Zwarte Steen

a true story never ends
deel 4 van 4

Het glazen bakje wordt gelanceerd, schiet omhoog en Zermatt verdwijnt. De Matterhorn Express brengt ons snel zo’n duizend meter hoger naar Schwarzsee 2583m. In enkele minuten rijst de berg voor ons op, vanachter de tussen gelegen hellingen. En nu voor het eerst zoals je hem kent. Licht gedraaid, de Hörnligraat met links de oostwand en rechts de noordwand. Er is nog vrijwel niemand. Zij die hem morgen beklimmen komen later, slapen vannacht in de hut en de dagjesmensen zitten nog aan de koffie. Rondom vierduizenders, negentwintig liefst. De bekende namen, Breithorn, Dufourspitze, Allalinhorn. Maar welke zijn het? Ik herken er geen. Je kunt nog door kabelen naar Trockener Stegg, naar de Theodulpass. We gunnen ons geen tijd om te puzzelen met het overzichtskaartje. Daar, het pad naar de Hörnlihütte.

Met grote snelheid sprint ik naar boven. Ik kan niet langzamer. Alle opgekropte energie van de vorige dagen komt er uit. Paste me aan, aan het tempo van Kees, met alle liefde, geen enkel probleem. Al heel snel werd dit pad te moeilijk voor Kees. Ook hier veel vlakke, langzaam stijgende delen, maar afgewisseld door steile, gruizige of met grote blokken bezaaide paadjes. Kees ging terug en wacht nu op me. Op een bankje met de ingegraveerde tekst: Schön dass Sie hier sind.  Dat vind ik zelf ook en op de een of andere manier moet ik aan Bløf denken. We hebben een tijd afgesproken, tot zo laat ga ik door en keer dan terug. Ik verdeel mijn aandacht over de route, de berg en mijn horloge. De tijd tikt door en nogmaals versnel ik. De Hörnlihütte zal onbereikbaar zijn, dat is toch net te ver. Rechts zie ik de route naar de Schönbielhütte, al heel diep onder me. Mijn berg komt dichterbij, torent al boven me uit, lijkt lager te worden in de perspectivische vertekening. Ik haal de enkele duo’s in, die Kees en mij passeerden bij het begin van de route. Ik weet, dit is het hoogtepunt van het jaar voor mij. Ergens heel opgewonden en blij. En toch ook kalm. Mijn conditie is al lang niet meer wat het was. En toch kan ik zo hard gaan, vreemd. Droge mond maar ik hijg niet, dwing mezelf even te stoppen, drink een slok en tel mijn hartslag. Honderd, eens zo snel als in rust, dat wel, maar toch lijkt me dat laag voor hier en nu. Op 3100 m. hoogte

Een metalen trap, dat stijgt nog sneller. De berg is even uit het zicht verdwenen achter deze bruinzwarte rotsbult. Even verderop komen de roosters. Ik ken ze: Youtube. Een passage om de rots met stalen roosters, diepte eronder. Ze klapperen, sommige zijn doorgebogen. Er liggen steentjes op en hier en daar ontbreekt een stuk rooster. Opletten en door. Snel een foto en verder. Weer schuift de berg tevoorschijn en alweer wat dichterbij. Ik zie de Schulter uitsteken boven de Noordwand. Even bestudeer ik de graat, nu zou je toch klimmers moeten kunnen zien. De tijd tikt door en ik ben er bijna. Bijna echt op de berg. Uit het niets ontstaat een heel dun wolkenlaagje en stijgt op over de hele breedte van de berg. Dit zijn nog uitlopers, daar in de verte, achter deze lange flank, daar is het gesteente anders. Hier nog bruin, daar het grijs. Ik heb nog vijf minuten en nu ren ik bijna, over een lang egaal pad. Dit is het, omhoog, dit is de flank. Ik ben op de Matterhorn. Die zich nu weer verstopt achter steilte. Door, hier kan ik niet stoppen. Kees, nog vijf minuten extra. Hoger, door!

Het pad stijgt gemeen en lastiger, ik moet even doseren. Uitkijken nu. Nog even door tot die hoek, die zigzag. En dan zie ik waar ik zal stoppen, nog vijftig meter en daar zal prachtig zicht zijn. Ik denk aan Kees, sorry jongen , je zal nog even moeten wachten. Ik denk aan Eega, die me zoveel gunt, die alles goed vindt (bijna alles) en ik voel m’n ogen prikken. Tears from heaven. Ik denk aan mijn dochters en hun mannen en aan het kleinkind nog in haar buik. Laat even de zonnebril aan het koortje bungelen, hij beslaat. Ik plof neer op een steen en pak de camera. De wolk is hoger gestegen en de Matterhorn is verdwenen in een mist. Ik denk aan mijn moeder, bijna 93, die altijd zo meeleeft met haar zoons. Die al zolang ernstig ziek is. Vlak voor mijn vertrek had ze vocht achter de longen. Op dit moment vecht ze voor haar leven. Ik pak de telefoon en bel:
“Ma, ik zit op de Matterhorn.”
Mijn bril beslaat weer en langzaam stijgt de wolk verder, lost op en de berg toont zich in al haar schoonheid.

 

 

%d bloggers liken dit: