
Temidden van een zaal vol Cineville-volgers hoor je het verhaal over deze film. En over het boek dat, zo vertelt de enthousiaste bioscoopeigenaar, een van de meeste verkochte boeken in Frankrijk was. En wie had het niet op zijn leeslijstje staan, toen op school. Nou, jij niet, je had wel Franse les, in totaal zelfs zeven jaar maar om nu te zeggen dat je Frans spreekt, nou nee.
Ach die arme monsieur Louvain, de aardige leraar die jullie probeerde wat Frans bij te brengen, hij werd zo gepest en wat interesseerde Frans jou toen. Maar ja, als een leraar op een Solex naar school kwam stond hij meteen met één-nul achter. Terwijl je Frans nu een mooie taal vindt en Frankrijk zo’n fijn land, om over Parijs maar te zwijgen.
Het boek L’Étranger van Albert Camus is in 1967 al verfilmd met onder andere Marcello Mastroianni en nu dus opnieuw. Op de vage beelden die ik vond op YouTube is niet te zien of Mastroianni de rol net zo uitdrukkingsloos speelt als Benjamin Voisin nu. Want daar gaat het in feite om, de hoofdpersoon toont geen enkele emotie. Niet om de dood van zijn moeder, om de moord die hij pleegt, noch in de verhouding die hij heeft met zijn vriendin. Existentialisme, het thema van het verhaal in boek en film. Wat heeft het voor zin, het leven, leuk allemaal dat er hier een verhaaltje over geschreven wordt. Voor wie eigenlijk. Zo sta je weleens in de rij voor de kassa in de supermarkt en staar je naar buiten waar het motregent, achter je duwt een iets te gezette vrouw haar karretje tegen je aan, werktuigelijk leg je jouw boodschappen op de lopende band, strijk je met de pinpas, hoor je in de verte het ‘Fijne dag’ en denk je, ‘this could be anywhere’. Excuus, jouw Frans is niet best. In Parijs zei je laatst in vloeiend Frans: ‘Je ne parle pas Français’. Dat had je niet moeten doen.
Natuurlijk, toen je vorig jaar met je linkerpink aan die rotswand hing met het duizelingwekkend diep dal onder je, had je wel dat gevoel van ’Ik lééf!’ Net zoals je op een zonnige voorjaarsdag over een geheel verlaten strand dwaalt terwijl in de verre verte de zee ademhaalt of toen je letterlijk de overweldigende magnetische kracht van de Nuptse en de Lhotse en de Everest aan je lichaam voelde trekken, maar ach dat zijn momenten. Op een andere dag kun je denken, ach ja, dat is waar ook, dat was toen, maar had dat nu enige zin?
In de film gaat Mersault, de hoofdpersoon – ‘De Vreemdeling’ – met zijn vriendin Rebecca naar de bioscoop. Terwijl ze opgaan in hun hartstochtelijke kus verschijnt op het doek achter hen de onwaarschijnlijke lach van Fernandel, een vervreemdend beeld. Pas helemaal op het eind van de film blijkt de flegmatieke Mersault toch emoties te kunnen tonen. Een Franse film, zwart-wit, in het Algerije van de jaren dertig, hoe fotogeniek wil je het hebben? En dan ook nog een film met een open einde.
De telefoon blijft maar blieben; Duolingo herinnert je eraan het dagelijkse kwartiertje Franse les nog te doen. Je hebt het boekje van Albert Camus aangevraagd in de bieb, makkelijk, hoef je niet zoeken, staat het gereserveerd voor je klaar. Omdat het kan. Je gaat het lezen, denk je.