Als

Als. En dat het raar kan lopen in het leven en je nooit moet denken als… (als*)

Toen ik mijn vorige huis kocht, een oude romantische dijkwoning met veel grond erachter, werd er een paar dagen later aangebeld. Ik woonde er schuin tegenover, benedendijks. Een grote man in een blauwe stofjas stond voor de deur, boven op de dijk zijn grijze Mercedes, stationair draaiend. Hij kwam even betalen zei hij, voor het water en of het toch wel goed was dat hij het kon blijven gebruiken. Stom verbaasd keek ik hem aan. Hij bleek mijn buurman te worden, een vleeshandelaar en de stallen en weilanden naast die van mij waren van hem en water en elektriciteit kwam via mijn schuur naar hem. Hij opende een dikke portemonnee, gevuld met rijen bankbiljetten en begon omstandig geld uit te tellen. Het was teveel zei hij erbij, maar vooruit. Later die week, het nieuwtje dat ik daar ging wonen ging als een lopend vuurtje door het buurtschapje, daar op de uiterste grens van de stad, wilde iemand kippen houden in mijn tuin. Nou nee, die had ik zelf al. Een schaapherder vroeg of zijn schapen in mijn schuur konden. Alle geld was welkom in die tijd dus, vooruit. Twee jaar lang ’s winters twintig schapen en in het voorjaar 40 lammetjes erbij in de schuur. En op het achterste stuk grond kweekte hij aardappels. Met zijn tractor en met stro hoog opgeladen kar reed hij door de tuin, alles kapotrijdend. Dat was ik gauw beu en ik zegde hem de huur op. Voor het stuk grond achterin vond ik een nieuwe huurder, de andere buurman, een hoefsmid die er zijn fraaie Friese paarden liet grazen. Na een paar jaar betaalde Hoefman de huur steeds maar niet, ook niet na herhaaldelijk aandringen. Een buurman van iets verderop had ook interesse, ook hij had Friese paarden. Eens zag ik hem vertrekken, richting de stad, verkleed als Ben Hur, op een gouden Romeinse strijdwagen op twee wielen met een vierspan zwarte paarden ervoor. Ik zegde Hoefman de huur op die vervolgens erg boos was en dat altijd zou blijven.

In de jaren die volgden kwam Vleesman steeds langs en bood duizend gulden voor het achterste stuk weiland. Hoeveel vierkante meter het was wilde hij weten, ik zei altijd dat het duizend vierkante meter was, dat er geen haar op mijn hoofd was die wilde verkopen en dat hij véél te weinig bood. En aan hem wilde ik het zeker niet verhuren, temeer omdat hij steeds aan mijn bomen en struiken op onze grens liet snoeien. Meisjes zijn gek op paarden en die willen ze ‘verzorgen’. Er liepen dus nu altijd meisjes voor de paarden van Ben Hur dwars door de hele tuin op weg naar het weiland, er was geen andere ingang. Ook kwamen er vriendinnetjes mee. En de opa’s en oma’s, op den duur banjerden er hele volksstammen door de tuin. Die tuin die inmiddels was veranderd van een kale moestuinvlakte in een groene oase met veel privacy die ik als nodig had als zonaanbidder. Vleesman stond weer voor de deur en nu bood hij meer geld. Dat zette me aan het denken, hoewel je grond nóóit moet verkopen. ‘Als je je buurman kunt kopen moet je dat altijd doen’, zo luidt een oud-Joods gezegde. Of ben ik nu discriminerend, antisemitisch, grensoverschrijdend bezig. En toch nog maar zo’n oud-Joods gezegde, aan iemand die een bedrijf begint en personeel zoekt: ‘Ik wens je véél personeel’. (personeel = ellende)

We werden het eens over 26000 gulden en dat was veel geld voor een stukje weiland á 0,37 per vierkante meter in die tijd. Maar Vleesman hoopte natuurlijk dat het ooit bouwgrond zou worden. Ik zegde Ben Hur de huur op en ook hij werd erg boos maar niet heel lang. Wel parkeerde hij steeds zijn paardentrailer pal voor mijn uitrit, die ik dan met veel moeite de berm induwde zodanig dat hij net niet van de dijk gleed. Overigens, Vleesman en Ben Hur hadden ook ruzie, dat ging van lek gestoken banden van aanhangers tot aan bedreigingen met hooivorken. Er was altijd wat te beleven op de dijk. Altijd moest ik mijn perceel grond bewaken, aan beide zijden wilden buurmannen graag stiekem de paaltjes verzetten om hun eigendommen uit te breiden. En ook om ongewenste indringers buiten te houden, het is gebeurd dat er koeien door de sloot heen de tuin in kwamen en stonden te grazen in mijn boerenkoolvelden.

Voordat ik bij de notaris binnen ging, stapte ik eerst in de grijze Mercedes die voor de deur van het kantoor stond. Het rook er naar schaap, ik wist dat hij soms in de kofferbak een schaap vervoerde. Daar telde Vleesman uit de dikke portemonnee de biljetten één voor één uit tot een stapel honderdjes. Tienduizend euro contant, zo was afgesproken, dat scheelde hem in de notaris kosten. Maar wel vooraf, had ik geëist. Toen het kadaster naderhand constateerde dat het hier handelde om slechts zevenhonderd vierkante meters was Vleesman nogal boos. Enige tijd later brandde op een nacht zijn schuur tot de grond toe af. Ik probeerde mijn schuur, een aantal meters verderop, wachtend op de brandweer die ik had gebeld, slechts gekleed in mijn onderbroekje nat te houden, in de hoop dat de brand niet zou overslaan. Er bleek een wietkwekerij in gezeten te hebben. De hele boel werd verkocht en de nieuwe buren, twee zwagers, Vors en Bors bouwden er een mooie nieuwe stal.

Na dertig jaar tuinieren, zonnebaden, feesten, fikkiestoken en snoeien en grasmaaien was ik vooral die laatste twee beu en ik verkocht het spul. Bovendien had Hoefman plaats gemaakt voor Hondenvrouw. Hetgeen begon met één hond dijde uit tot twaalf honden die allemaal blaften, jonkies kregen die ook snel leerden blaffen. Doordat Hondenvrouw en Vors en Borsmannen hun percelen grond ophoogden was ik na elke regenperiode genoodzaakt  bepaalde delen van de tuin met een slang van zestig meter naar de sloot droog te pompen. Een jaar eerder had een jonge vrouw de Vors en Bosmannen stal en weilanden gekocht voor een hoog bedrag, er werd gefluisterd zelfs honderdduizend euro. Zij hield er varkens, kippen en paarden in alle soorten en maten. Al die jaren fietste ik er langs, zag met lede ogen mijn oude huisje steeds verder verwaarlozen. Van mijn groene oase waren alleen de randen nog groen, midden in de tuin was een immens huis verrezen, omringd door een groot en saai grasveld. Zij hadden het wel voor elkaar gekregen, het bestemmingsplan bleek gewijzigd en zij mochten bouwen in de tuin. Dat, wat ook ik meerdere malen had geprobeerd en liet onderzoeken en toen onmogelijk was. Totdat opeens de leuke varkentjes, kippen en paarden verdwenen waren in de wei van Paardenvrouw, het stond leeg. Funda bood uitkomst, het was wederom verkocht, nu als bouwgrond voor een bedrag op één euro na van één miljoen. Als……

Als*  Iemand uit mijn naaste omgeving, de persoon wenst anoniem te blijven gebruikte het ‘als’ woord. Een aandringende verzekeringsverkoper mocht langskomen voor een brandverzekering mits hij niet het woord ‘als’ gebruikte. Die avond duurde het gesprek kort, de goede man begon met deze zin;

‘Een goede brandverzekering is belangrijk, als uw huis uitbr…..’
‘Eruit!’
Einde bezoek.

2 gedachten over “Als”

Geef een reactie op rienktoonder Reactie annuleren