
Maar dan snel geknipt, twee beeldjes per 1.25 seconde, of sneller, stroboscopisch. Niet alles op een dag maar terugspoelend lijkt dat en sterker nog, kán dat. Enkele beelden: Voetballen met je kleinzoon en steeds meer Marokkaanse jochies die een voor een verlegen vragen of ze ook mee mogen doen. Zen worden van een eindeloze vaartocht door de grijsgroenheid van de Biesbosch aan boord van die De Zilvermeeuw, met op het andere dek 37 rolstoelers, scootmobielers en rollaters. In de bibliotheek niets kunnen vinden en dan maar weer een Murakamitje mee. Dagen bijna niet kunnen lopen want ja, dat voetballen, je bent ook geen 65 meer. Die film zien over het bestaan in Irak ten tijde van dictator Sadam Hoessein.
Dat boek ‘Wachten’ uitlezen en dat dan proberen toe te passen en traag naar de stad fietsen en door de stad slenteren. Maar wind mee, dus van traag fietsen is geen sprake. In de stad voelt zevenentwintig graden als zevenendertig en dat wekt vertragen wel degelijk in de hand. Die twee jongens met beugelbekkies die vragen of ze je drie vragen mogen stellen, over dat beeld daar. Hun verbaasde blikken kunnen betekenen dat ze verbaasd zijn, óf over je gebit dat vruchteloos veel jaren gebeugeld was óf jouw kennis van Willem van Oranje én de actiegroep Kwillemniet. Die publieksprijs in het museum waar je graag jouw stem aan geeft en dat die de winnares is die door de jury is gekozen kan je ook niet helpen. En dat de tent die je kocht toen die vorige verteerd bleek tijdens een wolkbreuk zo’n groot succes zou zijn voor jouw oudste kleindochter kon je ook niet weten, ze bleef erin wónen. En dat die jongste kleindochter je na drie weken Afrika slechts na heel lang nadenken begon te herkennen was niet minder bijzonder. Met alle geweld een vriend proberen te overtuigen dat hij dat schilderij echt van je krijgt en als hij er persé voor wil betalen dat hij het schilderij dan niet krijgt. Die gemiddelde vrouw die jou vraagt of ze iets mag vragen eerst zeggen dat je niet weet waar de tattooshop is en dan het toch te binnen schieten en het haar vervolgens nog snel gaan vertellen. Een nog niet gewaardeerde nieuwe route in de klimhal ’flashen’, dit is in één keer uitklimmen zonder te vallen of te ‘blokken’ (uitrusten) terwijl het je klimmaten niet lukt. Met onbekende bestemming ontvoerd worden wegens jouw verjaardag door drie vrienden. Een té column-achtig stukje schrijven over jouw scharrelkippen toen, waar met de wetenschap van nu dus PFAS in zat dat toch word goedgekeurd door de redactie van het lokale sufferdje. Boodschappen doen met het lijstje van Eega en warempel voor de verandering eens alles zelf kunnen vinden. Een uurtje jouw lijf blootstellen aan teveel UV in je bloedhete tuintje maar dit keer wel goed gesmeerd met factor dertig.
Dat je dit alles opschrijft op een nogal ondergescheten bankje onder de kastanje aan de rivier, achter de aangemeerde zestig meter lange Vista Grande uit Basel met uitzicht op de overkant waar je gisteravond met drie vrienden een driegangen maaltijd wegwerkte, terwijl de diepliggende Splendor hetende binnenvaarder voorbijvaart en de klok in de 2.25 meter uit het lood staande toren half twee slaat. Slechts na lang nadenken je herinneren waar je jouw fiets hebt vastgeketend.
Deze beelden dooreen gemixt in een ogenschijnlijk volstrekt willekeurige volgorde vloeien tenslotte samen in dat schilderij wat een vriend wil hebben maar waar je nog geen afstand van kunt doen en wat je toen, lang voordat dit allemaal opgeschreven werd al de titel gaf: ‘Inside my head / De binnenkant van mijn hoofd’.