
‘Goedemorgen heren’, klinkt vanaf een passerende scootmobiel en wij groeten terug. Lekker aan de wandel en meer van dat soort gekeuvel en voordat de bestuurder gas geeft overhandigt hij een kaartje met de woorden; ‘Daar kun je lekker eten.’Aha, en ik vertel Chris over het fenomeen Stoepiér, ik heb het nog heel even meegemaakt, bij Amsterdamse volkszaken voordat het, althans in Nederland, uitstierf. Mannen die je naar binnen praten, In zuidelijke landen nog in zwang bij restaurants. Of soms op de kermis: ‘Een dikke sigaar voor de man die de bel doet rinkelen!
Het kon niet uitblijven, wij, museumbezoekers, moesten erheen, even wachten tot het stof is neergedaald, de grootste hausse overgewaaid. En het stelt niet teleur, dit is genieten, ten eerste al van het gebouw, fijn en wijs dat het niet gesloopt is. Het Fenix museum was ooit een havenloods, de grootste ter wereld, gebombardeerd, afgebrand en wederom opgebouwd, als een Fenix uit de as verrezen, googel ik. En dát het groot is, het koffer doolhof met tweeduizend koffers, ieder met zijn verhaal, we gaan er maar niet in, verdwalen. We komen voor de kunst. De foto’s van The Family of Migrants laat maar weer eens zien dat reizen en vluchten van alle tijden is en overal ter wereld. Het doet je eens te meer beseffen hoe veilig en vreedzaam onze generatie al tachtig jaar leeft, wat een geluk. Er hangen foto’s van Robert Capa en Eva Besnyö, ik zoek ze op. Capa maakte naam met de iconische foto van een rennende en doodvallende soldaat. De quote die ik nota bene zelf ook weleens gebruik – en toepas – blijkt van hem te zijn:
‘If your photo is not good enough, you’re not close enough.’
De Tornado op, de blikvanger, de trekpleister, we halen net de eerste etage, koffie! De tienduizend stappen halen we ruim vandaag, liepen de toeristische omwegroute vanaf het station. Alsof we zwartrijders waren glipten we samen door het poortje, Chris’ zelf geprinte ticket werkte niet, de QR-code dichtgeslibt. Telefoon; of ik met dochter en kleinkind mee wil, wandelen, ik stuur haar een foto van het fabuleuze uitzicht, De kop van Zuid, Hotel New York en de skyline erachter. Voorgrond vulling: de koffie. Nooit, herhaal, nóóit kiekjes maken, even nadenken, scherp blijven. Laat ik over de kunst kort zijn, twee immense zalen, alles gerelateerd aan vluchten, gevaar, rassenscheiding, vertrekken en thuiskomen. Van een hek dat elk half uur met een donderende dreun dichtklapt, tot een stuk Berlijnse muur en een sloep die aankwam op Lampedusa, vol met vluchtelingen, mensen op zoek naar geluk, vrede en veiligheid.
Die drie dingen vallen over ons heen zodra we binnenstappen in het Verhalenhuis Belvedere, de tip van de scootmobiel. Katendrecht 2025, het huis is van alles geweest, café, nachtclub en wie weet wat nog. Nu is het er gezellig huiselijk rommelig, rood-wit geblokte tafelkleedjes, posters overal. De vriendelijke grijsgelokte vrouw wordt nog vriendelijker wanneer Chris het verhaal over de scootmobiel vertelt. Even later brengt de ‘gast’ huiskokkin het eten. Aan menukaarten doen ze niet, dit is het vandaag, rijst met kip of vega, op z’n Indisch. Na het afrekenen, echt goedkoop, mogen we boven kijken en dat is terug in de tijd. Haveloos en verveloos, de muren en de deuren. Het keukentje met beige granieten mini aanrechtje. Op de bovenste verdieping, eigenlijk zijn we al verzadigd, treffen we nog meer kunst en alweer een aardige mevrouw. Op de vraag van Chris of het soms ook een buurthuisfunctie heeft krijgen we alweer een heel verhaal. Bij het verlaten van het pand bedankt hij de grijsgelokte voor het heerlijke eten; Chris, die vergeten ze hier nooit meer. En zulke gastvrijheid, we komen terug.