Alle berichten door dentoonder

Reijn

Zelden deed een nieuwe film zoveel stof opwaaien als deze, althans zeker binnen in onze landgrenzen. Dat de Nederlandse Halina van Reijn daar debet aan is, dat zal duidelijk zijn, maar ook wereldwijd is er ruim aandacht aan besteed. En uiteraard mede door de hoofdrolspeelster, een van de beroemdste filmsterren ter wereld, Nicole Kidman, die bijdraagt aan deze kaskraker, want dat wordt het. En ook voor Harry en mij gold, toen wij naar de zoveelste film gingen in onze geliefde bios De Witt en de leader van ‘Babygirl’ voorbij kwam was het duidelijk; díe moeten we zien. Toch duurde het nog lang voordat de première er was, ondertussen stonden de kranten vol met commentaren en was Halina – ik mag Halina – zeggen, niet van de buis te slaan.

Vooraf bij het drankje aan de bar in de bios, keken Harry en ik elkaar aan: ‘Waar gaan we nu weer heen, een erotische thriller, echt?’ Zo werd in de commentaren de film inmiddels genoemd. En na afloop toen we de trap afliepen waren we stil, tot ik vroeg, ‘Harry, wat denk jij, hoeveel sterren?’ Bij het drankje nadien, erotisch konden wij hem niet echt niet noemen, een triller al helemaal niet. Tuurlijk, het is spannend hoe het afloopt en erotisch, ach, tja het gaat over seks. Of eigenlijk is het hoofdthema het orgasme, hoe dat te krijgen. Kost wat kost wil Romy (Nicole) perse nu wel eens een orgasme ervaren. En ze blijkt een dirty mind te hebben. Zij, een machtige CEO van een immens distributiebedrijf, wil juist gedomineerd worden. Maar, who the hell heeft dat niet, bij momenten, a dirty mind. ‘A dirty mind is a joy forever’.

In een van de talkshows op tv waar de film ter sprake kwam, bleken de aanwezige vrouwen allemaal buitengewoon enthousiast. O nee dacht ik, is het weer zo’n uitgesproken vrouwending, dat wij mannen niet begrijpen. Zoals de zalen vroeger bij Rob de Nijs gevuld waren met uitsluitend vrouwen, op een enkele man na, die mee moest van zijn vrouw onder het motto, ‘doe dat nou voor mij.’ En zoals de film ‘The Substance’, die door vrouwen zeer hoog gewaardeerd wordt. Wij mannen vonden dat een belachelijke film, totaal over de top en het zogenaamde horror aspect dat in de film zou zitten, op zijn hoogst komisch. Beide films worden kennelijk ook als feministisch betiteld. Terwijl, Harry en ik onszelf toch echt als geëmancipeerd betitelen, vrouwvriendelijke ‘Stieren’ als we zijn, om de sterrenbeelden in dit verband er eens bij te halen, kennelijk kunnen wij dat eenvoudigweg niet snappen. En inderdaad, ik telde, behalve ons twee, nog ergens twee mannen, in gezelschap van een vrouw. Voor de rest was de zaal gevuld met vrouwen.
Er heerste anders dan anders, een soort opwinding in de zaal, lag het aan mij dat ik dat dacht te voelen, of doordat er zoveel vriendinnen druk met elkaar kletsten. En ook toen de film eindigde en de zaallichten langzaam oplichtten klonk er gelach en geroep. Is het dan toch waar; mannen komen van Mars en vrouwen van Venus.

Toch blij dat ik hem gezien heb, wellicht een ietwat controversieel onderwerp, maar zeer decent alles in beeld gebracht. Eén keer Romy’s blote magere en duidelijke verouderde lijfje van achter in beeld. Verder een zéér goed verhaal, prachtige setting, mooie beelden, alles goed gestyled, soms kijk ik haast meer naar dat soort bijzaken waardoor ik bijna vergeet het verhaal te volgen. Bijvoorbeeld de even voor verwarring zorgende, bijna grafische beelden van de robotwagentjes, de orderpickers in de giga distributiehal.  En dat alles bedacht, geschreven en geregisseerd door onze Halina. Heel veel respect voor haar, zij, altijd al een spraakmakende en aandachttrekkende actrice, toen met haar goede vriendin Carice van Houten, ze was al jaren niet meer vrijwel wekelijks in de Nederlandse media te zien, ze is nu terug en hoe.

And the Oscar goes too….
Die zal wel naar Nicole Kidman gaan, maar van mij mag hij naar… Juist!

SynDroom

Tja, als niks meer helpt, de voorgeschreven oefeningen, de goedbedoelende fysio, de huisarts die het ook niet echt weet en dan nog meer zware pijnstiller voorschrijft. Ik heb wel eens een verhaaltje geschreven met de titel; ’Occasion’, waarin het gaat over het lichaam van een niet nader te benoemen persoon dat van alles mankeert en dat lichaam daar besproken wordt als ware het een auto. Tweede- of derdehands wel te verstaan, nog in goede staat, veel kilometers op de teller, wat gebruiksschade hier en daar, maar ‘kan nog wel even mee’. Niet altijd binnen gestaan overigens. Tja, inmiddels weer wat ouder en wat klachten rijker.

Trouwe lezers kennen misschien ook de schrijfsels over Tai-Chi, Yoga op het strand en onlangs over Zen. Past in dit rijtje mogelijk ook acupunctuur, welnu in opperste wanhoop, mijn hoop in bange dagen, het laatste redmiddel, dát moest het worden. Ik had al de ellende moeten doorstaan van: ‘Krijg niks onder de leden in december’. Extra drukte, huisarts op vakantie, druk bij de fysio – al zijn klanten willen nog gebruik maken van ‘nog te goede behandelingen’ zo aan het eind van jaar. En dan ook de dreigende staking van de apotheken. Nu hangt over acupunctuur eveneens een zekere zweem van zweverigheid, net als bij die andere voornoemde praktijken. Om niet in de klauwen te vallen van een kwakzalver die er lukraak hier en daar wat naalden inkwakt met in de andere hand het ‘Handboek voor doe het zelvers’ of een of andere ouwe Chinees met nog drie tanden in zijn duister vergeelde behandelkamertje, zocht ik net zo lang tot ik iemand vond die vertrouwen inboezemde. Weliswaar diende ik een ingewikkelde route te volgen om haar te vinden, ergens in een groot gebouw met veel kamers en veel verdiepingen.

Intake. Jo – ik mag Jo zeggen – stelde me de gekste vragen, of ik het warm had, of koud, of ik moe was; dacht ze aan mijn tong te zien, en zelfs over de stoelgang. Toen mocht ik me uitkleden en op een warm ligbed plaatsnemen en werd deze occasion toegedekt met een zacht en warm kleed. Ze sjorde de onderbroek wat omlaag en masseerde de rug, na een tijdje ging het kleed er weer overheen en nu trok ze de ene pijp van de boxer omhoog. Want daarvoor was ik hier, het ‘piriformis syndroom’, de pijn diep van binnen in de bil. Het ging gebeuren, de naalden werden gezet, inderdaad nauwelijks voelbaar. De stekende uitstraling in het been werd ook gemasseerd, dat was goed voelbaar en ook hier werden naalden geplaatst. Met een onzichtbaar apparaat werden de naalden, het been en de machtige bilpartij verwarmd waardoor ik het weldadig warm kreeg. Jo liet me verder met rust.

Heel zacht klonk muziek die mij sterk aan Nepal deed denken. Beelden van de lange trektocht door Solo Khumbu in de richting van Mount Everest Basecamp doemden op. Hoe gelukkig ik mij die weken voelde, het was een van de absolute hoogtepunten in mijn leven. Alleen maar genieten, alleen maar lopen, drie weken lang en kijken. Geen zorgen, geen verantwoording, alles werd geregeld door de Sirdar en de Sherpa’s, de bagage droegen de veertien dragers en eenmaal boven de vierduizend meter ook enkele yaks. We konden de inspannende zware tocht met gemak aan, in topconditie en; geen pijn! Heel anders dan nu al een maand lang. Ik zonk weg in een roes van gelukzaligheid, een rust die misschien dus Zen was, het leek of ik droomde. Ook dwaalden mijn gedachten over mijn geliefde stranden, waar ik alleen was, met de enorme zandvlaktes, de zee die kalmpjes ruiste, de zandbanken, de lage duintjes en de poeltjes en de zon en de wind die zachtjes mijn blote lijf streelde.

Tot slot zette Jo nog een hele serie haast onzichtbare naaldjes in mijn oor, die moesten blijven zitten en zouden de pijn onderdrukken. Thuisgekomen riep ik Eega toe:
‘Ik ben herbóren!’

Saab

Toen rond de jaarwisseling de prijswinnaars van de diverse loterijen in diverse onbekende plaatsnamen werden geïnterviewd wisten sommigen niet iets anders te stamelen als: nu een nieuwe auto of een keuken te gaan kopen. Meer dan drie miljoen, stuk voor stuk verbijsterd en één winnaar kwam niet verder dan een nieuwe voordeur. Onvermijdelijk begin je zelf ook koortsachtig na te denken, jouw postcode valt in de prijzen, ze bellen zo aan. Die loterij waaraan je verplicht wel deel móet nemen, stel je doet niet mee en jouw straat wint, iedereen om je heen miljonair en jij niet, dan kun je niet anders dan zelfmoord plegen, op zijn minst verhuizen.

Eega weet het niet, kan ook niks bedenken, sterker nog, ze wil er niets eens over nadenken. Zelf som je een heel lijstje op, betere isolatie, die cv nu eens laten verbeteren, doe dan toch ook maar een mooie voordeur, de kinderen delen ook mee en natuurlijk de helft ofzo naar een echt goed doel. En even verder dromen, dan eindelijk een echt mooie auto, de oerdegelijke doorsnee gezinswagen die je nu bestuurt is niet je grootste wens. Wat moet het dan worden? Zeker niet zo’n lelijke elektrische bak, die vierkante rijdende blokkendozen waar onder die enorme motorkap de batterijen hoog opgestapeld liggen. Wat te denken van de Saab, eentje uit de jaren negentig, die met de rechtopstaande voorruit. Maar dan wel de cabrio, niet dat er maar één haar op mijn hoofd zou denken die te rijden met de kap omlaag – vreselijk machogedoe – maar gewoon voor de mooi. Metallic groen / zwart en met licht crèmekleurige ‘linnen’ kap, de Saab 900 uit 1990, goed gereviseerd uiteraard.

Of toch maar een busje, onopvallend, wit, ook niet nieuw, van een koerier geweest, gebutst en bekrast. En die dan van binnen laten inrichten als camper en dat het dan van buiten niet zichtbaar is, geen extra ramen er in. Wat ook leuk is en ook weer oud, een landrover, een zandkleurige. Moet ook gebruikssporen hebben, ‘it ’s been around’, maar wel zachter geveerd, opgevoerd, betere verwarming, kortom minder spartaans. Het mag wat kosten, maar ja, geld zat. Oh, ja, die andere droom. Toch maar wel, even de vliegschaamte over boord. Nu eindelijk naar dat ene eiland, een atol, (bijna) onbewoond, in de Stille Zuidzee, met dat witte zand en het lichtblauwe water. Buiten het orkaanseizoen uiteraard. En svp zonder zandvlooien, ratten en varanen.

Nog een beter idee, doe toch maar een Citroën DS, het beroemde strijkijzer. Eentje uit pakweg 1975, het jaar dat de productie stopte. Lichtblauw met wit dak. Maar dan helemaal getuned, dat je nooit met pech komt te staan. Een van de mooiste auto’s ooit, met een vering ongeëvenaard, hydropneumatisch. Hoe die met de smallere achterwielbasis door de bochten zeilt. Dat éénspakige stuur, die bolle zachte stoelen. Wat je ook laat inbouwen; afstandsbediening, dat hij wanneer je aan komt lopen, zich vanzelf omhoog hijst om instappen te vergemakkelijken. En natuurlijk andersom, eenmaal geparkeerd, na het uitstappen zakt hij zo mooi dramatisch naar de laagste stand, alsof het strijkijzer even gaat uitrusten. Heb je het al over de in de bocht meedraaiende koplampen gehad? En als we dan toch bezig zijn, jouw DS doet aan gezichtsherkenning, geen sleutel meer nodig.

Ook leuk voor erbij, een Renaultje Vier, dat retro bakkie uit 1984, rood. Om het kratje bier te halen, hoeft het niet meer op de bagagedrager.

Nu nog op zoek naar dat echte goede doel. Zonder directeur met een salaris rond de Balkenende norm.

Yolo

Zo aan het eind van het jaar kun je de neiging hebben terug te kijken, wat was dit nou weer voor jaar. Wás het wat? Hebben we nog wat beleefd of was jouw hoogtepunt dat moment van het piepje van een van je witgoedapparaten ten teken dat je in actie kon komen om hetzij de betreffende machine leeg te halen danwel te vertrekken, naar de stad, de natuur of een zondige bestemming. Het gevaar, wanneer je de leeftijd hebt bereikt die vroeger respectabel werd genoemd bestaat nu eenmaal uit het feit dat niets meer hoeft. Het moment dat je naar bed gaat of juist de benen al of niet kreunend er weer uitzwaait steeds vroeger cq later wordt.

Of je nu wilt of niet, je behoort tot een soort bevolkingsgroep, die nog immer groeit en waaruit een groot deel van de inwoners van dit gave land zal bestaan. Het valt niet te ontkennen, je wordt erop aangekeken, je bent een pensionado temidden van die GGG, grote grijze golf, gedeeltelijk berollatort of anderszins slecht ter been, niks meer losjes in de heupen. Nog slechts interessant voor een enkele eenzame pensionada, herkenbaar net als jij aan je boomerflap. Kijk, Vutter ben je nooit geweest, toch net weer te jong voor, weliswaar vele jaren aan betaald. In deze tijd van vliegende inflatie, gestaag meestijgende loongolven blijft toch jouw uitkerienkie lelijk achter, je bestedingspatroon keldert achteruit, temeer ook daar dat verrekte pensioenfonds weigert gewoon eens uit te betalen, ja 1,03 % bruto op jaarbasis omhoog. Om nog maar te zwijgen over die boeven van Aegon, van jouw duurbetaalde loonspaarregeling, omgezet in een lijfrente, die nevernooit meer uitbetalen, hoe weinig er ook van over was na die slechte beleggingsjaren en eraan verbonden kosten. Terwijl het leven juist zoveel duurder is voor een gemiddeldeleefijdgenoot, al die dagen van niet meer werken moeten toch opgevuld worden, etentje hier, museumpje daar en filmpje elders. Daar wordt dus volledig aan voorbij gegaan.

Het kost ook steeds meer moeite om alles bij te houden in deze digitaliserende wereld. En je zult wel moeten  wil je überhaupt  nog kunnen betalen, parkeren, je ellenlange patiëntendossier inzien en ga zo maar door. Om nog te zwijgen van de veranderende wijze van communiceren, als zelfs je kleine kleinkinderen al gaan chillen en dingen cool vinden. Je hebt ze nog niet kunnen betrappen op LOL, OMW ASAP B2W FWB NBD NTS TBT of XOXO. Het is dat ze nog niet de doekoe heben om zo’n device aan te schaffen, laat dat svp nog even duren ook zeg, WTF en OMG! Je kunt niet omheen, je ergert je kapot aan die zwakzinnige idiote malloten van het kabinet Schoof, jij, oude zeiksnor, jij bent nog één van de ouwerwetse linksen, zij die het beste met de wereld voor hebben, tevens strijder tegen vuurwerk. Het is weer tijd voor de traditionele jaarlijkse traditie, de discussie over vuurwerk. Resultaat van oudejaarsnacht: meerdere doden, duizenden gewonden, vierduizend keer rukte de brandweer uit en tweehonderdzeventig auto’s branden uit, maar ja het is traditie.

Goed voornemen; om een spreuk van Loesje te bezigen: ‘ Ik ben gestopt met mopperen en ik ben een stuk gelukkiger geworden.’ Nog maar één die je ook aan diverse medici meedeelde; Geluk is, wanneer je je realiseert, je hebt geen pijn.’ En dan dit, een bucketlist heb je niet; gewist. * You Only Live Once.
Je hoeft geen onbereikbare doelen na te streven en ook niet achterom te kijken, zo van:
‘Wás het wat, dat afgelopen jaar…’.
Geen last van FOMO – Fear Of Missing Out

in gesprek met (2)

En wederom kwam deze reiziger in aanmerking tot de mogelijkheid van het winnen van een prijs, als dank voor deelname aan het NS panel. Ook nu koos hij voor een gesprek met de president-directeur, de vorige keer was dat met Rogier van Boxtel, nu in de persoon van Wouter Koolmees.
( zie voor het verslag van het gesprek met Rogier hieronder) Veel van de bezwaren en kritiek die hij toen geuit zou hebben staan nog recht overeind, om er nog een aantal andere of nieuwere te noemen zou hem geen enkele moeite kosten.

Wouter, zou hij zeggen, ik heb er alle vertrouwen in dat jij met de beste bedoelingen NS weer op het rechte spoor wilt krijgen, maar toch, heb je even. Voorafgaand zou hij hem al het verslag van Rogier hebben doen toekomen, dan kunnen zij dat alvast overslaan. En iets te lezen voor Wouters thuisreis, in de trein of toch de limo-met-chauffeur?, appt hij hem even de link naar zijn verhaal ‘Treinspotten’, dat weliswaar gaat over een selectie medeforensen, maar toch ook voortdurend hamert op de vele ‘verbazingen’, hij wil het nu geen ergernissen noemen, van de doorsnee reiziger.

Ervanuit gaande dat Wouter inmiddels op de hoogte is van wat het gesprek met Rogier geweest zou kunnen zijn komt hij op de genoemde punten niet terug, niet dat ze opgelost zijn, zeker niet! Bijvoorbeeld het punt van de te lang gemaakte wachttijden op sommige stations, (om zijn inziens vertragingen te kunnen inlopen, en aldus de ‘accuraatheid’ te verhogen) zodat de reistijd onnodig wordt opgerekt. Daaraan gekoppeld het raadsel waarom de trein van een overstap op een ander perron zo vreselijk ver verwijderd van de tunnel onder het spoor door staat opgesteld, dat overstappen zonder sprinten onmogelijk is. Maar goed beste Wouter zou hij zeggen, hij laat zich toch weer verleiden tot. Eigenlijk moest hij beginnen met het droge feit dat treinreizen eigenlijk te duur is geworden. Waarom moet een openbare nutsvoorziening, noodzakelijk in een vol land als Nederland, winstgevend of ten minste kostendekkend zijn. Terwijl het ook nog eens goed is voor het milieu en denk eens aan de kosten van eindeloos nieuwe wegen blijven aanleggen. Nu worden mensen toch de auto in gejaagd. Zeker met twee personen is het domweg goedkoper de auto te pakken.

Hij zou president-directeur complimenteren met zijn plan véél meer treinen frequenter te laten rijden, aanbod; dat werkt. En hij zou hem het simpele voorbeeld uitleggen dat NS het boemeltje Dordrecht – Geldermalsen – Culemborg op ging heffen, te weinig reizigers, onrendabel. Tot Arriva het overnam, vier leuke treintjes per uur. En kijk nu eens , tienduizenden reizigers per dag. En helaas moet hij toch terugkomen op het punt in het gesprek met zijn voorganger. De teloorgang van de korting, pas na negen uur, dat is te verdedigen, maar tot vier ’s middags, zo klantonvriendelijk, dat werkt niet. En ja Wouter, hij zou je op je horloge zien kijken, dat zal toch vast niet voor jou gelden, heb je nog heel even? Hij zou je graag over het debacle van de Fyra willen vertellen en zijn ervaringen daarmee, maar dat kunnen je straks lezen in ‘Treinspotten’.

Tot besluit zou hij hem dan nog willen meegeven, toen Wouter nog minister was van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, over het drama in Zeeland. Mogelijk was hij daar zelfs nauw bij betrokken. Toen de komst van de marinierskazerne in Vlissingen niet doorging werden er enkele goedmakertjes verzonnen. Zo ging er nu elk heel uur een directe treinverbinding, een intercity komen van Vlissingen naar Roosendaal, in plaats van twee keer per uur een stoptrein (sneltrein in NS jargon) Kijk, dat noemt hij dan geen ‘verbazing’ meer, ook geen ergernis, daar wordt hij gewoon boos om. Die verbinding wás er altijd, járen gebruik van gemaakt; Goes – Utrecht, Goes – Amsterdam, Goes – roept u maar. Hij weet het, het is tijd. Nogmaals geachte Wouter, we hebben er vertrouwen in. We voelen het, we zien veel dingen die wél goed gaan. ‘Goede reis’, zou hij zeggen: ‘En bedankt voor het gesprek!’

In gesprek met (gepubliceerd op 18-2-2022)

Als dank voor jarenlange deelname aan NS panel was ik uitverkoren mogelijk een winnaar te zijn van een aantal prijzen. Ik mocht zelf kiezen. Voor het geval dat, in dat geval, ik koos voor de mogelijkheid van een gesprek met President-Directeur Rogier van Boxtel. Waarom wilde ik in geval van winnen deze prijs, werd mij digitaal gevraagd. Wel hierom; reeds meer dan vijftig jaar ben ik treinreiziger, groot voorstander van openbaar vervoer.
En nog steeds voortdurend verbaasd over NS. Had ik Rogier van Boxtel gewonnen, te spreken gehad, dan had ik hem de volgende verbazingen, neen, alhoewel het wel zo is, wil ik het geen ergernissen noemen, medegedeeld.
Rogier, jij – na vijftig jaar, meer dan een halve eeuw, in jouw treinen te hebben gezeten, mag ik je tutoyeren – neemt, sinds je deze baan hebt misschien ook weleens de trein? Ik heb je gewikipediaat en gezien je staat van dienst denk ik wel dat je deugt, jij spoort wel. En zo lang zit je nog niet in dit vak, in het Koninkrijk der Spoorwegen, dus jij kunt er ook niets aan doen.

Tja, waar was ik dan begonnen, als ik jou had gesproken, gewoon maar gelijk van start, groen licht? Wanneer ik hier ter plekke, in mijn wijkstationnetje de trein neem. Ik, met mijn decennia oude NS voordeelchip, kan daar, aan de automaat niets. Stond daar, naast de Arriva kaartjesautomaat er eerst nog een van NS.
Nu niet meer, is weg, alleen die van Rnet en die kent mijn NS kaart niet. Ik ben genoodzaakt de trein te nemen naar het hoofdstation, daar uit te checken, het station uit te gaan en in de NS automaat mijn kaart op te laden. Of bijvoorbeeld het ‘vrijreizen’ kaartje – wat nu toch ook gewoon vier Euro kost – op te waarderen, vervolgens weer in te checken en te constateren dat mijn ‘overstapje’ net vertrokken is.

Ik was er nog even verder op door gegaan, had ik dat gesprek gewonnen. Wanneer ik dan terugreis en overstap op hoofdstation Dordrecht – laat ik maar meteen man en paard, in dit geval man en trein noemen, NS weet toch alles van mij en mijn ‘reisgeschiedenis’, waar is privacy toch heengegaan – op de boemel van Rnet, naar Dordrecht Stadspolders dien ik uit te checken bij NS en in te checken bij Rnet.
Zoals vele tientallen medereizigers, waarvan velen dan net weer hun ‘overstapje’ missen, wegens drukte bij dat gecheck. Daar kun jij natuurlijk niets aan doen, dat is nog een erfenis van mevrouw Melanie Schultz van Haegen-Maas Geesteranus die haar belofte het te stroomlijnen niet nakwam. Laatst was ik in Zwitserland en daar zijn zeer veel verschillende treinmaatschappijtjes, hoeveel precies, dat weet jij beter dan ik, Rogier, maar daar merkt de reiziger hoegenaamd niets en niemendal van.

Mag ik nog even, had ik gevraagd, Rogier, heb je nog heel even? Wat me ook zo verbaast, dat na vijftig jaar de reistijd van Goes naar Amsterdam, die ik als student jarenlang aflegde, nog geen minuut sneller is geworden. Sterker nog, langer, met die stoptrein van het Zeelandstuk.
Ja, zou ik Rogier dan horen zeggen, je kunt overstappen in Rotterdam op de Intercity Plus en dan tegen een kleine vergoeding gaat het een stuk sneller naar Amsterdam. Jaja. Ook pendelde ik heen en weer naar Eindhoven, vanuit Dordrecht en dat kostte precies een uur. Dat lukt niet meer, sukkelen naar Breda, ‘overstapje’ en dan door. Zomaar een half uur langer; de ‘vooruitgang’.

Rogier, ben je daar nog? Ik moet er eigenlijk wel om lachen. Eerst doeken de Spoorwegen de rechtstreekse treinen met buitenlandse bestemmingen op. Nu worden ze met veel halleluja en hoorngeschal weer, héél voorzichtig herintroduceerd.
Concurreren met het vliegtuig? NS spoort niet. Ik zie het al, stiekem zit je op je horloge te kijken, mijn tijd is om. Nog even dit, om niet te worden afgerekend te worden op teveel vertraging, staan de treinen langer stil op sommige stations. Kunnen vertragingen worden opgevangen worden zodat de aankomsttijd toch gehaald kan worden. Ik had je verteld dat ik daar ‘niet vrolijk van word.’

Waarom, beste Rogier, krijgt een reiziger met meer dan vijftig reisjaren, de vaste NS klant, geen voordeelprijs. Zoals bij meer schadevrije jaren, meer noclaim korting? Neen, zelfs het ‘voorrecht’ wat de vaste klant had, het privilege ook in de avondspits met korting te mogen reizen gaat verdwijnen. Het wordt te druk in de trein, NS wil minder reizigers.
Ik ben haast geneigd dan als klant ook maar te verdwijnen. Ergens best grappig, NS, een van de grootste bedrijven van Nederland kon niet voorspellen dat het steeds maar drukker zou worden. En voorzien dat er een constant tekort aan materieel zou zijn.

Geachte heer van Boxtel, bedankt dat ik deze prijs, een goed gesprek, wanneer ik tot de prijswinnaars had behoord, heb kunnen ontsporen.

Onderdanen

Lieve bevolking, zoals U van Ons gewend bent, spreken Wij immer een zorgvuldig samengestelde Kerstboodschap tot U allen. Wij weten het, Wij zijn te laat, het was Ons zwaar te moede, de grijsheid der donkere dagen voor het Kerstfeest, de vele dingen die plaats vinden in de buitenwereld laten Ons niet onberoerd. Indiervoege, om met de Ons te vroeg ontvallen heer Bie te spreken, achten Wij het gepast alsnog op dit tijdstip, de derde Kerstdag zo U wilt, in volle vaart afstormend op een jaarwisseling, een poging te doen U een klein hart onder de ceintuur te steken. Een jaarwisseling waarbij Wij Ons hier ter Paleize dat eerder genoemde hart vasthouden, aangaande een zekere angst voor de Cobra door den brievenbus.

Deze rede is geschreven met de bedoeling Ons tot U te richten en dan niemand uitgezonderd, ja ook tot U, heer Schoof die er tenslotte per slot van rekening ook helegaar niks an kan doen. Kleine kanttekening Onzerzijds, wél uitgesloten zijn geminachte Heer Wilders en geminachte Vrouw Faber. Eerstgenoemde, die na zijn overwinning zich tot de grootse partij mocht rekenen, verklaarde meteen ‘dat niemand het land zou worden uitgezet’, dient per ommegaande heen gezonden te worden naar een guur eiland met weinig tot geen vertier. Vrouw Faber echter wordt gemaand zich te melden in de Goelag Archipel alwaar zij uitstekend werk kan verrichten als Obersturm Kampf Commandant.

Mochten er onder U, Onderdanen, individuen bevinden die maar niet kunnen wennen aan Medeonderdanen met ander huidtype, ander geurtje, andere postcode, ander hoofddeksel en daaraan gekoppeld andere kijk op de wereld met wel of geen geloof, tot Diegenen willen Wij zeggen, wen er maar aan. De grenzen die Wij rondom Ons Koninkrijk hebben laten aanleggen bestaan helemaal niet, alleen in de goeie ouwe Bosatlas zult U ze gewaar worden. Eerdaags vliegen Wij met Onze Gemalin voor een kort bezoek naar Argentinië en Wij kunnen U verzekeren, er is vanuit het hemelsblauw geen enkele landsgrens op Onze aarde zichtbaar. Derhalve, zoals de helaas te vroeg heengegane Thé Lau ten gehore bracht: ‘De wereld is van iedereen’.

Eens te meer beseffen Wij hier, terwijl Wij Ons best doen geen voedsel te verspillen en Ons vanavond zullen buigen over de restanten van de Kerstdis, hoeveel leed er is in de wereld. Heus, U weet het ook als U de goede kranten leest en ter nieuwsgaring op de juiste televisiekanalen afstemt, derhalve dienen Wij hier geen opsomming te houden van de vele brandhaarden in deez wereld. Mocht U Ons in het jaar dat voor Ons ligt betrappen op een samenzijn met Heer Netanyahu, weet dan dat Onze krijgsmacht op een mogelijkheid zint hem te overmeesteren teneinde hem te oordelen in het Vredespaleis alhier.

Rest Ons nog U allen, geenszins uitgezonderd, op de twee reeds eerder genoemden na, U op de valreep van het naar haar eind snellend jaar tweeduizendenvierentwintig een behouden eindejaarsavond met de warme chocolademelk met het welbekende Koninklijk vel en hetzij de oliebol, hetzij de appelflap en weldra de klok ten twaalven zal slaan een helder glas appelsap dan wel een goede champagne van een niet nader te noemen merk hiero.

Próóst!

Paris, Texas

Zonder veel hoop scroll ik door naar andere weerapps, in de hoop daar optimistischer voorspellingen te vinden. Het nadeel van buiten het centrum wonen is dat je om uit te gaan steeds naar datzelfde centrum moet zien te komen. Nu doe ik sowieso alles binnen de stad op de fiets maar om nu in de bios te zitten met een natgeregende broek is niet erg aanlokkelijk. ‘Dan ga je toch met de bus, of met de trein?’ stelt Eega voor en ze wil me zelfs wel brengen. Lief, ook al ziet ze het niet zitten me nog op te halen, ‘s avonds laat. Niets is erger dan een half uur op dat tochtige perron op een trein te moeten wachten dus; op de fiets.

Het Goretex jack en regenbroek doen het perfect, wel stroomt regenwater gestaag mijn schoenen binnen wanneer ik me met harde wind tegen naar de stad worstel. Onder de luifel, tussen de terrasstoeltjes stroop ik de broek af, ook met de tot de heup openritsbare broekspijpen een heel gedoe, niet betaald ‘uitgaansgevoel ‘bevorderend’. Aan de bar zit al een jonge vrouw, ik wil niet pal naast haar gaan zitten dus ik neem plaats op de kruk aan het eind. Koffie! Ik app Harry; ‘aan de bar!’ De snibbige serveerster droogt het zink van de toog, maait bijna mijn koffie en telefoon eraf met de opwerking dat ik aan het werkgedeelte zit. Een minuut later schuift Harry aan en we spreken over de film die wij gaan zien. Recensies gelezen, Halina Rein die ochtend in de krantbijlage, Oscar nominaties, spraakmakend, Nicole Kidman. De snibbige roept dat er twee consumpties aan de bar nog open staan, jaja! Babygirl is kennelijk een erotische thriller, wat gaan we allemaal voorgeschoteld krijgen. Vreemd wel, die middag nog zag ik bij ticketservice dat alleen onze twee stoelen bezet waren, alles was nog groen.

De deur van Zaal Twee is dicht, over twee minuten begint onze film, we gluren naar binnen, de zaal zit vol en er draait een film. Zijn we te laat? Ik check het screenshot dat ik maakte. Nee, film, zaal, tijd, alles klopt. De leuke vent bij de kassa kijkt beter dan wij en leest de datum, het is weer eens zover, ik ben een week te vroeg. Voor de zoveelste keer, een week, of een dag, te vroeg of te laat. Moet ik hulp gaan zoeken? Wat nu, dan maar aan de bar en zuipen? De leuke kassavent weet een oplossing, Paris, Texas begint over twintig minuten, hij ruilt even de tickets om en willen wij, Dordtpas-houders, een gratis drankje en popcorn? Drankje, zeggen wij geen nee tegen, alleen hoe kom ik bij mijn Dordtpas. Gelukkig, gezichtsherkenning werkt ook bij deze app.

Ry Cooder die de uit duizend herkenbare soundtrack speelde is ook alweer zevenenzeventig. Het iconische beeld van Travis, dolend door de Texaanse woestijn met de fantastische zandsteenformaties, met die heerlijke slide guitar sound, is mij altijd bij gebleven. Ik fluister naar Harry, ‘Daar zou ik graag eens willen klimmen’. Tevens bezat ik de elpee ‘Chicken skin music’ en dat is wat ik ook nu bijna krijg bij die allereerste beelden, kippenvel. De film uit 1984 is ‘remastered’ naar een digitale versie met een enorme resolutie dat de beelden, de trage shots van voorbijglijdende landschappen en stilstaande shots nog mooier maakt. Ik was een beetje bang dat zo’n oude film te langzaam zou zijn voor mij, meer iets om thuis op de bank te zien met een boek op schoot. Het verveelt geen moment en veel scenes heb ik kennelijk deleted, komen onbekend voor.

Bij het gratis drankje in de leeggelopen bar delen Harry en ik onze gevoelens, deze film, veertig later revisited, het was de moeite waard. Met wind mee zeil ik door de stikdonkere nacht terug naar huis, niemand in de stad, ik kom geen mens meer tegen, mijn hoofd is gevuld met prachtige kleuren en klanken in plaats van de magere blote billen van Nicole Kidman. En; de regen is gestopt, het is droog.

Als

Als. En dat het raar kan lopen in het leven en je nooit moet denken als… (als*)

Toen ik mijn vorige huis kocht, een oude romantische dijkwoning met veel grond erachter, werd er een paar dagen later aangebeld. Ik woonde er schuin tegenover, benedendijks. Een grote man in een blauwe stofjas stond voor de deur, boven op de dijk zijn grijze Mercedes, stationair draaiend. Hij kwam even betalen zei hij, voor het water en of het toch wel goed was dat hij het kon blijven gebruiken. Stom verbaasd keek ik hem aan. Hij bleek mijn buurman te worden, een vleeshandelaar en de stallen en weilanden naast die van mij waren van hem en water en elektriciteit kwam via mijn schuur naar hem. Hij opende een dikke portemonnee, gevuld met rijen bankbiljetten en begon omstandig geld uit te tellen. Het was teveel zei hij erbij, maar vooruit. Later die week, het nieuwtje dat ik daar ging wonen ging als een lopend vuurtje door het buurtschapje, daar op de uiterste grens van de stad, wilde iemand kippen houden in mijn tuin. Nou nee, die had ik zelf al. Een schaapherder vroeg of zijn schapen in mijn schuur konden. Alle geld was welkom in die tijd dus, vooruit. Twee jaar lang ’s winters twintig schapen en in het voorjaar 40 lammetjes erbij in de schuur. En op het achterste stuk grond kweekte hij aardappels. Met zijn tractor en met stro hoog opgeladen kar reed hij door de tuin, alles kapotrijdend. Dat was ik gauw beu en ik zegde hem de huur op. Voor het stuk grond achterin vond ik een nieuwe huurder, de andere buurman, een hoefsmid die er zijn fraaie Friese paarden liet grazen. Na een paar jaar betaalde Hoefman de huur steeds maar niet, ook niet na herhaaldelijk aandringen. Een buurman van iets verderop had ook interesse, ook hij had Friese paarden. Eens zag ik hem vertrekken, richting de stad, verkleed als Ben Hur, op een gouden Romeinse strijdwagen op twee wielen met een vierspan zwarte paarden ervoor. Ik zegde Hoefman de huur op die vervolgens erg boos was en dat altijd zou blijven.

In de jaren die volgden kwam Vleesman steeds langs en bood duizend gulden voor het achterste stuk weiland. Hoeveel vierkante meter het was wilde hij weten, ik zei altijd dat het duizend vierkante meter was, dat er geen haar op mijn hoofd was die wilde verkopen en dat hij véél te weinig bood. En aan hem wilde ik het zeker niet verhuren, temeer omdat hij steeds aan mijn bomen en struiken op onze grens liet snoeien. Meisjes zijn gek op paarden en die willen ze ‘verzorgen’. Er liepen dus nu altijd meisjes voor de paarden van Ben Hur dwars door de hele tuin op weg naar het weiland, er was geen andere ingang. Ook kwamen er vriendinnetjes mee. En de opa’s en oma’s, op den duur banjerden er hele volksstammen door de tuin. Die tuin die inmiddels was veranderd van een kale moestuinvlakte in een groene oase met veel privacy die ik als nodig had als zonaanbidder. Vleesman stond weer voor de deur en nu bood hij meer geld. Dat zette me aan het denken, hoewel je grond nóóit moet verkopen. ‘Als je je buurman kunt kopen moet je dat altijd doen’, zo luidt een oud-Joods gezegde. Of ben ik nu discriminerend, antisemitisch, grensoverschrijdend bezig. En toch nog maar zo’n oud-Joods gezegde, aan iemand die een bedrijf begint en personeel zoekt: ‘Ik wens je véél personeel’. (personeel = ellende)

We werden het eens over 26000 gulden en dat was veel geld voor een stukje weiland á 0,37 per vierkante meter in die tijd. Maar Vleesman hoopte natuurlijk dat het ooit bouwgrond zou worden. Ik zegde Ben Hur de huur op en ook hij werd erg boos maar niet heel lang. Wel parkeerde hij steeds zijn paardentrailer pal voor mijn uitrit, die ik dan met veel moeite de berm induwde zodanig dat hij net niet van de dijk gleed. Overigens, Vleesman en Ben Hur hadden ook ruzie, dat ging van lek gestoken banden van aanhangers tot aan bedreigingen met hooivorken. Er was altijd wat te beleven op de dijk. Altijd moest ik mijn perceel grond bewaken, aan beide zijden wilden buurmannen graag stiekem de paaltjes verzetten om hun eigendommen uit te breiden. En ook om ongewenste indringers buiten te houden, het is gebeurd dat er koeien door de sloot heen de tuin in kwamen en stonden te grazen in mijn boerenkoolvelden.

Voordat ik bij de notaris binnen ging, stapte ik eerst in de grijze Mercedes die voor de deur van het kantoor stond. Het rook er naar schaap, ik wist dat hij soms in de kofferbak een schaap vervoerde. Daar telde Vleesman uit de dikke portemonnee de biljetten één voor één uit tot een stapel honderdjes. Tienduizend euro contant, zo was afgesproken, dat scheelde hem in de notaris kosten. Maar wel vooraf, had ik geëist. Toen het kadaster naderhand constateerde dat het hier handelde om slechts zevenhonderd vierkante meters was Vleesman nogal boos. Enige tijd later brandde op een nacht zijn schuur tot de grond toe af. Ik probeerde mijn schuur, een aantal meters verderop, wachtend op de brandweer die ik had gebeld, slechts gekleed in mijn onderbroekje nat te houden, in de hoop dat de brand niet zou overslaan. Er bleek een wietkwekerij in gezeten te hebben. De hele boel werd verkocht en de nieuwe buren, twee zwagers, Vors en Bors bouwden er een mooie nieuwe stal.

Na dertig jaar tuinieren, zonnebaden, feesten, fikkiestoken en snoeien en grasmaaien was ik vooral die laatste twee beu en ik verkocht het spul. Bovendien had Hoefman plaats gemaakt voor Hondenvrouw. Hetgeen begon met één hond dijde uit tot twaalf honden die allemaal blaften, jonkies kregen die ook snel leerden blaffen. Doordat Hondenvrouw en Vors en Borsmannen hun percelen grond ophoogden was ik na elke regenperiode genoodzaakt  bepaalde delen van de tuin met een slang van zestig meter naar de sloot droog te pompen. Een jaar eerder had een jonge vrouw de Vors en Bosmannen stal en weilanden gekocht voor een hoog bedrag, er werd gefluisterd zelfs honderdduizend euro. Zij hield er varkens, kippen en paarden in alle soorten en maten. Al die jaren fietste ik er langs, zag met lede ogen mijn oude huisje steeds verder verwaarlozen. Van mijn groene oase waren alleen de randen nog groen, midden in de tuin was een immens huis verrezen, omringd door een groot en saai grasveld. Zij hadden het wel voor elkaar gekregen, het bestemmingsplan bleek gewijzigd en zij mochten bouwen in de tuin. Dat, wat ook ik meerdere malen had geprobeerd en liet onderzoeken en toen onmogelijk was. Totdat opeens de leuke varkentjes, kippen en paarden verdwenen waren in de wei van Paardenvrouw, het stond leeg. Funda bood uitkomst, het was wederom verkocht, nu als bouwgrond voor een bedrag op één euro na van één miljoen. Als……

Als*  Iemand uit mijn naaste omgeving, de persoon wenst anoniem te blijven gebruikte het ‘als’ woord. Een aandringende verzekeringsverkoper mocht langskomen voor een brandverzekering mits hij niet het woord ‘als’ gebruikte. Die avond duurde het gesprek kort, de goede man begon met deze zin;

‘Een goede brandverzekering is belangrijk, als uw huis uitbr…..’
‘Eruit!’
Einde bezoek.

Roerdomp

Harry en ik zeiden het tegelijkertijd: ‘Die wil ik zien!’ Na de extra lange bioscoopreclames van fragrances als Dior en Jean Paul Gaultier – het is november dus alweer tijd om mannen over te halen dure luchtjes aan hunner vrouwen te schenken  – volgt nog een serie trailers van films die binnenkort ‘in dit theater’ te zien zullen zijn. De film ‘de Biesbosch’, die wilden wij zien. Enkele weken later was het zover. De kaartjes kocht ik nu eens niet online, ik kon er eentje gratis krijgen, met mijn zogenaamde Dordtpas. Echter wel aan de kassa af te halen dus zodoende was ik eerder die dag ook al in een miezerig regentje stadwaarts gefietst. En dat was maar goed ook, vrijwel altijd zitten Harry en ik in een nagenoeg lege zaal, nu echter was het een buitengewone drukte. Allemaal leeftijdgenoten, kennelijk moet je om liefhebber van de natuur te zijn een bepaalde leeftijd hebben bereikt. De zaal zat vol.

Biosdirecteur Gert leidde de film in, verheugd dat de film zo’n groot succes bleek en verklapte alvast dat de filmmaker en de boswachter na afloop vragen uit het publiek zouden beantwoorden. Meteen de eerste beelden waren bekend, voor ons als Biesboschkenners, een prachtig beeld van de Zuidhaven. Regelmatig stootten wij elkaar aan, wanneer we iets meenden te herkennen. Alles kwam voorbij, de Dordtse– , Sliedrechtse- en de Brabantse Biesbosch, de Noordwaard en de Tongplaat. De geschiedenis met de Sint Elisabethsvloed in 1421  en de verschillende fasen, van natuur naar landbouw, naar overstromingsgebied voor de veiligheid en meer natuur.

De Dordtse – en de Nieuwe Dordtse Biesbosch, daar mogen ze me geblinddoekt ergens neerzetten en ik vertel je exact waar we zijn. Ook de Noordwaard ken ik als de spreekwoordelijke broekzak. De Brabantse en de Sliedrechtse zijn wat moeilijker bereikbaar, onbegaanbaarder tenzij per boot. Wel kanode ik er. Af en toe kwam boswachter Jacques van der Neut – ‘Ik ken hem goed’, vertrouwde Harry mij toe – in beeld om te vertellen over de bever, het verschil in eb en vloed van vroeger en nu. Er was uiteraard volop aandacht voor de kluut, de grutto, de fuut en vele andere en uiteraard de prachtige ijsvogel. Sfeervolle beelden van betoverende landschappen bij zonsondergang, spectaculaire overstromingen bij hoge rivierwaterstanden. Applaus! En dan de filmer, de boswachter en de directeur onder het witte doek.

Na afloop zaten Harry en ik aan een witte en een rode wijn en ik stootte Harry aan: ‘Kijk, daar heb je van der Neut.’ Onmiddellijk stormde Harry er op af en ze vlogen elkaar in de armen alsof ze elkaar in geen twintig jaar hadden gezien. ‘O’, zei ik enigszins beschaamd; ‘Je kent hem echt heel goed!’ Even later schoof hij bij ons aan tafel en het werd een bijzonder geanimeerd gesprek. Harry stelde me aan hem voor, waarop ik vertelde dat hij ooit, jaren geleden de sleutel van de Zwarte Keet hoogstpersoonlijk bij mij thuis was komen brengen. En hij wist het nog! Daar was nogal wat over te doen geweest, zomaar een sleutel van een griendwerkerskeet, een waardevol cultureel erfgoed  aan iemand geven, onmogelijk. Iets dat mij na lang soebatten was gelukt, onder auspiciën van de NKBV, de Nederlandse Klim- Bergsport Vereniging organiseerde ik ieder jaar op de eerste zaterdag van het nieuwe jaar de zogenaamde Nieuwjaarswandeling. Lunch in de Keet! En zo zat ik opeens met een heuse celebrity binnen de boswachterswereld aan tafel.

Jacques vertelt de ins en outs van de film, vijf jaar aan gewerkt, low budget en hoeveel moeite het kost om bepaalde beelden te maken. Off the record bekende hij dat er ook enkele beelden gekocht zijn. Zoals de close-up van het oog van de zeearend. Gewoon bij iemand thuis die er een in een grote kooi heeft. Zelf heb ik helaas nog nooit een bever gezien, wel talloze bevervraat en – sporen gezien, het duurde jaren voordat ik een ijsvogel zag en dan nog slechts in een flits. Ooit hoorde ik onmiskenbaar van heel dichtbij het bijzondere geluid van de roerdomp. In de film was er een, een dansend, baltsend exemplaar, prachtig. En sinds mijn jongste jeugd héb ik iets met de roerdomp. Tijdens een scoutingkamp viel het roer van ons sloepje er af, dat heette in padvinderstermen; roerdomp.

Cindy

Nu lees ik veel, maar slechts een bepaald soort boeken. Alleen die waardoor ik meteen getriggerd word om – snel – verder te lezen. En liefst niet al te vreselijk dik. Soms ook zijn er periodes dat het niet lukt, lezen. Dan wend ik me tot mijn toevlucht; korte verhalen en verzamelde columns. Ik ontdekte Cindy Hoetmer, was me al eens opgevallen in de slimste mens en in het Volkskrant katern.

Net als Cindy ga ik me vandaag onder de mensen begeven, alleen niet naar mijn stamkroeg, want die heb ik niet en neem het boemeltreintje naar het centrum. Tegenover me zit een vrouw die de zuster zou kunnen zijn van Gerda Havertong en die zachtjes in haar telefoon spreekt. In het gangpad bij de deur  staat een oer-Hollandse knaap van een jaar of zeventien, zo dik dat het lijkt of hij elk moment uit zijn donkerblauwe PME jack kan ploffen. Hij eet een vettig saucijzenbroodje alsof hij dagen niet heeft gegeten. Deze keer let ik bij het uitchecken goed op of ik inderdaad twéé piepjes hoor, anders is mijn OV chip weer zo snel leeg. Onder de luifel schuilen twee mensen voor de koude wind met hun boekenstandaard ‘Wilt u Jezus ontmoeten?’ die mij gelukkig negeren.

In de felverlichte ANWB winkel voel ik zonder veel hoop aan enkele vormeloze donsjassen. Wel reken ik een paar paar goede sokken af. Of ik toevallig lid ben van de ANWB. Toevallig wel ja, puur uit angst om het lidmaatschap op te zeggen, want je zult zien, dan sta je met panne. Ver in de vorige eeuw stopte mijn gele lelijke eend er mee. Voor de vorm deed ik de motorkap open en vrijwel meteen doemde er de redder in nood op, een beüniformde wegenwacht. Van een van de twee bougies was het kapje er af gegaan, een reparatie van vier seconden. Het boek ‘Min of meer opmerkelijke gebeurtenissen uit het leven van een treuzelaar’ van Cindy Hoetmer is snel gevonden in de bieb en ik zijg neer in een klassieke oorfauteuil waar dikwijls een dakloze zit, vlakbij de cv.

Ongericht zwerf ik wat door de stad die al versierd is voor de kerst en zoals altijd even een rondje langs de havens waar de aangemeerde zeilboten en motorjachten nu allemaal opgetuigd zijn met kerstverlichting. De kade langs de rivier sla ik vandaag maar even over, er staat een gure wind. Dan schiet me te binnen dat bij het stadhuis iets nieuws is geplaatst, dat moet ik zien. In meer dan manshoge goudverlichte letters staat de tekst DORDRECHT.

En waarom niet, in mijn niet aflatende zoektocht naar die ene bril stap ik een mij onbekende opticien binnen. Klein maar enorm veel keus, mooie en bijzonder, tevéél zelfs, alle dertien goed! Allebei de opticiens of verkoopsters zijn druk bezig en eentje vraagt met iets Oostblokkerigs in haar stem of ze mij kan helpen. Ik geef het voor de hand liggende antwoord dat ik een bril zoek en krijg een glimlach retour.

Weet je wat, ik neem de bus terug en neem plaats achter een modieus geklede Turkse vrouw. Ze praat met haar dikkige zoontjes aan de andere kant van het gangpad. Ze geeft ze een paar koekjes en ik zie van dichtbij haar getatoeëerde wenkbrauwen. Aangekomen bij mijn bushalte is de bus vrijwel leeg en bij het uitstappen zwaai ik een bedankje naar de jonge blonde chauffeuse.