer weet; hij doet geen vlieg kwaad. Daarom hier bovenstaand eufemisme gebezigd.

Pakweg een halve eeuw en tel daar gerust nog tien jaar bij op, nadat hij voor het eerst in zijn toen nog korte leven oog in oog stond met de machtige betonnen commandopost, kon hij hem nu tonen aan Harry en Angela ook. In de lange hete zomers van toen beleefde hij hier met zijn broers de zware beschietingen, bombardementen en andere gewelddadigheden waar kinderen in hun onschuld zo van houden. Alvorens zich met Eega en zijn gasten onder te dompelen in de overweldigende schoonheid van de schepping God’s en Natuurmonumenten het duingebied Zeepeduinen, leidde hij de route eerst langs – hier niet het te pas en te onpas gebruikte ‘schuldig landschap’ van mijn goede vriend Armando gebruiken – de met vuige geschiedenis beladen bunker. In het genoemde paradijselijk landschap hielden de reetjes en ander gedierte zich schuil, op een enkele gierzwaluw na.
Harry, alert als altijd ontwaarde en benoemde, als rechtgeaard bioloog, een pinksterbloem en een herderstasje die dapper hun kopjes uit het droge duinzand hoog hielden. Na een omtrekkende beweging via de Zandstraat en het pittoreske kerkje van het ringdorp Burgh werd het gezelschap vergast op een fantastisch relikwie uit een nog verder verleden, mogelijk nog rauwer en barbaarser. De Karolingische burcht. Men hanteerde toen geen beton maar slechts aarden wallen en gevlochten wilgentenen. Deze gebruikte materialen mogen vriendelijk overkomen, de kokende pekpotten die toentertijd daar achter klaar stonden doen anders vermoeden.

Maar nu dat waar dit verhaal eigenlijk heen wil, met, alweer een omweg, weliswaar. Het mocht weer. Na maandenlange drooglegging was het toegestaan, buiten, met al de uitgekauwde voorzorgsmaatregelen bij een horecagelegenheid – met vergunning, iets te drinken. Het Nederlandse volk mocht winkelen in overvolle supermarkten maar een tochtig terras op het strand aan de koude Noordzee waar het altijd waait was te gevaarlijk. Deze dag stormde het nog niet, maar de visserman uit Bruinisse zou het een stevige bries noemen, zelfs voor de van origine Zeeuws geborenen die schrijver dezes en zijn Eega ten slotte zijn, waaide het hard. Kwam het door een onverhoedse windvlaag of toch weer door zijn ongecontroleerde motoriek en enthousiasme dat, haast traditioneel, alweer een vol glas kostelijk vocht zinloos over tafel vloeide. Het was zuiver te danken aan het zout en het vet dat de kabeljauw en de zeetong niet wegwaaiden, maar het mocht weer.

Dát, dat mogen én het zojuist aangebrachte hekje bovenop de inmiddels tweeëntachtig jaar oude bunker, door de kinderen ‘ de Vliegtuigbunker’ # genoemd, en die nu bij thuiskomst digitaal gezocht en gevonden ‘de Walvisbunker’ blijkt te heten, dat hekje plús het bordje ‘Valgevaar’, dat maakt dat ondergetekende het vreemd te moede is. Wel voelde het goed dat Harry en Angela achterbleven om het Fort Ellimet te bewaken. Goed voor zijn gemoedsrust.

# Digitaal dus nu info vindbaar, met zelfs de plattegrond van deze bunker, de kamertjes en gangen tussen de metersdikke muren. In de stalen koepel bovenop bevond zich een periscoop. Het was de commandobunker van een heel stelsel bunkers op Westenschouwen en maakte deel uit van de Atlantikwall. En het uitstekende schuine deel, dat aan een vliegtuigvleugel doet denken was een zogenaamde scherfmuur.

Het gevoel

en alweer een avontuur van Les Copains
een korte klimtrip in de Elzas / Vogezen

Camelot
“Touw!”
“Geef touw!”
En meer buitensmonds gemompel klinkt van boven. Barry, onzichtbaar voor ons, wil ondanks ons herhaaldelijk roepen dat het touw ‘uit’ is meer touw en blijft er om schreeuwen. Het klemt zich vast rondom een haakse rotswand en is niet door te trekken voor hem. Nadat hij dat heeft opgelost en de hardnekkig klemmende cam losgepeuterd zijn alle problemen voorbij. Het Bl’ Héros Ensemble glijdt in een soepele rupsbeweging langs de Martinswand.

Bodemdrift
Eindelijk weer samen op pad na een jaar dat de geschiedenis in zal gaan met het C-woord dat ik weiger hier neer te typen – genoeg! Asjeblieft! Zeer vroeg vertrokken om meteen die eerste dag omhoog te kunnen gaan, ergens. En alweer typisch, kennelijk standaard voor het illustere trio, het wandje dat wij opzoeken is getooid met een bordje;
La pratique de l’ escalade est fortement deconseillee.
Ce site n’est ni surveille, ni securise.
Dit gebied wordt niet onderhouden en afgeraden te beklimmen. Nou dat zullen we dan nog weleens zien zegt Barry en gooit even later een touw van boven. Creatief een standplaats in elkaar geknutseld en alle drie klimmen we met de nodige moeite de korte route. Gadegeslagen door Brooke, die ook mee is op dit tripje, maar nog niet staat te trappelen om te klimmen. Zij beschikt over een zekere bodemdrift. Kwamen we onderweg hierheen al een pijl tegen met ‘Point de vue’, hier op dit plekje is veel meer vue, prachtig.
Lynn heeft, zo nu en dan (meestal) een goed (=wild) idee.
”Als we aan de achterkant abseilen? Daar zijn veel langere routes”

Oké, dan mag zij, ook zoals altijd, als eerste abseilen in het ongewisse. Veertig meter tot op een randje waarachter het nog een veertig meter dieper gaat. Wij dalen ook af, maar dan, weer terug omhoog, hoe dan. Ik zie haar zoeken en aarzelen en eruit pendelen. Tenslotte verdwijnt ze uit het zicht. Met de nodige spanning wacht ik tot het vrij is, even denk ik nog gewoon terug omhoog, langs het massiefje te lopen. Met goed kijken en bedachtzaam klimmen kom ik verrassend snel over de grootste moeilijkheden heen. Phoe! Met een droge mond en hoge hartslag meld ik hijgend wat een extreem lastige route dit was. Haha en dat voor een 4c. Een beschaduwde route, gedeeltelijk begroeid met gras en uitgestorven kruimelend mos.
Maar wat ben ik van binnen blij dat ik niet ben omgelopen, een goed gevoel. En de Bratkartoffeln mit Schweinekäse und Braunwurstn op het terras-met-uitzicht van Auberge Schwanwasen mét een gekoelde Pinot-noir gaan er goed in bij het voldane Ensemble. Het weerzien van Chalet Cicogne Montagnarde, hoog gelegen boven het dorp is zacht gezegd ook min of meer fijn. Jammer dat de meisjes vroeg te bedde gaan, maar ach, Barry en ik maken het ook niet laat, het was een lange dag.

Rocher de Haut – Fourneau
Fissure de sagitture 5b
La Cheminee 2c
Diédre de la Saint Bernard 4c

Balkon
Voor de derde keer nu in dit Chalet, het is inmiddels vertrouwd en ik geniet opnieuw van deze heerlijke plek. Al om vijf uur word ik wakker en dwing mezelf nog even te blijven liggen en dat is lastig. Alles slaapt nog en op kousenvoeten sluip ik rond, maak koffie en onwillekeurig, hangend over het balkon van waaruit ik weet dat de Alpen soms zichtbaar zijn, denk ik terug aan die vorige keren. Toen, met de afgeslankte GGE, met z’n vieren nog, hierheen uitgeweken om alle restricties omtrent ‘C’ in de berghutten te vermijden.
Ik zet de balkondeuren open en de vroege ochtendzon straalt gefilterd door de grote boom haar warmte binnen. Helemaal per ongeluk neuriezing ik zachtjes, voor zover ik de juiste woorden ken:
‘no need te run and hide
it ‘s a wonderful, wonderful life
no need to laugh and cry
it ‘s a wonderful, wonderful life’
Wat een fantastische uitvalsbasis voor mooie wandelingen en na al die jaren in al die hutten eigenlijk wel lekker, privé. En zeker ook van die eerste keer komen herinneringen terug. De gezellige drukte toen met elf mensen en dan de stilte die neerdaalde wanneer ze vertrokken naar een skigebied en ik het rijk alleen had.

Martinswand
Wanneer men aan de Vogezen denkt komt niet meteen de gedachte aan klimmen op, maar eerder aan Gérardmer en het gelijknamige meer. Toch zijn er 37 massieven met in totaal ruim 1100 klimroutes. Van begin af was meteen duidelijk, de Martinswand, daar willen we heen. Het grootste en bekendste gebied. Negentig meter hoog, graniet. Voie Normale, die is voor ons, de langste route van het massief, zigzaggend met traverses en vier touwlengtes naar de top. Het was even zoeken, hoe komen we naar beneden. In feite staan we boven de toppen van de diverse massieven hier, zoals in Freyr.
Het steile paadje dat er langs lijkt af te dalen kan het niet zijn volgens L. en B. Ik zeg alleen dat ik, toen we met de GGE na de Hohneck hier langs liepen er geen ander pad te ontdekken was en denk er het mijne van. Als het om voorklimmen gaat, ik haak al snel af, begin er gewoon niet aan, maar dit paadje, business as usual, bekend terrein voor GGE-ers.  

Na de lastige start met het touw en vastzittende cam volgt vrij snel een stukje traverse. En die is eigenlijk een beetje eng. Naklimmend afdalen en dat in een traverse voelt als voorklimmen. Ik spreek tot mijzelf; contact blijven houden met de wand L! En daarna is het alleen genieten. Even samen komen met z’n drieën op de volgende standplaats en weer door. En ik denk weer terug aan de fijne momenten samen, met Chamonix onder ons, tegenover de enorme Mont Blanc en aan de legendarische zoektocht naar Copains D ’Abord, of aan dat biertje met zicht op Aiguille du Midi. En de bonte avond en die vin chaude bij de yurt in het klimbos en nog veel meer van de wintersport week hier in het Chalet. Op een enkele verticale meter is het, zeker voor mij als naklimmer, nergens moeilijk. En al zou het dat zijn, daar geniet je als klimmer ook van.
In plaats van het tweelingtouw gebruiken we nu dubbeltouw en dat geeft mij meer vertrouwen. En ach, dat tweede naklimtouw even inklikken is geen moeite. Onze zonnebrillen kunnen niet verhullen dat onze ogen stralen. Dit is zo heerlijk, wat hebben we hiernaar verlangd. Het is niet alleen het klimmen of dat mooie uitzicht, de natuur of zelfs niet het avontuur. Nee; ontsnappen, vrijheid.
“Nakomen”,
hoor ik Barry roepen. Ik klik m’n zelfzekering los, roep dat ik er aan kom, kijk even om naar Lynn die glimlachend knikt en ik klim. Hoger!

Annie
Terug afgedaald op de bodem tussen twee massieven, mijn gear in het rugzakje proppend hoor ik ze mompelen en lachen en ik meen een woord op te vangen.
“Lionel, kijk eens even naar de camera?”
En nu lachen ze voluit en begrijp ik de context van het woord dat ik toch goed gehoord bleek te hebben; ‘Clitoris’. Zo heet de route waar ik onder sta. Onder een overhangend stukje is de naam keurig toepasselijk, ietwat verscholen op de rots geschilderd. Om de humor hiervan goed te doorgronden dient men op de hoogte te zijn van eerdere verhalen #, over een route in Hotton.

De naam die inmiddels historisch is geworden binnen de klimscene van Rivierenland; ‘Fissure Annie’. Een ietwat scheef hangende spleet route, die destijds door regenval nog gladder was. En welhaast een verplichte route, eentje die je gedáán moest hebben. Mijn reactie op het gelach:
“Because it is there….” ##
Tot overmaat van ramp blijkt een en ander ook nog gefilmd en zo moet een pensionado zich wat laten welgevallen. Waar is het respect van den jeugd.
“Hier heeft Annie wat achtergelaten”.
“Tja, dan is het uit met de pret”.

Massief Martinswand
Voie normale, 4a,4a, 3, 4a
# verhalen; ‘Boven de achttien’ en ‘Annie’.
## ‘Because it is there’ is een gevleugelde uitspraak geworden. Het was het antwoord dat George Mallory gaf op de vraag van een journalist, toen hij, na twee eerder mislukte pogingen de Everest – destijds nog nooit beklommen – het opnieuw ging proberen. Hij keerde niet terug en zijn lichaam werd pas na vele jaren gevonden.

Rock & Roll
Behandelde ik al eens het thema kortebroek / afritsbroek, daar is uitputtend aandacht aan besteed in correlatie tot het rock en roll gehalte van schrijver dezes, welnu; ik huldig dan toch weer mijn principe: ‘Principes zijn er om overboord te gooien’. Noopten de vorige twee zomers tot noodzakelijk kortebroek gedrag, ook deze ietwat nattere zomer kan ik het niet laten. Ik bezit er inmiddels vier. Jawel. Ik ben dan ook alle schaamte voorbij aangaande het ontbreken van elke vorm van esthetiek die mijn onderdanen dan wel / niet zouden uitstralen. Voor de goede orde, in de stad zal men mij er niet op kunnen betrappen.
Alsmede het dragen van een pet, verstopte ik mijn tamelijk hoge voorhoofd achter een pet uit het duurdere segment als een Stetson of een Bosalino. Ik ben er klaar mee, ik ben een nieuw leven begonnen, wat kan mij het schelen. Die paar jaar nog.
Ook qua haardracht, beloofde mezelf pas weer mijn favobarbiertje te bezoeken wanneer het hoogste niveau van ‘C’ voorbij was. Dat dit enige tijd zou vergen, het barbershopje was enige tijd verplicht gesloten en tevens had barbertje zelf te kampen met ‘C’, hetgeen tot gevolg had dat bij mij achterop een soort mat begon te ontstaan. Soit, het was voor het goeie doel én het was -alweer dat woord; het gevoel –  een heerlijk gevoel, dat haar dat mijn nek streelde. Nu we het er toch over hebben, ook graag iets meer respect voor dat kostbare gebit van ondergetekende met betrekking tot social media.

Hoog laait het vuur
En dat dan vier keer. En opnieuw. In canon. Het liedje dat Lynn inbrengt komt niet echt heel goed van de grond maar ach. Het kampvuur brandt lekker in de wasmachinetrommel, de avond is zwoel, de lichtjes van het dorp in de diepte gaan een voor een aan. Boven ons een enkele ster in de diepzwarte hemel, hier beneden gloeien wij nog na, het was heet op de rotswand. Wat heeft een klimmer nog meer nodig. Het gezelschap is warm, de forel ook en de wijn koel, love is in the air en de passie voor onze sport is zoals het vuur, het laait hoog.

Flake
Wederom zeer vroeg wakker, de wind rukt aan de luiken voor mijn open raam en dat geruis, regen, o no! Er is regen voorspeld, we gaan, we zien wel. En niet naar lac Blanc of Le Tanet, neen! De Martinswand zal het zijn, nogmaals, er is genoeg te doen. Wat een wand, mooi vloeiend en grijs met spectaculaire platen en spleten en deuken en blokken. Het lijkt wel een Bigwall, op miniatuur niveau. Lynn gooit van boven het touw uit in de volgende route en ik bind me snel in. Het voelt meteen goed, na de eerste passen. Mijn zooltjes zuigen zich vast aan het graniet, grijs met lichtgrijs en groen en geelgroen en alles daar tussenin. Dit is grip. Het ligt precies genoeg achterover en om het nog fijner te maken dient zich links of rechts steeds op tijd een volgend greepje aan. Ik ga snel, dit gaat soepel. Toch ben ik blij met het touw, vallen betekent hier schuren en schaven.
Automatisch denk ik terug aan Free Solo met Alex Honnold, hoe hij de eerste driehonderd  meter op dit soort terrein ongezekerd ‘omhoog liep’. Het wordt wat steiler en wat meer zoeken naar iets voor je handen. Een enkele keer doe ik voorzichtig wat ‘handjamming’. De hand in de rotsspleet bol trekken, als je niet beweegt kost het geen huid. In de vorige twee kortere routes met de cannelures, de watergoten deed ik het zojuist al een paar keer. Dit is de vierde route vandaag, veel meer zullen het niet worden, er is regen voorspeld. Bovenop de kale vlakte waaide het hard, hier is het beschut.

Fijn voor Brooke, zit enigszins in de luwte al die tijd, ze ziet er toch vanaf, wanneer je lang niet klimt heb je iets te overwinnen. Ik ken het heel goed. Ik had al eens bijna afscheid genomen van het klimmen. Bovendien spelen Brookes hormonen ook een rol. Klimmen met een kindje in je buik als kostbare ballast voelt ook heel speciaal.

Toch komt er even een moment van twijfel, op ooghoogte een breder randje, prima om op te staan, alleen hoe kom je daar. Zoeken met mijn vingers in een ondiepe spleet naar iets meer vertrouwen. En dan, als ik eenmaal sta dringt zich alweer de vergelijking bij mij op, ik zie een flake, zoals op the Nose, maar dan in verhouding klein, maar het is er een. Ideaal, makkelijk. Bevind ik mij in de Freerider? En even verder nog een. Ik weet het, het is belachelijk, maar er komt een euforisch gevoel over me. Op het hoogste punt waar het touw over een ronde granieten rug naar de haken loopt ontsnapt mij een kreet die lijkt op:
“Yiiieehaaah!”

De Clit
Mijn tevreden blik wanneer ik op de bodem beland wordt niet beantwoord. Er is geheimzinnig gelach en weer is een camera op mij gericht. Niet begrijpend staar ik ze aan. Dan volg ik de blik en de vinger van Lynn, draai me om en lees de naam van de route. Nu begrijp ik waarom mijn vreugde tot grote hoogte was gestegen, ik heb zojuist de Clitoris gedaan. Weer die clit. Bulderend gelach en ik lach mee. En wanneer Barry wil gaan klimmen blijkt het touw vast te zitten, in de spleet. Daar waar ik moeilijk zat, hogerop, roept hij dat een goede vingergreep heeft gevonden. Zachtjes begint het te regenen. Lynn wil de route uiteraard ook doen, bovendien zit er nog een karabiner van haar boven in de toprope. Van boven klinkt haar vrolijke stem:
“Het wordt nu toch wel nat hier, glad”.
Van beneden:
“Dat wil je toch?”
En:
“Maar toch wel wat wrijving…..”
Ach, a dirty mind is a joy for ever.

Massief Martinswand
Les Cannelures 4c, Le Clafoutis 5B, Premier de corvée 5B,La Clitoris 5B

Scrub
Na de overvloedige pastamaaltijd zegt Lynn:
 “Wij gaan in de Spa en doen ook nog een maskertje”,
en zij verdwijnt met Brooke naar beneden. Ojee, ja dat is waar ook, er is hier die sauna. Barry en ik doen nog maar een koffietje en bespreken de toestand in de wereld. Hij ziet mijn vragende blik als ik buiten een vreemd geluid hoor. Het is de schommel onder het balkon. Een tijdje later probeer ook ik het wereldkampioenschap Naaktschommelen te verbeteren, het blijkt een probaat middel om goed af te koelen na de sauna. De Nudeboulder hoger achter in de tuin laat ik even achterwege, dat kan mijn hart niet aan. Binnen liggen Lynn en Brooke onherkenbaar bemaskerd na te sudderen en mijn vraag waar ik me moet melden voor de fullbody scrub blijft onbeantwoord.
Morgen is het alweer de  thuisreis dag, drie dagen het Ensemble met alle routes, bodemdrift, hoogtepunten, uitzichten, gesprekken, bekkenbodemdrift en ervaringen, het is teveel. Het mengt zich in het vermoeide hoofd van een klimmer tot een pasta van enorme afmetingen en slapen gaat echt niet. Hoog laait het vuur en dat dan meerstemmig.

Samoens
Na een kort nachtje toch weer om half zeven wakker, er piept een streepje licht door de luiken. Oja, meteen daalt een zekere weemoedigheid neer, de laatste dag. In gedachten sorteer ik mijn herinneringen. Zet koffie, haal de vaatwasser leeg, nu al haast op de automatische piloot. Zachtjes pak ik mijn spullen alvast in. Waar is mijn favoriete boodschappentas gebleven, dat souvenir uit Samoens, met een afbeelding van ons beoogde doel toen. De ‘Pointe du Tuet’. Een voor een melden de teamleden zich. Brooke met teleurstellende berichten, ‘we’ winnen minder medailles in Japan dan gedacht. Barry heeft een tas klimgrepen, o ja de aanhangwagen moet opgeleukt. Lynn vroeg me er bergen op te schilderen, denkend, als ik dan geen schilderij krijg voor aan de wand, dan maar op de kar.

Lac Blanc
Luiken dicht, de vaatwasser, de wasmachine, de droger, alles draait, alles is schoongepoetst, we gaan. Au revoir Chalet Cicogne Montagnarde, hopelijk tot ziens. Lunch aan de oever van Lac Blanc,  in het heldere water zwemmen forellen in alle maten. Ze lusten Hollands krentenbrood van vijf dagen oud. We hebben prachtig zicht op het klimmassief Lac Blanc, een van de opties van deze trip. Misschien volgend jaar en dan hopelijk tot de top. Ik ben benieuwd wat dat witte ornament op de top voorstelt. Zelfs na langdurig googelen heb ik er geen goede afbeelding van kunnen vinden. Als het is waar ik het op vind lijken past het exact in de sfeer waar dit verhaaltje spontaan in belandde.

Boni-stock
Telefoon, amper thuis, Adri (GGE-lid):
“Gaan jullie nog naar Melchsee- Frutt?”
Het appartement is beschikbaar. De eigenaren die er alleen in de winter komen om te overnachten voor hun skitochten, vinden het leuk als het ook gebruikt wordt voor andere sportieve activiteiten. Kosten, zoals het er nu naar uit ziet, een goede fles wijn en goed stuk kaas, of iets naar eigen inzicht. En nog een andere mogelijkheid komt in zicht, de Zwitserse vriendin van Adri, Marie-Louise uit Luzern heeft nu een appartement in Munster. Te huur voor vrienden en wellicht voor vrienden van vrienden. Munster in het Gomsdal, Zwitserland. Jawel. Daar vlakbij Ritzingen – wordt vervolgd.

Barbara (La Tour 8)

Op de dag dat de Tour de Champs Élysées op zal draaien lijkt het eindelijk zomer te worden en peddel ik genietend door de polder. En daar is het op de vroege zondagmorgen druk. Veel hardlopers maar vooral met complete pelotons die mij voortdurend passeren, roepend met ‘Tegen’ of ‘Voor’ naar gelang hetgeen zich voor hen op de smalle dijkjes bevindt. Mijn kruissnelheid van tweeëntwintig ligt beduidend lager en ik doe geen moeite om aan te haken. Hoewel je dat met een bijnaam als ‘de Wieltjesplakker van Dubbeldam’ wel zou mogen verwachten.

Welhaast net zo’n groot liefhebber van de koers ben ik van de Avondetappe. Al ten tijde van ‘de Mart’ maar zeker nu met de innemende Dione. Dit jaar was het soms nachtwerk, wanneer er weer een verlenging was, gevolgd door strafschoppen. Luisterden wij, toen, naar het weemoedig stemmende ‘Buenas Noches’ van ene Dalida, nu roept de eindtune weer geheel andere emoties bij mij op. Het is Barbara Pravi, de betoverende zangeres die boordevol overgave de chanson ‘Voilá’ zong op het Songfestival. En zoals een van de tegeltjeswijsheden van Rob Harmeling luidt: ‘Het leven is als een wielerkoers met vele etappes, je kunt niet altijd winnen’. Barbara was zonder de twijfel de beste, zij won niet; 2e

Dikwijls passeert de Tour een col in de Alpen waar ik zelf ook geweest ben. Met de auto er overheen gereden of er op neer gekeken vanaf een top tijdens een bergtour of beklimming. Groot was dan ook mijn verrassing toen ik ontdekte waar ik was tijdens mijn laatste tocht. Op zoek naar de bergwand die we wilden gaan beklimmen sukkelden we in een file auto’s twee uur lang achter een kudde koeien en we mochten er niet langs, kostbare tijd tikte weg. Daar, een bordje, ik bevond me op de Joux Plane. Nu keek ik met meer dan gewone belangstellig om me heen en stelde me voor hoe dat moet voelen om hier naar beneden te zeilen op twee dunne bandjes. Dit jaar was dat kleine extraatje mij niet gegund, maar wakkerde het verlangen naar die fantastische landschappen en het gevoel van hoogte alleen maar meer aan.

Een mens kan niet altijd winnen en maakt veel vergissingen in zijn leven, ik zelf teveel om op te noemen. Om er toch twee te vermelden – voor de goede orde – ik ben blij met mijn mooie Italiaanse café-chargertje, maar waarom toch was ik zo dom om die fraaie Gazelle racefiets te verkopen. Onvermijdelijk denk ik daar aan terug, wanneer zo’n groep renners langsrijdt met de bijbehorende geluidjes, de zoevende bandjes en het klakken van de derailleurs. En waar is toch mijn zwarte wollen tricot met de gekleurde bandjes om de armen, weggegooid?

Waar maakte ik de onvergeeflijke vergissing om de naam van de winnaar van vorig jaar niet op te nemen in mijn lijstje van namen bij die van Tourtoto 2021. Welnu, als ik dan toch niet kan winnen dan ga ik voor de Rode Lantaarn en doe de naam van ‘Le piston des roues’, of ‘Wieltjesplakker’ eer aan. En ook die prijs win ik niet, net niet. Voilá!

Slaap

Du moment dat je denkt ojee
‘Ik kan niet slapen’
lukt het niet,
Slapen

Nooit geziene berglandschappen
verdringen zich om voorrang
en vraag het mij niet
te onthullen dat wat zich afspeelt
in de donkerzweterige
woelnacht
in het berstensvolle
op topsnelheid voortjakkerende
boven klam verkreukeld dekbed
uitstekend en verhitte hoofd

Bergketens opdoemend
onafzienbaar herhalend
universum zwevend
ademhalend tellend
ravijnen vallend
peinzend wentelend

Hoe zal men mij herinneren
krakend gapend
yoga ritme ruisen
agendapunten wemelen
Harley Davidson bedenken
hartslag kalmeren
functioneringsgesprek paniek
dat korfbalmeisje ’s naam
hoe zal ik zijn herinnerd

Ik wil slapen
dáár het noorderlicht
uitdijend firmament
groene fosforletters
03.47

(mooie tijd om een goedkoop gedicht te schrijven)

Nr 84 – het laatste van 84 uit ‘Wispelturig als de wind’

De lach

Hoe ze naar hem lachte
de populieren hebben het gezien
en de vogels in de bomen
ze lachte met haar tanden wit
niet dat oogverblindende wit
maar het natuurlijke, het schone wit
als stenen in een bergmeer
dat rimpelt in de wind

Hoe ze lachte gaf te denken
het was een lach vol stilte
zeker niet van oor tot oor
was het spot of medelijden
troost of liefdevol verlangen
de vogels zagen het gebeuren
hoe ze naar hem lachte
een poging tot verleiden

Ze lachte met haar lippen rood
als rozen in de zomerzon
niet dat bloederige, dat donkere rood
maar met een tip oranje in het rood
die haar mond zo heel mooi plooide
hoe ze naar hem lachte
was het fishing, spy- of malware
hem als een pop-up hinderlijk achtervolgde

Hoe ze naar hem lachte
raadselachtig of toch gewoon
alleen maar lief

Nr 83 van 84 uit ‘Wispelturig als de wind’

Straks

Liefje mag ik je vasthouden vannacht
tegen je aan liggen vannacht
jouw huid tegen de mijne
het is koud buiten
kannie slape
door me rug gegaan

Liefje had ik je maar eerder ontmoet
mag ik straks vannacht
als twee lepeltjes
zal zachte liedjes voor je zingen
zal ook lekker ruiken
wonderen bestáán

Liefje lame luisteren
naar jouw ademhalen
en jouw zachte lichaam
zachtjes voelen deinen
in de geluiden van de nacht
kan ik daarna rustig slapen

Liefje mag ik straks vannacht
tegen je aan liggen vannacht
als twee lepeltjes
en daarna rustig sterven

Nr 82 van 84 uit ‘Wispelturig als de wind’

De helft

De helft van mijn koninkrijk
voor die glimlach om je mond
en een aai over m’n bol
een inkijkje in jouw geest
een minuutje van je tijd
eventjes bij jou geweest

Nog een stukje van dat koninkrijk
ik kon toch ook niet weten
bedoelde het niet zo
ik wil je alles vergeven
als het zwijgen stopt
maar dan wel jij eerst

Echt waar, de helft
voor een lunch met jou
een goed gesprek en een zoen
of een wandeling ook goed
gaan we samen op reis
in dat koninkrijk van toen

Nr 81 van 84 uit ‘ Wispelturig als de wind’

Ga nou maar mee

naar het land dat ik zal maken
in dat land daar zal geen geld
zijn en geen grenzen of geweld

In dat land daar zijn geen wegen
aleen maar kronkelpaadjes
daar kom je niemand tegen
honderdduizend bloemen
en vogels alleen voor jou
de bijen zullen zoemen
altijd zal de zon er schijnen
en altijd is het uitzicht mooi
er is geen stikstof of dioxine
in dat land geen auto’s en benzine

Ga mee naar dat land dat ik zal maken
laat de rest voor later
daar is de zee vlakbij
met lichtgroen water
speciaal voor jou en ook voor mij

Onder dat spiegelende oppervlak
zullen griezelige kwallen zweven
en ander akelig ongemak
stekelige vissen en gemene haaien
om jou een loer te draaien

nr. 80 van 84 uit ‘ Wispelturig als de wind’


Het verlaten lichaam

Het lag daar maar, het lichaam, daar lag het stil, verlaten leek het wel. Voor een goede waarnemer was nog wel beweging te bespeuren, er zat leven in, volop. Binnenin het lichaam barstte het van het leven, het kolkte en het bruiste, de organen die klopten en bromden, de koolhydraten en de eiwitten, de spieren tot in de verste uiteinden en het warmstromende zuurstofrijke bloed dat borrelde en stroomde, nee klotste tot in de laatste haarvaten.

“Sta je goed in het zand, zorg dat je goed staat, de benen iets uit elkaar, voel dat zand met je tenen, sluit je ogen en voel je lichaam, probeer te voelen hoe je staat, maak die verbinding met het zand en adem, adem diep en vergeet nu waar je bent en wie je bent en concentreer je op je adem en je lichaam en laat alles los en open je rechterhand en strek langzaam je arm en doe hetzelfde met je linker hand en arm, voel die strekking in je vingers en ontspan en buig ietsje door je knieen en plaats je rechterbeen naar voren en sta je goed en ga nu langzaam met je rechterarm naar boven langs je hoofd en strek zover je kan en buig langzaam je lichaam naar beneden en steun met je linkerarm op je rechterbovenbeen en beweeg je hoofd omhoog dat je het voelt maar doe het langzaam en voorzichtig en als je wat voelt is dat groene pijn en…..

Als hij zijn ogen open gedaan zou hebben had hij het doorzichtige blauw van de hemel gezien, het uitspansel, het oneindige, daar ergens waar zijn geest had moeten rondzweven, dat wat het resultaat had kunnen zijn van de oefeningen, de bewegingen waaraan hij zijn lichaam, dat magere afgetobde maar toch getrainde omhulsel had blootgesteld. Al sinds zijn jeugd had hij dit eens willen doen, in de beslotenheid van zijn kamertje oefende hij de Surya Namasker, nu een halve eeuw later dan eindelijk Hatha Yoga, met de voeten in het ochtendnatte zand met de ruiszee als muziek, strandyoga. Traag was hij erheen gefietst, zoals hij als kind naar de tandarts fietste, nog niet wetend of hij werkelijk mee zou doen zoals hij vroeger de tandartspraktijk soms voorbijreed en weer naar huis ging, afspraak of niet.
En het was precies zoals hij het verwachtte, geen afgetrainde Yogi’s met knotjes bovenin het haar, maar te gezellig kwebbelende middelbare vrouwen. De helling naar het strand afdalend kon hij nog steeds ontsnappen, net doen of hij voor zijn vaste zondagochtendwandeling kwam of de rituele skinnydip verderop, waar het strand leeg was en geen hondenuitlaatmannetjes te bekennen, maar tot zijn eigen verbazing kwam hij tot stilstand en hoorde zijn stem die vroeg: ” Of hij ook mee mocht doen?” Hetgeen enig gelach uitlokte en een vrolijk ” Ja natuurlijk!” van de vrolijke Yoga meesteres.

In het ogenschijnlijk verlaten lichaam draaiden – in een lagere versnelling weliswaar – zijn gedachten doelloos verder. Zen, was hij nu Zen, was dit het ‘ Grote-tot-rust-komen’, nee daar was zeker geen sprake van, het teveel aan indrukken, de spierpijn, die groene pijn die lekker voelde, het koele zand onder zijn rug, de groep mensen in de cirkel waarin hij lag, het zoute windje dat langslispelde en de stem van de meesteres; “Laat alles los, voel je lichaam, bevrijd jezelf” en de rustgevende tonen van de klankschaal die traag over het strand langszweefden en tevens zijn uitdijende aura dat hoog boven hem zacht contact maakte met dat van zijn buurvrouw, de mooiste vrouw van het hele gezelschap en met wie hij samen, voor de groep vooruitlopend over het strand, had gesproken en die heel gewoon heel Hollands Judith heette.

Over 700 meter neem de afslag

ik wil je omarmen
en omhelzen
ik wil er voor omrijden
en omvallen
ik wil je omsingelen
en omhalen

Keer om en neem de afslag
volgens mij had ik hier
rechtsaf gemoeten

Ik moet omkeren
en omleiden
ik moet omroepen
en ombuigen
ik moet omwaaien
omverwerpen

Keer om en neem de afslag
en strooi wat lekkers
bestemming bereikt
ik ga ontvoeren
en ontdooien
ontploffen

uit ‘Wispelturig als de wind’