Zwarte Steen

a true story never ends
deel 3

Na onze beklimming van de Dent de la Parrachée in de Franse Alpen, was Kees, op de voorlaatste dag jarig. Op weg naar de laatste hut, maakte hij een akelige val. Overal schaafplekken en onder zijn oog ontstond een grote zwarte plek. Al die tijd vroeg ik me af, was dat de aanleiding voor het herseninfarct later, was er toch iets beschadigd van binnen. Nu durf ik het hem te vragen. Ik voelde me schuldig. Die hele GGE, dat was mijn idee. Grosse Galenstock Express, opgericht in 1993. Een vereniging zonder statuten. Beter de bergen in, hoger, verder en vooral: stiller. Een gebroken vinger, een kapotte knie, blaren, een arm uit de kom. Allemaal mijn schuld, gelukkig nooit iets ergers. Nu durf ik het Kees te vragen, op de man af. En het antwoord is nee. Een hersenbloeding zou kunnen ontstaan door een val. Een infarct is een propje dat in de longen, het hart of de hersenen kan komen. Pure pech. En hij ging mee, op eigen risico,

Zermatt ligt in de diepte te zinderen in de hitte. Nog even uitstellen maar, het eerste bankje in de schaduw is voor ons. Zo dichtbij het dorp trekt hier een constante stroom ‘dagjesmensen’ voorbij. In alle soorten en maten, leeftijden en gewichtsklassen. Gemaskerde en gehandschoende Japanners, besokte sandalendragers en echtparen in identieke afritsbroeken, dat volk. Wij zitten hier lekker en ik denk nog eens terug. Kees, ik zie hem nog binnenkomen. Op vrijdagavond, met zijn zoon, voor aanvang van een klimweekend. Dat ik, als klimcommissaris van Regio Rivierenland mocht organiseren. Die avond, in de gezellige Steenbokkenhut in België, dat was het begin van onze vriendschap.

Het gordijnloze raam van de slaapkamer in het Hostel laat het eerste daglicht binnen. Het gloednieuwe gebouw dat zich nog Jugendherberge noemt, ligt wat boven het centrum van Zermatt. Alweer vroeg wakker en niet door het daglicht of rumoer. Kees slaapt stilletjes in het bed onder me. In het andere bed ligt Philipe, een Braziliaan die kwam skiën in het Matterhorn Glacier Paradise. Het bed onder hem is leeg gebleven, hoewel er een koffer staat met heel kleine roze teenslippertjes ernaast. Misschien heeft het Japanse prinsesje een gezelliger plek gevonden. Ik buig me iets opzij, en jawel, hij staat er nog. Vlak voor me en al vol in de zon. Die avond flaneerden wij door het dorp en zagen voortdurend de top boven de huizen. Flonkerend in het laatste zonlicht. De gevelrijen van de hotels Zermatterhof, Matterhorn Lodge en restaurant Whymper Stube – ik verzin deze namen niet – waren al in schemerlicht. Daarboven uit stak de berg zijn kop op. Was hij van plastic of van metaal? Het werd een diamant. Onwerkelijk, het leek een prehistorisch monster van gigantische afmetingen. Elk moment kon het zijn kop omdraaien en de huizen verpletteren.

 

Advertenties
%d bloggers liken dit: