Gemengd douchen

Was het om Jezus-Eik te vermijden of wilde Nina ons persé Sint-Job-in-’t-Goor laten zien, we zullen het nooit weten, wij van de Sultana’s. Op weg om twee dagen te klimmen in Rochers de Renissart (klinkt mooier dan Hotton). En wel onder een hemel van het mooiste aprilblauw met een lage zon die het stilstromende Ourthe water doet glinsteren. Die eerste dag dringen we niet al te erg aan. Het achterste massief, ‘oefenrots’ is ons genoeg. Er hoeft niks, alles kan, alles mag. Na de lunch nemen we zelfs een break, wandelen hoog over de rotsen het klimgebied voorbij. Mijmeren op een bankje bij Moulin de Hotton met het stilstaande waterrad en fantaseren over onze gezamenlijke droom, een paar dagen rondhangen en klimmen bij dat ene onbemande hutje hoog in de Zwitserse bergen. Er worden ezeltjes geaaid en wortels gevoerd. De woorden nul-punt-nul worden niet uitgesproken, er is bier, er is wijn en curry en pasta, er wordt gelachen en geplaagd. Je hebt meer pijn in je nek van het omhoogzekeren dan in je vingers.
‘Kijk, dat is pas echte liefde, met z’n vingers in mijn klimschoentjes,’
horen zeggen als je haar d’r klimschoentjes aanreikt en dan je gevatte antwoord toch maar voor je houden.

Keuzestress, we weten het niet, terugrijdend van het klimgebied naar de Tukhut (gewoon nooit HerBerg zeggen) wat we eerst willen doen, douchen (het was warm geweest) of eerst bier (het is nóg warm). Razendsnel duiken Nina en ik de douchecellen in, zij links, ik rechts. Het water is amper op temperatuur of daar schuift zij al mijn doucheshampoo onder het muurtje door terug. Dan snel, snel, snel aan de Durbois blonde op het bankje tegen de warme muur van de hut.

De NKBV streeft naar opheffing van de traditionele indeling in Regio’s en wil in plaats daarvan spreken van communities. Immers met de ontstane appgroepen vallen grenzen weg. Naast de Rivierenlandapp, kennen wij de tijdelijke klimweekendapp, die van de Sultans (- of Swing) van Robby, Mehshad en mij en nu deze; de Sultana’s, met Lynn, Nina, Mehshad en mij. Een viertal op zoek naar evenniksaanjehoofd. Noem het wat mij betreft Zen – ik ben in gespannen afwachting van Hoogtelijn 2, met wel of niet op de ‘gespot’ pagina’s mijn boekbespreking over het boek ‘The Zen of climbing’.

Wetende dat met een familieweekend van 26 mens, met leeftijden van 7 tot 70 (plus) de hut niet bepaald een stiltegebied zal zijn, kwam daar nog een nachtmerriebericht bij; er is een rally, die start op het pleintje pal voor de hut. De Course de côte de Sy. In 90 seconden scheuren racewagens vanuit Sy de heuvel op. Ik voorzag ellende, gekte, herrie, drukte en uitlaatgas. Echter, in onze kamer 1, aan de achterzijde heerst rust en stilte, de 2-persoonsnis bovendien gegund aan onze grootste rustzoekers, Lynn en Nina.

Ook de volgende dag wordt dé klassieker van het gebied, Annie met haar fissure, met rust gelaten. Ik klim een paar routes met wat weinig overtuiging, kom een keer zelfs niet boven. Aan voorklimmen begin ik hier sowieso niet, ik weiger op mijn schoentjes te vertrouwen, het is kurkdroog en toch lijkt het glad. Wederom schettert de zon over het riviertje dat net zo rustig dezelfde kant op stroomt als gisteren. Die geur van koffie uit je thermos, verderop rinkelen karabiners, je zit even op een graspol met je ogen dicht en je hoort je klimmaatje zachtjes neuriën achter je. Als je er gevoelig voor bent zou je dit bijna Zen kunnen noemen. Niks moet, het is ont-moeten, het samen zijn met anderen en die anderen ontmoeten. Maar dan, de laatste drie routes, hoog, de rots iets anders qua structuur, het geloof komt terug, het geeft me een boost. En dan die laatste route nog, onverstaanbare niet veel goeds belovende klanken klinken van boven, Mehshad doet hem eerst. Marten zwaait uitnodigend met het touw naar mij. Is dat de motivatie, zijn het de andere wachtenden, of is het toch Marten die me zekert, die ik zolang niet heb gezien en al zolang ken; ik vlieg!

(note to self) De volgende keer gewoon meteen bier bestellen en mee onder de douche.

Ik ben Juul en ik ben Jens

‘Wat me nu weer gebeurde, oma haalde me op en we gingen naar haar huis. Sinds ik bij de bel kan, bel ik aan. Gewoon keihard en net zolang totdat tie opendoet, opa, en dat is meestal héél snel. Maar deze keer zat er een briefje onder de bel geplakt. Een tekening van een deurbel en daar overheen een groot rood kruis en mijn naam Juul. En nog iets wat ik (nog) niet kan lezen. Oma zei; daar staat: niet aanbellen. Nou dan moetje mij hebben. Ik belde (kort) aan, opa doet open, ik ren door naar de zijkamer waar opa altijd zit typen en trek een papier uit de la van dat ding, is dat een ouderwetse compoeter – anyway – en teken een grote groene ‘akkoord’ V, ondertekend met Juul en met plakbandje over opa z’n tekening heen…. Ze hebben het er nóg over.’
‘En nou ik, ik heet Jens en ik zat in de auto van opa en oma en we reden achter een heule grote vrachtauto, blauw met geel. Heel erg langzaam reed die. Ik zei: ‘Mijn papa gaat er altijd voorbij’. Dat is een lesauto, kijk maar, er staat een L op. Schijnt grappig te zijn. Net als die foto die opa maakte. Ik moest mee maar de bieb om boeken te halen. Die moet ik dan zelf uitzoeken. En het waaide heel erg hard en toen was er een grote grijze container met vier wielen omgevallen en al die papieren vielen er uit. En toen moest ik er naast gaan staan van opa. En toen maakte hij een foto en toen stuurde hij die naar papa en mama. En opa zei tegen ze; ‘Jens is weer lekker bezig geweest.’ Ik zei ’Nee opa, is nie leuk grapje.’
‘Nou ik weer Jens, nu ben ik weer aan de beurt.’
‘Nee , ikke nog, goed opletten.’
‘Nee, ik ben en ik wil vertellen over het huisje.’
‘Watdan watdan?’
‘Nou gewoon dat opa een huisje heeft gemaakt om in te spelen onder het afdak achterin de tuin en dat het nu niet kan omdat het te koud is en dat ik op zwemles nu al een roze bandje heb en onder water kan.’
‘Nu ben ik aan de beurt Juul, goed opletten. Ik zag precies dezelfde auto als die van opa en oma en nee even wachten Juul, ik mag eerst, echt serieus, opa die heeft pijn in z’n bil  en z’n bips en dan vraag ik steeds aan mama want ik wil vragen aan opa; ‘Opa heb je nog pijn aan je bil? Doet je bips nog zeer, haha?’
‘Nou Jens ben je nu klaar, jij hebt altijd van die lange verhalen, ik weet niet of het jullie interesseert maar wat ik altijd doe bij oma, hondje spelen en dan stuurt zij het hondje het bos in en blaf blaf ik naar de keuken. Nee Jens, ik ben nog niet klaar en ík ben het hondje en ik heb het roze bandje bij zwemles en bij korfbal mag ik meedoen met de Efjes.’
‘Ik begin altijd meteen te vragen of ik een snoepje mag en een koekje en een pakje drinken. En of ik op de tabellet mag, fillumpje kijken.’
‘Oma brengt mij dan naar zwemles ze kan nooit nee zeggen.’
‘Bij opa en oma mag lekker alles, op tafel zitten en op oma d’r telefoon kijken. Alleen mag ik nu niet meer binnen voetballen, ik doe altijd hóóg schoppen en anders gaan de lampen kapot en ik mag ook niet in het speelhuisje buiten want dat is nu ingeklapt.‘
‘Jaaaah, dan gaan we soep maken.’
‘Oja Juul, ik wil ook.’
‘Maar dan moet je wel luister Jens, ik ben je baasje.’
‘Okeee dan…’

Commissaris

‘Wat maak jij toch veel mee’, wordt mij weleens gezegd en dat klinkt bijna als een verwijt. Valt reuze mee vind ik zelf en zeker nu als pensionado vaar ik door ietwat rustiger vaarwater. Er zijn ook heus momenten dat ik eenzaam door uitgestorven troosteloze polders fiets en wanhopig uitroep; ‘Hallo, is hier nog iemand?’

Wat me nu weer gebeurde, tot het laatst aarzelde ik, wel of niet naar de Nieuwjaarsreceptie van mijn club, voor een deel van de harde kern van NKBV Rivierenland, het selecte groepje van ruim gerekend 50 klimmers van de meer dan 1100 Regioleden. Goed en wel binnen, het was opvallend drúk, werd ons gesprek onderbroken; het officiële gedeelte, ik moest naar voren en wel helemaal, er ging iets gebeuren. Tot mijn totale verassing kreeg ik een toespraak, een lofrede. Tijdens de eerste woorden doken opeens mijn trouwe vrienden van de GGE* op, mijn mond viel open en in een schaterlach zwaaide ik naar hen en toen pas zag ik dat mijn trouwste metgezel, Ada – altijd onder het pseudoniem Eega figurerend in mijn verhalen – er ook bij aanschoof. Elwin, onze penningmeester, ging onverstoorbaar verder; wat ik allemaal had gedaan, hoelang was ik al lid, wat ik had betekend voor de club. Was ik eerst nog verbaasd, gaandeweg alle loftuitingen begon ik me steeds ongemakkelijker te voelen, het hield maar niet op. Af en toe ook doorspekte Elwin zijn verhaal met leuke anekdotes, dat ik dacht hoe weten ze dat allemaal en hoe hebben ze dat nou weer onthouden.

De GGE*, de door mij opgerichte bergsport vriendengroep, dit jaar Zwitserland, 31e tocht.

Ik was werkelijk flabbergasted, sprakeloos, had een droge bek, riep er dwars doorheen dat ik dórst had en het ging maar door. Ik wilde de spreker af en toe aanvullen of verbeteren maar kwam er niet tussen totdat de aap uit de mouw kwam, ik werd benoemd tot Erelid der Regio Rivierenland van Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging.. Een illuster gezelschap, van nu slechts twee leden, de ander is Jos Mesman, de lieve vrouw is helaas overleden, jarenlang voorzitter en voorvechtster voor de vereniging, met liefde voor de club. Precies dat wat ik ook altijd beoogde, er een club van maken, een clubgevoel creëren, saamhorigheid waar iedereen zich op zijn gemak kan voelen.

Ik kreeg onder andere een tegoedbon voor een mooi hotel, Castel de Pont-à-Lesse uit 1800. Inderdaad, ik heb het ooit gemompeld, dat ik er wilde overnachten met Eega, toen wij ons in de fraaie lobby moesten aanmelden en daarna door het parkachtige bos met de enorme sequoia’s naar het gelijknamige klimgebied wandelden. Klimmers hebben kennelijk een goed geheugen.

Tja, het was een lange lijst, ik heb heel veel gedaan, maar ach, over dertig jaar uitgesmeerd valt het ook wel weer mee. Hoogtelijn, Nieuwjaarswandelingen, klimcommissaris, lezingen en nog meer. En toch, het was veel te veel eer, ik blijf liever ongezien achter de coulissen. Toen ik die nacht heel laat naar bed ging, de hartslag was gekalmeerd, bedacht ik pas wat ik had moeten zeggen. Ik ben een zeer slechte spreker, beter schriftelijk dan mondeling:

‘Als ik dit geweten had, was ik niet gekomen. En ik deed het allemaal alleen maar voor mezelf omdat ik het zelf zo leuk vond, nee hoor, uit liefde voor de club en al die leuke mensen. Kennelijk zit ik de ‘winstpunten’ momenteel. Oudejaarsnacht ontmoette ik een vage kennis. Hij las mijn boek ‘Cowboy in Nepal’ (2009) en herlas het nu opnieuw, maar zocht op internet alle routes, hutten en toppen op en zag het allemaal voor zich. Voelde voor mij als een heel groot compliment. En haha, om het helemaal echt te maken, ik wil alle mensen bedanken en bovenal mijn lieve Eega daar’

Kun je nagaan, Elwin, de spreker, ken ik al tweeëntwintig jaar. Ik organiseerde, met subsidie van het NOC-NSF, twee keer een ’Masterclass’, voor twaalf talentvolle klimmertjes uit onze jeugdgroep. Gegeven door Mirjam Verbeek en Casper ten Sijthoff, beiden meervoudig Nederlands kampioen leadklimmen. Van die selecte groep klimt een aantal nog steeds en is zelfs een aantal nu kliminstructeur, zo ook Elwin. Na afloop van zijn speech herinnerde ik hem daaraan en hij bleek dat niet meer te weten, dat ik ook daar achter zat. Gelukkig maar en ook dat nog veel meer dingen niet genoemd werden, het was allemaal al gênant genoeg. VVA lid, afgevaardigde van de Regio voor landelijk overleg. Materiaal depotbeheerder, (rare) film voor vijftig jaar Rivierenland, bergsportquiz enz. En dat ik in feite het toenmalige blaadje ‘Relais’ gebruikte als platform voor mijn hobby; schrijven.

Mag ik hier één titel noemen die iets weergeeft van mijn doel, het alles niet té serieus te nemen? ‘Sfeervol ontlasten aan de Ourthe’. Toen wij allen de koffie dronken van een niet nader te noemen klimcommissaris, van het merk ‘Tectyl’ en iedereen lopend onderweg richting klimgebied met hoge aandrang de bosjes in moest langs voornoemde rivier.

De volgende morgen las ik alle reacties op de socials. Er was er een van een klimvriend die mij eens verklapte als veertienjarige al mijn verhalen te lezen in het Relais; hij appte; ‘Dat ik een inspiratie ben voor hen allen’. Gisteravond te perplex, nu ontroerde het mij zeer, gelukkig sliep Eega nog. Elwin sloot zijn rede af met deze woorden; het was bekend dat ik blijf klimmen maar dat wil proberen in een ‘Zen modus’. Daar kon ik mooi op inhaken voor een kort slotwoord. Ik vertelde over het boek ‘The Zen of Climbing’ en dat ik dat mocht beschrijven voor de boekenrubriek in het blad Hoogtelijn.

Ik ben dan wel  gestopt als vrijwilliger, ik klim door zolang het gaat en zal altijd blijven houden van de bergen en alles en iedereen daaromheen.

Reijn

Zelden deed een nieuwe film zoveel stof opwaaien als deze, althans zeker binnen in onze landgrenzen. Dat de Nederlandse Halina van Reijn daar debet aan is, dat zal duidelijk zijn, maar ook wereldwijd is er ruim aandacht aan besteed. En uiteraard mede door de hoofdrolspeelster, een van de beroemdste filmsterren ter wereld, Nicole Kidman, die bijdraagt aan deze kaskraker, want dat wordt het. En ook voor Harry en mij gold, toen wij naar de zoveelste film gingen in onze geliefde bios De Witt en de leader van ‘Babygirl’ voorbij kwam was het duidelijk; díe moeten we zien. Toch duurde het nog lang voordat de première er was, ondertussen stonden de kranten vol met commentaren en was Halina – ik mag Halina – zeggen, niet van de buis te slaan.

Vooraf bij het drankje aan de bar in de bios, keken Harry en ik elkaar aan: ‘Waar gaan we nu weer heen, een erotische thriller, echt?’ Zo werd in de commentaren de film inmiddels genoemd. En na afloop toen we de trap afliepen waren we stil, tot ik vroeg, ‘Harry, wat denk jij, hoeveel sterren?’ Bij het drankje nadien, erotisch konden wij hem niet echt niet noemen, een triller al helemaal niet. Tuurlijk, het is spannend hoe het afloopt en erotisch, ach, tja het gaat over seks. Of eigenlijk is het hoofdthema het orgasme, hoe dat te krijgen. Kost wat kost wil Romy (Nicole) perse nu wel eens een orgasme ervaren. En ze blijkt een dirty mind te hebben. Zij, een machtige CEO van een immens distributiebedrijf, wil juist gedomineerd worden. Maar, who the hell heeft dat niet, bij momenten, a dirty mind. ‘A dirty mind is a joy forever’.

In een van de talkshows op tv waar de film ter sprake kwam, bleken de aanwezige vrouwen allemaal buitengewoon enthousiast. O nee dacht ik, is het weer zo’n uitgesproken vrouwending, dat wij mannen niet begrijpen. Zoals de zalen vroeger bij Rob de Nijs gevuld waren met uitsluitend vrouwen, op een enkele man na, die mee moest van zijn vrouw onder het motto, ‘doe dat nou voor mij.’ En zoals de film ‘The Substance’, die door vrouwen zeer hoog gewaardeerd wordt. Wij mannen vonden dat een belachelijke film, totaal over de top en het zogenaamde horror aspect dat in de film zou zitten, op zijn hoogst komisch. Beide films worden kennelijk ook als feministisch betiteld. Terwijl, Harry en ik onszelf toch echt als geëmancipeerd betitelen, vrouwvriendelijke ‘Stieren’ als we zijn, om de sterrenbeelden in dit verband er eens bij te halen, kennelijk kunnen wij dat eenvoudigweg niet snappen. En inderdaad, ik telde, behalve ons twee, nog ergens twee mannen, in gezelschap van een vrouw. Voor de rest was de zaal gevuld met vrouwen.
Er heerste anders dan anders, een soort opwinding in de zaal, lag het aan mij dat ik dat dacht te voelen, of doordat er zoveel vriendinnen druk met elkaar kletsten. En ook toen de film eindigde en de zaallichten langzaam oplichtten klonk er gelach en geroep. Is het dan toch waar; mannen komen van Mars en vrouwen van Venus.

Toch blij dat ik hem gezien heb, wellicht een ietwat controversieel onderwerp, maar zeer decent alles in beeld gebracht. Eén keer Romy’s blote magere en duidelijke verouderde lijfje van achter in beeld. Verder een zéér goed verhaal, prachtige setting, mooie beelden, alles goed gestyled, soms kijk ik haast meer naar dat soort bijzaken waardoor ik bijna vergeet het verhaal te volgen. Bijvoorbeeld de even voor verwarring zorgende, bijna grafische beelden van de robotwagentjes, de orderpickers in de giga distributiehal.  En dat alles bedacht, geschreven en geregisseerd door onze Halina. Heel veel respect voor haar, zij, altijd al een spraakmakende en aandachttrekkende actrice, toen met haar goede vriendin Carice van Houten, ze was al jaren niet meer vrijwel wekelijks in de Nederlandse media te zien, ze is nu terug en hoe.

And the Oscar goes too….
Die zal wel naar Nicole Kidman gaan, maar van mij mag hij naar… Juist!

SynDroom

Tja, als niks meer helpt, de voorgeschreven oefeningen, de goedbedoelende fysio, de huisarts die het ook niet echt weet en dan nog meer zware pijnstiller voorschrijft. Ik heb wel eens een verhaaltje geschreven met de titel; ’Occasion’, waarin het gaat over het lichaam van een niet nader te benoemen persoon dat van alles mankeert en dat lichaam daar besproken wordt als ware het een auto. Tweede- of derdehands wel te verstaan, nog in goede staat, veel kilometers op de teller, wat gebruiksschade hier en daar, maar ‘kan nog wel even mee’. Niet altijd binnen gestaan overigens. Tja, inmiddels weer wat ouder en wat klachten rijker.

Trouwe lezers kennen misschien ook de schrijfsels over Tai-Chi, Yoga op het strand en onlangs over Zen. Past in dit rijtje mogelijk ook acupunctuur, welnu in opperste wanhoop, mijn hoop in bange dagen, het laatste redmiddel, dát moest het worden. Ik had al de ellende moeten doorstaan van: ‘Krijg niks onder de leden in december’. Extra drukte, huisarts op vakantie, druk bij de fysio – al zijn klanten willen nog gebruik maken van ‘nog te goede behandelingen’ zo aan het eind van jaar. En dan ook de dreigende staking van de apotheken. Nu hangt over acupunctuur eveneens een zekere zweem van zweverigheid, net als bij die andere voornoemde praktijken. Om niet in de klauwen te vallen van een kwakzalver die er lukraak hier en daar wat naalden inkwakt met in de andere hand het ‘Handboek voor doe het zelvers’ of een of andere ouwe Chinees met nog drie tanden in zijn duister vergeelde behandelkamertje, zocht ik net zo lang tot ik iemand vond die vertrouwen inboezemde. Weliswaar diende ik een ingewikkelde route te volgen om haar te vinden, ergens in een groot gebouw met veel kamers en veel verdiepingen.

Intake. Jo – ik mag Jo zeggen – stelde me de gekste vragen, of ik het warm had, of koud, of ik moe was; dacht ze aan mijn tong te zien, en zelfs over de stoelgang. Toen mocht ik me uitkleden en op een warm ligbed plaatsnemen en werd deze occasion toegedekt met een zacht en warm kleed. Ze sjorde de onderbroek wat omlaag en masseerde de rug, na een tijdje ging het kleed er weer overheen en nu trok ze de ene pijp van de boxer omhoog. Want daarvoor was ik hier, het ‘piriformis syndroom’, de pijn diep van binnen in de bil. Het ging gebeuren, de naalden werden gezet, inderdaad nauwelijks voelbaar. De stekende uitstraling in het been werd ook gemasseerd, dat was goed voelbaar en ook hier werden naalden geplaatst. Met een onzichtbaar apparaat werden de naalden, het been en de machtige bilpartij verwarmd waardoor ik het weldadig warm kreeg. Jo liet me verder met rust.

Heel zacht klonk muziek die mij sterk aan Nepal deed denken. Beelden van de lange trektocht door Solo Khumbu in de richting van Mount Everest Basecamp doemden op. Hoe gelukkig ik mij die weken voelde, het was een van de absolute hoogtepunten in mijn leven. Alleen maar genieten, alleen maar lopen, drie weken lang en kijken. Geen zorgen, geen verantwoording, alles werd geregeld door de Sirdar en de Sherpa’s, de bagage droegen de veertien dragers en eenmaal boven de vierduizend meter ook enkele yaks. We konden de inspannende zware tocht met gemak aan, in topconditie en; geen pijn! Heel anders dan nu al een maand lang. Ik zonk weg in een roes van gelukzaligheid, een rust die misschien dus Zen was, het leek of ik droomde. Ook dwaalden mijn gedachten over mijn geliefde stranden, waar ik alleen was, met de enorme zandvlaktes, de zee die kalmpjes ruiste, de zandbanken, de lage duintjes en de poeltjes en de zon en de wind die zachtjes mijn blote lijf streelde.

Tot slot zette Jo nog een hele serie haast onzichtbare naaldjes in mijn oor, die moesten blijven zitten en zouden de pijn onderdrukken. Thuisgekomen riep ik Eega toe:
‘Ik ben herbóren!’

Saab

Toen rond de jaarwisseling de prijswinnaars van de diverse loterijen in diverse onbekende plaatsnamen werden geïnterviewd wisten sommigen niet iets anders te stamelen als: nu een nieuwe auto of een keuken te gaan kopen. Meer dan drie miljoen, stuk voor stuk verbijsterd en één winnaar kwam niet verder dan een nieuwe voordeur. Onvermijdelijk begin je zelf ook koortsachtig na te denken, jouw postcode valt in de prijzen, ze bellen zo aan. Die loterij waaraan je verplicht wel deel móet nemen, stel je doet niet mee en jouw straat wint, iedereen om je heen miljonair en jij niet, dan kun je niet anders dan zelfmoord plegen, op zijn minst verhuizen.

Eega weet het niet, kan ook niks bedenken, sterker nog, ze wil er niets eens over nadenken. Zelf som je een heel lijstje op, betere isolatie, die cv nu eens laten verbeteren, doe dan toch ook maar een mooie voordeur, de kinderen delen ook mee en natuurlijk de helft ofzo naar een echt goed doel. En even verder dromen, dan eindelijk een echt mooie auto, de oerdegelijke doorsnee gezinswagen die je nu bestuurt is niet je grootste wens. Wat moet het dan worden? Zeker niet zo’n lelijke elektrische bak, die vierkante rijdende blokkendozen waar onder die enorme motorkap de batterijen hoog opgestapeld liggen. Wat te denken van de Saab, eentje uit de jaren negentig, die met de rechtopstaande voorruit. Maar dan wel de cabrio, niet dat er maar één haar op mijn hoofd zou denken die te rijden met de kap omlaag – vreselijk machogedoe – maar gewoon voor de mooi. Metallic groen / zwart en met licht crèmekleurige ‘linnen’ kap, de Saab 900 uit 1990, goed gereviseerd uiteraard.

Of toch maar een busje, onopvallend, wit, ook niet nieuw, van een koerier geweest, gebutst en bekrast. En die dan van binnen laten inrichten als camper en dat het dan van buiten niet zichtbaar is, geen extra ramen er in. Wat ook leuk is en ook weer oud, een landrover, een zandkleurige. Moet ook gebruikssporen hebben, ‘it ’s been around’, maar wel zachter geveerd, opgevoerd, betere verwarming, kortom minder spartaans. Het mag wat kosten, maar ja, geld zat. Oh, ja, die andere droom. Toch maar wel, even de vliegschaamte over boord. Nu eindelijk naar dat ene eiland, een atol, (bijna) onbewoond, in de Stille Zuidzee, met dat witte zand en het lichtblauwe water. Buiten het orkaanseizoen uiteraard. En svp zonder zandvlooien, ratten en varanen.

Nog een beter idee, doe toch maar een Citroën DS, het beroemde strijkijzer. Eentje uit pakweg 1975, het jaar dat de productie stopte. Lichtblauw met wit dak. Maar dan helemaal getuned, dat je nooit met pech komt te staan. Een van de mooiste auto’s ooit, met een vering ongeëvenaard, hydropneumatisch. Hoe die met de smallere achterwielbasis door de bochten zeilt. Dat éénspakige stuur, die bolle zachte stoelen. Wat je ook laat inbouwen; afstandsbediening, dat hij wanneer je aan komt lopen, zich vanzelf omhoog hijst om instappen te vergemakkelijken. En natuurlijk andersom, eenmaal geparkeerd, na het uitstappen zakt hij zo mooi dramatisch naar de laagste stand, alsof het strijkijzer even gaat uitrusten. Heb je het al over de in de bocht meedraaiende koplampen gehad? En als we dan toch bezig zijn, jouw DS doet aan gezichtsherkenning, geen sleutel meer nodig.

Ook leuk voor erbij, een Renaultje Vier, dat retro bakkie uit 1984, rood. Om het kratje bier te halen, hoeft het niet meer op de bagagedrager.

Nu nog op zoek naar dat echte goede doel. Zonder directeur met een salaris rond de Balkenende norm.

Yolo

Zo aan het eind van het jaar kun je de neiging hebben terug te kijken, wat was dit nou weer voor jaar. Wás het wat? Hebben we nog wat beleefd of was jouw hoogtepunt dat moment van het piepje van een van je witgoedapparaten ten teken dat je in actie kon komen om hetzij de betreffende machine leeg te halen danwel te vertrekken, naar de stad, de natuur of een zondige bestemming. Het gevaar, wanneer je de leeftijd hebt bereikt die vroeger respectabel werd genoemd bestaat nu eenmaal uit het feit dat niets meer hoeft. Het moment dat je naar bed gaat of juist de benen al of niet kreunend er weer uitzwaait steeds vroeger cq later wordt.

Of je nu wilt of niet, je behoort tot een soort bevolkingsgroep, die nog immer groeit en waaruit een groot deel van de inwoners van dit gave land zal bestaan. Het valt niet te ontkennen, je wordt erop aangekeken, je bent een pensionado temidden van die GGG, grote grijze golf, gedeeltelijk berollatort of anderszins slecht ter been, niks meer losjes in de heupen. Nog slechts interessant voor een enkele eenzame pensionada, herkenbaar net als jij aan je boomerflap. Kijk, Vutter ben je nooit geweest, toch net weer te jong voor, weliswaar vele jaren aan betaald. In deze tijd van vliegende inflatie, gestaag meestijgende loongolven blijft toch jouw uitkerienkie lelijk achter, je bestedingspatroon keldert achteruit, temeer ook daar dat verrekte pensioenfonds weigert gewoon eens uit te betalen, ja 1,03 % bruto op jaarbasis omhoog. Om nog maar te zwijgen over die boeven van Aegon, van jouw duurbetaalde loonspaarregeling, omgezet in een lijfrente, die nevernooit meer uitbetalen, hoe weinig er ook van over was na die slechte beleggingsjaren en eraan verbonden kosten. Terwijl het leven juist zoveel duurder is voor een gemiddeldeleefijdgenoot, al die dagen van niet meer werken moeten toch opgevuld worden, etentje hier, museumpje daar en filmpje elders. Daar wordt dus volledig aan voorbij gegaan.

Het kost ook steeds meer moeite om alles bij te houden in deze digitaliserende wereld. En je zult wel moeten  wil je überhaupt  nog kunnen betalen, parkeren, je ellenlange patiëntendossier inzien en ga zo maar door. Om nog te zwijgen van de veranderende wijze van communiceren, als zelfs je kleine kleinkinderen al gaan chillen en dingen cool vinden. Je hebt ze nog niet kunnen betrappen op LOL, OMW ASAP B2W FWB NBD NTS TBT of XOXO. Het is dat ze nog niet de doekoe heben om zo’n device aan te schaffen, laat dat svp nog even duren ook zeg, WTF en OMG! Je kunt niet omheen, je ergert je kapot aan die zwakzinnige idiote malloten van het kabinet Schoof, jij, oude zeiksnor, jij bent nog één van de ouwerwetse linksen, zij die het beste met de wereld voor hebben, tevens strijder tegen vuurwerk. Het is weer tijd voor de traditionele jaarlijkse traditie, de discussie over vuurwerk. Resultaat van oudejaarsnacht: meerdere doden, duizenden gewonden, vierduizend keer rukte de brandweer uit en tweehonderdzeventig auto’s branden uit, maar ja het is traditie.

Goed voornemen; om een spreuk van Loesje te bezigen: ‘ Ik ben gestopt met mopperen en ik ben een stuk gelukkiger geworden.’ Nog maar één die je ook aan diverse medici meedeelde; Geluk is, wanneer je je realiseert, je hebt geen pijn.’ En dan dit, een bucketlist heb je niet; gewist. * You Only Live Once.
Je hoeft geen onbereikbare doelen na te streven en ook niet achterom te kijken, zo van:
‘Wás het wat, dat afgelopen jaar…’.
Geen last van FOMO – Fear Of Missing Out

in gesprek met (2)

En wederom kwam deze reiziger in aanmerking tot de mogelijkheid van het winnen van een prijs, als dank voor deelname aan het NS panel. Ook nu koos hij voor een gesprek met de president-directeur, de vorige keer was dat met Rogier van Boxtel, nu in de persoon van Wouter Koolmees.
( zie voor het verslag van het gesprek met Rogier hieronder) Veel van de bezwaren en kritiek die hij toen geuit zou hebben staan nog recht overeind, om er nog een aantal andere of nieuwere te noemen zou hem geen enkele moeite kosten.

Wouter, zou hij zeggen, ik heb er alle vertrouwen in dat jij met de beste bedoelingen NS weer op het rechte spoor wilt krijgen, maar toch, heb je even. Voorafgaand zou hij hem al het verslag van Rogier hebben doen toekomen, dan kunnen zij dat alvast overslaan. En iets te lezen voor Wouters thuisreis, in de trein of toch de limo-met-chauffeur?, appt hij hem even de link naar zijn verhaal ‘Treinspotten’, dat weliswaar gaat over een selectie medeforensen, maar toch ook voortdurend hamert op de vele ‘verbazingen’, hij wil het nu geen ergernissen noemen, van de doorsnee reiziger.

Ervanuit gaande dat Wouter inmiddels op de hoogte is van wat het gesprek met Rogier geweest zou kunnen zijn komt hij op de genoemde punten niet terug, niet dat ze opgelost zijn, zeker niet! Bijvoorbeeld het punt van de te lang gemaakte wachttijden op sommige stations, (om zijn inziens vertragingen te kunnen inlopen, en aldus de ‘accuraatheid’ te verhogen) zodat de reistijd onnodig wordt opgerekt. Daaraan gekoppeld het raadsel waarom de trein van een overstap op een ander perron zo vreselijk ver verwijderd van de tunnel onder het spoor door staat opgesteld, dat overstappen zonder sprinten onmogelijk is. Maar goed beste Wouter zou hij zeggen, hij laat zich toch weer verleiden tot. Eigenlijk moest hij beginnen met het droge feit dat treinreizen eigenlijk te duur is geworden. Waarom moet een openbare nutsvoorziening, noodzakelijk in een vol land als Nederland, winstgevend of ten minste kostendekkend zijn. Terwijl het ook nog eens goed is voor het milieu en denk eens aan de kosten van eindeloos nieuwe wegen blijven aanleggen. Nu worden mensen toch de auto in gejaagd. Zeker met twee personen is het domweg goedkoper de auto te pakken.

Hij zou president-directeur complimenteren met zijn plan véél meer treinen frequenter te laten rijden, aanbod; dat werkt. En hij zou hem het simpele voorbeeld uitleggen dat NS het boemeltje Dordrecht – Geldermalsen – Culemborg op ging heffen, te weinig reizigers, onrendabel. Tot Arriva het overnam, vier leuke treintjes per uur. En kijk nu eens , tienduizenden reizigers per dag. En helaas moet hij toch terugkomen op het punt in het gesprek met zijn voorganger. De teloorgang van de korting, pas na negen uur, dat is te verdedigen, maar tot vier ’s middags, zo klantonvriendelijk, dat werkt niet. En ja Wouter, hij zou je op je horloge zien kijken, dat zal toch vast niet voor jou gelden, heb je nog heel even? Hij zou je graag over het debacle van de Fyra willen vertellen en zijn ervaringen daarmee, maar dat kunnen je straks lezen in ‘Treinspotten’.

Tot besluit zou hij hem dan nog willen meegeven, toen Wouter nog minister was van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, over het drama in Zeeland. Mogelijk was hij daar zelfs nauw bij betrokken. Toen de komst van de marinierskazerne in Vlissingen niet doorging werden er enkele goedmakertjes verzonnen. Zo ging er nu elk heel uur een directe treinverbinding, een intercity komen van Vlissingen naar Roosendaal, in plaats van twee keer per uur een stoptrein (sneltrein in NS jargon) Kijk, dat noemt hij dan geen ‘verbazing’ meer, ook geen ergernis, daar wordt hij gewoon boos om. Die verbinding wás er altijd, járen gebruik van gemaakt; Goes – Utrecht, Goes – Amsterdam, Goes – roept u maar. Hij weet het, het is tijd. Nogmaals geachte Wouter, we hebben er vertrouwen in. We voelen het, we zien veel dingen die wél goed gaan. ‘Goede reis’, zou hij zeggen: ‘En bedankt voor het gesprek!’

In gesprek met (gepubliceerd op 18-2-2022)

Als dank voor jarenlange deelname aan NS panel was ik uitverkoren mogelijk een winnaar te zijn van een aantal prijzen. Ik mocht zelf kiezen. Voor het geval dat, in dat geval, ik koos voor de mogelijkheid van een gesprek met President-Directeur Rogier van Boxtel. Waarom wilde ik in geval van winnen deze prijs, werd mij digitaal gevraagd. Wel hierom; reeds meer dan vijftig jaar ben ik treinreiziger, groot voorstander van openbaar vervoer.
En nog steeds voortdurend verbaasd over NS. Had ik Rogier van Boxtel gewonnen, te spreken gehad, dan had ik hem de volgende verbazingen, neen, alhoewel het wel zo is, wil ik het geen ergernissen noemen, medegedeeld.
Rogier, jij – na vijftig jaar, meer dan een halve eeuw, in jouw treinen te hebben gezeten, mag ik je tutoyeren – neemt, sinds je deze baan hebt misschien ook weleens de trein? Ik heb je gewikipediaat en gezien je staat van dienst denk ik wel dat je deugt, jij spoort wel. En zo lang zit je nog niet in dit vak, in het Koninkrijk der Spoorwegen, dus jij kunt er ook niets aan doen.

Tja, waar was ik dan begonnen, als ik jou had gesproken, gewoon maar gelijk van start, groen licht? Wanneer ik hier ter plekke, in mijn wijkstationnetje de trein neem. Ik, met mijn decennia oude NS voordeelchip, kan daar, aan de automaat niets. Stond daar, naast de Arriva kaartjesautomaat er eerst nog een van NS.
Nu niet meer, is weg, alleen die van Rnet en die kent mijn NS kaart niet. Ik ben genoodzaakt de trein te nemen naar het hoofdstation, daar uit te checken, het station uit te gaan en in de NS automaat mijn kaart op te laden. Of bijvoorbeeld het ‘vrijreizen’ kaartje – wat nu toch ook gewoon vier Euro kost – op te waarderen, vervolgens weer in te checken en te constateren dat mijn ‘overstapje’ net vertrokken is.

Ik was er nog even verder op door gegaan, had ik dat gesprek gewonnen. Wanneer ik dan terugreis en overstap op hoofdstation Dordrecht – laat ik maar meteen man en paard, in dit geval man en trein noemen, NS weet toch alles van mij en mijn ‘reisgeschiedenis’, waar is privacy toch heengegaan – op de boemel van Rnet, naar Dordrecht Stadspolders dien ik uit te checken bij NS en in te checken bij Rnet.
Zoals vele tientallen medereizigers, waarvan velen dan net weer hun ‘overstapje’ missen, wegens drukte bij dat gecheck. Daar kun jij natuurlijk niets aan doen, dat is nog een erfenis van mevrouw Melanie Schultz van Haegen-Maas Geesteranus die haar belofte het te stroomlijnen niet nakwam. Laatst was ik in Zwitserland en daar zijn zeer veel verschillende treinmaatschappijtjes, hoeveel precies, dat weet jij beter dan ik, Rogier, maar daar merkt de reiziger hoegenaamd niets en niemendal van.

Mag ik nog even, had ik gevraagd, Rogier, heb je nog heel even? Wat me ook zo verbaast, dat na vijftig jaar de reistijd van Goes naar Amsterdam, die ik als student jarenlang aflegde, nog geen minuut sneller is geworden. Sterker nog, langer, met die stoptrein van het Zeelandstuk.
Ja, zou ik Rogier dan horen zeggen, je kunt overstappen in Rotterdam op de Intercity Plus en dan tegen een kleine vergoeding gaat het een stuk sneller naar Amsterdam. Jaja. Ook pendelde ik heen en weer naar Eindhoven, vanuit Dordrecht en dat kostte precies een uur. Dat lukt niet meer, sukkelen naar Breda, ‘overstapje’ en dan door. Zomaar een half uur langer; de ‘vooruitgang’.

Rogier, ben je daar nog? Ik moet er eigenlijk wel om lachen. Eerst doeken de Spoorwegen de rechtstreekse treinen met buitenlandse bestemmingen op. Nu worden ze met veel halleluja en hoorngeschal weer, héél voorzichtig herintroduceerd.
Concurreren met het vliegtuig? NS spoort niet. Ik zie het al, stiekem zit je op je horloge te kijken, mijn tijd is om. Nog even dit, om niet te worden afgerekend te worden op teveel vertraging, staan de treinen langer stil op sommige stations. Kunnen vertragingen worden opgevangen worden zodat de aankomsttijd toch gehaald kan worden. Ik had je verteld dat ik daar ‘niet vrolijk van word.’

Waarom, beste Rogier, krijgt een reiziger met meer dan vijftig reisjaren, de vaste NS klant, geen voordeelprijs. Zoals bij meer schadevrije jaren, meer noclaim korting? Neen, zelfs het ‘voorrecht’ wat de vaste klant had, het privilege ook in de avondspits met korting te mogen reizen gaat verdwijnen. Het wordt te druk in de trein, NS wil minder reizigers.
Ik ben haast geneigd dan als klant ook maar te verdwijnen. Ergens best grappig, NS, een van de grootste bedrijven van Nederland kon niet voorspellen dat het steeds maar drukker zou worden. En voorzien dat er een constant tekort aan materieel zou zijn.

Geachte heer van Boxtel, bedankt dat ik deze prijs, een goed gesprek, wanneer ik tot de prijswinnaars had behoord, heb kunnen ontsporen.

Onderdanen

Lieve bevolking, zoals U van Ons gewend bent, spreken Wij immer een zorgvuldig samengestelde Kerstboodschap tot U allen. Wij weten het, Wij zijn te laat, het was Ons zwaar te moede, de grijsheid der donkere dagen voor het Kerstfeest, de vele dingen die plaats vinden in de buitenwereld laten Ons niet onberoerd. Indiervoege, om met de Ons te vroeg ontvallen heer Bie te spreken, achten Wij het gepast alsnog op dit tijdstip, de derde Kerstdag zo U wilt, in volle vaart afstormend op een jaarwisseling, een poging te doen U een klein hart onder de ceintuur te steken. Een jaarwisseling waarbij Wij Ons hier ter Paleize dat eerder genoemde hart vasthouden, aangaande een zekere angst voor de Cobra door den brievenbus.

Deze rede is geschreven met de bedoeling Ons tot U te richten en dan niemand uitgezonderd, ja ook tot U, heer Schoof die er tenslotte per slot van rekening ook helegaar niks an kan doen. Kleine kanttekening Onzerzijds, wél uitgesloten zijn geminachte Heer Wilders en geminachte Vrouw Faber. Eerstgenoemde, die na zijn overwinning zich tot de grootse partij mocht rekenen, verklaarde meteen ‘dat niemand het land zou worden uitgezet’, dient per ommegaande heen gezonden te worden naar een guur eiland met weinig tot geen vertier. Vrouw Faber echter wordt gemaand zich te melden in de Goelag Archipel alwaar zij uitstekend werk kan verrichten als Obersturm Kampf Commandant.

Mochten er onder U, Onderdanen, individuen bevinden die maar niet kunnen wennen aan Medeonderdanen met ander huidtype, ander geurtje, andere postcode, ander hoofddeksel en daaraan gekoppeld andere kijk op de wereld met wel of geen geloof, tot Diegenen willen Wij zeggen, wen er maar aan. De grenzen die Wij rondom Ons Koninkrijk hebben laten aanleggen bestaan helemaal niet, alleen in de goeie ouwe Bosatlas zult U ze gewaar worden. Eerdaags vliegen Wij met Onze Gemalin voor een kort bezoek naar Argentinië en Wij kunnen U verzekeren, er is vanuit het hemelsblauw geen enkele landsgrens op Onze aarde zichtbaar. Derhalve, zoals de helaas te vroeg heengegane Thé Lau ten gehore bracht: ‘De wereld is van iedereen’.

Eens te meer beseffen Wij hier, terwijl Wij Ons best doen geen voedsel te verspillen en Ons vanavond zullen buigen over de restanten van de Kerstdis, hoeveel leed er is in de wereld. Heus, U weet het ook als U de goede kranten leest en ter nieuwsgaring op de juiste televisiekanalen afstemt, derhalve dienen Wij hier geen opsomming te houden van de vele brandhaarden in deez wereld. Mocht U Ons in het jaar dat voor Ons ligt betrappen op een samenzijn met Heer Netanyahu, weet dan dat Onze krijgsmacht op een mogelijkheid zint hem te overmeesteren teneinde hem te oordelen in het Vredespaleis alhier.

Rest Ons nog U allen, geenszins uitgezonderd, op de twee reeds eerder genoemden na, U op de valreep van het naar haar eind snellend jaar tweeduizendenvierentwintig een behouden eindejaarsavond met de warme chocolademelk met het welbekende Koninklijk vel en hetzij de oliebol, hetzij de appelflap en weldra de klok ten twaalven zal slaan een helder glas appelsap dan wel een goede champagne van een niet nader te noemen merk hiero.

Próóst!

Paris, Texas

Zonder veel hoop scroll ik door naar andere weerapps, in de hoop daar optimistischer voorspellingen te vinden. Het nadeel van buiten het centrum wonen is dat je om uit te gaan steeds naar datzelfde centrum moet zien te komen. Nu doe ik sowieso alles binnen de stad op de fiets maar om nu in de bios te zitten met een natgeregende broek is niet erg aanlokkelijk. ‘Dan ga je toch met de bus, of met de trein?’ stelt Eega voor en ze wil me zelfs wel brengen. Lief, ook al ziet ze het niet zitten me nog op te halen, ‘s avonds laat. Niets is erger dan een half uur op dat tochtige perron op een trein te moeten wachten dus; op de fiets.

Het Goretex jack en regenbroek doen het perfect, wel stroomt regenwater gestaag mijn schoenen binnen wanneer ik me met harde wind tegen naar de stad worstel. Onder de luifel, tussen de terrasstoeltjes stroop ik de broek af, ook met de tot de heup openritsbare broekspijpen een heel gedoe, niet betaald ‘uitgaansgevoel ‘bevorderend’. Aan de bar zit al een jonge vrouw, ik wil niet pal naast haar gaan zitten dus ik neem plaats op de kruk aan het eind. Koffie! Ik app Harry; ‘aan de bar!’ De snibbige serveerster droogt het zink van de toog, maait bijna mijn koffie en telefoon eraf met de opwerking dat ik aan het werkgedeelte zit. Een minuut later schuift Harry aan en we spreken over de film die wij gaan zien. Recensies gelezen, Halina Rein die ochtend in de krantbijlage, Oscar nominaties, spraakmakend, Nicole Kidman. De snibbige roept dat er twee consumpties aan de bar nog open staan, jaja! Babygirl is kennelijk een erotische thriller, wat gaan we allemaal voorgeschoteld krijgen. Vreemd wel, die middag nog zag ik bij ticketservice dat alleen onze twee stoelen bezet waren, alles was nog groen.

De deur van Zaal Twee is dicht, over twee minuten begint onze film, we gluren naar binnen, de zaal zit vol en er draait een film. Zijn we te laat? Ik check het screenshot dat ik maakte. Nee, film, zaal, tijd, alles klopt. De leuke vent bij de kassa kijkt beter dan wij en leest de datum, het is weer eens zover, ik ben een week te vroeg. Voor de zoveelste keer, een week, of een dag, te vroeg of te laat. Moet ik hulp gaan zoeken? Wat nu, dan maar aan de bar en zuipen? De leuke kassavent weet een oplossing, Paris, Texas begint over twintig minuten, hij ruilt even de tickets om en willen wij, Dordtpas-houders, een gratis drankje en popcorn? Drankje, zeggen wij geen nee tegen, alleen hoe kom ik bij mijn Dordtpas. Gelukkig, gezichtsherkenning werkt ook bij deze app.

Ry Cooder die de uit duizend herkenbare soundtrack speelde is ook alweer zevenenzeventig. Het iconische beeld van Travis, dolend door de Texaanse woestijn met de fantastische zandsteenformaties, met die heerlijke slide guitar sound, is mij altijd bij gebleven. Ik fluister naar Harry, ‘Daar zou ik graag eens willen klimmen’. Tevens bezat ik de elpee ‘Chicken skin music’ en dat is wat ik ook nu bijna krijg bij die allereerste beelden, kippenvel. De film uit 1984 is ‘remastered’ naar een digitale versie met een enorme resolutie dat de beelden, de trage shots van voorbijglijdende landschappen en stilstaande shots nog mooier maakt. Ik was een beetje bang dat zo’n oude film te langzaam zou zijn voor mij, meer iets om thuis op de bank te zien met een boek op schoot. Het verveelt geen moment en veel scenes heb ik kennelijk deleted, komen onbekend voor.

Bij het gratis drankje in de leeggelopen bar delen Harry en ik onze gevoelens, deze film, veertig later revisited, het was de moeite waard. Met wind mee zeil ik door de stikdonkere nacht terug naar huis, niemand in de stad, ik kom geen mens meer tegen, mijn hoofd is gevuld met prachtige kleuren en klanken in plaats van de magere blote billen van Nicole Kidman. En; de regen is gestopt, het is droog.