
Toen Ikea, jeweetwel, meestal omfloerst omschreven als het blauw-gele woonwarenhuis, haar eerste filiaal in Nederland opende is het begonnen; het Tutoyeren. De klant (= de koning) aanspreken met je en jou en jouw kast en jouw bed en jouw smaak. Oké, van zo’n jeugdig-achtig meubelpakhuis is het nog totdaaraantoe, maar dat ook mijn bank, waar ik mijn goede geld in betrouwbare handen deponeer, zijn clientèle denkt te moeten betutoyeren. Moet ik dat zien als klantenbinding? Zijn wij bevriend ofzo? Welk communicatiestrateeg heeft dat bedacht?
En dan dit, wat nu weer. Waarom gaan bedrijven als daar zijn de ANWB, Bamigo, Jac Hensen herenkleding, NS en de bibliotheek mij feliciteren met mijn verjaardag. Hoe weten ze überhaupt wanneer ik jarig ben. Ik kan mij niet herinneren die datum ooit met ze gedeeld te hebben. Oké de NS daargelaten, heeft vast met de seniorenvrijreizendagen te maken. En vooruit, die mail van de klimhal kan ik wel hebben, frequenteer ik wekelijks, ze kennen me en bovendien, op vertoon van die felicitatiemail krijg ik een gratis biertje. Maar, dat zelfs mijn opstalverzekering een felicitatie stuurt, slaat toch nergens op.
Terzijde; in een vlaag van verstandsverbijstering reageerde ik op de advertentie van de allereerste Ikea-vestiging: honderd personeelsleden en één ‘mooimaker’. Dat was ik toch maar niet, die mooimaker.
Kijk, begrijp me goed, het is vreselijk wanneer een jonge knaap tijdens een (willekeurig voorbeeld) klimweekend in België mij bijvoorbeeld vraagt: ‘Hoelang klimt u al?’ Neen! Ik heet Gerard en ik ben jij! Toen ik in de vorige eeuw nog werkte en zo’n jonge studentenknaap mij met meneer aansprak: Grote schrik! Nog een terzijde; om op dat laatste nog even door te gaan, het winkelgebeuren waarin ik nu eenmaal tewerkgesteld was; een verkoper, in een andere winkel die mij zei over een niet zo’n mooie pet: ‘Ja, maar deze pet verkoop ik heel erg veel!’ Ik: ‘O, nou dan moet ik hem dus al helemáál niet!’ En nog één, een terzijde; tegen die verkoper die maar bleef zeggen dat het wat minder mooie jasje toch zó’n mooi jasje was, dacht ik: ‘O, nou, koop het dan toch lekker zelf, als je het zo mooi vindt.’
Prettig wel dat met het noemen van je geboortedatum en je postcode bij instanties als tandarts, apotheek en dergelijke alle deuren opengaan en er kennelijk een onverwisselbare identiteit uit blijkt.
Een dag na mijn verjaardag kreeg ik een felicitatiemail van Gamma. Hoe dan? Ooit in een grijs verleden kocht ik er een doosje mierendood. Dit alles bedacht ik en schreef ik op in mijn hoofd, vijfenzeventig jaar en één dag na mijn geboorte, terwijl ik plat op mijn rug op het harde en natte zand van het strand lag, volledig anoniem, onbereikbaar voor onwelkome berichten en waar werkelijk niemand was, behalve enkele tientallen rondcirkelende visdiefjes, onwetend van verjaardagen en een zeehond dertig meter verderop. Een oude besnorde grijze die ook op zijn rug lag.