Ambivalent

Precies, dat woord zocht ik. Toen ik terugfietste uit de stad waar de gekte al in volle hevigheid was losgebarsten en ik nog hele volksstammen gehuld in oranje kleding die het midden hield tussen carnaval en de hel tegenkwam op weg erheen. Naar het nationale volksfeest dat Koningsdag heet en verworden is tot een grote landelijke rommelmarkt. Ik had mij naar het centrum gehaast, niet naar de aubade, oh nee, dat nooit, maar om ze weer eens te zien, Jubal. Het showkorps met het trompetgeschal en de trommels met hun kippenvel veroorzakende onnavolgbare ritmes en de meisjes voorop met hun zwaaiende vlaggen die in de nauwe straten in de oude stad voor haast Fellini-achtige sfeerbeelden oproepen. Helaas, zo vertelde een oranje mevrouw me dat Jubal niet meer bestaat. Wat ik zag was een flauwe afspiegeling, Jong-Jubal. Een groepje jonge kinderen die hun best deden.

Mijn preciesgoed verschoten oranje broek die raadselachtig verdwenen is, zou ik toch niet aangedaan hebben, net zomin als de oranje polo. Even had ik nog getwijfeld of ik het geinige rood-wit-blauwe speldje op de pet zou prikken, maar ik kon het niet. Was ik al nooit iemand die de vlag zou hijsen aan zijn pand of op zijn perceel grond, die dat nou net weer te ver vond gaan. Koningsgezind, vaderlandsliefde, dat soort woorden, daar heb ik moeite mee. Moet ik mij nu conformeren aan het volk, de onderdanen, door mee te gaan in de voorgeschreven oranjedracht en onbedoeld mijn steun uit te dragen aan deze koning. Was het tot voor kort een vorm van verbroedering, ik kan het niet nu. Niet na het bezoek en de veelbesproken logeerpartij.

Het heeft nogal stof doen oplaaien, discussie alom. De meerderheid van het volk van Nederland was tegen, maar de door ons gekozenen veranderen, zodra ze een zetel bemachtigd hebben in een soort lakeien van het Oranje instituut. Ze moesten gaan, zo goed om de banden met dat land aan te houden. De timing was wat ongunstig, kort ervoor had hij gedreigd een hele beschaving te laten sterven. Moet ik het hier nog opnoemen, de Straat van Hormuz, IJsland, Cuba, Venezuela, Israël, Libanon, de riviera van Gaza. Hoeveel doden heeft hij al op zijn geweten. Onze koning en onze koningin hadden een goed gesprek, het was een gezellige avond geweest met de president.

Zijn we het al vergeten, de oproep om het Capitool te bestormen. Hoeveel Amerikanen die op hem gestemd zijn inmiddels ontslagen door zijn beleid. Hoeveel doden heeft het gekost toen hij hardnekkig Corona bleef ontkennen, adviseerde om bleekmiddel te injecteren. Een president die adviseert om vrouwen bij hun vagina te pakken. Die duizenden pagina’s in dossiers laat zwart lakken. Die het zorgstelsel om zeep helpt zodat miljoenen Amerikanen in armoe belanden en alles in het werk stelt om het klimaat nog verder te verpesten. Onze koning en onze koningin hadden een goed gesprek en hebben kennelijk een kort geheugen en geen geweten.

Dit jaar is de eer van het koekhappen aan Dokkum gegund, een welopgevoede Nederlander kan niet aan Dokkum denken zonder Bonifatius. Die vermoord is omdat hij de Friezen wilde bekeren. Nu gaan mijn ambivalente gevoelens niet zo ver dat ik hoop dat. De tweede aanslag gisteren op de president mislukte wederom. Bij het schrijven van dit stukje loopt buiten niemand langs die niet in oranje is geüniformeerd. Ik blijf binnen.

Plaats een reactie