Cervino

De wereld is wit, althans mijn tuintje, nu ik de gordijnen opendoe, en de auto en de stoep ook. De cv draait en de gerepareerde vloerverwarming doet het ook weer. Ik laat Mathilde Santing haar heerlijke ‘Wonderful life’ zingen want dat past wonderwel bij mijn gevoel. De tweede dag van een nieuw jaar, de kerstboom eruit gewerkt, ligt buiten te wachten op een jongen die hem ergens inlevert. Is het hagel of toch sneeuw wat er valt. Zet de kachel nog wat hoger, kan mij wat schelen, tap me nog een bakje koffie in, bestaat dat woord nog; cocooning? It’s the time of the year, of nou ja, it was. Beetje mijmeren over het afgelopen jaar, over de wereld, over je leven. Verdwalen in je herinneringen, wat was fijn, waar ging het fout.

Dat was vanmorgen, toen ik die titel typte en nog niet precies wist hoe ik daarheen ging schrijven. Het zou moeten gaan over terugkijken, op het afgelopen jaar, op het leven, waar kun je met blijdschap op terugkijken, of misschien ook met trots. En waar heb je spijt van, dingen die je beter niet had gedaan of ook juist niet deed. Niet durfde, kon, of er gewoon maar vanaf zag. Tot dat appje dat ik kreeg, snel, de laptop dicht, de klimbroek aan en hup naar de klimhal. Of opa zin had om met het kleinkind te gaan. Toen zij zeven jaar geleden geboren werd had ik er al zin in. Lang geleden klom ik met haar moeder, wat zou het leuk zijn om haar dochter kennis te laten maken met die mooie sport. En, zoals ik het deed met mijn kids, niet opdringen, ze moeten het zelf willen.

Juul is eindelijk groot genoeg, het klimgordeltje past. Maar voordat ze die aanheeft; lang aarzelen en kijken en met de hand van d’r papa op haar rug eerst een metertje proberen. Dan steeds opnieuw in dezelfde route, die witte toch opa? En iedere keer klimt ze hoger. Dan wil ze naar de benedenhal, daar zijn de routes hoger, veertien meter. En ook hier duurt het even, maar uiteindelijk klimt ze een route helemaal uit, tot het plafond. Ze durft.
‘Kijk maar door dat raam daar Juul, dat deed ik met mama vroeger ook’.
Haar moeder riep dan naar mij – ons huis toen was zichtbaar in de verte – dat mama eraan kwam. Onnodig te zeggen dat dit, zo op de tweede dag van het jaar al meteen een hoogtepuntje was.

En ben ik weer terug waar ik eigenlijk over dacht te gaan schrijven. De vele mooie momenten die een mens in zijn leven meemaakt. En dus ook die, die je aan je voorbij liet gaan. Spijt. Hadden we toch niet even dat uurtje verder moeten gaan, stukje afdalen nog tot het basiskamp van Mount Everest. Ook al had ik hoogteziekte. Of hadden de sherpa’s toch, daar op die grauwe puingletsjer, onze tentjes wel op moeten zetten. Toen ik nog geen vliegschaamte had, waarom kiepte ik mijn spaarpot niet om, zodat ik over Brooklyn Bridge kon lopen, of nog iets gekker, vloog ik niet nog net íets verder, om te liggen op het hagelwitte strand van Bora Bora in de Stille Zuidzee. Waarom bleef het bij die ene marathon, die tijd kon best verbeterd, wél onder de drie uur. Waarom kocht ik toch geen busje, spijt, dat kan eigenlijk nog steeds wel, maak er een onopvallend campertje van. Had ik toch niet mee moeten doen met die 2e Rode Lijn, die keer in Den Haag gaf wel een goed gevoel. Of toen ik nog conditioneel goed genoeg was, jammer wel, gewoon een paar duizend euro opgenomen, hup naar Zermatt, met die gids even de Breithorn op, acclimatiseren maar en dan, zachtjes neuriënd; ‘I see skies so blue, and clouds of white’, terwijl de zonlangzaam opkwam, die ene, die fantastische mooie, zwarte berg op, de Matterhorn.

Hmm, de kerstboom ligt er nog.

Plaats een reactie