Alle berichten door dentoonder

Tussen kunst en kitsch

En wal en schip
de grote gemene deler
hij is een zeventje
een gemiddelde man
gewoon gewoon
een doorsnee mens
een doorzon woning

De ongekroonde koning
altijd tweede
intern de kampioen
misschien een grijze muis
intern een paradijsvogel

uit ‘Wispelturig als de wind

Te laat

Laatst is de nacht naar mij gekomen
ik vroeg me af waarom
aan depressies geen gebrek
de fles leeg maar oké
welkom in mijn heiligdom

De nacht kwam bij me op bezoek
met zijn uitgestreken smoel
stiekem dronken, hijgerig en geil
ik liet me overhalen
liet de boel de boel

De nacht bleef heel lang hangen
te lang, te laat, het is een plakker
ben normaal na twaalf een ander
dat ging nu even niet
was tenslotte toch klaarwakker

Laatst heb ik de nacht opnieuw ontmoet
hij zei, kom maar, kom, ’t is goed
de dood was er niet bij
wel de zoete geur van bloed
voelde pijlen in mijn zij

Later heeft de nacht mij toch verlaten
was mijn evenwicht verloren
tot op het bod verkild
en beschadigd bleef ik achter
in het witte licht herboren

uit ‘Wispelturig als de wind’

Onzichtbaar

Onzichtbaar als de wind
was haar aanwezigheid
onzichtbaar als de nachtegaal
haar gouden zang
onzichtbaar is de honger
naar de grazige weiden
waar zij haar kussen stuurde
gedragen door de wind

Onzichtbaar als de zon in de nacht
en ze weet dat ik nog wacht
Onhoorbaar als het kloppen van een hart
was haar aanwezigheid
onhoorbaar als de liefde is verstomd
als de laatste ademtocht
en alle smekende gebeden
ten hemel zijn gezonden

Onzichtbaar als een opgedroogde traan
als verdorde hartstocht
meegenomen door de wind

uit ‘Wispelturig als de wind

Ik ben Juul (3)

Uit betrouwbare bron – voor zover je Facebook betrouwbaar kunt noemen – vernam ik dat vandaag precies een jaar geleden die opa – die zo graag wil dat ik hem Gerard noem – een voor mij schier onuitsprekelijke naam met die G en die r’s – een columnpje plaatste onder de naam ‘Ik ben Juul (2)’. Welnu, hier is dan voor de ‘Mijn Juul’ volgers deel 3.

Dus. Want, lieve mensen, wat is er veel gebeurd het afgelopen jaar. Ik heb er niet veel van begrepen maar het was bizar. Schijnt. Mij is niet helemaal duidelijk wat normaal is en Nieuwnormaal. Feit is wel dat ik opeens op afstand gehouden werd. Net geleerd dat knuffelen met andere mensen dan m’n pa en ma (nooit ouwe lui zeggen) normaal is, toen mocht dat niet meer. En nu is het allemaal weer oké. Ik weet niet waar ik goed aan doe. Sowieso, als hij (die Gerard) te dichtbij komt zeg ik gewoon: “Niet doen opa, hou op opa.”

Nu even iets anders tussendoor. Er schijnt iets bijzonders te gaan gebeuren, ik word grote zus. Geen idee wat ik me daarbij moet voorstellen maar ik krijg een broertje. Het is belachelijk en niet te geloven maar ze kijken er zo serieus bij dat het nog echt waar is ook denk ik. Als je die buik ziet van mijn mama, dík! En, als je het niet verder vertelt, hij heet Kees. Allemaal prima, maar ik heb wel moeten verhuizen. En nu al voor de tweede keer in mijn leven. Was ik net gesetteld in mijn nieuwe kamer, hadden die luitjes behoorlijk hun best op gedaan hoor, húp, word ik weer een verdieping hoger gebonjourd. Nu klim ik graag – kom ik zo nog op terug – maar dit huis, met al die trappen, niet te doen. Komt nog bij, ik val best vaak.

Nog even over die avondklok, wat een gedoe, alsof het mij wat uitmaakte. Ik bepaal zelf wel wanneer ik slaap, of niet. Heb er soms helemaal geen zin in, ’s nachts. Verder; ik ben iemand die graag schommelt, mijn rechtervoet aan de bal is gevreesd want onvoorspelbaar en hard, ik loopfiets als een malle, maar ik zal wel een klimmer worden. Er kan geen speeltuintje voorbij gefietst worden of ik word weer naar boven gejaagd door die opa. Ik doe maar net of ik het leuk vind, die stomme klimwandjes. En dan; ik hou van een goed gesprek, hoewel ik aan de reacties van mijn toehoorders meen te merken dat ze niet alles begrijpen. Volgens mijn omgeving beschik ik over een behoorlijke woordenschat. Maar sommige woorden weger ik over te nemen, zoals ‘Goedemorgen’ en al helemaal dat stomme; ‘Hallootje’.

Misschien raar om over jezelf te zeggen maar waar ik echt goed in ben; vogels. Merel, koolmeesje, duif, uil, ‘oehoe, oehoe’ ik ken ze allemaal, specht, ‘klop klop’ in het bos. Maar mijn favoriet: winterkoninkje. Nou, ik ben dit ook alweer beu, ik ga snel verder bouwen aan de boerderij of de trein of dat boekje over die eend voor de driehonderdste keer lezen of mijn tenen tellen of de pop een schone luier en een kopje thee geven en hem keihard weggooien. Doei! Zwaaien doe ik niet.

PS wil nog even zeggen dat broertje van mij is nu net geboren het was dus echt waar je snapt niet hoe het kan hij zat dus toch in die buik en mijn mama is opeens een stuk dunner ik heb hem al een kusje gegeven en hij mag mijn tijgertjeknuffel wel lenen maar hij gaf nog geen sjoege en ook dat hij geen Kees heet. Jens zo heet tie.

De klimmer en zijn tuin

De klimmer zat in zijn tuin
hij keek naar het gras dat groen was
naar de rozenstruiken die bloeiden rozerood
en de witte akelei en kobalt van de monnikskap

De klimmer keek omhoog en naar de lucht
die blauw was en waarin witte wolkjes zweefden
en hij zag daar de grijze wanden
van de bergen waarnaar hij verlangde

uit ‘Wispelturig als de wind’

De wil

Ik wou dat ik wat wijzer was
kon ik alles zelf bedenken
Ik wou dat ik wat jonger was
kon ik nog veel langer denken
Ik wou dat ik wat dommer was
maakte ik mij minder zorgen
Ik wou dat ik wat langer was
kon ik alles beter zien
Ik wou dat ik wat mooier was
kon ik meer bereiken
Ik wou dat ik nog ouder was
had alles geen belang

uit ‘Wispelturig als de wind

Het fijne en het mooie

van de schoonheid in een kinderlach
de schoonheid van een groene zee
het geklater van een beek
een winterochtend op het strand
het verleidelijke flonkeren
van de stad in een maanloze nacht
de schoonheid van de regenboog
de stilte in je tuin
en de blik achter de horizon

Het fijne en het mooie
van heimwee naar je jeugd
van onvervuld verlangen
het ontwaken uit een zoete droom
van een lege dag in vrijheid
als je uit de schaduw stapt
je je eigen schaamte overwint

Het fijne en het mooie
van de schoonheid van haar silhouet
de diamanten in haar ogen
van dankbaarheid aan hen die je omringen
voor dat ene tedere gebaar
en al die kleine dingen
dankbaar

uit ‘Wispelturig als de wind

Opzouten


Ze zouden ze
terug moeten sturen
die heikneuters
die wanbetalers
afzinken
in eigen sop
een haartje betoeterd
basji bozoeks
profiteurs
toeslagenbureaucraten
terug naar hun zompige moerassen
hun gehuchten
hun armzalige voorouders
kunstenaars
benenbrekers
en laat mij hier alleen
mijn potten bakken

uit ‘Wispelturig als de wind’

Ketenen

Laten wij de ketenen verbreken
taakstraffen riskeren
morele grenzen oversteken
en de onszelf opgelegde beperkingen negeren

Laat die rugzak met herinneringen
de verdrietkoffers in de kast
laat de dozen met beschuldigingen
en het blauwe schoudertasje met heimelijke gedachten
achterlaten, alle ballast

We zullen kunnen sterven
stikken of zwelgen
verrotten en bederven
laten we gaan

uit ‘Wispelturig als de wind

Tweedekamer

Ik hoor het u zeggen
als het gaat over parlementaal
en tontaart in een semantische discussie
bied ik mijn excuses aan
en stap over mijn schaduw heen
neem ik mijn indirecte verantwoordelijkheid
op zoek naar actieve herinnering

uit ‘Wispelturig als de wind’