Peter

Vervuld van sombere gedachten hoe het verder moet met al die versneld smeltende gletsjers, liep ik nietsziend verder op de automatische piloot, de ene voet voor de andere zettend, hardnekkig vasthoudend aan het quotum van 10.000 stappen per dag, ook al weet ik dat dat getal inmiddels naar beneden gesteld kan worden, richting het gezellige buurtwinkelcentrum, waar ik onbewust in de verte in mijn brein al de zeurende Kerstmuzak meende te horen;
‘It’s beginning to look like Christmas, every here you go’
totdat ik opeens wakker werd geschut door; ‘Nou moet ik het toch eens even vragen’.

Een tegemoetkomende man op fiets, door mij in het geheel niet opgemerkt, remde schielijk af en sprak tot mij voorgaande woorden. Ik wrikte mijn gelaatsuitdrukking ietwat op en keek op mijn beurt hem vragend aan. Of ik uit X, kwam? (mijn woonplaats, die waar ik enige tijd geleden geboren ben en een aantal jaar voor het grote uitvliegen noodgedwongen doorbracht) In een split second besloot ik het niet te ontkennen, het was tenslotte waar. Inwendig was mijn gezicht verbijsterd, van buiten vrijwel onveranderd, als je het mij vraagt, maar hoe kon dit. Ik, die al op mijn negentiende daar vertrok, akkoord, ik kwam er nog een aantal jaar regelmatig terug. Hoe kon mijn facie na al de jaren nog herkenbaar zijn, was ik dan niet oud en versleten, was al dat leed van de wereld, al mijn lijden op de flanken van het hooggebergte niet zichtbaar, was ik dan niet getekend, gekweld door alle twijfels en onzekerheden die het leven van een manspersoon als ik tot een ware hel konden maken.

De man die schrijlings op zijn fiets bleef balanceren vertelde, afkomstig uit diezelfde woonplaats; al zo vaak mij gezien en altijd gedacht, dat gezicht, dat kende hij. Ook bij nadere bestudering van ’s mans hoofd en na enig nadenken toen hij zijn naam noemde; Peter S. ging er bij mij geen enkel lichtje branden. Peter was precies even oud als ik, ook in dezelfde maand jarig, slechts een paar dagen eerder. Wel was Peter precies tien later in onze huidige woonplaats woonachtig geraakt. Tevens was de vrouw van Peter afkomstig uit diezelfde stad, net als die vrouw van mij, echter de zijne was drie jaar geleden overleden. Peters stem beefde even bij dat laatste, maar vermande zich snel en kondigde aan verder te gaan, naar de binnenstad, ‘of de Kerstmarkt nog wat zou zijn dit jaar’. Ik prevelde uit respect iets van drie jaar en dat dat nog best recent was en informeerde of hij nog familie had in die leuke provincie en of hij ernaar terug wilde. Hij had er nog een jeugdvriend, misschien kende ik die wel? Jan de J.

Op de weg naar huis herhaalde ik voortdurend zijn naam om dit vreemde verhaal te delen met Eega en te onderzoeken of Peter online vindbaar was, teneinde meer licht geworpen te krijgen op deze zaak, maar het kostte moeite zijn naam te onthouden in het te doorkruisen gezellige buurtwinkelcentrum waar dit Kerstlied onder de luifels galmde, net niet te hard, maar wel zodanig niet te vermijden dat de achternaam van Peter S. verdrongen werd door;
‘ I’m driving home for christmas
Oh, I cant wait to see those faces
I’m driving home for christmas, yea

Well I’m moving down that line
And its been so long


Plaats een reactie