Zen

P1050980

Ik had de boel alweer ingepakt en was op weg naar huis. Ondanks dat er een ijskoude poolwind huilde, was het gelukt een plek te vinden in de luwte. Laag achter het kleine dijkje, temidden van een kluwen omgevallen wilgen en, niet onbelangrijk, met rivierzicht. Het water stond hoog, net als in de polder hierachter. Daardoor viel de oogst wat tegen. Met hoog water in de rivier ligt er gewoon minder afval aan de oever. Pas dan, wanneer het waterpeil zakt, spoelt er weer rommel aan. Vreemd, maar toch, ik had een rode Perrysporttas gevuld met plastic troep. Na de schoonmaakactie, koffie. En eens kijken, wat had ik vandaag op mijn boterham gedaan?

Het laatste kleine strandje was ik al voorbij, toen opeens de zon doorbrak. Terug! Zitkussentje op de omgevallen boomstam, nogmaals en meer koffie, pal in de zon en ook hier geen wind. Veertien januari, een helder blauwe lucht. Toch geen rust in mijn kont en ik pak nog even de strekdam mee, er ligt daar plastic. Pas dan, als ook dat schoon is en ik weer op de boom zit, daalt een oneindige kalmte neer. De rivier die ruw is en tegen de wind in ongeduldig wegstroomt richting zee, doet snelle brandinggolven stukslaan op het strandje. Sommige lopen uit tot vlakbij. Uit voorzorg parkeer ik mijn bagage, rugzakje en eerder genoemde Perrysporttas wat hogerop. Verderop golft het en gaat het tekeer. Hier is het water kalm maar valt het wel voortdurend aan op het strand. Een driftig ritme, ruisen. De regelmaat ervan brengt rust. En strand, strand, het is een strookje bruin rivierzand van vijf meter. En het is ook niet de Noordzee waar dit watergedruis aan doet denken. Nee, het is de korte branding van de Middellandse zee waarnaar ik wegdroom. Hier zit ik met een dikke donsjas aan, de zon stooft me warm en prikt op mijn gezicht. Ak Deniz, Guzeicamli, Marathokampos, de namen komen automatisch, net als de bijbehorende herinneringen aan die warme stranden. De harde wereld is ver weg. Het is geen winter en er is geen oorlog. Dit stuk rivieroever is 100 % schoon, geen plastic rommel, geen gedeukte blikjes Warsteiner en lege pakken Coolbest light. Niets herinnert hier aan het vervuilde Zuid-Holland. Dit is wildernis, zoals wildernis bedoeld is. Ik heb geen honger en opeens geen haast. De lucht boven het bleke riet breekt steeds verder open. Veelbelovend blauw van het blauwste blauw. Drie wolkjes zweven gewichtsloos in de verte. Dit moet het zijn, Zen. Ik heb geen stress, geen heilig moeten, geen verantwoording. Ik ben er bijna, ik heb het, een toestand, een zijn van Zen. Er is hier niemand, geen vogelaar, geen toerist of wandelaar. De zon, de zee en ik.

Op de dijk waait het verwoestend hard, fietsen gaat vanzelf. Ik neem het pad aan de buitenkant, langs de oever. De rivier is hoog en het fietspad staat blank. Ik fiets door het water, het voorwiel maakt een boeggolf. De fiets klieft door de spiegel van het wateroppervlak. Ik heb een waterfiets. De lage zon blikkert op het vliegende buiswater. Rechts het riet dat wit is, links de dijk zo groen. Opeens wordt het donker, de zon verschuilt achter een grijze wolkenband. Ik word achtervolgd door een muur van regen. Mijn laarzen malen door het water, de ketting kraakt, het is diep. Dan hoor ik spetteren, gebruis van water. Een mountainbiker passeert, de fontein van zijn achterwiel spuit zijn rug nat. Zijn shirt is geel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s